Tag: dood

  • Existentialisme voor en door kinderen

    Mijn zoon van 7 heeft een talent. Op de meest onverwachte momenten overvalt hij me met existentiële vragen en dilemma’s. Hij verwacht op dat moment ook dat ik een bevredigend antwoord uit mijn mouw schud alsof het niks is. Vanavond kwam hij weer snikkend op zijn sokken naar beneden terwijl hij eigenlijk al lang in dromenland moest zijn.

    ‘Mama, ik weet niet wie ik ben. Ik weet niet of het wel echt is dat ik hier nu ben. En ik ben bang dat als er iemand oud is in onze familie, dat die dan dood gaat. Of dat jullie dood gaan want wie gaat mij dan komen wassen? Ik wil niet dood gaan mama!’

    Daar zit je dan, van je sokken geblazen met een huilend kind op schoot. Op zulke momenten komt de moeder/maatschappelijk werker in mij naar boven. Ik neem zijn vragen altijd ernstig en stuur hem niet met een sussend aaitje over zijn bolletje terug naar bed. Ook al was het véél te laat voor hem om nog wakker te zijn.

    Samen praatten we over oude mensen, over de dood, over het hier en nu. Dat het oké is om na te denken over de dood want iedereen doet dat wel eens. Maar niemand kan vertellen hoe dat is of wanneer je zal sterven. Dat het geen zin heeft om je hele leven bang te zijn voor de dood omdat je dan niet gelukkig kan zijn. En jonge, gezonde kindjes sterven normaalgezien niet. Mama en papa zullen er ook nog een hele tijd zijn. Niets wijst er op dat iemand in dit gezin het loodje zal leggen, gelukkig maar!

    Voor mezelf noteer ik dat ik zijn boek over rouwverwerking nog eens uit de kast haal. We lezen daar dan samen in en ontdekken hoe andere kinderen en andere culturen omgaan met leven en dood. Kenny Knuffelmonster was na ons gesprek afleidingsmanoeuvre van dienst. Zoonlief ligt nu vredig te slapen en in mijn hoofd blijft het maar malen… Het lot van een betrokken moeder. En hoe een hoogsensitief kind een verrijking van je leven kan zijn. Ik hoop vooral dat ik hem een beetje kan leren hoe hij met al die dingen om moet gaan zodat hij later sterk in het leven staat en zijn talenten positief gebruikt.

  • Filosoferen met kinderen…

    Zoonlief is nu 7,5 jaar. Hij is een gevoelig kind dat veel nadenkt over de dingen die zijn pad kruisen. Hier lees je daar een voorbeeld van. 2 weken geleden bezochten we met het ganse gezin mijn grootmoeder. Zij verblijft in een revalidatiecentrum na een ongelukkige valpartij. Ze ligt op een gemeenschappelijke kamer. Toen we daar binnengewaaid kwamen met onze nieuwjaarswensen, speelde de film Spartacus op tv. Gefascineerd keken onze kinders, de ene met zijn handen voor zijn ogen, de andere met wijd opengesperde kijkers. Toen dacht ik nog bij mezelf dat er een moment zou komen dat dit zich ging wreken.

    Vandaag was het zover. We vierden samen met de familie de zesde verjaardag van onze dochter. Het was een leuke dag. De neefjes en nichtjes speelden dol met elkaar. Toen ’s avonds onze oudste in bed lag, hoorde ik na een tijdje zacht gesnik. Ik wilde net gaan kijken toen de deur open ging. Daar stond hij dan, huilend en snikkend. Tijd voor een moeder-zoongesprek.

    ‘Mamààà, ik voel me niet goed.’

    – ‘Wat is er aan de hand, ben je ziek?’ (hij is al enkele dagen verkouden)

    ‘Nee. Ik geloof niet in mijzelf en ik wil niet dood gaan.’ Lap, daar had ik me nu net niet aan verwacht na een toffe dag als vandaag. De wraak van Spartacus is gearriveerd.

    – ‘Niets wijst er op dat je gaat sterven jongen. Je bent niet ziek en je bent niet oud. Je hoeft daar nu nog niet over na te denken.’

    ‘Maar ik geloof niet in mezelf en ik weet niet wie ik ben. En ik weet ook niet hoeveel pijn het gaat doen als ik dood ga. Ga ik trouwens wel iemand kennen in de hemel? En die pap mogen ze houden, ik lust dat niet. En gouden lepeltjes moet ik ook niet hebben!’

