Categorie: verkeer

  • Den ottomatiek

    De Wederhelft kreeg vorige week een andere firmawagen. Met pijn in het hart nam ik afscheid van zijn Golf. Dat was nu eens een autootje naar mijn hart. Klein en vinnig was ie. Ik kon er zelfs mee parkeren zonder al te veel brokken!

    De opvolger is wat groter. Hij moet mijn hart nog veroveren. Eén ding belemmert dat nog een beetje: hij heeft een automatische versnellingsbak. Aarzelend reed ik zaterdag een stukje mee als passagier. Argwanend bekeek ik het handen- en voetenspel van De Wederhelft terwijl hij reed. Het leek een beetje op België – Rusland: er gebeurde amper iets.

    Zondag was het mijn beurt. Met knikkende knietjes offerde ik mezelf op om naar de bakker te rijden voor ons dagelijks brood. Terwijl ik heel hard mijn best deed om heelhuids op de plaats van bestemming te arriveren, betrapte ik mijn linkervoet en rechterhand op spastische trekken. Naderde ik een kruispunt of verkeerslichten, dan begonnen ze vreemde bewegingen te maken. Ik heb zelfs op mijn hand getikt om van het schakelding af te blijven. Niet evident.

    Al bij al rijdt de nieuwe wagen wel vlotjes. ’t Zit in mijne kop. Ik ga moeten leren vlot de mentale switch te maken tussen rijden met mijn echte auto met echte versnellingen en rijden met de firmawagen waar ik amper iets in moet doen. Op de startknop drukken en sturen is zo wat het belangrijkste dat van mij verwacht wordt. De rest regelt ie zelf zo een beetje 😉

  • Liefde is…

    … Elkaars auto in de prak rijden. Of elkaar in de prak rijden, dat hebben we ook al gedaan. Scherven brengen geluk, nietwaar?

    Vandaag was het weer zover. Ik mocht gaan werken met het vinnig bakje van de wederhelft. Hij had mijn Megamama-bus nodig om materiaal mee naar het werk te nemen. Geen probleem, ik vind dat een leuke afwisseling. Zijn firmawagen heeft tuutjes vooraan en achteraan. Voor een blondje als ik is dat een belangrijk voordeel. En mijn echtgenoot voelt zich wat meer ‘man’ als hij met een echte grote auto kan rijden in plaats van met een brooddoos.

    Ik bolde vrolijk naar het werk, parkeerde zonder moeite tussen 2 grote auto’s en wandelde al fluitend naar mijn bureau. Een uurtje later ging de telefoon. Mijn halve trouwboek. Of de Berlingo eerdaags toevallig niet op onderhoud moet? Of ze dan ineens een keertje naar de achterkant kunnen kijken of daar niks beschadigd is? Ergens in mijn achterhoofd ging een loeiharde sirene af. die waarschuwt mij voor dingen die niet kloppen. Bij mijn weten was mijn Berlingo vanochtend nog in orde. Ik heb er nog naar gezwaaid toen ik vertrok met het vinnige monster.

    Toen kwam de aap uit de mouw. Hij sprak de gevleugelde woorden ‘er heeft er ene in mijn gat gezeten’. Los van de beelden die toen door mijn hoofd spookten kan ik u vertellen dat zoiets nooit goed nieuws is. Met de bevallige bips van de wederhelft bleek alles echter ok. Het ging om mijn Berlingo! Op het eerste zicht is er geen schade maar met die parkeersensoren achteraan riskeer ik liever niks. Deze week gaan we dus al eens langs de garage om het beestje te laten nakijken. Het onderhoud zal voor volgende week zijn. De arme duts.

    Voor wie ongerust zou zijn: met de wederhelft is alles ok en de kindjes zaten ook niet in de auto toen het gebeurde 😉

  • Verkeersagressie in Diest

    Vrijdagavond… Weekend! Iedereen haast zich naar huis. Ik dus ook. Eerst even de kinderen oppikken in de opvang en dan rijden we goedgemutst… 150 m… om dan in de file te belanden ter hoogte van de Halve Maan. Grmpf, lang leve het mobiliteitsplan. Ik schuif flink mee aan en blijf er rustig bij. Want het is weekend. Het kan geen kwaad dat we wat later thuis zijn vandaag.

