Tag: OCMW

  • Werelddag van verzet tegen extreme armoede

    Werelddag van verzet tegen extreme armoede

    Elk jaar op 17 oktober is het de werelddag van verzet tegen extreme armoede. Dit initiatief ontstond in 1987 in Parijs. Ook in ons Belgenland worden op 17 oktober verschillende initiatieven in de kijker gezet. Veel OCMW’s hangen dan bijvoorbeeld geknoopte lakens uit de ramen.

    Deze week woonde ik een voorstelling bij van Erik Vlaminck. Hij is een begenadigd schrijver met werkervaring in de psychiatrie en de thuislozenzorg. De man is niet te beroerd om politieke standpunten in te nemen. Erik is de auteur van de bekende en beruchte ‘Brieven van Dikke Freddy’. In deze voorstelling las hij enkele van deze brieven voor en vertelde hij deels het verhaal dat hij schetst in ‘De schande en de keerzijde’, een werk dat hij samen met Jos Geysels schreef.

    IMG_20151017_205040

    Erik startte zijn voorstelling met een schets van een generatiegenoot en diens leven enkele decennia geleden. Aandachtig luisterde ik en herkende ik. Toen hoorde ik hem zeggen: ‘Elke dag zat is ook een geregeld leven’ en ik wist meteen wiens beeld de rest van de avond door mijn hoofd zou spoken. Ik volgde de rest van de voorstelling aandachtig maar betrapte mezelf geregeld op afdwalingen. Er waren veel parallellen met een voorstelling die ik in het verleden zag van Marleen Merckx: ‘Leven in een krabbenmand’.

    Het begon me op de zenuwen te werken hoe er alweer een stereotiep beeld geschetst wordt van ‘de arme’. Zal ik eens iets zeggen? De arme bestaat niet. Als je armoede een gezicht wil geven, kies dan niet voor het gezicht dat de bevolking liever met de nek aankijkt. Kies een keer voor het minder bekende gezicht. Bijvoorbeeld het gezicht van een gefailleerde zelfstandige, een ernstig zieke alleenstaande vrouw die niet rond komt, een meerderjarige die het ouderlijk huis ontvlucht om met de hulp van het OCMW zijn toekomstkansen wat te verbeteren, een werkloos gezinshoofd dat zijn kinderen niet elke dag een warme maaltijd kan geven, een dakloze jongere, een inwijkeling die hoopt hier een leven te kunnen leiden zonder traumatiserende ervaringen, tweeverdieners die door 1 tegenslag hun huis te koop moeten zetten, …

    Let wel: ik vind het een goede zaak dat mensen zoals Erik en Marleen armoede onder de aandacht van de medemens brengen, dat ze armoede een gezicht geven. Maar waarom zie ik in deze voorstellingen telkens weer de arme die arm werd door een ongelukkige jeugd, geweld, alcohol en zijn eigen schuld?

    Minder begoede medemensen worden in het dagelijkse leven al genoeg gestigmatiseerd. Ze leven permanent met schaamte, stress en andere onfrisse gevoelens. Men, de maatschappij dus, geeft hen zo al vaak genoeg het gevoel een outsider te zijn. Terwijl ze dat als de pest kunnen missen. Niemand kiest voor een leven in armoede. Net zoals niemand kiest om zijn of haar gezin achter te laten en in een ander land, duizenden kilometers verder, om voorbereidingen te treffen voor een nieuw leven. Als het enigszins kan met datzelfde gezin dat ze moesten achterlaten in hun vlucht.

    Niemand wil moeten kiezen tussen eten kopen voor de kinderen of de huur betalen. Niemand wil kiezen tussen een doktersbezoek voor zijn aanhoudende koorts of medicatie voor de chronisch zieke partner. Niemand wil zijn kinderen de jaarlijkse schoolreis ontzeggen. Niemand stuurt zijn kinderen voor de lol met een lege brooddoos naar school. Niemand gaat naar Poverello of de voedselbanken omdat ie niet graag in de supermarkt winkelt.

