Maand: oktober 2015

  • Straffe strapatsen tijdens het Voedingssalon

    Straffe strapatsen tijdens het Voedingssalon

    Vandaag troonden we onze kroost mee naar Brussels Expo voor een bezoekje aan het Voedingssalon. Als Bourgondisch gezin konden we daar niet weg blijven. De schoonouders gingen mee om één en ander in goede banen te lei/ijden. 4 volwassenen moet toch volstaan om Triple Trouble in toom te kunnen houden, nietwaar? Niet waar. Toch slaagde één iemand er in Raketman stil te krijgen.

    IMG_20151025_193910

    Het kind droeg vandaag een broek met bretellen. Al gauw waren die mismeesterd en vakkundig gedemonteerd. We legden deskundig enkele knopen om die dingen toch maar aan zijn broek te kunnen laten zitten. Zo een kapotte bretel dat begint na een tijdje blijkbaar te rafelen. Inmiddels waren we in een hal van de Expo gearriveerd waar geen eten te vinden was maar brol spullen.

    Er was daar ook een kraampje dat uitgebaat werd door enkele Afrikanen. Op hun tempo waren de standhouders hun spullen aan het etaleren (enkele uren te laat maar kom) toen wij daar passeerden. Het Afrikaanse moederschip in traditionele klederdracht zag meteen de rafelige bretellen van onze Raketman. Ze probeerde met hem te onderhandelen omdat hij erg geïnteresseerd was in die Afrikaanse trommeltjes die daar tegen de grond zijn naam riepen. ‘Small drums for small children’, zei ze. ‘I have something for you little guy’. Ik probeerde hem te helpen door fijntjes te vermelden dat hij geen geld op zak had. ‘No worries, small prices’, antwoordde ze ferm. Mijn kleine zakenman had het gehoord en toverde een muntstuk van 5 cent uit zijn broekzak, hij vond het in de vorige hal ergens tussen een stoel en een vuilbak. Helaas, het volstond niet dus Raketman droop teleurgesteld af.

    En daar schoot de Afrikaanse dame hem achterna voor zijn bretellen. Eerst trok ze aan het gerafelde draadje. Wij leren onze kinderen om nooit, maar dan ook nooit, zelf aan rafeltjes te trekken. Ze zag meteen dat dit een slecht plan was want nu werd het een wollige rafelnest aan onze kleine zijn broeksrand. Ik zei dat ik het wel zou oplossen maar kreeg de kans niet om iets te doen.

    Doris Imalenowa in traditional African dress.
    Doris Imalenowa in traditional African dress.

    Voor we er erg in hadden, bevond haar hoofd met gigantisch hoofddeksel zich voor het kruis van Raketman en beet ze naarstig op de gerafelde draadjes. De stakkerd trok wit weg en keek me hulpeloos aan. Seconden later speekte ze de uitgerafelde draad op de grond. Opgelost. Een verbouwereerde Raketman wist niet wat hem overkwam. Hij raakte bijna een oog kwijt met die blinkende hoed die ze droeg, een oase van blauw en goud was het. Ik kon mijn gezicht niet in de plooi houden.

    Nadien heeft hij een half uur op mijn arm gezeten om te bekomen. Ook al is hij nog maar 5 jaar, dit vergeet hij volgens mij nooit meer 🙂

  • Werelddag van verzet tegen extreme armoede

    Werelddag van verzet tegen extreme armoede

    Elk jaar op 17 oktober is het de werelddag van verzet tegen extreme armoede. Dit initiatief ontstond in 1987 in Parijs. Ook in ons Belgenland worden op 17 oktober verschillende initiatieven in de kijker gezet. Veel OCMW’s hangen dan bijvoorbeeld geknoopte lakens uit de ramen.

    Deze week woonde ik een voorstelling bij van Erik Vlaminck. Hij is een begenadigd schrijver met werkervaring in de psychiatrie en de thuislozenzorg. De man is niet te beroerd om politieke standpunten in te nemen. Erik is de auteur van de bekende en beruchte ‘Brieven van Dikke Freddy’. In deze voorstelling las hij enkele van deze brieven voor en vertelde hij deels het verhaal dat hij schetst in ‘De schande en de keerzijde’, een werk dat hij samen met Jos Geysels schreef.

    IMG_20151017_205040

    Erik startte zijn voorstelling met een schets van een generatiegenoot en diens leven enkele decennia geleden. Aandachtig luisterde ik en herkende ik. Toen hoorde ik hem zeggen: ‘Elke dag zat is ook een geregeld leven’ en ik wist meteen wiens beeld de rest van de avond door mijn hoofd zou spoken. Ik volgde de rest van de voorstelling aandachtig maar betrapte mezelf geregeld op afdwalingen. Er waren veel parallellen met een voorstelling die ik in het verleden zag van Marleen Merckx: ‘Leven in een krabbenmand’.

    Het begon me op de zenuwen te werken hoe er alweer een stereotiep beeld geschetst wordt van ‘de arme’. Zal ik eens iets zeggen? De arme bestaat niet. Als je armoede een gezicht wil geven, kies dan niet voor het gezicht dat de bevolking liever met de nek aankijkt. Kies een keer voor het minder bekende gezicht. Bijvoorbeeld het gezicht van een gefailleerde zelfstandige, een ernstig zieke alleenstaande vrouw die niet rond komt, een meerderjarige die het ouderlijk huis ontvlucht om met de hulp van het OCMW zijn toekomstkansen wat te verbeteren, een werkloos gezinshoofd dat zijn kinderen niet elke dag een warme maaltijd kan geven, een dakloze jongere, een inwijkeling die hoopt hier een leven te kunnen leiden zonder traumatiserende ervaringen, tweeverdieners die door 1 tegenslag hun huis te koop moeten zetten, …

    Let wel: ik vind het een goede zaak dat mensen zoals Erik en Marleen armoede onder de aandacht van de medemens brengen, dat ze armoede een gezicht geven. Maar waarom zie ik in deze voorstellingen telkens weer de arme die arm werd door een ongelukkige jeugd, geweld, alcohol en zijn eigen schuld?