    – ‘Jij weet wel wie je bent hoor. Jij bent Robin, de zoon van An en Dennis. Je bent goed in rekenen en schrijven en je gaat naar de circusschool. Niemand weet hoe het voelt om dood te gaan, het heeft geen zin om daar nu al droevig om te zijn. Bompa is al in de hemel, die ken je toch nog? je zal daar zeker niet alleen zijn. Net zoals je nu ook niet alleen bent.’

    ‘Leeft bompa dan in de hemel? En eet die wel rijstpap? Is de hemel wel groot genoeg voor ons allemaal?’

    – ‘Bompa is in de hemel, ik weet niet wat die daar allemaal eet. De hemel is voor jou hoe jij wil dat die is. Wil jij dat er muziek speelt in de hemel? Dan is daar muziek. Wil je dat daar een circus is? Dan is daar een circus. Jij kiest zelf hoe voor jou de hemel er uit ziet jongen.’

    ‘Maar mama, hoe weet jij dat dan allemaal?’

    – ‘Ik heb daar een boek over gelezen jongen. Denk nu aan de leuke dingen die je vandaag allemaal meemaakte tijdens het feest van zus en probeer te slapen. Je gaat heus nog niet sterven dus daar denken we nu nog niet over na. Jij bent Robin en jij weet wie je bent. Geloof toch maar in jezelf en dan komt het goed.’

    Na dit gesprek is hij rustig gaan slapen. Bij mij slaat de twijfel toe. Heb ik ‘de juiste’ antwoorden gegeven? Pak ik dat wel goed aan? Hoe voer je zulke gesprekken met je kind op een moment dat je er totaal niet op bent voorbereid?

    Van Robin weet ik al langer dat hij hoogsensitief is. Ik laat u vrij om daar al dan niet in te geloven. Ik herken veel van mezelf in hem. Dat helpt me om hem te begrijpen. Ik neem zijn vragen altijd ernstig en beantwoord ze met het nodige realisme. Het heeft geen zin om hem blaasjes wijs te maken. Maar waar trek je de grens? In welke mate scherm je je kind af voor  de harde dingen in het leven? De afgelopen weken heb ik bijvoorbeeld bewust niet naar het nieuws gekeken met de kinderen omwille van de beelden van de aanslagen in Parijs. Spartacus kon ik echter niet wegzappen omdat de kamergenoot van mijn grootmoeder naar die film aan het kijken was.

    Het wordt tijd om eens op zoek te gaan naar wat lectuur. Enerzijds voor mezelf als ouder van een gevoelig kind. Anderzijds zoek ik ook boeken die op kindermaat geschreven zijn over dingen die hen bezig houden zoals bijvoorbeeld de dood, wie ben ik, … Eigenlijk een beetje om te leren filosoferen zonder dat in angst te laten resulteren. Op het gesprek van vanavond ga ik even niet terug komen. Hem kennende, gaat hij daar nu een tijdje over nadenken en dan komen de volgende vragen.

    Wie tips heeft of zijn ervaringen wil delen over het omgaan met HSP bij kinderen, mag me altijd iets laten weten. Alvast bedankt…

  • Gesprekken op de achterbank

    De zoon van 7 en de dochter van 5 zijn nogal filosofisch aangelegd. Over àlles denken ze grondig na. Ook over de zin van het leven. Vandaag mocht ik daar nog eens getuige van zijn. Zoonlief beet de spits af:

    ‘Mama, ik geloof niet dat ik besta.’

    – ‘Waarom?’

    ‘Wel, ik denk dat ik al dood ben gegaan en dat ik terwijl ik dood ben aan het dromen ben dat ik terug leef en hier nu in de auto zit.’

    – ‘Hoe kom je daar nu zo ineens bij? Heb je vandaag in de klas misschien gepraat over doodgaan en zo?’

    ‘Nee, ik ben gewoon veel te bang om dood te gaan en zo lijkt het minder eng. Want als je dood gaat mama, waar ga je dan eigenlijk naartoe?’

    In mijn hoofd flitsten hemel, hel en 72 maagden voorbij. De dochter redde me gelukkig net op tijd:

    ‘Robiiiiinnnn, als je dood gaat dan ga je toch gewoon naar de ruimte!’

