Categorie: psycho

  • Mijn vriend verdriet

    Mijn vriend verdriet

    Na jaren heb ik nog eens geprobeerd een gedichtje neer te pennen. Soms heeft het iets therapeutisch. ’t Is niet geweldig maar misschien heeft iemand er iets aan. Dus gooi ik het maar op tinternet…

    Het gaat over onze angst voor verdriet. We duwen het weg en als het er is dan vechten we er tegen. We willen het niet, vinden er niks goeds aan.

    Maar eigenlijk hoort verdriet gewoon bij ons leven. In al zijn vormen en intensiteiten. Hoe kan je waarderen wie je bent en wat je hebt als je nooit ervaart hoe het kan zijn als je gelukjes voor je neus  weggemaaid worden?

    Hier komt ie dan…

     

    Mijn vriend verdriet

    Aankloppen doet hij niet

    Geen deur of muur houdt hem tegen

    Geen hagel, wind, sneeuw of regen

     

    Ijskoud kan hij zijn, bijzonder kil

    Triest omdat niemand hem wil

    Ik leerde hem te omarmen

    Me aan zijn kilte te verwarmen

    Want hoe hard en rauw hij ook kan zijn

    Hij brengt niet enkel pijn

     

    Als hij komt heeft hij altijd een koffertje mee

    Met daarin een doosje of twee

    Dan knielt hij naast me en houdt zich stil

    Wacht tot ik hem omarmen wil

     

    Soms blijft hij een uur, soms een week

    Rustig wacht hij tot ik hem smeek

    Om te gaan zo ver als kan, het liefst voor lang

    Zijn doosje troost houdt hij teder naast mijn wang

     

    Want mijn vriend verdriet wil voor me zorgen

    Niet alleen vandaag maar ook morgen

    Hij leert me plaatsen en beleven

    Hij leert me om mezelf geven

     

    Ook al maakt hij veel stuk

    Zonder verdriet is er geen geluk

    Dus als hij passeert, laat hem binnen

    Je hart kan er alleen maar bij winnen

    Kleine gelukjes worden groot

    Nadat mijn vriend verdriet ze in zijn armen sloot.

  • Kattenbelletje

    Kattenbelletje

    Hey bomma, bomsie, kungfubomsie,

    Sinds corona je wegnam, neem je de telefoon niet meer op dus schrijf ik je een verjaardagsbrief. Hoe gaat het met jou? Amuseer je je daarboven wat? Zet je het kot niet te vaak op stelten? De rijstpap nog niet beu gegeten met je gouden lepeltje?

    Ik kom jou en bompa af en toe nog bezoeken, weet je dat? Ook al is er geen graf, zelfs geen gedenksteen. Ik weet nog precies waar jullie assen uitgestrooid werden. Daar ga ik dan telkens even gehurkt zitten voor een babbeltje.

    Je weet dat je altijd bij me bent maar sinds kort nog net iets meer dan anders. Mijn puberende dochter wilde haarlak om haar blonde lokken wat in bedwang te houden. Zo gezegd, zo gedaan, ik kocht haarlak voor haar… En gebruikte die zaterdag stiekem zelf toen ik ’s avonds naar een etentje ging. In de badkamer sprayde ik er op los, denkend dat ik nu eindelijk eens met het kapsel van een filmster zou buiten komen.

    Iets overviel me waar ik de vinger niet op kon leggen. Ja, ’t was goeie haarlak en oh die rook eigenlijk wel lekker. Pas toen ik weer beneden kwam, sloeg het besef me vol in mijn gezicht. Ik kocht jouw haarlak. De geur katapulteerde me terug naar de jaren ’80 en ’90. De gouden bus die vroeger op je ladenkast bij de spiegel op je slaapkamer stond te blinken. De gouden bus die ik vroeger stiekem zelf gebruikte wanneer ik weer eens mocht komen logeren. De geur die ik rook als ik naast je zat in de kerk of in de kapel van het militair domein. Of als ik je tegen kwam op de markt. Toen je ons feliciteerde met ons huwelijk. Toen je me in de kraamkliniek kwam bezoeken en je achterkleinzoon in je armen nam. In zoveel kleine dagdagelijkse gebeurtenissen was die geur er telkens bij.