    Ter hoogte van het kruispunt met op de ene hoek Crélan en op de andere hoek één of ander bruin café, besluit ik een andere weg richting thuishaven te nemen. We slaan af naar links en passeren café De Zwaan en rouwcentrum Julis. So far so good: niks file hier, goedgeluimde mensen op het voetpad en langs beide straatkanten staan auto’s geparkeerd. Zo hebben ze daar voor een natuurlijke snelheidsremmer gezorgd.

    Dat maakt wel dat je maar moeilijk tweerichtingsverkeer in de straat kan organiseren maar hey, ’t is weekend en ik vind het niet erg.  We rijden richting kerkhof om dan naar rechts af te slaan en zo terug aan de Hasseltsepoort uit te komen. Dat is het plan althans. Als ik het einde van de straat nader, zo ongeveer waar de kasseien van de Vervoortplaats beginnen, doet er zich een akkefietje voor. Met mij. Maar ik ben vrolijk.

    Ik rijd netjes aan de juiste kant van de weg met mijn Berlingo, gevuld met 3 kinderen. Op de beschikbare oppervlakte welteverstaan, rekening houdend met de geparkeerde wagens op beide rijvakken. We rijden hoogstens 25 km/uur. Als je van de ring richting Vervoortplaats rijdt, heb je een erg slecht zicht op het verkeer dat van de Vervoortplaats komt om richting ring te rijden. De geparkeerde wagens aan beide straatkanten zijn geen hulp.

    Als er dan een dwaas in een gammel wrak komt afgeraasd tegen minstens 70 km/uur, heb je die al zeker niet gezien. Aangezien mijn Berlingo zich bevond waar ie zich moest bevinden, kon ik dus geen kant op. De lamstraal vond het maar normaal dat hij tegen onaangepaste snelheid de straat in wilde scheuren via het verkeerde rijvak. Ik had die dus echt niet zien afkomen hè. Ik schrok me rot en bleef met mijn Berlingo staan. Dit alles speelt zich af in amper 2 seconden. De bestuurder van het gammele wrak is erg boos op me. De raampjes van zijn wagen zijn dicht, die van mijn Berlingo ook.

    Toch hoor ik hem in het Broebeliaans allerlei verwensingen naar mijn hoofd slingeren. Ik was zo uit mijn lood geslagen dat ik het pas door had toen hij al uit het zicht was. Zelfs de kinderen hadden het opgemerkt. Wat heb ik in hemelsnaam verkeerd gedaan? Had ik een andere auto moeten rammen om mijnheer door te laten? Goed wetende dat ik dan ‘in fout’ ben en zelf kan opdraaien voor de kosten? Als hij wil spookrijden tegen hoge snelheid is dat zijn zaak maar dan zou ik graag hebben dat hij dat ergens in de brousse gaat doen waar hij er niemand mee kwaad kan doen.

    Een tegenligger die zich houdt aan de verkeersregels dan nog onverstaanbaar beginnen uitschelden, vind ik er wel ver over. Ik zie hem nog zo voor me: zijn pupillen wijd, zijn vuist omhoog. Het scheelde geen haar of hij knalde frontaal op mijn wagen. Gevuld met 3 kleine kinderen. Ik mag er niet aan denken.

  • Langs Diestse wegen komt men wat tegen

    Met deze titel zou ik een artikel van 120 bladzijden kunnen schrijven. Voorlopig beperk ik me tot één aspect dat me hoe langer hoe meer op de zenuwen werkt. En ik smijt het hier op tinternet omdat velen met mij zich ergeren. Waaraan? Hieraan: de Dongelstraat in Kaggevinne.