    Minder begoede medemensen worden in het dagelijkse leven al genoeg gestigmatiseerd. Ze leven permanent met schaamte, stress en andere onfrisse gevoelens. Men, de maatschappij dus, geeft hen zo al vaak genoeg het gevoel een outsider te zijn. Terwijl ze dat als de pest kunnen missen. Niemand kiest voor een leven in armoede. Net zoals niemand kiest om zijn of haar gezin achter te laten en in een ander land, duizenden kilometers verder, om voorbereidingen te treffen voor een nieuw leven. Als het enigszins kan met datzelfde gezin dat ze moesten achterlaten in hun vlucht.

    Niemand wil moeten kiezen tussen eten kopen voor de kinderen of de huur betalen. Niemand wil kiezen tussen een doktersbezoek voor zijn aanhoudende koorts of medicatie voor de chronisch zieke partner. Niemand wil zijn kinderen de jaarlijkse schoolreis ontzeggen. Niemand stuurt zijn kinderen voor de lol met een lege brooddoos naar school. Niemand gaat naar Poverello of de voedselbanken omdat ie niet graag in de supermarkt winkelt.

    Laat ons daar eens wat vaker bij stil staan. En laat ons alert zijn op signalen in onze omgeving. (Kans)armen proberen hun problemen zo lang mogelijk voor hun omgeving te verstoppen. Terwijl soms maar een klein beetje hulp kan voorkomen dat ze in een vicieuze cirkel terecht komen. Laat ons terug luisteren naar onze medemens en laat er ons zijn voor elkaar. Beter een goede buur dan…

  • Gedeelde smart is halve smart

    Gedeelde smart is halve smart

    Een zonnige herfstdag leent zich perfect tot verplicht buiten spelen voor de kinderen. Vandaag was dat niet anders. Terwijl ik binnen de werf terug wat op een huis wilde laten lijken, speelden Raketman en Miss H met balletjes. Na enkele keren bonk, ploink en TOK gehoord te hebben, was het tijd voor een moederlijke preek. Of ze wilden ophouden met steeds tegen de veranda te gooien met die balletjes. Dat de ramen (enkele beglazing van 40 jaar oud) daar stuk van kunnen gaan. Dat Raketman zo al 2 keer eigenhandig een raam naar de filistijnen hielp. Dat een tuin van 15 are groot genoeg is om met balletjes in te spelen. En zo ging het nog even door. Plechtig beloofden ze zich elders te gaan uitleven met de balletjes.

    Ik was nog niet goed terug binnen of er klonk gerinkel en gekletter. Buiten een oorverdovende stilte. Die 2 wisten hoe laat het was… Ik stoof naar buiten voor een minder gemoedelijke preek. Of ik niet net gevraagd had om niet tegen de veranda te gooien? Of ze nog wisten waarom ik dat gevraagd had? Dat ze het bij De Wederhelft konden gaan uitleggen als die klaar was met winkelen. Raketman pleitte non-verbaal schuldig, Miss H hield zich op de achtergrond. Hij had het balletje tegen het raam gegooid, dat was duidelijk.

    IMG_20151011_110648

    De Wederhelft arriveerde. Ze stommelden naar hem toe en biechtten hun zware misdaad op. Een preek volgde. Miss H huilde met plaatsvervangend verdriet voor Raketman, hij haalde zijn beruchte ‘maar ik ben nog maar een kleutertje’-gezicht boven. Miss H stamelde sorry voor haar schuldig verzuim. Ik antwoordde dat het goed was dat ze sorry zei, ook al was haar balletje niet tegen het raam gekomen maar dat ik toch niet kon zeggen: “’t Is niks, zo erg is dat niet dat het raam stuk is.’

    Ik stuurde Raketman met zijn spaarvarken mee naar de winkel om een oplossing voor het raam te kopen. Bedremmeld mompelde hij: ‘Maar dan zitten er bijna geen centjes meer in mijn varkentje.’ Miss H kon het niet langer aanzien. Zonder iets te zeggen, liep ze naar haar spaarpot en haalde er centjes uit. Ze wilde 50/50 doen. Daar was ik zo van gepakt dat mijn boosheid meteen weg was. Samen gingen ze met De Wederhelft naar de winkel. Ze kochten er een folie – ‘Die kostte 5,42 euro mama!’ zodat we de veranda terug wat veiliger kunnen maken.

    Om maar te zeggen… Vaak voel ik me schuldig dat ik zo dikwijls loop te mopperen op de kinderen maar als je dan getuige bent van zo een warm tafereel, weet je weer waarom je het doet. De kinderen hebben duidelijk het hart op de juiste plaats en kennen de belangrijke waarden in het leven. Dat ze die zo mooi kunnen toepassen zonder dat wij iets zeggen of vragen, daar kan je als ouder alleen maar dankbaar voor zijn. Stiekem ook wel apetrots, dat ook. En vooral koester je de hoop dat het zo zal blijven. Miss H kreeg uitgebreide felicitaties van ons allebei voor haar gebaar naar broer toe. Ze had hem even goed alleen kunnen laten opdraaien voor de schade die hij veroorzaakte. Maar ze besefte dat ze toch ook wel in de fout  was door net zoals hij met haar balletje tegen de veranda te blijven gooien.