    Eerst deed het pijn, maar al snel kon ik niet anders dan glimlachen. Want nu was je echt bij mij, ik kon je ruiken. In de auto, in het restaurant, later thuis in de zetel. Heel de tijd hing je rond mijn hoofd. Bij elke beweging die ik maakte, ademde ik heel goed in en dacht aan jou. En dat allemaal dankzij een onnozele bus haarlak. Er stonden misschien 20 verschillende soorten haarlak in de winkel, maar onbewust kocht ik net die bus en geen andere.

    We vergeten je hier niet bomma, nu niet en nooit niet. En met plezier gebruik ik nu wat vaker haarlak…

    Verjaar gelukkig, vier’em goed. Dat doen wij hier ook. Met een pateeke. En braaf zijn daarboven hè, dat we geen klachten horen!

  • Verjaren in Coronatijden

    Gisteren kwam er weer een jaartje bij op mijn teller. Alweer een jaar ouder maar vooral ook wijzer. Voor een blondje is dat mooi meegenomen. De ganse dag werd ik overspoeld door wensen. Indrukwekkend, het geeft een mens een warm gevoel. Het gevoel dat je wel iets waard bent, dat je wel degelijk vrienden hebt, dat we nog wel in een warme samenleving leven. Het deed me superveel deugd. Nog steeds want terwijl ik dit schrijf, ben ik nog aan het nagenieten. Daarom: dank je aan iedereen die gisteren aan me dacht, echt waar.

    Toch had ik de ganse dag een dubbel gevoel. Het bleef tegen beter weten in wachten op de wensen die niet meer zouden komen. Elk jaar op 16 oktober belde mijn oma me tussen 19u en 19u30 om me een gelukkige verjaardag te wensen. Meestal waren dat korte telefoontjes omdat we rond dat tijdstip bezig waren onze kroost klaar te krijgen voor bad en bed. Dit jaar bleef het stil. Voor het eerst kwam er geen telefoontje van haar. De ganse dag heb ik aan haar gedacht.

    Je kan dan zeggen: ‘Maar ze is toch al een half jaar geleden overleden, dan zou je daar toch al moeten over zijn?’ Neen, zo werkt het niet. Er staat geen einddatum op rouwen. De ene dag gaat het goed, de andere dag slaat het je ongemeen hard in je gezicht. En dat kan soms door de kleinste dingen zijn. Een geur, een flard van een herinnering die door je hoofd schiet, iets wat je kinderen zeggen en dat je met haar wil delen. Dan besef je weer: ze is er niet meer, ze zal er nooit meer zijn. En dan komt ook het schuldgevoel: had ik nog maar dit voor haar gedaan, had ik maar wat vaker op bezoek gegaan, had ik maar dit of dat. Ook de frustratie om hoe ze haar laatste dagen, na haar positieve Covid19 – test, moest beleven. Helemaal alleen in een ziekenhuiskamer, goed wetende dat ze er waarschijnlijk niet meer levend uit zou komen. Want dat wist ze, dat was het eerste wat ze me zei toen ik haar belde na haar opname. Helemaal alleen lag ze te wachten op de dood. Afscheid nemen was moeilijk, ook na haar overlijden.

    En we zijn niet alleen hè. Meer dan 10.000 coronadoden staan er inmiddels op de teller. Meer dan 10.000 keer zorgt dat voor gans verstoorde rouwprocessen. En het voedt alleen maar mijn frustratie ten aanzien van de non-believers, de mensen die zich verzetten tegen de maatregelen. Ik kan alleen maar vragen om ze toch na te leven. Niet per se voor jezelf, maar minstens voor de risicogroepen in je omgeving.

