Tag: katten

  • Wie durft beweren dat katten kieskeurig zijn?

    Gonzo, de eigenzinnige huiskater, was de laatste dagen niet in zijn gewone doen. ’s Ochtends komt hij me normaal wakker maken voor zijn brokjes. ’s Avonds rond 22 u krijgt hij ook eten. Wat maakt dat hij elke dag vanaf 21 u nerveus begint te trippelen of me gewoon minutenlang dwaas komt aanstaren. Niet de afgelopen week. ’s Ochtends liet hij me slapen (waarvoor dank) en bekeek hij zijn etensbak niet nadat ik die vulde. Hij ging liever op de vensterbank zitten om te staren naar het rolluik.

    Het viel me op dat de katten meer water drinken dan gewoonlijk. Hun bakjes moeten tussendoor al eens bijgevuld worden. In de kattenbak ontdekte ik dat één van de katten een darmflora heeft die niet ok lijkt te zijn. Voor de plastische mensen onder ons: de kleur, niet de consistentie 😉 Gonzo bleek ten opzichte van vorig jaar ook 300 gram lichter te zijn. Da’s vreemd want hij krijgt dezelfde voeding als gewoonlijk en is niet plots meer gaan bewegen. Omdat het toch tijd was voor zijn jaarlijks onderzoek, besloot ik Gonzo bij zijn nekvel te grabbelen en met hem naar de dierenarts te rijden.

    Net zoals elk jaar, kon ik onderweg terugkeren omdat ik zijn gezondheidsboekje thuis vergat. Dat resulteerde in nog luider geklaag vanuit de kattenbox. Ik heb trouwens een voordeel ontdekt van een wagen met automatische versnellingsbak: ik kon het kopje van Gonzo strelen terwijl ik reed. Dat zorgde voor véél minder gemiauw onderweg. Wel keek hij me geregeld aan met een blik die me vertelde dat het maar goed was dat hij netjes was opgeborgen in zijn transportbox. In de wachtzaal zet ik mijnheer (in zijn box) even neer. Zit ie met zijn snoet pal voor een Duitse herder. Alweer luid gemiauw en een dodelijke blik in mijn richting.

    Eens binnen bij de dierenarts, doet Gonzo zijn hele klaagzang opnieuw. Maar het baat niet: hij moet op de weegschaal en krijgt zijn jaarlijkse inentingen. Again: blik op onweer. Na mijn uitleg besluit de dierenarts dat er best een bloedname gebeurt bij de kat. Ze gaat even de tondeuse halen om dat fatsoenlijk te kunnen doen. Bij het binnenkomen heeft ze versterking bij. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Gonzo is 100% pacifist en voorstander van geweldloze communicatie. Zijn ego lijdt er wel onder: die prachtige witte manen waar nu een vierkantje uit weggeschoren is… Het zal even duren voor hij me dat vergeeft.

    Gelukkig volgt er goed nieuws: geen kattendiabetes, alle ingewanden werken zoals ze horen te werken volgens de resultaten van de bloedanalyse. Gonzo bekijkt me smerig. Hij stinkt nog naar ether of iets dergelijks, zijn pels is wat vettig en hij voelt zich duidelijk verminkt. Wilma komt niet in zijn buurt. Vermoedelijk ligt die onder ons bed te schuddebuiken van het lachen.

    ’s Avonds vinden we de oorzaak van het probleem. We trekken een nieuwe zak brokjes open en alsof het een religieus wonder betrof, fleurt Gonzo helemaal op. Hij miauwt voor eten en vliegt op zijn etensbakje. ’s Anderendaags komt hij me ’s ochtends weer wakker maken. Hij was blijkbaar gewoon zijn brokjes beu… De ploert 😉

  • Make that the cat wise

    Make that the cat wise

    We hebben met zijn allen liggen puffen en zweten de afgelopen dagen. Tropisch warm was het hier. Voor een koukleum als ondergetekende is dit een zalige zomer. Ik kom buiten in speelse zomerjurkjes zonder dat het kippenvel over mijn lijf loopt! De katten des huizes zijn echter niet hittebestendig.

    Wilma, een overschotjeskat die bestaat uit alle kleuren van de regenboog, zoekt overdag koele en donkere plekjes op. De ene keer ligt ze languit onder bed, de andere keer ploft ze neer op de frisse tegels van de keukenvloer. ’s Avonds sloft ze naar haar teergeliefde krabpaal in de veranda om haar dag te overpeinzen.

    IMG_0965

    Gonzo, een warmte-absorberende hoofdzakelijk zwarte kat met het IQ van een dakpan, heeft zo zijn eigen manieren om met de warmte om te gaan. Of hij ligt te maffen op onze laptops waar hij telkens opnieuw met zijn klikken en zijn klakken vanaf vliegt (om vervolgens neer te ploffen waar we hem op de grond zetten). Of hij ligt te ronken op de schoenen van de kinderen in de veranda bij temperaturen van boven de 50° C.