    Laat ons daar eens wat vaker bij stil staan. En laat ons alert zijn op signalen in onze omgeving. (Kans)armen proberen hun problemen zo lang mogelijk voor hun omgeving te verstoppen. Terwijl soms maar een klein beetje hulp kan voorkomen dat ze in een vicieuze cirkel terecht komen. Laat ons terug luisteren naar onze medemens en laat er ons zijn voor elkaar. Beter een goede buur dan…

  • De Vlaamse arbeidsmarkt…

    Joepie, de werkloosheid is gedaald! De crisis is voorbij! Wat hebben we ons toch met zijn allen aangesteld de afgelopen jaren! Dat is althans wat minister Peeters (CD&V) ons wil doen geloven. De naakte cijfers kloppen ongetwijfeld. Maar wie een beetje verder graaft en kritisch leest, ontdekt de keerzijde van de medaille.

    Zesde staatshervorming

    Wat is er de afgelopen jaren gebeurd? De werkloosheidswetgeving werd grondig hervormd. Daar begint Vlaanderen stilaan de vruchten van te plukken. Statistisch gezien dan. Vlaanderen staat hier niet gelijk aan ‘de Vlaming’. Vlaanderen is hier vooral de Vlaamse overheid. Want sinds de zesde staatshervorming mag elk gewest een beetje meer zelf regelen. Op www.belgium.be lezen we dit:

    De hoofdbrok van de zesde staatshervorming is de overdracht van bevoegdheden van de federale staat naar de gemeenschappen en gewesten. Die overdracht vertaalt zich in een lange lijst, waar onder andere materies als gezinsbijslag, gezondheidszorg, arbeidsmarkt, verkeersveiligheid, de huurwet, de rijopleiding, de technische keuring, de justitiehuizen en fiscale uitgaven (hypothecaire lening) deel van uitmaken.

    Vlaanderen maakte gretig gebruik van de mogelijkheid om deze bevoegdheden wat aan te passen. De gezinsbijslag werd hervormd, de hypothecaire lening werd aangepakt en de materie ‘arbeidsmarkt’ werd eens stevig door elkaar geschud.

    Gevolgen arbeidsmarkt

    Wat heeft het ene nu met het andere te maken? De werkloosheidsuitkering werd degressief en beperkt in de tijd. Allemaal goed en wel, dit kan een zinvolle maatregel zijn. Maar dan moet die passen in een ruimer beleid omtrent de aanpak van werkloosheid. Laat het werken aan hen die dat kunnen. Laat de anderen gerust. Wit/zwart-maatregelen werken niet. Ik pleit al langer voor activering op maat. Wat zien we nu bijvoorbeeld gebeuren?

    Duizenden jongeren zullen vanaf januari geen werkloosheidsuitkering meer ontvangen. Dat werd ruim op voorhand aangekondigd wat een goede zaak is. Maar wat gaan die jongeren doen? Leefloon aanvragen bij het OCMW. Ah toevallig, da’s een federale bevoegdheid. Da’s een problematiek die mooi afgewimpeld werd, Vlaanderen. Pronk gerust verder met uw lage werkloosheidscijfers en laat ‘de federalen’ in Brussel het maar oplossen.

    Wat gaan veel OCMW’s willen doen met die jongeren? Hen tewerkstellen, hen kansen geven op de arbeidsmarkt. OCMW’s doen dit in het kader van artikel 60 § 7 van de organieke wet op de OCMW’s. Hiervoor krijgen ze jaarlijks een toelage. Je raadt het nooit: ook die subsidie werd sinds de zesde staatshervorming verminderd. Maar da’s nog niet genoeg. Nee, vanaf 1 januari 2015 valt deze subsidie waarschijnlijk volledig weg. De federale overheid is niet bevoegd om een regeling uit te werken vanaf 1 januari 2015 en het kabinet van minister Homans laat niet uitschijnen dat ze naarstig aan het werk zijn om een eigen subsidieregeling voor de OCMW’s te ontwerpen.