    Voor alle duidelijkheid: gisteren was een leuke dag voor me en ik heb er van genoten. Met mijn gezin in mijn bubbel. Met kleine en grote verwennerijtjes voor mezelf. Volgend jaar, als ik 40 word, kan het wel wat lastiger zijn 😉

  • De lifechanger: het sarcoom

    De lifechanger: het sarcoom

    4 maanden geleden viel de hemel op ons hoofd toen De Wederhelft een gezwel in zijn bovenbeen bleek te hebben. We vernamen van de prof dat het ging om een liposarcoom. Het was hem dus in het vetweefsel te doen.

    Behandeling

    Anderhalve maand na de diagnose startte de radiotherapie. 5 dagen per week reed De Wederhelft naar Gasthuisberg om zijn been te laten bestralen. In de loop van die periode kreeg hij wel een dagje vrij zodat hij bij me was toen ons vierde kindje geboren werd. Na de bestralingen was er een periode van relatieve rust. De bestraalde huid kon zo wat op adem komen. De bestraling werkte in die periode nog wel verder. Zo werd de tumor een beetje kleiner. In ons hoofd nam de stress verder toe.

    Dan volgde een consultatie om de operatie te bespreken. Anderhalve week later lag De Wederhelft 5 à 6 uren op tafel om de inmiddels dode tumor te laten verwijderen. Da’s gelukkig allemaal goed verlopen. 800 gram kanker ligt te rotten in de vuilbak. Er wacht een revalidatie van enkele maanden en dan kunnen we dit hele avontuur achter ons laten.

    Et alors?

    Het leven gaat voort. Kerstmis was door de diagnose de geboorte van ons nieuwe leven. Het is zoals men zegt: je hebt een leven voor kanker en een leven na kanker. Met Pasen vieren we de verrijzenis van een ijzersterke pas geopereerde Wederhelft. Hij verdient een vuistje voor wat hij presteerde. Tijdens de bestralingen bleef hij aan het werk en runde de huishoudelijke ochtend- en avondspits met 3 kinderen. Dat terwijl hij ’s nachts ook wakker werd wanneer onze newborn een hongertje had.

    Als partner is het frustrerend dat je soms alleen maar vanaf de zijlijn kan toekijken. Je bent er om steun te bieden en te helpen waar mogelijk maar je hebt geen idee wat er in dat lichaam allemaal gebeurt. Het is moeilijk om je echtgenoot, je geliefde, zo kwetsbaar te zien. Soms wil je duizend dingen doen en weet je dat het niks uithaalt. Je moet afwachten en hopen dat het goed komt. Het doet pijn om te zien dat de baby des huizes vervreemd is van papa nu hij in het ziekenhuis verblijft. Maar ook dat komt goed.

    Ik prijs me gelukkig met ons gezin. We werden wat de kanker betreft voor een voldongen feit gesteld maar we hebben laten zien dat met dit team, met deze clan, niet te sollen valt. De kinderen helpen in het huishouden en zorgen voor troost en afleiding. Baby is ons zonnetje in huis, ze tovert een lach op ieders gezicht met haar fratsen. Vrienden, familie en kennissen hebben ons hier mee door gesleurd op moeilijke momenten. Samen zijn we altijd positief gebleven, hoe moeilijk het soms ook was. Ook al zijn we er nog niet, we weten dat het einde van deze beproeving in zicht is. We duimen dat de kanker voor altijd weg zal blijven. En we leven, 200% intens en genietend van elk moment.

  • Laat een kind toch kind zijn!

    Dat denken we vaak als we met een kritische blik naar onze prestatiemaatschappij kijken. Maar zijn er ook kinderen die anders durven en mogen zijn. Sinds enkele decennia (wat voel ik me oud als ik dit schrijf), verdiep ik me in hoogsensitiviteit. Enkele jaren geleden breidde mijn studiegebied zich noodgedwongen uit tot hoogbegaafdheid.

