Categorie: kinderpret

  • Gesprekken op de achterbank

    Gesprekken op de achterbank

    Ze blijven bijzonder… Deze week pikte ik 2 pubers en een kakelnestje op na een dag speelpleinwerking. Op weg naar huis leerde ik weer wat bij.

    Even duiden: wij gaan graag naar de welness. De zonen hebben de eer en het genoegen om dit met hun moeder te doen. Puberdochter, ook gekend als Kwebbel, mag op haar vaders zenuwen werken in de sauna. Zo blijft iedereen relax ^^

    En toen hoorde ik het volgende:

    Kwebbel: ‘Mama, wanneer gaan wij eens naar de sauna?’

    Raketman: ‘Dat gaat niet, jij bent papa zijn kind!’

    Kwebbel: ‘Maar papa is defect (nvdr: ziek) dus dan moet mama wel met mij gaan hè!’

    _________________________________________

    Een tijdje geleden pikte ik diezelfde combinatie van kinderen op na een ander dagje speelpleinwerking. De pubers, volop bezig met hun imago enal:

    ‘Euh ja mama, wij hebben gezegd dat wij eigenlijk geen broer en zus zijn en dat wij andere ouders hebben. Mijn mama heet Katrien en zijn mama heet Annelies.’

    Dat vraagt toch wel om een zoete wraak in mijn hoofd. Dus ’s anderendaags pik ik mijn schatjes van pubers op en terwijl ik aangewandeld kom, roep ik luid genoeg de namen van mijn kinderen gevolgd door ‘JULLIE BIOLOGISCHE MOEDER IS HIER’. Zelden zoveel schaamte op een kindergezichtje gezien als toen 🙂

  • Red flag!

    Red flag!

    Gevaar betekent dat. Groot gevaar. Of in dit gezin: loempigheid. Maar om anderen te behoeden om dezelfde fouten te maken dacht ik… Ik maak een sensibilisatietekstje. Uit het leven gegrepen dus. Een must read voor ouders van pubers die het world wide web verkennen. En dat doen ze allemaal.

    Is de nieuwsgierigheid geprikkeld? Dan deel ik graag wat we met onze puber aan de hand hadden vorige week. Ze is alvast door de grond aan het zakken van schaamte ^^

    Sinds dit jaar circuleren hier in huis 3 extra laptops met dank aan minister Ben Weyts. Onze kinderen gaan met de laptop naar school omdat de minister gezegd heeft dat dat een strak plan is. De minister had misschien ook kunnen nadenken over hoe hij dit grootse project ging uitrollen. Hij had met zijn team kunnen nadenken over  wat die kinderen mogelijks met die laptop kunnen doen. Ongebreideld surfen bijvoorbeeld. Heel nuttig voor kinderen met een grote leerhonger zoals mijn exemplaren.

    Maar een gevaar voor onschuldige bloedjes van kinderen (*kuch*) die altijd klaar staan om een ander te helpen. Ook in de klas.

    Plots krijg ik op het werk een bericht van de puber in kwestie. Dat ze haar laptop moet gaan afgeven op het secretariaat omdat er virussen in geslopen zijn. Frons van mijn kant dus ik pols even hoe dat kan. Dat ze misschien wel wat ‘vage’ dingen opgezocht heeft… Dubbele frons in mijn rimpels dus ik vraag uitleg. En dan krijg ik een spraakbericht want da’s hip tegenwoordig. Echt, als je iemand iets wil vertellen, dan kan je toch gewoon bellen of is dat te simpel?

    ’s Avonds hebben we het dan in riel laajf over wat er nu eigenlijk gebeurd was met die laptop. Echt, ik verzin het niet.

    ‘Ja mama, de jongen die naast me zat in de klas wou iets weten maar hij durfde dat niet opzoeken dus heb ik dat voor hem gedaan.’

    – ‘Wat heb je dan precies opgezocht?’

    ‘2 dingen maar: Hoeveel kost een slaaf en hoeveel kost een huurmoordenaar?’

    Ik doe mijn best om rustig te blijven en vraag wat haar zoektocht opgeleverd heeft.

    ‘Ja awel, dat valt eigenlijk goed mee hoor mama. Een slaaf heb je al voor 90 dollar per maand en een huurmoordenaar dat begint vanaf 1500 euro. Da’s nog goed te doen hè?’