    – ‘Jamaar zeg dat is niet waar, ik heb daar nog geen dode mensen zien rondvliegen! En daarbij hè, dan wil ik een ruimtehelm hebben voor als ik dood ga want anders dan gaat dat niet hè!’

    Wat gaat er soms toch in die hoofdjes van hen om hè…

  • Vogelvrij verklaarde vogels

    Dit huis heeft duidelijk iets tegen vogels. De allereerste keer dat we hier met onze sleutels arriveerden, pleegde een mus harakiri voor onze neus. Vervolgens kwam de familie kauw die in de stal een metershoog nest bouwde voor hun nazaten. Eens ze inzagen dat ze niet goed bezig waren, lieten ze de boel de boel en zochten andere oorden op. En toen kwam het goede nieuws!

    In mei legt elke vogel een ei! Er bleek niet alleen het stort van de kauwen te zijn. Net onder het dak van de stal had een verliefd merelkoppeltje een nestje gemaakt. Onlangs hoorden we vrolijk gekwetter. Baby’s!!!!!! ’s Ochtends om 6 u waren ze al duchtig aan het tjilpen. Ging ik ’s avonds de stal in, dan waren ze nog steeds druk aan het babbelen. Daar wordt een mens op slag vrolijk van.

    Vandaag werd onze trampoline geleverd, voorlopig zetten we die nog even in de stal tot we ze in de tuin gaan monteren. In het pikkedonker ging ik de poort van de stal sluiten na de levering. Ik stond met 1 voet niet stabiel. Da’s niet onlogisch want de stal is heu… een Biereco-stal van 50 à 60 jaar oud. Plots hoorde ik een schrille korte krijs gevolgd door ‘splat’. Het bleek de doodskreet van een babymereltje te zijn. Onder mijn schoen. Ik vond op de grond 5 dode babymereltjes. De vijfde is nu extra dood door mijn maatje 38. Ik was er echt niet goed van 🙁 Rond babymerel strekte zich een spoor van bloed en ingewanden…

    Houden jullie mee 1 minuut stilte voor deze schattige beestjes die de dood vonden in mijn huis? Hoe moeten de mama en papa zich niet voelen, ze zijn hun kinders kwijt en weten vermoedelijk niet eens dat ze 5 meter lager morsdood liggen.

    Baby 1 en 2, tegen de muur gevonden.
    Baby 1 en 2, tegen de muur gevonden.

     

    Baby 3 ziet er niet koosjer uit.
    Baby 3 ziet er niet koosjer uit.
    Baby 4: net naast de valmat neergestort.
    Baby 4: net naast de valmat neergestort.
    Baby 5, verpletterd door 58 kg mens :(
    Baby 5, verpletterd door 58 kg mens 🙁
  • Pasen

    Nog één keertje slapen en de paasvakantie begint. Op school werd de afgelopen weken naarstig gewerkt rond het thema Pasen en al wat daar zo wat bij komt kijken. De vasten bijvoorbeeld. En het paasverhaal. Da’s logisch want onze kinderen gaan naar een katholieke school. Onze oudste zit in het eerste leerjaar. Hij heeft een heel toffe meester die al tig jaren ervaring op zijn teller heeft staan. Vandaag heb ik toch mijn wenkbrauwen eens gefronst.

    Deze week bereikten mij verhalen van andere mama’s van klasgenootjes. Hun kind was beginnen huilen toen ze in de klas hoorden hoe Jezus aan zijn eind kwam. Onze zoon vertelde ook elke dag wie er nu weer was beginnen wenen omdat ze het zo erg vonden voor Jezus. Ah ja mama, want dat is wel erg hè als ze je aan een kruis nagelen met nagels door je handen en je voeten zodat je goed blijft hangen. En dan zetten ze dat kruis boven op een berg en ze lieten Jezus daar dan in de hete zon achter om te sterven… Voor een kind van 6 à 7 jaar geeft dat veel stof tot nadenken.

    Ik bedacht me dat het er ‘in mijn tijd’ op de meisjesschool toch wat omfloerster aan toe ging. Wij lazen over het paasverhaal in een boekje. Die versie was echte niet zo Hollywoodiaans geïnspireerd als wat ik de laatste dagen hoor van mijn zoon. Vandaag is hij ook geknapt. Huilend kroop hij kort na bedtijd uit zijn bed en op mijn schoot. ‘Mama, ik ben bang! Ik wil niet sterven! Dan zie ik niemand meer! En ik ben nog nooit in de hemel geweest en ik ken daar niemand mama!’