    Als beiden in 1 kind verwerkt werden, heb je een specialleke waar onze maatschappij zich soms geen weg mee weet. Helaas rust op dit thema nog steeds een taboe. We hebben vanaf de zijlijn allemaal een bigbag vol tips voor ouders met kinderen die een autismespectrumstoornis hebben. We pretenderen allemaal een kind met ADHD wel in het gareel te kunnen laten lopen. Hoe vaak hoor je een ouder niet tegen iemand zeggen: ‘Dat moest die van mij eens zijn, hij/zij zou het wel weten.’ of ‘Bij mij zou dat niet pakken hoor.’ En zo kennen we allemaal wel enkele dooddoeners waar pedagogisch onderlegde ouders grijze haren van krijgen.

    Weg met de stempels

    Wel, bij gevoelige en clevere kinderen (ik heb het zo niet voor stempeltjes) is dat niet anders. Er bestaan kinderen die je niet straft met vakantieblaadjes. Er zijn kinderen die wel graag mee naar het journaal kijken mits wat duiding van mama of papa. Er zijn kinderen die kind zijn op hun eigen manier. Niet beter, niet slechter, maar anders. Elders in deze blog vind je enkele voorbeelden die illustreren wat ik bedoel met anders. Deze kinderen willen zich ook gewaardeerd en begrepen voelen. Neem hen ernstig. Als je dat niet doet, dreigen ze psychisch schade te lijden. Onbezorgd spelen doen ze heus wel. Maar nadenken en zich inleven des te meer. Dag en nacht. Op elke leeftijd.

    Voorbeelden

    Als mijn zoon van 9 me tijdens het eten vraagt: ‘Mama, wat is de zin van het leven als je toch moet sterven?’ dan voer ik daar met hem een ernstig gesprek over. Toen diezelfde zoon nog een kleuter was, stelde hij deze vraag ook. We kochten toen samen een boekje over rouw bij kinderen, ook al was er toen in onze directe omgeving geen sterfgeval. Het maakte één en ander wat beter bespreekbaar op die leeftijd.

    Als mijn kind over mijn zwangere buik wrijft en zegt: ‘Mama, ik vind het zo erg dat je niet goed kan eten omdat er een baby in je buik zit’ dan meent hij dat ook. Als hij als zesjarige ’s morgens uit bed komt halen ‘want kom eens kijken hoe mooi die bloemetjes vandaag open staan mama en gisteren waren ze nog helemaal dicht’ dan ben ik niet boos omdat ik eigenlijk nog wat rustig wilde wakker worden. Als hij op zijn 9 jaar zegt: ‘Mama, weet je nog die ene keer dat ik zo hard gevallen was en schreeuwde van de pijn toen jullie mijn been verzorgden?’ dan erken ik dat, wetende dat dat pijntje dateert van zijn derde levensjaar.

    Tip

    Handleidingen voor het ‘omgaan met…’ bestaan er niet. ’t Is vooral trial and error. Maatwerk. Met het nieuwe schooljaar voor de deur, wordt het weer tijd om een actieplan uit te werken. Voor school, voor hobby’s, voor als de baby geboren wordt en het hele gezinsleven op stelten zet. En voorts kan je vooral nog je vingers kruisen en hopen dat je het iet of wat goed aanpakt. Omdat je weet dat je ook maar een mens bent en dat je ook missers maakt.

  • Zet je een studentenjob op je cv?

    Natuurlijk! Volgens een onderzoek van de UGent ben je als werkzoekende soms slechter af als je je studentenjobs op je cv vermeldt. Lees er hier meer over. Ik begrijp die onderzoekers hun conclusies eigenlijk niet goed.

     

    Volgens de onderzoekers kunnen twee economische theorieën de resultaten verklaren.

    “Enerzijds kan het uitoefenen van studentenarbeid zowel een positieve als een negatieve invloed hebben op het menselijk kapitaal van jobkandidaten. Tijd spenderen als jobstudent kan nuttige (hard en soft) skills opleveren, maar kan tegelijk ook een drempel zijn om het maximum uit de studies te halen”, aldus Stijn Baert van de UGent.

    “Anderzijds kunnen werkgevers studentenarbeid (mis)interpreteren als een signaal voor kenmerken die op basis van een schriftelijke sollicitatie onbekend zijn: werkgerichtheid en werkijver enerzijds en een desinteresse in de studies en lagere sociaal-economische afkomst anderzijds.”