    Mijn hartslag is toch al wel gestegen ondertussen maar ik blijf uiterlijk rustig en beheerst:

    – ‘Dus je hebt dat opgezocht en geklikt op de links die je zoekresultaten opgeleverd hebben? Dan zal daar het virus mee binnen gekomen zijn. Nog effe ter info mijn kind: slavernij dat doen we hier in Europa officieel al een tijdje niet meer. Wat die huurmoordenaars betreft: kan je er niet eerst eens over praten vooraleer je iemand uit de weg laat ruimen?’

    Maar toen werd ik toch ook wel curieus… ‘En waar vind je die slaven dan?’

    Ah je kan die gaan halen in Syrië, Afghanistan, India en ze somde nog enkele landen op… Ze had duidelijk een grondige research gedaan voor haar klasgenoot.

    ‘Jamaar mama dat is wel allemaal kei-interessant hè! Ik wist dat allemaal niet en we gaan naar school om te leren dus ik heb toch niks verkeerd gedaan? Ik heb dat trouwens nog al eens opgezocht een tijdje geleden hoor.’

    Goh, buiten dat er naast uw naam een red flag staat bij de staatsveiligheid omdat je herhaaldelijk zoekt naar slaven en huurmoordenaars, dat je virussen heb binnen gehaald via het netwerk van de school en zo van die dingen heb je niks verkeerd gedaan nee.

    Case closed, tot ze nog eens het lumineuze idee krijgt om iemand te helpen 😉

     

  • Goedemorgen -morgen, goedendag

    Goedemorgen -morgen, goedendag

    Zondag 3 januari. De laatste dag van de kerstvakantie. Een zondag dus uitslaapdag. Zelf ben ik al even wakker en geniet ik vanuit mijn bed van de rust en de stilte in huis. Niet evident wanneer je een groot gezin hebt. De katten patrouilleren chagrijnig op de gang, wachtend op hun ontbijt. Buiten slaapt alles nog, zelfs de vogels geven geen kik. Onze 4 kinderen zijn nog in een diepe slaap verzonken…
    Yeah right. Onze driejarige slaapt wegens verbouwingen nog bij ons op de kamer. Rond 9u vond ze dat het welletjes geweest was. Muisstil kwam haar hoofd als een periscoop naar boven. Ze observeerde haar omgeving en zag dat ik wakker was. Normaal neemt ze dan haar bedknuffel en kruipt bij me om nog even te snoezelen.
    Vandaag niet. Ze scande De Wederhelft die naast me lag te slapen. Voorzichtig nam ze haar tut uit haar mond, zette zich goed recht in haar bed, mikte… en raakte doel! Haar tut gooide ze met een welgemikte worp vol op het hoofd van De Wederhelft.
    Hij schrok wakker, zij keek me gniffelend aan met een voldane blik. Mooie Meid heeft gevoel voor richting… Dat heeft ze niet van mij. Daarna kroop ze überschattig op ons bed om te komen knuffelen. Iemand wist dat het tijd was om goede punten te scoren 🙂

  • Recept: gevulde koekjes

    Recept: gevulde koekjes

    Ze zien er uit als zelfgemaakte BN-koekjes en ze zijn minstens even lekker! Heel leuk om samen met je kind te maken. Met dit reept heb je ongeveer 30 gevulde koekjes.

     

    Ingrediënten

    100 g boter (1 u op voorhand uit de koelkast halen)

    100 g suiker

    1 ei

    vanille-essence naar smaak

    230 g speltbloem

    frambozenconfituur of een andere confituur naar smaak

     

    Bereiding

    Meng de boter en de suiker in een mengkom tot een romige massa. Dit doe je best met een mixer. Breek het ei en voeg bij de boter en de suiker, samen met de vanille-essence.

    Meng tot je een gladde massa krijgt.

    Zeef de bloem boven je mengkom. Goed roeren tot je een zacht deeg hebt. Maak een balletje van het deeg.

    Wikkel dit in huishoudfolie en laat een uurtje opstijven in de koelkast.

    Bedek 2 bakplaten met bakpapier.

    Zet de oven alvast aan, 180° is perfect.

    Bestrooi een proper werkblad met bloem. Haal het deeg uit de koelkast en rol uit op dit bebloemde oppervlak. Het mag nog ongeveer 0,5 cm dik zijn.