    Het gegeven ‘rijstpap met gouden lepeltjes’ bracht geen troost want dat lust hij niet. Voor zijn 70 maagden is hij nog te jong. Bon, dan filosoferen we maar even mee. We praatten even over de dood en het leven, over de hemel, over vriendjes en familie. Ik lieg niet tegen hem want daar is hij niet mee geholpen. Sterven hoort bij het leven en we moeten het allemaal ooit eens doen. Of het pijn doet, weten we niet. En hoe je in de hemel geraakt? Tja, wie zal het zeggen? Uiteindelijk is hij terug naar bed gegaan maar ik zag aan zijn gezicht dat het molentje nog steeds aan het malen is.

    De volgende dagen mogen we ons ongetwijfeld nog aan enkele boeiende vragen verwachten…

  • Zinloos geweld

    Soms denk ik dat ik maar beter geen kranten meer lees. Dit artikel trok vandaag mijn aandacht. Schrijnend en bijna iedereen zal het ongetwijfeld erg vinden. Zelf heb ik lang gewerkt in de horeca. Ik ben er eigenlijk zo een beetje in opgegroeid. Waarmee ik absoluut niet gezegd wil hebben dat dit een goede zaak is. Maar het maakt wel dat je dit soort artikels anders bekijkt. Als ik het artikel lees, kan ik me al een beetje voorstellen hoe één en ander gegaan is.

    Het laat nog maar eens zien dat overdaad schaadt. Altijd en overal. Da’s voor alcoholgebruik niet anders. Een man van 49 wordt vermoedelijk buiten gebonjourd omdat hij te dronken (misschien ook ambetant, agressief, …) is en keert terug om van zijn oren te maken. Nog steeds dronken. Een groepje jongeren heeft het met hem gehad en maakt dat duidelijk en bàm: ’t is gebeurd. Het zit in een klein hoekje beste mensen. Dit schrijf ik op basis van wat ik las in het artikel, het kan zijn dat de ware toedracht anders is. Maar de feiten blijven de feiten: een knaap van 18 jaar is er niet meer en zal er nooit meer zijn.

    Ik heb indertijd ook klanten vriendelijk verzocht de zaak te verlaten, ik weigerde hen nog drank te geven. Het enige dat ik voor hen nog wilde doen, was een taxi bellen zodat ze veilig zouden thuis geraken. Ik was toen een snotneus van pakweg 16 (!) jaar. Nu is dat bijna ondenkbaar. Als ik dan dergelijke artikels lees, lopen de koude rillingen zo over mijn rug. Vaak stond ik op een vrijdagavond of zaterdagavond alleen in het café waar ik werkte. Als snotter van 16. Ik zag daar toen geen graten in, integendeel. Ik vond het tof dat de eigenaar me vertrouwde. Ik wandelde zelfs te voet naar huis nadat de keet gesloten was. Nu durf ik dat niet meer en mijn kinderen zouden het niet mogen. Ze mogen in de horeca werken maar in het holst van de nacht hoeven ze niet over straat te dwalen. Dan zet ik nog liever mijn wekker om ze te gaan oppikken. Ik zou het mezelf nooit vergeven als hen iets zou overkomen wat ik had kunnen vermijden.

    In de horeca heb ik trouwens meer geleerd over mensen, relaties, interacties, persoonlijkheidstypes dan in mijn opleiding tot personeelswerker. Wie wil werken in de sociale sector, zou eigenlijk verplicht enkele maanden moeten meedraaien in een bruine kroeg. Iets later lees ik dit artikel. Dat stemt me al iets positiever. Het is goed mogelijk dat de dader van deze steekpartij zijn straf effectief zal moeten uitzitten. Hopelijk voor meer dan 1/3e. Het geeft die man wat tijd om na te denken. Enerzijds over wat hij aangericht heeft en anderzijds of het dat nu waard was.

  • Ontwaakt!