    “Op basis van ons onderzoek is het duidelijk dat de positieve (werkijver, juiste vaardigheden, …) en negatieve aspecten (desinteresse in de studies, lagere sociaal-economische afkomst, …) van studentenarbeid elkaar in het begin van het sollicitatieproces globaal in evenwicht houden. Voor sommige beroepen nemen de negatieve aspecten blijkbaar wel de bovenhand.”

     

    Desinteresse in de studies

    Mag ik als simpele ziel zeggen dat dit quatsch is? Er zijn verschillende categorieën van jobstudenten: zij die vakantiewerk doen omdat het moet van de ouders, zij die noodgedwongen bijverdienen om hun studies te kunnen betalen, zij die werkervaring willen opdoen in hun studiegebied, … Ik ken geen enkele student die vakantiewerk gaat doen om niet te hoeven blokken voor zijn examens. Werken doe je op die leeftijd niet zo gauw voor je plezier. Neen, je wil sparen of schulden vermijden, je denkt vooruit en beseft dat je zonder geld weinig kan doen in het leven, je wil netwerken, je wil iets betekenen. Stellen dat studentenwerk een desinteresse in de studies aantoont, is hetzelfde als zeggen dat de zon schijnt omdat de evenaar door Dumbo zijn achterwerk loopt. Causaal verband: nul.

    Als ik op mijn eigen studentenjobs terug kijk, kan ik zelfs zeggen dat ze me hielpen in mijn studies. De mens en de maatschappij waren 3 jaar lang mijn studieobject tijdens de opleiding maatschappelijk werk (optie personeelswerk voor de volledigheid). Waar kan je dat beter observeren dan in een winkel en in de horeca?  Elk weekend opnieuw kon ik de theorie toetsen aan de praktijk, met anderen discussiëren over theorie X of Y. In het zesde middelbaar moest ik een eindwerk maken voor psychologie. Ik scoorde 80%. Alle info die ik nodig had kreeg ik via mijn studentenjob. Het bespaarde me opzoekingswerk wat me meer tijd gaf om een inhoudelijk sterk dossier neer te zetten als bleuke van 17 jaar. Nog groen achter mijn oren enal. Thuis was ook geen internet voorhanden en over mijn onderwerp bestond weinig literatuur in de bib. Ik ben nog steeds die mensen dankbaar die me aan relevante informatie hielpen. Bij het lezen van mijn werkje werden nogal wenkbrauwen gefronst, het ging de leraarskamer rond en werd gretig gelezen. In de jaren ’90 waren erectiestoornissen nog een groot taboe in een katholieke school.  Well, somebody had to be the first one 😉

    Sociaal-economische afkomst

    Nog zo een dijenkletser: studentenarbeid wijst op een lage sociaal-economische afkomst? Excuse me? Hebben de heren en dames onderzoekers een keertje de profielen gecheckt van jobstudenten over gans Vlaanderen? Ook kinderen van ‘de middenklasse’ steken de handen uit de mouwen. Ze doen het misschien met een ander doel dan de jongeren uit die zogenaamde lage sociaal-economische laag van de bevolking (definitie?) maar ze doen het wel. De ene spaart voor Werchter of een reisje naar Ibiza, de ander spaart voor het inschrijvingsgeld aan de unief of voor kledij.

    Dus?

    Voor de volledigheid: ik ben niet afkomstig van de bourgeoisie en volgens dit onderzoek vertoonde ik vanaf mijn 12 jaar een desinteresse in mijn studies (ja, in de jaren ’90 kon je toen nog ergens achter hoek en kant een centje bijverdienen onder de minimumleeftijd). Hoe komt het dan dat ik telkens afstudeerde met onderscheiding en daags na mijn studies al aan het werk was tot op heden zonder ook maar 1 dag werkloos te zijn? Terwijl ik voltijds werkte, volgde ik na mijn bachelor nog een opleiding die gelijkgesteld wordt met iets graduaatsachtigs en enkele jaren (en kinderen) later volgde ik dan nog eens een jaar avondonderwijs.