    Wat met de cliënten die momenteel tewerkgesteld zijn in het kader van dit artikel van de wet en nog tot ergens in 2015 of nog langer zullen moeten werken? Wat met de cliënten die staan te popelen om een kans te krijgen op de arbeidsmarkt en daar wat hulp van het OCMW bij nodig hebben? Het weerkerende antwoord van de NVA: ‘OCMW’s, trek uw plan.’

    Nood aan omvattend beleid

    In het nieuwe federale regeerakkoord wordt voorzien dat langdurig werklozen gemeenschapsdienst gaan verrichten. Toen Rik Daems dit voorstelde, werd dat op hoongelach onthaald. Nu ziet men de waarde in van dergelijke maatregel. Maar het is een losse flodder, Vlaanderen. Je hebt de publieke opinie gesust door te stellen dat al die doppers zich maar eens nuttig moeten maken maar au fond fiets je vlotjes rond de kern van het probleem.

    Ernstig zieken die niet kunnen werken en moeite hebben om rond te komen, krijgen het nog moeilijker en zullen afzakken naar het OCMW. Langdurig werklozen die elke dag opnieuw een paar keer het deksel op de neus krijgen als ze gaan solliciteren, moeten gaan aankloppen bij het OCMW. Het OCMW wordt echter vleugellam gemaakt. Er wordt gesnoeid in subsidies en budgetten maar tegelijkertijd moeten de OCMW’s wel meer verwerken. Met hetzelfde personeelsbestand, als het even kan nog liever met minder personeel in dienst.

    Het Vlaams regeerakkoord voorziet dat OCMW’s zullen geïntegreerd worden in de gemeentelijke werking. Dat kan een goede zaak zijn. Ik spreek me daar niet over uit. Maar door de OCMW’s nu al in hun zakken te zitten, gaat het probleem van de inactieven niet opgelost geraken, integendeel. Nogmaals, mensen die niet in de mogelijkheid zijn om een job te zoeken en uit te oefenen, moet je gerust laten.

    Een alleenstaande vrouw met 3 kinderen die lijdt aan fibromyalgie (hà, dat erkennen we niet want wij vinden dat geen echte ziekte!), zal heus niet van de ene dag op de andere fluitend uit bed springen om een job te gaan zoeken als ze hoort dat haar werkloosheidsuitkering geschrapt zal worden. Nee, die vrouw duw je nog dieper in de put waar ze al in zit, fysiek en mentaal. Het is maar een voorbeeld, uit het leven gegrepen.

    Vlaanderen, minister Homans, luister naar al die partners uit het werkveld die staan te springen om met u in dialoog te gaan. De VVSG, de OCMW’s, en zoveel anderen die dagelijks werken met de doelgroep waar u bevoegd voor bent. Blijf niet Oost-Indisch doof maar laat ons een constructieve dialoog aangaan. U kan stoefen met lage werkloosheidscijfers, maar wat zijn die waard als het aantal leefloners en langdurig zieken de pan uit swingt? Juist, het is dan niet uw probleem maar dat van uw federale collega’s in Brussel. Maar au fond blijft het probleem van de armoede wel bestaan.

  • Niet alleen de armen zijn arm

    Steeds vaker lezen we in de krant artikels over de nieuwe armen. Men noemt hen smalend de ‘working poor’ in de pers. Het gaat hier vaak om mensen uit de actieve beroepsbevolking die om diverse redenen balanceren op de armoedegrens. De ene maand eindigen ze safe, de andere maand zitten ze in de shit. Deze mensen zijn niet de armen zoals ze leven in ons referentiekader. Niks profiteurs, niks allochtonen, niks fraudeurs om de typische vooroordelen van de goegemeente even aan te halen. Neen, het zijn mensen zoals u en ik die hard werken voor de kost en die dan moeten vaststellen dat dit niet volstaat. En net dat vinden we zo akelig: je ziet niet aan hen dat ze arm zijn. Misschien praatte je vandaag wel met een arme zonder dat je het wist. Die kerel met zijn t-shirt van Esprit had van gans de dag misschien nog niks gegeten. Of dat kindje met de mooie boekentas en de speelse staartjes had een lege brooddoos mee naar school. Armoede is niet langer de ver-van-mijn-bed-show. Ook niet voor de middenklasse.