    Voor zij die het niet weten: de Dongelstraat verbindt de Zichemseweg met de Diestersteenweg. Net zoals de Smodderpotstraat. Beide straten zijn dun bevolkt en worden voor wat betreft de infrastructuur wat aan hun lot over gelaten. Er zijn durvers die zich graag tegen hoge snelheid wagen aan het betere bochtenwerk in de Dongelstraat. Ik heb me daar ooit ook aan bezondigd.Wie nu tegen de toegestane vijftig kilometer per uur door de Dongelstraat wil scheuren, kan er nadien nog eens langs rijden om alle verloren auto-onderdelen te verzamelen en naar de garage te bollen.

    De tand des tijds heeft namelijk een duivels pact gesloten met Jupiter. Het wegdek ligt er lamentabel bij. Hoe langer het stadsbestuur een oogje dicht knijpt voor deze straat van miserie, hoe harder de tand des tijds toeslaat. Regen, sneeuw, vrachtverkeer, landbouwvoertuigen, … stuk voor stuk doen ze geen goed aan dit geasfalteerde weggetje.

    Ik heb begrip voor de precaire financiële situatie waarin onze stad zich bevindt. En ik geloof dat er in het stadhuis geen ezel (het beest) staat die geld schijt. Maar is het zo veel gevraagd om de Dongelstraat een beetje op te lappen? Het mag voor mij in eerste instantie zelfs op zijn Belgisch zijn met een klodder asfalt hier en een klodder daar. Maar maak die straat terug veilig aub.

  • Nummer 50

    Jawel, ik schrijf nu voor de vijftigste keer een tekstje voor Hukselende Vingers. En ik doe het nog altijd even graag! Ik zal eens van kuddegedrag doen en iets schrijven over de eerste schooldag. Bij uitbreiding over het schooljaar. Eigenlijk over de schoolgaande jeugd. Ooit behoorde ik zelf ook tot die categorie. Nu ben ik nog enkel jeugdig maar tijdelijk niet meer schoolgaand.

    In mijn jonge jaren reden we nog met de fiets naar school. Vaak zonder verlichting en één keer per jaar leverde dat dan een proces-verbaal van verwittiging op. We reden snel en dachten dat de straat van ons was. Na een vluchtige blik achterom, koersten we op kruissnelheid naar de overkant van de straat. Wat kon het ons schelen dat ons inschattingsvermogen nog niet volledig ontwikkeld was. Dat is het nu trouwens nog steeds niet.

    We zigzagden rakelings langs poedels en bejaarden (bonuspunten!) en gingen vol in de remmen als we ons muurtje tegenover de schoolpoort naderden. Het muurtje waar we elke ochtend verzamelden. Het muurtje waar onze viriele leeftijdsgenoten stonden te muilen met hun verovering van de dag. Het muurtje waar stoere chicks aan hun sigaret lurkten. Het muurtje waar we uitdagend bleven zitten tot de schoolbel ging om dan binnen te sprinten terwijl de poort aan het dichtgaan was. Zo ging dat vroeger.

    Vandaag nam ik een halve dag verlof om mijn kroost te droppen op school. En néé, ik ga daar geen melig verslag over schrijven. Na een snelle lunch bolde ik met mijn automobiel naar het werk. Muziek van The Scabs schalde door de luidsprekers. Niet te luid, net luid genoeg om mee te kunnen balken. Op een gegeven moment rijd ik in een straat met eenrichtingsverkeer. Zingend en jodelend rijd ik naar beneden tegen de toegelaten snelheid. 100 m verder zie ik een meisje met rugzak lopen. Ze liep op stelten van sandalen en had net te weinig jeans voor de portie bips die er in gepropt zat. Haar haar stak netjes in een staart gewrongen. Zo kan je ook camoufleren dat het sinds juni niet meer gewassen werd. U merkt het al, ik vond haar niet sympathiek.

    Waarom? Omdat ze niet besefte welk gevaarlijk gedrag ze vertoonde! Ik reed achter haar, ze ging niet aan de kant. Da’s haar goed recht maar ik kon er niet langs. Ze kon met gemak een meter opschuiven als ze dat wilde zodat ik rustig kon verder rijden. Dus ik dacht: ik toeter eens kort en beleefd. Nougatbollen. Dat kind merkte er niks van. ‘Hard Times’ van The Scabs kwam spontaan 15 decibels luider door mijn luidsprekers. Mijn wenkbrauwen kregen een V-vorm. Rustig blijven An, da’s nog jong. Plankgas geven is geen optie. Toen ik haar na enkele minuten kon passeren, zag ik wat er aan de hand was.