    Waarom schrijf ik dit allemaal? Omdat ik niet de enige ben. Veel jongeren en volwassenen combineren hun studies met weekendwerk, vakantiewerk, vrijwilligerswerk, … Dat vormt hen net tot wie ze zijn. Het helpt hen hun competenties te ontwikkelen. Competenties waar ze later in een werkomgeving op beoordeeld worden. Op dat moment plukt een werkgever de vruchten van de inzet van die jongeren. Geef hen dus niet het etiket van marginale luiaard (jaja, ’t is wat cru, ik weet het). Geef hen kansen en waardeer hen omwille van hun werkgoesting en engagement. Zij hoeven niet achtergesteld te worden tijdens selecties omdat ze godbetert geleerd hebben om te werken voor hun centen.

     

  • Existentialisme voor en door kinderen

    Mijn zoon van 7 heeft een talent. Op de meest onverwachte momenten overvalt hij me met existentiële vragen en dilemma’s. Hij verwacht op dat moment ook dat ik een bevredigend antwoord uit mijn mouw schud alsof het niks is. Vanavond kwam hij weer snikkend op zijn sokken naar beneden terwijl hij eigenlijk al lang in dromenland moest zijn.

    ‘Mama, ik weet niet wie ik ben. Ik weet niet of het wel echt is dat ik hier nu ben. En ik ben bang dat als er iemand oud is in onze familie, dat die dan dood gaat. Of dat jullie dood gaan want wie gaat mij dan komen wassen? Ik wil niet dood gaan mama!’

    Daar zit je dan, van je sokken geblazen met een huilend kind op schoot. Op zulke momenten komt de moeder/maatschappelijk werker in mij naar boven. Ik neem zijn vragen altijd ernstig en stuur hem niet met een sussend aaitje over zijn bolletje terug naar bed. Ook al was het véél te laat voor hem om nog wakker te zijn.

    Samen praatten we over oude mensen, over de dood, over het hier en nu. Dat het oké is om na te denken over de dood want iedereen doet dat wel eens. Maar niemand kan vertellen hoe dat is of wanneer je zal sterven. Dat het geen zin heeft om je hele leven bang te zijn voor de dood omdat je dan niet gelukkig kan zijn. En jonge, gezonde kindjes sterven normaalgezien niet. Mama en papa zullen er ook nog een hele tijd zijn. Niets wijst er op dat iemand in dit gezin het loodje zal leggen, gelukkig maar!

    Voor mezelf noteer ik dat ik zijn boek over rouwverwerking nog eens uit de kast haal. We lezen daar dan samen in en ontdekken hoe andere kinderen en andere culturen omgaan met leven en dood. Kenny Knuffelmonster was na ons gesprek afleidingsmanoeuvre van dienst. Zoonlief ligt nu vredig te slapen en in mijn hoofd blijft het maar malen… Het lot van een betrokken moeder. En hoe een hoogsensitief kind een verrijking van je leven kan zijn. Ik hoop vooral dat ik hem een beetje kan leren hoe hij met al die dingen om moet gaan zodat hij later sterk in het leven staat en zijn talenten positief gebruikt.

  • Liberalen zijn gelukkige mensen…

    … Toch als ik dit artikel mag geloven.

    Graag deel ik enkele passages uit het artikel met jullie:

    Progressieven bleken volgens de onderzoekers niet alleen vaak een positiever woordgebruik te hanteren, maar zouden ook op beeldmateriaal meer een oprechte lach laten blijven dan hun conservatieve collega’s.

    Het onderzoek toonde aan dat progressieven vaker beroep deden op een positieve taalgebruik,” merkt Sean Wojcik op. “Bovendien bleken progressieven op foto’s vaker een lach te vertonen dan hun conservatieve collega’s. Aan de rimpels rond ogen kon ook worden afgeleid dat de lach bij progressieven vaak oprechter is dan bij conservatieven.