    Neem een ronde steekvorm en steek rondjes uit het deeg. Als dit niet meer gaat, rol je het deeg terug tot een balletje en rol je het opnieuw uit met de deegrol. Gebruik tussendoor genoeg extra bloem, anders plakt het deeg aan je deegrol.

    In de helft van de uitgesneden rondjes maak je gezichtjes. Ideaal hiervoor:e een rietje. Prik met het rietje om de ogen te maken en snijd met een mes de vorm van een mond.

    Voor Halloween kan je variëren met gezichtsuitdrukkingen 😉

    Leg de koekjes op de bakplaat en schuif gedurende 10-15 minuten in de oven. Laat ze nadien afkoelen op een taartrooster.

    Besmeer de koekjes zonder gezicht met confituur. Leg er vervolgens de gezichtjes op en… Klaar!

  • Verwondering

    Verwondering

    Wanneer je zelf kinderen hebt, besef je pas wat je als volwassene allemaal verleert. Deze maand is voor veel kinderen een topmaand. Begin van de maand is de Sint in het land. Elke avond worden er talloze kinderschoentjes bij de schoorsteen gezet. Terwijl ze de rest van het jaar hun schoenen meteen moeten opruimen, mogen die nu gewoon binnen in huis staan. Wow! En dan vol spanning gaan slapen… En met een half oog zo lang mogelijk wakker proberen blijven om te horen of er een paard over het dak loopt om op magische wijze iets lekkers in die schoen te steken. ’s Morgens in bed liggen aftellen tot je mag opstaan en dan als een raket naar beneden schieten richting de schoen!

    Hetzelfde op school, in zo ongeveer elke winkel die iets verkoopt wat met kinderen te maken heeft, bij de hobby’s, soms ook bij familie en God weet waar nog allemaal. Overal loopt die Sint rond en telkens heeft hij iets lekkers bij. Met een klein hartje bestuderen we die brave man vanop een veilige afstand. Of vanachter mama’s been. Aarzelend schuifelen we dichterbij. No way dat ik bij die gekke figuur op schoot ga zitten. Of toch? Moet ik die echt een handje geven? En wat moet ik daar tegen zeggen? Kriebels in de buik!

    Oh en dan is er eindelijk de grote dag: 6 december! De afrekening!!!!  Was onze braafheidsbarometer in orde? Liggen er cadeautjes? Oeoeoeoe zou er ook chocolade bij zijn? Heeft de Sint onze brief wel goed gelezen toen hij besliste welke pakjes hier door de schoorsteen gesmeten werden? En hoe kan het toch dat we daar weeral helemaal niks van gemerkt hebben?

    Alle spanning en verbazing is nog niet verteerd of we starten met de advent. Jeuj, we hebben een adventskalender met chocolade. Elke dag een vakje open doen en kijken welk figuurtje er in zit! En elke dag tellen hoeveel cadeautjes er onder de kerstboom liggen! Stiekem eens met de pakjes schudden om te raden wat er in zou kunnen zitten en voor wie. Weer een moment om intens naartoe te leven. Om ’s nachts in bed over te liggen denken en de kriebels in de buik te krijgen.

    En zo gaat het maar door. Kinderen beleven veel dingen die wij normaal vinden heel anders. Intenser? Ze kijken uit naar een uitstapje, voelen de spanning als het moment daar is, zijn verwonderd over grote en kleine dingen. En wij vinden dat als ouders geweldig. Maar eigenlijk is het ook confronterend. Want al die dingen waar wij vroeger hetzelfde bij voelden, zijn we doorheen de jaren als normaal gaan beschouwen.

    Je voelt geen kriebels meer terwijl je naar het Sportpaleis rijdt voor een optreden. Je ligt niet wakker de nacht voor het kerstfeest, jezelf afvragend wat je gaat eten, welke spelletjes je gaat spelen en welke cadeautjes je gaat krijgen. Alles wordt normaal. Egaal. Het aanstekelijke enthousiasme, de tonnen energie die moeten kunnen ontladen, de kriebels in de buik… Het egaliseert allemaal. Af en toe is er nog eens een piek. Maar als we eerlijk zijn: hoe vaak in een jaar hebben we dat heerlijke gevoel van onze kinderen als ze ergens naar uitkijken? Hoe vaak zijn we nog over iets (positiefs) verwonderd?