    Het kind had 2 kabels aan haar oren hangen! De kip! Mij niet gelaten dat je niet zonder muziek kan, maar zorg toch alsjeblieft dat je het verkeer nog kan horen! Voor hetzelfde geld hing er een MUG achter haar en wist ze van toeten of blazen. Ik weet het, ik klink nu als een oude, gefrustreerde, verzuurde burger. Ik kan echter met de hand op het hart zeggen dat ik nooit stoppen in mijn oren stak als ik me in het verkeer begaf. Het is gewoon te gevaarlijk. Dat onze jongeren graag zot willen doen in het verkeer, alla. Ik ben ook jong geweest. Dat ze kamikazegewijs over straat dolen, hun zintuigen afschermend van hun omgeving? Geen begrip voor.

    De volgende keer dat ze mijn pad kruist, zet ik mijn Berlingo in de wei en ga ik eens een klapke met haar doen. Dan heeft ze iets te vertellen op school. En is het van mij af.

  • Suikerrock

    Deze week is Tienen naar jaarlijkse gewoonte helemaal in de ban van Suikerrock. Een festival voor jong en oud. Een gevestigde waarde in festivalland ook. Ooit gratis, nu pure afzetterij. Wil je op zaterdag het hoofdpodium bewonderen, dan mag je daar in voorverkoop 50 euro plus 4 euro reservatiekosten voor afdokken. Per persoon. Maar ik heb het er voor over. Suikerrock is naar mijn mening een charmant stadsgebeuren waar het nog gezelligheid troef is. Samen met Aarschot vormen Tienen en Diest de marginale driehoek dus af en toe moeten we onze confraters van de andere hoeken eens een bezoekje brengen. Eventueel ook wat marginalen uitwisselen 🙂

    Hopelijk zitten de weergoden wat mee. Een beetje zon is welkom maar 38° hoeft het nu echt niet te zijn. Regen of sneeuw valt bij voorkeur elders uit de lucht volgend weekend. Ik smeer alvast mijn benen in om een dagje kasseien te vreten. Da’s één van de weinige minpuntjes voor mensen zoals ik die wat sukkelen met hun gewrichten. Die hobbelige ondergrond waar je gans de dag op slentert, afgewisseld met wat op en neer springen en ter plaatse wiebelen op het ritme van de muziek. Maar we laten het niet aan ons hartje komen en kijken er alvast naar uit!

    Moesten er mensen uit de omgeving van Diest willen carpoolen: wij hebben nog vrije plaatsen in onze auto. Geef me een seintje en we spreken iets af.

  • Snelle verkeersdoden

    Vandaag las ik in Het Nieuwsblad een boeiend artikel over het verband tussen flitspalen en verkeersdoden. Een knappe kop van de Universiteit Hasselt, stad van de gratis bussen en verkeersluwe straten in het centrum, heeft namelijk een onderzoek gedaan. Vergeet niet dat wij deze knappe koppen onrechtstreeks betalen met onze maandelijkse donatie aan de fiscus… Hij onderzocht de verkeersveiligheid. Dat heeft hem er toe gebracht te pleiten voor een verdubbeling van het aantal flitspalen langs Vlaamsche wegen. U leest het goed: een VERDUBBELING van het aantal flitspalen. Hij is namelijk van mening dat er een verband is tussen laagvliegers en lijken op de weg. Néé toch?