    18u50: de kinderen hebben net hun pyama aan en mogen nog 5 minuutjes tv kijken voor ze naar bed gaan. Plots gaat de bel. Een vriendelijke man vraagt of ik tijd heb voor een gesprek over het leven. Eigenlijk niet. Wat is dat toch met die Getuigen? Alle respect voor die mensen, hoe ze zich dagelijks inzetten om hun geloof aan de man te brengen. Ik zie het weinig christenen doen. Mààr… Het lijkt wel of die een controlekamer hebben waar voor elk huishouden geregistreerd wordt welk nu net het meest ellendige moment is om aan te bellen. Hierdoor heb ik nog nooit de kans gehad om op mijn gemak de dialoog eens aan te gaan.

    De man had begrip voor mijn situatie. Hij overhandigde me een brochure om te lezen met het vriendelijk verzoek er ook eens heel goed over na te denken. Ik ben dan zo een brave kwezel die die taak ook ter harte neemt.

    Untitled1

    Leuke titel, trekt de aandacht. Marketeers weten dat baby’s, sex en dieren altijd scoren dus de coverfoto zit ook goed. En dan een retorische vraag. Hier moet ik dus de rest van de avond over nadenken.De Getuigen weten van aanpakken.

    Je weet toch niet hoe lang je kan leven? Je kan dat zelf beslissen maar dat vergt veel moed. Ook al is het voor velen een laffe ‘oplossing’, het vergt moed om jezelf het hoekje om te helpen en er nog in te slagen ook. Ik zou mezelf niet van kant kunnen maken denk ik. Ik vind niet dat ik zomaar mag beslissen over leven en dood.

    Euthanasie

    Euthanasie is dan nog net iets anders in mijn ogen. Terecht komen in een vegetatieve toestand met nihil kans op verbetering wens ik niemand toe, ook mezelf niet. Ik wil mijn naasten niet tot last zijn. Dan mogen ze me een spuitje geven. Net zoals dat bij dieren gebeurt. Of zoals het achter hoek en kant bij bejaarden gebeurt in ziekenhuizen en RVT’s. Jaja, taboe maar noem een kat nu eens een kat hé zeg.

    Zelfzorg

    Als ik genoeg aandacht besteed aan zelfzorg, is de kans reëel dat ik een respectabele leeftijd bereik. Ik kan dan mijn kinderen zien opgroeien, met wat geluk komen er op een bepaald moment ook kleinkinderen. Als ik dat mag meemaken, ben ik een tevreden mens. Ik heb niet de behoefte om 150 jaar te worden. Ik hoop waardig te kunnen verouderen. Geen dementie, geen Parkinson, liefst ook geen kanker of andere aandoeningen. Zelfstandig kunnen eten en drinken tot de laatste maaltijd, helemaal alleen pipi en kaka op het toilet kunnen doen tot het laatste moment. Dat hoop ik.

    Overmacht?

    Zelfzorg is echter niet voldoende. Ook de omgeving moet me laten leven. Er zal maar eens een vliegtuig op mijn hoofd terecht komen bijvoorbeeld. Dat kan ik niet vermijden door dagelijks 6 porties fruit en groenten te eten. Dan kan ik me de vraag stellen waarom dat vliegtuig net nu en net op mijn hoofd terecht moet komen. Ofwel werd dat door hogerhand bepaald, ofwel is er een duidelijk aanwijsbare oorzaak. Moet ik daar nu echt over nadenken? Het resultaat zal hetzelfde zijn: je kan me dan bij elkaar vegen.

    Het grote moment

    Als ik zou mogen kiezen hoe ik sterf, dan zou het pure rock ’n roll zijn. Na een geweldig feestje met mijn naasten en echte vrienden met een voldaan gevoel vermoeid in bed kruipen en niet meer wakker worden. Gewoon, de stekker er uit trekken. Basta. 2 seconden en gedaan. Geen doodsstrijd en van die toestanden. En weten dat mijn naasten en vrienden hun laatste herinnering aan mij een leuke herinnering is.

    Recyclage

    Zo denk ik er momenteel over. Ik heb me trouwens enkele jaren geleden laten registreren als orgaandonor. Ze mogen alles wat ze kunnen gebruiken van me hebben. Als het maar iemand kan helpen. Of als het de wetenschap kan helpen, dan ben ik ook al tevreden. Ik zou wel even terug opstijgen uit de hel om van mijn oren te maken als mijn longen naar een roker zouden gaan of als mijn lever naar een alcoholist verhuist. Dat zou ik zonde vinden. Maar daar beslis ik op dat moment helaas niet meer zelf over.