    IMG_0954 IMG_0955

    Ik maak geregeld ijsblokjes om in het drinkwater van de katten te doen. Als ik die in hun waterbakjes leg, krijg ik de smerigste blikken toegesmeten van de vierpoters des huizes. Gonzo haalt zijn neus op en draait zich om. Wilma bekijkt die ijsschots onderzoekend, tikt er eens met haar poot tegen en stuift dan naar boven.

    Om maar te zeggen: je kan nooit voor iedereen goed doen. Iedereen heeft zo zijn eigen manieren om met deze Belgische zomer om te gaan 😉

     

  • Binnen/buiten

    Gonzo en Wilma zijn binnenkatten. De ene is een vadsige luiaard wiens neus kapot is, de ander is een traumakatje. Ze voelen zich hier goed bij ons. Allez, dat leiden we af uit hun gedrag, ’t is niet dat ze ons dat komen vertellen. Sinds de verhuis zit ik te denken om hen af en toe eens buiten te laten. Dan kunnen ze in het gras liggen genieten van het zonnetje, achter vlinders aan zitten, door een stel rosse mieren in hun bips gebeten worden, …

    Ze kunnen dan ook door een auto overreden worden, vergiftigd worden door een duivenmelker, er kan een komeet op hun hoofd vallen of ze kunnen gewoon van de aardbol verdwijnen. Daar denk ik liever niet aan eigenlijk. Ik zou hen eerder de buitenwereld willen laten ontdekken in hun eigen belang. Wij starten hier binnenkort namelijk met grote verbouwingswerken. Het lijkt me voor hun stresslevel dan beter dat ze overdag een wandeling kunnen gaan maken dan dat we ze sommige periodes overdag in een kamertje moeten opsluiten.

    Vandaag kreeg ik veel tips en bezorgde reacties over het buiten laten van binnenkatten. Ik ga er met mijn wederhelft eens over vergaderen en dan zien we wel wat we doen. Ik vind het niet natuurlijk dat een kat, het symbool van onafhankelijkheid en zelfstandigheid, een leven lang opgesloten moet zitten. Niet dat ik de indruk heb dat onze poezels iets missen of dat ze het ons kwalijk nemen. Gelukkig maar!

    Als u me nu wilt excuseren, ik kreeg net 2 klauwen in mijn onderrug. Vrij vertaald: ‘Mens, wil je nu eindelijk eens in de zetel komen zitten en over mijn buikje wrijven!!!!’

  • Kattenpret

    Raketman (3,5 jaar oud) mocht onlangs naar het verjaardagsfeestje van een klasgenoot gaan. Hij keek daar echt naar uit en heeft zich er ook super geamuseerd. Voor herhaling vatbaar dus! Hij vertelde trots wat hij allemaal gedaan had. Dacht ik. Vandaag krijg ik de foto’s onder ogen en stel ik vast dat hij een klein detail vergat te vermelden in zijn uiteenzetting. Ziehier het bewijsmateriaal:

    Jasper en kat1

    Raketman met blinkende oogjes: ‘Hola, wat kruist er hier mijn pad?!’

    Verzint u er zelf even en afbeelding bij van een brandende lamp zo ergens boven zijn hoofd.

    De kitten is zich van geen kwaad bewust.

     

    Jasper en kat2

    Raketman: ‘Voilà zie, we zullen eens zien hoe grote kindervrienden katten kunnen zijn’ *evil grin*

    De kitten: ‘Hé, waarom sta ik niet meer met mijn pootjes op de grond? Hoe ben ik hier beland? WTF?!

     

    Jasper en kat3

    Raketman: ‘Tiens, tiens, die houdt dat goed vol zeg.’

    De kitten: ‘Whààààà, haal me hier uit!!!! Laat die zot stoppen!!!!!!!! Bel Gaia!!!’

    Merkt u vooral het voorpootje op dat de kitten voor zijn oogjes lijkt te houden.

     

    Jasper en kat4

    De kitten: ‘Oh well, ik zal er dan maar het beste van maken. Waarom heeft dit rotding geen gordels?’

    Raketman: ‘Enjoy the ride baby!’ *vettig lachske*

  • Ik ga op reis en ik neem mee…

    … mijn vrouw en kinderen, mijn ganse familie tot en met de zesde graad, mijn schoonfamilie tot en met de derde graad en al mijn facebookvriendjes. Dat dacht althans de rat die sinds enkele maanden ons compostvat ontdekte. Het begon met een mysterieus gat in ons gazon, ongeveer een halve meter diep. De katten uit de buurt zaten er geregeld gefascineerd naar te staren, staken er hun voorpoten tot aan hun schouders in om te keuteren. In een volgend stadium doken die gaten ook op in de inhoud van ons compostvat. Het leek wel zoiets als graancirkels: plots zijn ze er en je hebt er geen flauw idee van wie ze maakte en hoe die dat deed.