    Ik zou hier laagbijdegrondse dingen kunnen bij schrijven over mensen die een ander gedachtengoed aanhangen, maar ik verlaag me daar niet toe. Ik vind dit artikel wel goed passen bij waar Open VLD voor staat. Een optimistische partij die met een positieve blik kijkt naar de toekomst. Goesting is hier een sleutelwoord.

    We moeten durven geloven en investeren in een groei-economie. Daarmee bedoel ik niet een economie die draait op slaven zoals sommigen het voorstellen in de media. Er zijn mensen waarbij wat activering geen kwaad kan maar er zijn er ook die verdiend met rust gelaten mogen worden. Ik blijf pleiten voor een activeringsbeleid dat ruimte laat voor maatwerk. Geen holle slogans die bij de ene helft van de bevolking kwaad bloed zetten en bij de andere helft voor nog meer wrevel en stigma’s creëren. Neen. Een gericht beleid dat ruimte laat voor een individuele aanpak.

    Wie niet kan werken, zij het om medische of andere gegronde redenen, die moet dat niet doen. En die moet daar zeker niet te pas en te onpas met zijn neus op gedrukt worden. Maar wie niet wil werken, mag niet van de maatschappij verwachten dat zij daar voor opdraait. Mensen moeten durven zelf verantwoordelijk te zijn voor de keuzes die ze bewust maken. En mensen moeten kunnen aanvaarden dat sommige keuzes minder plezante gevolgen hebben.

    Om nog even terug te komen op het artikel: je moet durven open staan voor veranderingen in plaats van angstvallig vast te houden aan (oude) patronen. Je leven is veel aangenamer als je verwonderd kan zijn, als je durft te zeggen ‘We weten niet waar we gaan uitkomen als we dit proberen, maar we geven het een kans.’ Zelf deed ik dat bijvoorbeeld een goeie 4 jaar geleden. Ik startte met een bijberoep. Een jaar heb ik lopen twijfelen voor ik de stap zette. En nu zeg ik: ‘Dit was een goede beslissing, had ik het maar eerder gedaan.’

    Zorg dat je op termijn niet met spijt terugkijkt naar gemiste kansen. Maar grijp ze als ze voor je neus bengelen. Het zal je leven verrijken en een boost geven aan je geluksgevoel. Ook al krijg je er volgens het artikel lachrimpels van, laat dat je niet tegenhouden. Tegenwoordig hebben ze daar Botox voor 😉

  • Wie zegt dat jongens altijd wat later zijn…

    … Heeft ongelijk! Wat ik de laatste tijd meemaak met mijn zoon van zeven, bijna acht, bewijst het tegendeel.

    In het eerste leerjaar had hij een liefje, we noemen haar voor het gemak Bertha. In de loop van dat schooljaar geraakte het uit en passeerden enkele opvolgsters de revue. Sinds enkele weken is het terug aan met Bertha. Dat bleek hot news te zijn binnen de lagere school als ik zijn zus mag geloven. Er werd volgens enkele vriendjes van de zoon zelfs al gekust, net niet op de lippen maar er wel héél kort bij!!!!

    Wat moest ik deze week zoal aanhoren van mijn eerste communicant:

    * Nadat hij van de kapper kwam met een kwak gel in zijn haar: ‘Mama, maak je een foto en stuur je die door naar Bertha?’ – ‘Nee jongen, ik heb haar telefoonnummer niet. Laat ons dat ook maar zo houden voorlopig.

    * ‘Mama, Bertha en ik hebben het er vandaag over gehad hoe ons huis er later uit moet zien.’ Say whàt?! Nog maar een paar weken samen zijn en dat klapt al over samenhokken? Hier is mijn moederhart niet klaar voor. Zorg maar voor een goede man cave mijn beste!