    Hoe vaak voelen we ons zoals een kleuter die voor het eerst de Sint ziet? Eentje om over na te denken, ’t is nu toch de tijd van de goede voornemens 😉

  • Het kleuterbrein

    Het kleuterbrein

    Tijdens mijn opleiding vond ik het vak ontwikkelingspsychologie best interessant. 4 kinderen later heb ik al heel wat empirisch onderzoek kunnen doen. Onze uitsmijter is nu 2,5 jaar en gaat sinds 1 september naar school. Uit het oog is bij haar nog altijd uit het hart. Dat uit zich vooral tijdens het verstoppertje spelen. Dat gaat bij Mooie Meid nog volgens het heerlijke principe ‘als ik jou niet kan zien dan zie jij mij niet’. Dus als ze me hoort naderen doet ze gauw haar handjes voor haar gezicht waarop ik heel het huis van zolder tot kelder onderzoek om mijn dochter te vinden.

    Vandaag besloot ik de rollen eens om te draaien om te zien hoe ze zou reageren. Ik liep naar de zetel, ze volgde me. We ravotten wat en plots ga ik op mijn buik liggen met mijn gezicht in mijn handen. Ze zit op mijn rug en kijkt verward. Tijd voor een tip… ‘Mama is verstooohooopt.’

    ‘Oooooo, mama topt!’ En weg is ze. Heel de benedenverdieping wordt geswiped. Kasten worden open getrokken, deuren vliegen open telkens met op een spooky toontje ‘Waaa pèn jijjjjjjjjjjj?’

    In de keuken zijn papa, broers en zus aan het rommelen. Ze vragen haar of ze iets kwijt is. ‘Ja, mama is topt!’ Stilaan begint ze zich echt zorgen te maken.

    Dan komt ze terug naar de living gelopen waar ik nog altijd verstopt ben. Gedempt zeg ik haar naam. Ze komt naar me toe gelopen maar heeft me nog steeds niet gevonden. Als ik me recht zet en haar heel enthousiast op pak, geeft ze me die dolverliefde blik en schaterlach die je alleen van een kleuter kan krijgen 🙂

  • De pijngrens van de man

    De pijngrens van de man

    Men heeft er al wetenschappelijk onderzoek naar gedaan om te achterhalen of mannen en vrouwen een verschillende pijngrens hebben. Vandaag deed ik een empirisch onderzoek en mijn conclusie is: ja! De zoon mocht naar de tandarts voor een kleine ingreep. Echt iets banaals. Ter plaatse oordeelde de tandarts dat het beter was om ineens 2 losse melktanden te verwijderen. Als verantwoordelijke moeder negeerde ik de priemende blik van de zoon en gaf toestemming. Ter compensatie voor wat in zijn ogen hoogverraad was, mocht hij in mijn hand knijpen als het pijn deed.

    Zoonlief kreeg eerst een voorverdoving, een soort gel die ze op het tandvlees smeren, om de injectie van de eigenlijke verdoving pijnvrij te maken. Toen ik zijn leeftijd had, deden ze dat precies nog niet. Ze knalden die naald in je bek en begonnen aan het grote werk. Soit, nadien volgde het prikje, de tanden werden verwijderd en hier en daar werd een lapje tandvlees weggesneden. Het bloedde wat maar da’s normaal. Mijn 4 vingerkootjes werden ondertussen samengeknepen tot 1 ultravingerkootje.

    Zoals het hoort gaf ik hem op weg naar de kassa een compliment omdat hij zich zo goed gedroeg. En toen volgde het relaas van een bijna-dood-ervaring…

    ‘Mama, da’s ni normaal die verdoving! Plots zag ik een héél fel wit licht en werd ik misselijk dus ik ga nu meteen naar het toilet!’ Dat bracht zijn geest helemaal terug naar de wereld van de levenden want het eerste wat ik daarna hoorde was: ‘Ik heb honger!!!!!’