    Keuzes

    We moeten beseffen dat het nu meer dan vroeger ieder van ons kan overkomen. Van de ene dag op de andere verandert je leven volledig. Dat kan verschillende oorzaken hebben: een scheiding, tegenslag met je gezondheid, tijdelijke werkloosheid die structureel wordt, … En ondertussen blijven de rekeningen binnenstromen. Plots moet je keuzes maken: betaal ik de huur of de elektriciteit deze maand? Mag de jongste mee op schoolreis of gebruiken we die centen voor een doktersbezoek want hij klaagt al zo lang over buikpijn? Koop ik brandstof voor de auto zodat ik kan gaan solliciteren of koop ik voedingswaren voor mijn gezin? Ondertussen stromen er aanmaningen binnen, wordt er gedreigd met deurwaarders die ‘de boel komen opladen’. Je weet van geen hout pijlen te maken. Hoe doen die echte armen dat? Hoe moet ik rondkomen met een percentage van wat er vroeger binnenkwam aan inkomsten? Eén en ander begint al gauw op je gemoed te werken. En voor je het weet, kom je terecht in een vicieuze cirkel. Want als het tussen de oren niet goed zit, dan laat het lichaam dat merken. Bam! Wat nu? er is geen geld om al die medische kosten te betalen. Komt dat er ook nog eens bij, alsof het allemaal nog niet erg genoeg is. En we zakken dieper en dieper weg in de schulden.

    Nieuwe armen versus generatie-armen

    Zoals we bij OCMW’s wel vaker horen, klopt hier zeker de uitdrukking ‘armoede heeft vele gezichten’. Deze nieuwe armen hebben volgens mij een handicap ten opzichte van de generatie-armen. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat deze laatsten beter af zijn. Niemand zou arm of kansarm mogen zijn. Helaas is die gedachte een utopie. En toch blijven we op het OCMW hopen dat we toch minstens voor een paar mensen het verschil kunnen maken. Als dat lukt, is de voldoening des te groter.

    Generatie-armen groeien op in armoede. Ze zagen het bij hun ouders, bij hun grootouders. Zij zagen hoe deze mensen worstelden om rond te komen. Hoe hun ouders vochten voor de toekomst van hun kinderen. Zij voelden de druk om het beter te doen dan de generatie voor hen. Zij leerden de kneepjes van het vak om het cru te zeggen. Ze kopen geen scampi’s of pijnboompitten en ze gaan niet op restaurant. Ze weten dat ze keuzes moeten maken willen ze proberen uit de (kans)armoede te geraken. Ze weten dat werk belangrijk is en daarom vinden ze het niet erg om hun handen vuil te maken als hun droomjob onbereikbaar is.

    Maar de nieuwe armen vallen in een zwart gat. Zij weten vaak niet hoe ze moeten besparen en welke mogelijkheden er zijn. Zij voelen nog steeds onterecht schroom om te rade te gaan bij het OCMW. Ze vinden het moeilijk om hulp te aanvaarden omdat ze dat nooit hebben moeten doen. Dat vlees dat in de supermarkt in de snelverkoop wordt afgeprijsd, daar moeten wij toch niet van eten? De Aldi, da’s toch geen winkel voor ons, daar verkopen ze alleen maar rommel! Ze hebben er vaak meer moeite mee om luxe op te geven. Ze lenen voor een reis naar de zon om hun gedachten eens te verzetten. Ze lenen voor een nieuw salon terwijl het andere best nog enkele jaartjes dienst kon doen. Ze kopen merkkledij en willen hun status behouden. Maar trek er eens een kast open? Je zou schrikken van wat je ziet (of net niet ziet).