    Tot we ons compostvat eens grondig onderzochten. Die gaten waren de tentakels van een complex buizensysteem. Hm, goed voor de verluchting en de kwaliteit van de compost (die we trouwens niet gebruiken). Harghl!!!! Dat betekent dat er leven in dat vat zit! Naast de buren bevindt zich een braakliggend stuk grond dat lange tijd slecht onderhouden werd. Vermoedelijk komt dat zootje ongeregeld daarvandaan. Maar ze besloten dus de wereld te verkennen… en ontdekten ons compostvat. We twijfelden lang over het type beest dat in ons compostvat logeerde: ofwel was het een muis ofwel was het een rat.

    De buren stelden ons gerust: vorig jaar had hun kat in de tuin een rat gevangen dus ook dit stukje krapuul zou er wel aan geloven als ze zijn pad kruiste. Vorige maand redde ik begot nog een babymuisje van die kat omdat het zo zielig piepte en huppelde voor zijn leven. Had ik toen maar… Hoe komt die randdebiel er trouwens bij om nog wat soortgenootjes mee te lokken naar ons Judith (het compostvat)? Hoe doet die dat?

    ‘Zeg mannekes, ik heb een goeie B&B gevonden op een tiental meter van ons nest.’

    – ‘Ah serieus want ik kan wel een vakantie gebruiken eigenlijk?’

    ‘Yep. All-in, gastronomische diners à volonté en een rustige, groene omgeving. Ideaal voor gezinnen met kleintjes. Enkel overdag blijf je best binnen want dan verhuren ze de tuin aan enkele lompe katten. Stel je voor dat die iets van plan zouden zijn.’

    Soit. Vanavond was het tijd om ons Judith haar dagelijkse maaltijd te gaan brengen. Die bestond uit wat eierschalen, véél kersenpitten en nog wat andere prul. Daar zou ze wel van likkebaarden, dacht ik bij mezelf. Vrolijk trok ik haar deksel open en toen stond mijn hart stil. Niet één maar minstens twee bloeddorstige monsters zaten zich rustig een indigestie te vreten in ons Judith! Ik schrok al even hard als hen. Om mijn aorta te beschermen, knalde ik het deksel toe en wandelde beheerst terug naar binnen. Daar schold ik die van ons de huid vol ter gelegenheid van zijn gebrek aan empathie. Hij begreep er weer niks van. Ondergetekende was net aan de dood ontsnapt, de adrenaline gierde door mijn lijf en het enige dat hij deed na mijn relaas was… eens met zijn wenkbrauw fronsen. Tsssss.

    Terwijl ik al mopperend de vuile vaat weg werkte, zat ik nog aan die ellendige mormels te denken. Misschien moet ik onze katten eens in dat compostvat zetten voor een uurtje. Nah, slecht plan. Vergif strooien is ook geen optie met al die andere katten in de buurt. Dan maar hopen dat de katten van de buren eerdaags nog eens in een moordlustige bui zijn en de klus klaren. Tot dan wens ik die vuile ratten elk een kersenboom in hun poep toe. Dat ze maar flink al die pitten opeten. Miljaarde toch….