    Onze wegen zijn een aaneensluiting van verkeersborden. De oen die beweert niet te weten hoe snel hij ergens mag rijden, verdient het niet een rijbewijs op zak te hebben. Iemand die er voor kiest sneller te rijden als wat maximaal toegelaten is, weet dat hij het risico loopt betrapt te worden of tegen een boom te eindigen. En dat kost altijd geld. Cain Ransbottyn bijvoorbeeld weet daar alles van. Maar los je zoiets op met flitspalen? Hoelang staan die dingen al in ons land? Ik denk met andere woorden dat deze Limburger het nogal simplistisch voorstelt. Een minderheid van de geflitsten zal (tijdelijk) de daver op het lijf krijgen en het gaspedaal wat minder intens gebruiken. Maar da’s een tijdelijk effect. Er is véél meer nodig om een permanente mentaliteitswijziging bij de laagvliegers te kunnen realiseren. En ik mag dat zeggen want ik heb ook al eens in het beklaagdenbankje gezeten voor een snelheidsovertreding. Het was niet de dagvaarding die me veranderde, echt niet. Als ik 2 km/u minder reed, zou ik een minnelijke schikking gekregen hebben die duurder was als de boete die ik nu moet betalen. In mijn geval was de politierechtbank dus een positief avontuur. Pervers, niet? Andere factoren hebben er wel voor gezorgd dat ik mijn wagen niet meer gebruik als straatvliegtuig.

    Bijkomend: wie heeft het al eens meegemaakt? Je rijdt rustig over de autosnelweg, bijvoorbeeld tussen Aarschot en Leuven. Je houdt netjes voldoende afstand van je voorligger. Er is niks te zien: amper verkeer, ideale weersomstandigheden. Plots vliegt je voorligger echter vol in de remmen. Gelukkig heb je goede reflexen én goede remmen die voorkomen dat je zijn koffer van héél dichtbij kan bekijken. Om maar te zeggen: het verkeer in de buurt van onbemande camera’s en andere ‘pakkers’ die door Coyote verraden worden, is soms gevaarlijker als een krokodillenpoel voor een kikkertje.

    In Het Laatste Nieuws pakte men vandaag uit met de Verkeersbarometer 2012. Ze zijn hun artikel wel gaan pikkedieven bij Het Nieuwsblad (dat schrijven ze dan nog neer in hun artikel ook) maar kom… De verkeersbarometer zegt dat sinds 2012 mensen liever op een weekdag sterven in het verkeer dan tijdens het weekend. Logisch toch, er komt nogal veel geregel kijken bij kijken vooraleer die rigor mortis verschijnt. Ik stel het nu wat cru voor maar het is toch lachwekkend, niet? Alsof je er zelf voor kan kiezen of je in de statistieken van de weekenddoden dan wel in die van de weekdagdoden terecht zal komen. Het zou leuk zijn als journalisten wat meer duiding zouden geven bij hun artikels. Alleen maar een link naar bijvoorbeeld die Verkeersbarometer zou leuk zijn. Nu maken ze hun lezers doodsbang. Die mensen durven niet meer op een doordeweekse dag naar hun werk rijden want dan hebben ze meer kans om het loodje te leggen dan wanneer ze tijdens het weekend gaan pinten drinken en streetracen!

    Ach ja…  Ik heb helemaal niks tegen de verkeersveiligheid. Ook de strijd tegen de hardrijders vind ik gerechtvaardigd. Maar door alleen maar te zorgen voor hoge pakkansen en een repressief beleid zullen onze heren ministers nooit hun doelstellingen inzake verkeersveiligheid bereiken. Dan zwijg ik nog over de relativiteit van de pakkansen en het repressief beleid. Als je hoort hoe parketten gebukt gaan onder tonnen overtredingen die ze nog moeten verwerken of als je hoort hoe in sommige parketten verkeersovertredingen nogal gemakkelijk verticaal geklasseerd worden wegens ‘we hebben daar geen tijd voor’ dan weet ik niet of het een oplossing is om voor nog meer flitspalen te zorgen want die maken dan eigenlijk onrechtstreeks de pakkans nog kleiner. Als je geflitst wordt maar er volgt nooit een veroordeling (voor de fameuze snelheidsovertredingen) dan zorgt het gevoel van straffeloosheid er volgens mij niet voor dat je je netjes aan de snelheidsbeperkingen zal houden.