    Maatregelen

    Waarom schrijf ik dit nu? Omdat mijn haar recht omhoog gaat staan terwijl ik de actualiteit volg. De N-VA schafte 4 jaar geleden de werkbonus af. Volgens sommigen leidde dit onrechtstreeks tot een forse belastingverhoging. De werkbonus werd ingevoerd om de werkloosheidsval te dichten. Mensen met een lager loon hielden dankzij de jobkorting een hoger nettoloon over waardoor er meer werkgoesting was en minder de drang om zich te wentelen in het werkloosheidsstatuut. Activering is immers van levensbelang willen we onze sociale zekerheid en bij uitbreiding onze economie gezond houden.

    In de congresteksten van N-VA staat volgens de media dat zij de personenbelasting willen verlagen. Da’s een maatregel waar iedereen blij mee is! Of hoe ze de bevolking een wortel voor de neus houden want uit berekeningen blijkt dat deze maatregel vooral de rijken ten goede komt. Als de N-VA zegt dat structurele maatregelen noodzakelijk zijn, dan hebben ze gelijk. Ik vraag me alleen af wat ze daar juist onder verstaan. Ik nodig de grote namen van de N-VA uit om een weekje mee te draaien op de werkvloer van verschillende OCMW’s. Niet als OCMW-voorzitter. Neen. Dat ze eens mee op huisbezoek gaan met een maatschappelijk werker, dat ze eens luisteren naar het relaas van zij die ongewild in de kansarmoede terecht kwamen, dat ze eens gaan zitten in een zetel die ruikt naar de urine met een grommende hond voor hun neus en ondertussen en sociaal onderzoek doen. Dat ze eens gezichten kunnen plakken op de dossiers die ze in de raad behandelen. Als er 2 kandidaten zijn voor een sociale woning, geven we ze dan aan een gezin met jonge kinderen of aan een arme alleenstaande wiens huis onbewoonbaar werd verklaard? Zorgen we er met andere woorden voor dat die kinderen een goede huisvesting krijgen wat dan weer een invloed heeft op hun gezondheid zodat die man dakloos wordt of doen we het omgekeerde?

    Stof tot nadenken

    Niemand wil arm zijn, daar ben ik van overtuigd. Zij die het toch zijn, zijn daar heus niet blij mee. Er zijn altijd enkele rotte appels. Het is typisch Belgisch om creatief om te gaan met regelgeving. Deze onverlaten mogen niet vrijuit gaan.

    Maar de overgrote meerderheid van de (kans)armen heeft onze hulp nodig om hun leven terug op de rails te krijgen. We mogen hen niet met de nek aankijken. Armoedebestrijding is niet alleen een taak van de overheid of van het OCMW. Iedereen kan armoede mee helpen bestrijden. Dat kan met doodeenvoudige dingen. Door gewoon je ogen en oren open te houden in je eigen omgeving, kan je al veel betekenen voor iemand die het nodig heeft.

  • Rare jongens daar in Zichem

    Ik mag voor het OCMW van Scherpenheuvel-Zichem werken als personeelsverantwoordelijke. Het beleid daar geeft me de kans om voorstellen uit te werken die onze mensen ten goede komen. Ik ben daar heel dankbaar voor. Onlangs lanceerde ik het idee van een gezondheidsbeleid. Als je wil werken aan presenteïsme, dan levert dit in mijn ogen betere resultaten op dan een absenteïsmebeleid, ook wel gekend als ziekteverzuimbeleid. Mijn idee werd niet al te enthousiast onthaald. Bij sommigen riep het al meteen beelden op van Aziatische strafkampen waar je 3 dagen moet overleven op een droge boterham en een glas water terwijl je zware fysieke arbeid levert in mensonwaardige omstandigheden. Tof, het is ook een optie 🙂

    Ik zag het eerder wat positiever. Wat zat er bijvoorbeeld in mijn plan: fruitmanden in de keuken zetten voor onze personeelsleden. Meer kans dat ze gezonde tussendoortjes eten op die manier. Fruit zien eten doet fruit eten. Thuis doe je zo gauw de moeite niet maar als het op het werk toch voor het rapen ligt, dan kan je al even goed mee doen met de kudde. Een andere was het stimuleren van woon-werkverkeer met de fiets. Vooral voor onze administratieve krachten dan want de meesten wonen in een straal van 8 km rond het OCMW. Het personeel van de thuiszorg daarentegen is al actief bezig tijdens de uitoefening van hun job.