  • Verbouw je huis eens voor de lol

    Als je je sterfdatum zonder geweld wat dichterbij wil brengen, beslis dan om je huis te verbouwen. Wij hebben een knap huis dat mooi gerenoveerd werd door de vorige eigenaars, waarvoor dank. Begin maar eens te renoveren met 3 hevige Koters en 2 drukke jobs. Dat zagen wij niet zitten dus we kochten een huisje dat zo goed als in orde is. We wonen hier ondertussen 4 jaar en hebben nog steeds geen spijt van onze aankoop. Moest de gelegenheid zich voordoen, dan zouden we verhuizen naar een ruimer huis met vooral een ruimere tuin. Maar als het niet is, dan blijven we hier even graag wonen. Er zijn immers behoorlijk wat alternatieven in de buurt waar je je kinderen kan uitlaten. De voorgevel van ons nederige stulpje vroeg echter onze aandacht. Elk jaar zagen we meer en grotere barsten in de crepie verschijnen na het vochtige winterweer. Tijd om in te grijpen dus. We namen een aannemer onder de arm en die is deze week eindelijk gestart. Lang leve de zon want anders zat ik nog steeds barsten te tellen!
    In een ver verleden liep ik stage in een bouwbedrijf. Ik leefde dus met het beeld van de bouwvakker als vroege vogel die met zijn frigobox en ghettoblaster arriveert en de buurt op stelten zet. Na afstel komt iets anders dus eergisteren kreeg ik eindelijk de definitieve bevestiging dat de werken vandaag zouden starten. Eerst zou de trap naar de voordeur betegeld worden en daarna wordt de voorgevel aangepakt: crepie herstellen, waterdicht maken en opnieuw schilderen. Een klus die geen regen verdraagt. Om 9 u zouden ze hier arriveren. Punctueel als ik ben, zat ik al vanaf 10 voor 9 te popelen en uit het raam te staren… en staren… en staren. Stress overmeesterde me. Ik had vandaag wel verlof genomen om alles wat in de gaten te houden maar het was zo een ‘doe 50 klusjes op 1 dag’-verlofdag. Soit, popel popel popel en plots om 9u30 zie ik een verschijning. Geen voze camionette waar een sliert zwarte rook achteraan hangt, geen frigobox, zelfs geen bouwvakkersdécolleté. Moet die gast hier wel zijn? Aan zijn uitleg te horen wel.
    Iets later arriveert zijn collega, de opperbouwvakker. Hem betalen we toch in elk geval. Weer geen stereotiepen. Deze kerel had een ferme bestelwagen bij. Ik mag dat zeggen want ik heb zijn logo ontworpen. De mannen vliegen er meteen in om 10 u. Gek, zij beginnen te werken net op het moment dat de collega’s van het OCMW toe zijn aan hun eerste koffiepauze van de dag. Ik vertrek om mijn takenlijstje spoedig te kunnen inkorten. ’s Middags arriveer ik terug aan ons stulpje.
    Bij het inrijden van de straat zie ik in de verte witte wolken opstijgen. Blinde paniek achter het stuur!!!! Shit, die kukels hebben de boel in de fik gestoken!!!!! Al snel bleek dat ik een blond moment had. De mannen waren rustig hun gang aan het gaan met een slijpschijf. Ze lijken daar helemaal zen van te worden. Samen met de rest van Diest-centrum geniet ik mee van een streepje Industrial-muziek. Een snoefje slijpschijf gecombineerd met een portie betonmolengeluidjes, het vormt een harmonisch geheel. Kuch.
    Na een hindernissenparcours geraak ik terug binnen zonder mijn nek te breken. Fier sta ik te blinken in de gang… en krijg de smerigste blik ooit van de katten des huizes. Doeme toch, ik heb hen niet gewaarschuwd.
    Eerste verwijt: vreemd volk dat te kort bij komt, stel je voor dat die voordeur zou open gaan… Dan zouden ze binnen geraken en wat dan?! Huh?! Daar al eens aan gedacht?
    “’t Is niks Gonzo, die mannen lusten geen Friskies. Ze hebben gedroogde bananen bij.”
    Tweede verwijt: weet jij wel wat voor kabaal die gasten maken? Hoe moeten wij hier in hemelsnaam slapen? Na de nachtpost hebben wij onze rust nodig!
    “Ik weet het poezen maar als ze ’s nachts zouden werken, dan zouden jullie er ook niet mee kunnen lachen. Jullie slapen nu eenmaal 22 u per dag.”

    Verontwaardigd sloffen ze terug naar boven om te bekomen van alle onrust die vandaag hun leven verstoort.

    Als je bezig bent aan je tweede decennium als personeelsdeskundige, dan weet je dat je werkende mensen moet soigneren. De mannen krijgen dus iets fris te drinken van me. ’t Is warm voor iedereen. En bam! Eerste cliché bevestigd: het mag een flesje bier zijn en néé, het hoeft niet in een glas. Oef, ik heb de juiste gasten ingehuurd. Nu weet ik dat het goed komt.
    Van al dat werken krijgt een mens honger dus ze gaan even iets eten. Even. Mijn definitie van dit begrip is duidelijk niet de hunne. Net als ik Child Focus wil bellen, zie ik ze in de verte terug aangesnord komen. Oef! Ze knutselen gans de middag verder aan mijn trap. Wat zijn ze flink! Plots hoor ik dat er ambiance is. Ik steek mijn neus buiten en bam: tweede cliché bevestigd! Een jonge deerne passeerde net op een rokjesdag als deze voorbij mijn deur. Iedereen weet wat er dan gebeurt hè…

    Rond half 6 beginnen ze op te rommelen. Daar kan ik nog mee leven, ze hebben tenslotte een ganse dag het beste van zichzelf geven ondanks de tropische temperaturen. Ik was al blij voor hen dat ze kunnen werken aan de schaduwkant van het huis. Na hun vertrek ga ik stiekem eens kijken. Ondanks dat ie nog maar voor de helft betegeld is, vind ik het resultaat al prachtig! Dit komt goed. Al zal het een verkorting van mijn leven zijn, het komt goed. Morgen beginnen ze terug om 8 u. Ik zet mijn wekker alvast op 8u30.