    Pubers… Stoere praat, grote bek maar als het er op aankomt zooooo een klein hartje 😉

    dav
  • Adenotonsillectomie

    Adenotonsillectomie

    Wasdatte? Een groot onderhoud in de neus-keel-oorregionen. Onze flinke peuter van 18 maanden kent het nu ook. Afgelopen week ging ze naar de dagkliniek om voor de 3e keer buisjes in haar oren te laten plaatsen en ineens werden de neuspoliepen en haar amandelen verwijderd. Volgens de kinderarts doen ze dit laatste normaal pas vanaf de leeftijd van 2 jaar maar voor Mooie Meid werd een uitzondering gemaakt en daar zijn we niet rouwig om.

    Bij haar waren de amandelen van nature zodanig groot dat ze voor de nodige hinder zorgden. Slikproblemen met daardoor verminderde eetlust en gewichtsverlies is er eentje van. Als je baby slank gebouwd is, is het niet tof om ze op korte tijd verder te zien vermageren terwijl ze wel honger heeft maar gewoon niet fatsoenlijk kan eten of drinken. Gelukkig is ze haar best blijven doen maar de afgelopen weken ging het toch wel achteruit op dat vlak. Als we de groeicurven bekijken, is ze op een goeie 2 maanden toch behoorlijk gezakt met haar grafiek. Nu bengelt ze ergens onderaan wat de statistieken betreft.

    Wat op mij het meest doorwoog, waren de slaapapneus. Elke nacht opnieuw lag ik met een klein hartje te luisteren hoe ze sliep, snurkte, stopte met ademen, wakker schrok, terug probeerde in te slapen en dat maal héél veel keer op een nacht. Zowel zij als wij waren stilaan oververmoeid. Onze peuter had continu last met ademen. We hoorden altijd waar ze zich bevond door haar ademhaling.

    De ingreep verliep vlot, ons juffrouwtje had weinig last van de narcose. Helaas bracht ze een infectie mee. Dus ’s anderendaags zaten we al bij de huisarts. Dankzij een antibioticakuur is het ergste leed ondertussen geleden. Nu is het voor ons wennen. Mooie Meid eet bijna weer als vanouds en geniet daar nu ook duidelijk van. Je zou voor minder als je hoofdzakelijk ijsjes en puddinkjes geserveerd krijgt.

    Maar bovenal luisteren we nu vaak naar de stilte. We moeten er nog aan wennen hoe stil ze nu slaapt. We moeten leren dat het ok is dat we haar niet horen slapen. Vaak lig ik ’s nachts nog te luisteren. We merken dat ze nu beter uitgerust is overdag, dat ze meer energie heeft en actiever speelt. Ze gaat niet meer te pas en te onpas op de grond liggen om te rusten als ze moe wordt. En ze heeft ’s nachts haar tutje veel minder nodig dan voorheen. Ze kan nu actief zijn met haar mondje dicht, terwijl ze rustig door haar neus ademt. Heel normaal zou je denken, voor ons is het wennen om dat te zien.

     

    https://neus-keel-oor.be/nl/nko/kinder_nko/behandelingen/adenotonsillectomie_kind/

    I make this look good!

     

  • Kotleven

    De kroost des huizes denkt vooruit. De 2 oudsten van het nest toch. Onlangs ging het gesprek aan tafel over school, studeren na het middelbaar, welke job je met welk diploma kan doen, enz. Zoals gewoonlijk hoor ik dan enkele dagen niks en komen nadien plots duizend vragen.

    Het begon met de oudste, hij werd deze week 11 en zit in het vijfde leerjaar:

    ‘Mama, ik weet wat ik wil gaan doen. Eerst ga ik Latijn-Grieks doen en dan studeer ik voor Burgerlijk Ingenieur. Kan je dat ook in het middelbaar leren?’

    – ‘Nee jongen, dat is voor na het middelbaar. Hoe ben je daar op gekomen?’ Leek me een goede vraag want meestal willen ze op die leeftijd brandweerman of politie-agent worden.

    ‘Ah, dan kan ik daarna bij Deloitte gaan werken en zaken doen vanuit het vliegtuig en vanalles regelen en zo.’

    Blijkbaar werd hij geïnspireerd door de papa van zijn vriend. Hij kreeg van ons de goede raad om eens met die papa te babbelen om een beter beeld te krijgen van wat er allemaal bij komt kijken. En die man heeft dat goed ter harte genomen want onze zoon houdt vast aan zijn voornemen. Waarvoor dank, papa van x 🙂

     

    Wat later volgde de dochter, 9 jaar en leerling van het vierde leerjaar:

    ‘Mama, ik wil later niet op kot gaan.’