    Nog een mooie vond ik ‘samen bewegen’. Iets wat er vroeger was maar het stierf een stille dood. Dankzij onze glijdende werktijden kunnen we tot anderhalf uur lang pauzeren ’s middags. Dat geeft een mens toch wel wat tijd om wat aan de conditie te werken. Wat je overdag al doet, hoef je ’s avonds niet meer te doen wanneer je kaars eigenlijk al uit is. Vroeger gingen we tijdens onze middagpauze al eens met een klein groepje wandelen. ‘Samen bewegen’ werd echter al neergebliksemd nog voor het geboren werd. Ach ja, er zijn ergere dingen in het leven. Ik kon het maar proberen.

    Zelf probeer ik in elk geval mijn plan wel uit te voeren. Ik neem sowieso geregeld fruit mee naar het werk. Als de omstandigheden (lees: het weer, de kinderen en alle agenda’s binnen het gezin) het toelaten, spring ik op mijn stalen ros voor een rit langs de Demerbroeken tot in Zichem. Vanaf nu ga ik 2 à 3 keer per week wandelen tijdens mijn middagpauze. Vandaag was de eerste keer, de regen hield me niet tegen.

    Halverwege mijn route passeerde ik een local. Oud en er waren kosten aan. Hij liep met een kruk, had al even geen scheermachine gezien en leek me allergisch aan zeep en shampoo. ‘Alcohol ontsmet dus daar wassen we ons maar mee’ leek zijn motto toen ik hem passeerde. Wat een walm zeg!  Ik knikte beleefd en hield mijn tempo aan. Zijn reactie: ‘Oep maai moette ni lette zunne, ik zèn toch bekant doewet.’ Jah… Hoe reageer je daar in hemelsnaam gepast op?

    – Ah, hier is mijn kaartje mijnheer. Ik ben free lance copywriter en kan voor u het meest originele overlijdensbericht ever schrijven?

    – Goed plan, die overbevolking is immers voor niks goed?

    – Hulp nodig?

    Allez ik bedoel maar… Je kan toch niet verwachten dat een wildvreemde voorbijganger dit gestamel serieus neemt? Plots zag ik dat er in zijn onmiddellijke omgeving een koppeltje stond, ze leken hem te kennen. Ik besloot mijn route stilletjes verder te zetten. De man was in goede handen, anders zou ik wel gereageerd hebben. Noem het beroepsmisvorming. Ik heb er wel de ganse dag op zitten denken. Hoe diep moet het niet zitten als je dergelijke uitspraken doet tegen een vreemde? Wil hij geholpen worden om zijn leven, wat er hem nog rest althans, terug op de rails te krijgen en mee te tellen in de maatschappij? Is hij sociaal geïsoleerd en zoekt hij contact om uit een vicieuze cirkel te geraken? Of had hij gewoon een stuk in zijn kraag en zei hij tegen de volgende voorbijgangers dat UFO’s hem ontvoerden en terug op de aarde gooiden na een mislukt experiment. Wie zal het zeggen…