    * Bertha is één dezer jarig en hij mag naar het feestje gaan. Vandaag gingen we dus naar de speelgoedwinkel voor een cadeautje. ‘Mama, mag ik een mooie ring kiezen voor Bertha?’ – ‘Ja jongen, kies er maar een mooie uit.’ En bij die ring hoort uiteraard nog een extra cadeautje. En maar blinken toen de cadeautjes vakkundig ingepakt werden in de winkel. This is getting way too serieus :s

    *’Zeg mama, Bertha die wil altijd maar dat ik samen met haar speel maar ik wil ook met mijn eigen vrienden spelen. Als ik een keertje met een ander meisje aan het spelen ben, dan is Bertha boos. En ik moet die altijd maar knuffelen! En als die mij knuffelt hè mama, dan pitst die zo hard dat ik niet meer kan ademen!’ – ‘Ja jongen ze zal verliefd op je zijn hè. Dan doen meisjes zulke dingen al eens. Ik vind het goed dat je ook met je eigen vriendjes blijft spelen.’ Er bij denkend ‘en dat je niet nu al toegeeft aan de grillen van een jaloerse madam des huizes’. Ah gelukkig, het tij keert al een beetje. Zoonlief heeft het voorbeeld van mama en papa goed begrepen: verloochen jezelf niet. Blijf aandacht hebben voor je eigen noden en je eigen vrienden in plaats van alleen maar aan ‘ons’ te denken.

    Het is toch leuk om horen hoe de kroost in hun kinderlijke nuchterheid de grote dingen des levens bekijkt. En dat ze niet gaan voor de clichés binnen relaties. Er blijft toch iets hangen van de vele babbels die we met hen doen. We hebben hen dan toch een goed voorbeeld mee gegeven tot nu toe 🙂

  • Suite Française

    Deze week kreeg ik de kans om Suite Française in avant-première te zien. Vrouwelijk België kent deze film waarschijnlijk als ‘de Hollywoodfilm van Matthias – lekker ding – Schoenaerts’. Voor mij was het de film die was gebaseerd op de dagboeken van Irène Némirovsky (jaja, ik heb de naam moeten opzoeken), een dame die overleed in een concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog.

    Suite Française schetst een minder bekend beeld van de oorlog. Deze film barst niet van dood en verderf noch van spectaculaire bombardementen met de bijhorende special effects. Suite Française vertelt het verhaal van burgers, arm en rijk, die ondanks de oorlog hun dagelijkse leven trachten verder te zetten. Het verhaal van de vijand die na de Franse overgave gehuisvest moest worden.

    In de film zitten enkele straffe citaten die doorheen de film bekrachtigd worden. ‘Individuele acties betekenen niets’ bijvoorbeeld. Of hoe je het ware gelaat van de mens pas kent als je een oorlog start (de juiste formulering ontgaat me).  Als je er over gaat nadenken, hebben deze uitspraken ook in de hedendaagse maatschappij een erg actuele waarde. De filmmakers tonen ook dat de Duitse soldaten in wezen ook maar gewoon mensen van vlees en bloed waren die meedraaiden, al dan niet volgens hun eigen wens, in de goed geoliede oorlogsmachine van de Führer.

    Suite Française is een beklijvende film die je aan het denken zet. Hoe moet Lucille zich niet gevoeld hebben toen ze de waarheid vernam over haar echtgenoot, over het rad dat haar al enkele jaren voor ogen gedraaid werd door quasi iedereen in haar omgeving. Wat gaat er door je heen als je de vijand moet huisvesten, wetende dat je zoon zijn leven riskeert aan het front om deze figuren terug te drijven?  Bruno von Falk moet zijn vrouw al vier jaar missen door de oorlog en het ziet er niet naar uit dat ze elkaar snel zullen terug zien.

    Beeld het je eens in? Wat doet dat met een mens? Hoe ga je daar mee om?

    In 1940 was er nog geen Facebook, geen smartphone. Je wist dus niet hoe het je gezinsleden verging als je gezin uit elkaar gerukt werd. Soms wist je niet eens waar je partner of kinderen zich bevonden, of ze überhaupt nog leefden. En toch mag dat niet aan je knagen want dan ben je niet geconcentreerd. Dan ben je met andere woorden een vogel voor de kat aan het front.

    Het hele verhaal ga ik hier niet verklappen, maar ik wil jullie zeker de trailer niet onthouden: