Tag: fiets

  • Wees een heer in het verkeer

    Een stralende lentezon eiste dat we vandaag met zijn allen onze neus eens buiten staken. Het was tijd voor de eerste gezinsfietstocht sinds de dochter zonder zijwieltjes kan fietsen. Ze wordt door mij individueel getraind om te wennen aan het verkeer maar laat ons zeggen dat er nog wat werk aan is. Ze weet wat te doen bij verkeerslichten maar voorts denkt ze dat de openbare weg van haar alleen is. Afstanden inschatten kan ze al even goed als haar moeder. Dat levert leuke taferelen op als ik vraag om op tijd te remmen zodat ze stil staat bij het eind van de straat. Boenk volle bak alles dicht smijten en dan staat ze op 100 m van het eind van de straat te koekeloeren. Terwijl ik aan het eind van de straat sta te koekeloeren op zoek naar mijn dochter. Even met haar gaan fietsen is telkens een verkorting van mijn leven.

    Vandaag begrijpt De Wederhelft beter waarom ik na een fietstocht met de dochter lijkbleek thuis kom. Ik reed vandaag op kop, achter mij 2 kinders en dan De Wederhelft met Raketman veilig vastgeklikt in een Follow Me – systeem. Alleen maar fietsen is voor de dochter te saai. Daarom kwebbelt ze van begin tot eind en raakt ze afgeleid door alles wat haar pad kruist. Die kruising kan ook 450 m verder plaats vinden. ‘Kijk papa, daar ginderachter vliegt een vogeltje!’ *blerk bijna tegen een paal*

    Aan wielertoeristen moet ze ook nog wennen. Telkens die haar passeren, steekt ze bijna in het decor van het verschieten. En maar foeteren dat ze doet op die gasten. ‘Ah ja hè mama, want die rijden op de straat en dat mag niet. Dat zijn nu toch geen manieren hè!’ Inclusief vermanend vingertje. Gelukkig vinden betrokkenen het schattig en amusant om de les gespeld te krijgen van een kleine roze vlek met fluovestje en prinsessenhelm.

    IMG_20150323_172100

    Vandaag ging ze met haar fiets aan de hand door de Holleweg. Haar kaars was uit, ze had al redelijk wat kilometers in haar benen. De Holleweg wordt vaak gebruikt door mountainbikers. Zo ook vandaag. Plots kwam er eentje uit een bocht naar beneden gescheurd. De dochter had zich daar duidelijk niet aan verwacht en schrok zich een hoedje. Ze draaide zich om en zag hoe de mountainbiker tegen hoge snelheid verder scheurde. Weer ging het vingertje de lucht in en volgde er een kwebbeltirade op 90 dB. Ik ga er voor mijn zielerust van uit dat die mens het niet hoorde.

    Los van al het bovenstaande wil ik het toch ook wel zeggen als het goed is. Véél chauffeurs toonden begrip voor ons, gestresseerde ouders met fietsende kroost. Ze vertraagden tijdig, gaven netjes voorrang waar het moest, reden mijn kinders niet omver toen die een bocht misten, hielden voldoende afstand om geen kleine tegen hun zijspiegel te krijgen, enz. Waarvoor dank. Ik ben blij dat ik niet de enige ben die dat doet. Het geeft ouders de kans om hun kinderen op een veilige manier te laten wennen aan het verkeer.

     

  • Clevere kinderen: lusten en lasten.

    Voor lezers die me niet kennen: mijn kindjes zijn nu 7 jaar, 5 jaar en 4 jaar oud. Alle 3 zijn ze niet van gisteren, dat weten we al langer. Vandaag werd dat weer enkele keren duidelijk…

    De oudste

    Tijdens de zomermaanden fiets ik wat vaker naar het werk zodat Koning Auto ook een beetje vakantie heeft. Zo ook vandaag. Wist ik veel dat Mozes van plan was zijn truuk met water nog eens te herhalen maar dat hij daar een halve dag storm en regen voor nodig had. In Zichem, waar ik werk, hadden we regen tot het middaguur. Daarna kwam de zon er door. Toen het tijd werd om naar huis te gaan, kleurde de lucht grijs. Ik moest dus een tandje bijsteken wilde ik droog thuis geraken.

    Ik haalde het, zeiknat van het zweet. Maar behalve wat gedonder waren de weergoden me gunstig gezind. Man en kinders trokken wit weg en keken me aan alsof de heilige maagd Maria voor hen neerdaalde. Tja, ik kan dat effect hebben op mensen 😉 De oudste zoon vloog meteen rond me en liet me niet los, keek me niet meteen aan. Iets later zag ik 2 rode, vochtige oogjes ter hoogte van mijn middel tevoorschijn komen. Blijkt dat het hier stevig geonweerd had en dat de regen met bakken uit de lucht viel. Het was net 2 minuten gedaan toen ik arriveerde. Zoonlief was doodongerust. Hij was er van overtuigd dat ik van mijn fiets zou vliegen en op straat zou vallen en dan zou er een auto aankomen en dan en dan en dan… En ik zou helemaal nat geregend thuis komen en dan met die wind daarbij, ‘daar kan je wel ziek van worden hè mama!’.

    Het heeft me wat tijd gekost om hem duidelijk te maken dat ik bij slecht weer gewoon wat langer werk of ergens onderweg een plaatsje zoek om te schuilen. Maar het gaf me wel een warm gevoel dat ze zo begaan zijn met hun mama…

     

    De jongste

    Etenstijd. Wok op het menu. Met babymaïskolfjes. Niet meteen de favoriete kost van Raketman. Hij moddert maar wat aan met zijn maaltijd en bestek. De Wederhelft ergert zich groen en blauw. Na een tijdje moppert hij: Jongen, als je nu niet flinker gaat eten dan mag je vandaag geen dessert!’ Raketman bekijkt hem eens met zijn puppy-ogen en zegt droogjes met uitgestreken gezicht:
    – ‘Da’s niks papa, er komen nog veel dagen hoor.
    … Om vervolgens voort te rommelen in zijn bordje.

    Da’s er nu eens echt eentje die je moeilijk met iets kan straffen. Geen dessert vandaag? Bwah, morgen is er weer een dag. Vroeg naar bed? Oké, dan kan ik nog eens het Diesters kampioenschap verspringen doen in mijn slaapkamer. Op straf gaan zitten in de gang? Ideaal moment om even boven een plasje te gaan doen. Belonen en straffen volgens de Supernanny: het glijdt van hem af. Respect voor de kleine man, die gaat nog ver komen in het leven!

     

    De middelste

    Dochterlief zit momenteel samen met Hello Kitty bij de dokter om een wrat te vermoorden. Ongetwijfeld zal daar ook wel weer een stoot gebeurd zijn. 🙂

     

     

  • Uw medemens geeft om u.

    Vandaag was een échte vrijdag de 13e zoals een vrijdag de 13e hoort te zijn. Ongeluk en rampspoed kwam over mij. Al bij al heb ik van elke tegenslag iets leuks kunnen maken tot tevredenheid van het gezelschap waarin ik vertoefde. Op weg naar huis volgde de druppel. Die ene druppel die de emmer doet overlopen. De moed zakte in mijn schoenen. Op zich om iets onnozels maar het was er even teveel aan.

    Toen ik richting huis wilde vertrekken, bleek mijn fiets andere plannen te hebben. Mijn vernuft vermoedde dat de ketting er af lag. Dus ter hoogte van het ziekenhuis stopte ik om het spel te onderzoeken. Nergens zag ik waar de ketting verkeerd lag. Dat kan aan mij liggen want ik ben niet bepaald technisch aangelegd. Bon, even een berichtje sturen naar het gezin dat ik wat later thuis zou zijn. Met mijn fiets aan de hand vatte ik mijn tocht naar huis aan.

    Enkele meters verder passeerde ik 2 mannen op een bankje. Zij waren duidelijk patiënt in het ziekenhuis en hadden me geobserveerd terwijl ik mijn fiets onderzocht. Eén van hen stond recht. Hij zag er belabberd uit. Zijn ogen zaten wat dieper in hun kassen, hij keek vermoeid. Aan zijn arm bengelde een infuus. Ter hoogte van zijn nek zat een dik verband. Die man maakte mijn dag helemaal goed. Hij zei namelijk ‘juffrouw’ tegen me 🙂

    De schat bood zijn hulp aan. Ik schaamde me rot dat een halve dode mijn fiets per se wilde oplappen. Stamelend probeerde ik hem duidelijk te maken dat hij rustig mocht blijven zitten, te voet is de weg naar huis even lang als met de fiets. Hij glimlachte eens en bekeek mijn ketting. De staander waar het infuus aan bengelde, zat in de weg. Dat enerveerde hem een beetje. Maar hij leek blij dat hij zich eens nuttig kon maken tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis. Dus moest ik hem laten doen. Ook al wrong dat vanbinnen. Maar voor hem betekende het veel op dat moment.

    Het probleem bleek te zitten in mijn versnellingen. De tandwielen gingen niet akkoord met wat de versnellingen bestelden. Korte tijd later was het probleem opgelost. Op mijn kleinste verzet kon ik toch nog naar huis fietsen. Moest hij niet aan draadjes en onder verbanden zitten, dan was ik rond zijn nek gevlogen! Als iemand van jullie weet over wie ik het heb: bedank die man dan een 5001e keer van me alsjeblieft! Terwijl hij zich terug recht zette, probeerde ik de naam op zijn armbandje te lezen maar hij was te snel weg.

    Om maar te zeggen: niet elke medemens is egocentrisch en ongeïnteresseerd. Er bestaan wel degelijk brave, behulpzame mensen. Als je zelf het goede voorbeeld geeft, dan zal je merken dat anderen jou ook met alle plezier helpen als het nodig is.

  • Fietsen is goed voor de gezondheid.

    Vandaag gebeurde het woon-werkverkeer van ondergetekende nog eens met het stalen ros. Wegenwerken zorgen er deze maand voor dat ik moet omrijden. 4 km extra maar liefst. Mijn voorkeur gaat uit naar een ontspannen ritje door de prachtige natuur die we hier hebben: de Demerbroeken tussen Diest en Zichem. Vorige week reed ik via het jaagpad, nu besloot ik eens langs de spoorweg te rijden. Heerlijk ontspannend, je komt er enkel andere fietsers en wandelaars tegen. En platgereden vogels en katten. Hm, misschien eten we vandaag wel een broodje roadkill. Om 16 u hield ik het voor bekeken in het OCMW en sprong ik gezwind op mijn fiets voor de rit naar huis.

    Het weer was perfect: niet te heet, niet te nat, een zacht briesje. Ik was niet de enige die er zo over dacht. Het was begot druk op dat fietspad. Ik stoorde me er niet aan, genoot van de natuur met haar aangename geuren en rustgevende geluiden. Toch op de momenten dat er geen trein passeerde. En toen plots, uit het niets, doemden ze op: een horde gepensioneerde wielertoeristen. 25 nagels aan de doodskist van de actieve beroepsbevolking. Gemiddelde leeftijd 125 jaar. En gevoel voor humor hadden ze wel hoor.

    Ze waren een goeie 50 meter van me verwijderd. Afgaande op hun tempo zou ik hen over een kwartiertje kruisen. Afgaande op hun flashy wielerkledij zou ik hen over een nanoseconde passeren. Attent als ze zijn, roept de eerste naar de rest van zijn peloton dat ze moeten oppassen met de gevleugelde woorden ‘Pas oep manne, der is ne vélo mee twieje koplampe!’ Gevolgd door een smakelijke lach die zeker 5 tanden blootlegde. Hij vergat wel dat zijn kompanen potdoof waren of hun hoorapparaten niet aangezet hadden voor ze vertrokken. Niemand die reageerde en ik maar doen alsof ik het niet hoorde. Wat een dijenkletser. Ontdek die man en geef hem zijn eigen show voor hij onder de grond steekt.

    Bij het kruisen knikte ik beleefd. Bij mezelf dacht ik ‘sterf gij addergebroed’. De opperrijder glimlachte met een blik die zei ‘ik heb iets onnozels over u gezegd en gij weet toch niet wat het is’. De rest van de groep zat in gedachten terug bij de Guldensporenslag die ze in hun jeugd nog mee beleefden.