  • De ROI van VTO

    Ik mocht van mijn baas vandaag een dagje bijscholing gaan volgen. Als vormingsambtenaar doe ik niet aan vormingstoerisme maar probeer ik zorgvuldig uit te kiezen wat voor mij (en mijn collega’s van de dienst HRM) relevante en zinvolle vormingen zijn. Ik dacht er onlangs eentje gevonden te hebben. Tevreden dat mijn baas er ook zo over dacht, stapte ik vanochtend vol goede moed op mijn stalen ros om naar het station te trappen. Mijn glimlach veranderde al snel in een gepeperde vloek toen de eerste regendruppels van de dag mijn hoofd bereikten bij het openen van de garagepoort. Maar kom, we laten onze dag daar niet door vergallen en we nemen het afgrijselijke regenkapsel maar voor lief want we gaan vandaag iets bijleren over loopbaanonderbreking en thematische verloven. Mijn hart maakte een sprongetje van opluchting toen de trein naar Leuven netjes op tijd arriveerde in het station van Diest én bovendien ook nog eens netjes op tijd richting Leuven spoorde. Van wat ik op Twitter lees onder #pendelpret is dat namelijk geen evidentie. De regen vond me zo tof dat ie me volgde naar Leuven. Met een sarcastische glimlach haalde ik mijn paraplu boven en wandelde de volle 150 m naar het provinciehuis.

    Daar werden we om 10.00 u stipt verwacht, de lesgever zou ons dan immers komen ophalen en begeleiden naar het leslokaal. Er zijn er namelijk nogal wat in het provinciehuis. Ik was zo fier als een plastieken gieter dat ik zonder oriëntatieproblemen tijdig (9u40!!!!) op mijn bestemming was. Met een oprechte glimlach (jaja, ik lach nogal wat af op een dag) meldde ik me aan bij het onthaal… en zag de groep net naar boven vertrekken! Dan maar even een versnelling hoger schakelen en een spurtje trekken naar de groep om de deur naar het heilige leslokaal net voor me zien dicht te vallen. Op slot. Niet open te krijgen. Grrrrr!

    Er waren gelukkig nog vroege laatkomers die me hielpen bonken op de deur. Een moment later komt een bevallige jongedame (ik moet er iets aantrekkelijks in steken of u leest niet verder) ons redden, ze begeleidt ons – met de lift – helemaal naar de eerste verdieping en levert ons netjes af in het juiste lokaal. Tof tof, de RVA heeft haar meest enthousiaste werkkracht gestuurd om ons een dag te entertainen! Haar aanwezigheid vult de helft van het lokaal. het lokaal is ongeveer 4 m op 4 m en moet plaats bieden aan mevrouw, haar ego en een twintigtal cursisten plus de tafel met de catering. Stoelen en tafels moeten we in allerijl nog gaan zoeken in de belendende lokalen en burelen om iedereen plaats te kunnen bieden. We zaten net niet op elkaars schoot.

    Een eerste keer denk ik aan het inschrijvingsgeld dat mijn werkgever betaalde opdat ik dit zou mogen meemaken. Maar dan… De lesgeefster. Het ligt niet in mijn aard personen af te maken, ik ga dus proberen het netjes te houden. Proberen. Ze is zeker een kop groter als mijn 6-jarige zoon. Ze is even breed als ze groot is. Ze heeft een geblondeerd voor de dames: met uitgroei) carréke maar dan de pispotvariant er van. Kent u dat? Vroeger zag je het ook vaak bij misdienaars en pastoors. Op haar bevallige neus stond een bril die ze volgens mij erfde van haar betovergroottante. Authentiek en hipster en zo maar dan op de verkeerde manier. Ach ja, tot daar aan toe. We zijn hier om iets bij te leren.

    Ik ben gemotiveerd en luister aandachtig naar wat ze vert… hé een regendruppeltje! Oh, glazen muren, ik zie wat er tegenover en schuinsonder me gebeurt! Oh wow, dat was een dikke knuffel als je ‘maar’ collega’s bent! Mijnheer op de tweede verdieping probeert handmatig zijn sinussen te reinigen? Ambtenaar down op het gelijkvloers, die gaat straks een ferme buil hebben! En dan in de verte hoor ik termen als ‘onderbrekingsuitkering’, ’thematische verloven’, ‘uitzonderingen’, …  Enkele keren verbeter ik haar als ze de cursisten foute informatie geeft. Het is niet netjes maar ik kan het niet laten. dit is te belangrijk voor bijvoorbeeld het latere pensioen van personeelsleden. Want jaja, de eindeloopbaantoestanden zijn volledig gelijkgesteld voor de pensioenberekening maar NIET als je statutair bent mevrouw! Het is maar een voorbeeld.