    – ‘Waarom niet? Da’s best wel tof hoor.’ *herinneringen zoeven door mijn hoofd*

    ‘Omdat we dan alleen op ons kot zitten en eenzaam zijn.’

    *Ik bijt een stuk van mijn tong af om niet honderduit over mijn niet-eenzame kotleven te beginnen ratelen*

    – ‘Weet je wat? Als jullie alle 3 in dezelfde buurt gaan verder studeren, dan huren we gewoon een appartement en kunnen jullie daar samen op kot gaan. Dan ben je niet eenzaam.’

    -‘Da’s goed, maar dat gaat ook niet hè.’

    -‘Waarom niet?’

    ‘Jah mama… We komen nu al niet overeen. Wat gaat dat dan zijn als we moeten gaan afspreken wie de boodschappen moet doen, wie opruimt, wie eten maakt, enz.?’

    Dat was de perfecte voorzet om een opvoedkundig gesprek met de kroost aan te gaan over samenwerken, afspraken maken, opgroeien, …

    Ik denk dat ik dit tekstje over een jaar of 10 eens onder hun neus ga duwen 🙂

     

  • De eerste woordjes

    De eerste woordjes

    Vandaag was er die ene mijlpaal waar je als ouder van een baby maandenlang naar uitkijkt: de eerste woordjes van Mooie Meid. Maandenlang hebben we met haar zitten oefenen, tot vervelens toe. ‘Ma-ma’, ‘pa-pa’. In alle mogelijke intonaties. En telkens keek ze überschattig en speelde met wat haar pad op dat moment kruiste. Maandenlang wezen we als debielen onszelf aan terwijl we ‘ma-ma’, ‘pa-pa’ zeiden. Vijfhonderdachtenzestig keer vroegen we ‘Waar is mama, waar is papa?’ in de hoop dat minstens één keer haar vingertje naar ons zou wijzen. Dat ze iets zou prevelen dat leek op ‘mama of ‘papa’. Niet één keer boekten we succes.

    Mààr als we vroegen: ‘Waar is de poes?’ Dan vlamden haar oogjes naar de kattenkrabpaal. Bij afwezigheid van een kattenbeest aldaar, vloog haar blik naar de veranda waar onze kater geregeld in zijn kartonnen doos ligt te slapen. Als ook daar geen vierpotige pluizenbol te bekennen was, imiteerde ze ons geluidje waarmee wij de katten roepen. Dierenvrienden als we zijn, leerden we Mooie Meid vanaf het prille begin dat ze zachtjes moet doen met de poes. Aaien mag. Aan de staart of snorharen trekken niet. Vrij snel was ze daarmee weg. Dat maakt dat de kat haar redelijk snel tolereerde in zijn omgeving. Naar haar gevoel zijn ze dikke vrienden. Elke dag als hij vanboven in zijn krabpaal ligt te slapen, moet mevrouw naar de kat gedragen worden om even dag te zeggen. Als zij in haar eetstoel mee aan tafel zit, zit de kat als een schaduw naast haar voor het geval er iets lekkers naar beneden zou dwarrelen.

    Vandaag lag Gonzo, onze tienjarige kater, te filosoferen in de zetel. Mooie Meid zat bij mij. Ze kreeg het beest in de mot en schuifelde er naartoe. Ons veertienmaandertje is aan het leren stappen maar ze is nog niet elke keer zelfzeker genoeg om het zonder steun te doen. Dus waggelde ze langs de zetel naar de kat, keek hem aan, streelde hem en zei ‘aai’. ZE ZEI ‘AAI’! Niks ‘mama, niks ‘papa, maar ‘aai’. En de kat keek ons zelfgenoegzaam aan…

    4 kinderen heb ik. 3 keer verliepen die eerste woordjes volgens de boekjes. Ze begonnen met ‘mama’, vrij snel volgde ‘papa en daarna kwam ‘poe’ waarmee ze de kat bedoelden. En dan zet je zoveel jaar later een uitsmijtertje op de wereld die eens goed contrair doet en heel weinig volgens de boekjes doet. Gelukkig is ze de liefste en slimste baby ter wereld, dat compenseert één en ander 🙂