    Ze is goed opgevoed, doordrongen van het ambtenarenbloed dat je vroeger nodig had om ambtenaar te kunnen worden. Zo eentje die je tegen het lijf liep in ‘De Collega’s’. Want als je om 10 u begint les te geven, dan ben je om 11 u écht wel toe aan een pauze om op adem te komen *zucht* Ze sleept zich vanaf 11u20 verder door de middag en haalt in bijna-comateuze toestand de middagpauze van 12 u.

    Lap, daar heb je het. We moeten in ons aquarium van 4 op 4 blijven om te eten. Dat geeft me tijd om mevrouw nog eens te observeren. Ze eet met haar mond open. Ik zie dat ze een broodje met hesp en véél mayo aan het vermalen is. Haar mondhoeken lijken versierd met brésilienne maar het zijn kruimels. Tiens, ik wist niet dat mayo zo goed dienst kon doen als secondelijm. Ik heb dat héél goed kunnen zien, want ze loopt, nog kauwend en terwijl babbelend, naast me door. Met het laatste stukje van haar broodje nog in de hand, is ze al naarstig aan het analyseren wat er nog op de schotel ligt om de juiste keuze te kunnen maken. Op 1 been kan je niet staan, zeker niet als je zware arbeid moet leveren.

    Deel 2: de thematische verloven. Hiervoor ben ik naar deze opleiding gekomen. We hebben namelijk vernomen dat er grote wijzigingen op til zijn en daar zal deze mevrouw zeker iets over te vertellen hebben. Nougatbollen. Ik begin me schuldig te voelen tegenover mijn werkgever. Was ik tijdens de lunch maar gevlucht om me nog wat nuttig te maken bij de collega’s van het OCMW. En dan plots… geloof ik mijn oren niet! Ik zit perplex op mijn stoel. Ik zou ook perplex kunnen staan maar met die glazen wanden zou ik zo op mijn stoel nogal bekijks gehad hebben. Er wordt een vraag gesteld over deeltijds ouderschapsverlof in een concreet geval. De formulieren zijn al opgestuurd naar de RVA maar er is nog geen C62 toegekomen bij het personeelslid. Volgens de uitleg van de cursist heeft de aanvrager geen recht op de gevraagde deeltijdse onderbreking. Voor de werkgever is dat belangrijke informatie want dan moet betrokkene het normale uurrooster presteren en moet er geen vervanging aangesteld worden. De lesgeefster begint te glunderen want whoohoow, we kunnen nog eens een weigering opmaken!

    En dan vraagt ze, tijdens de les, in aanwezigheid van alle 20 cursisten aan de vraagsteller het rijksregisternummer van de aanvrager. Toevallig kende die dat niet van buiten. ‘Oh maar da’s niks, geef me dan de naam en de woonplaats en dan zoek ik dat wel even op.’ Aarzelend gaf de vraagsteller deze gegevens door. Wat met privacy en deontologie beste mevrouw van de RVA? Hebben ze jullie dat nooit geleerd? Zeg dan tegen de vraagsteller dat ze je die gegevens best even bezorgt tijdens de pauze of na de les zodat u het even kan nakijken!

    Gelukkig voor mijn bloeddruk was ze vroeger als voorzien klaar met haar uiteenzetting. Jippie, we mogen vroeger naar huis! Uitgelaten als een tiener huppel ik naar buiten richting station. 2 minuten te laat voor de trein richting Diest. 1 uur wachten op de eerstvolgende trein… Tsjah, dan wandelen we maar wat rond. Nog eens jippie, zo haal ik vandaag mijn 10.000 stappen! En als afsluiter alweer goed nieuws: de trein naar huis arriveerde netjes op tijd in Leuven en stopte netjes op tijd in Diest. Ik stuur morgen alvast een mailtje naar de organisator om beleefd bruikbare feedback te geven over deze opleiding.