Maand: september 2014

  • Als dat gebeurt…

    Mijn leven is… hoe zal ik het zeggen? Hectisch. Apart. Zeker niet de middenmoot. Soms is dat heel erg leuk, soms is dat bitter hard. Soms heb ik er geen moeite mee, soms wringt het. Goed nieuws komt in vlagen, slecht nieuws doet dat ook. En net dat slechte nieuws maakt vaak dingen los. Een mens heeft dat soms nodig om zijn geluk naar waarde te kunnen schatten. Voor dat besef ben ik erg dankbaar. Het hoeft trouwens niet groots te zijn. Gewoon de wetenschap dat je gezinsleden en jijzelf gezond zijn, dat je een dak boven je hoofd hebt en eten op je bord, dat je een job hebt die je graag doet, dat je in een land woont waar je als vrouw mag gaan werken, dat we onze mening mogen verkondigen zonder dat daar sancties aan verbonden worden, … Vult u zelf het lijstje maar aan.

    Vorige week was op verschillende vlakken tegelijk – hoe kan het ook anders – een loodzware week. Toen ik met iemand praatte over mijn week, viel haar mond open. ‘Allez zeg, wat jij opsomt is wel allemaal erg heavy’, zei ze. Een normaal mens heeft behoorlijk wat tijd nodig om dat allemaal te verwerken en te plaatsen. Ik kon alleen maar denken: ‘Story of my life.’

    Ik wil zeker niet beweren dat ik Superwoman ben. Ab-so-luut niet. Maar het leven heeft me al wel geleerd hoe ik een ruggengraat kan kweken. Hoe ik negatieve gebeurtenissen positief kan aanwenden. Hoe mijn persoonlijkheid daar positief door evolueert.

    Maar soms heb ik ook wel eens goesting om in een bolletje in de zetel te kruipen en met rust gelaten te worden. Want hoe sterk je ook bent, hoe sterk je ook kunt zijn voor anderen… Altijd blijf je een mens van vlees en bloed. Net dat maakt ons uniek. En net dat is wat ik vanavond ga doen.

  • Kinderen en suiker

    1 september betekende niet alleen de start van het nieuwe schooljaar. Ik voerde voor mijn kroost subtiel een andere levenswijze in. Vooral op het gebied van eten en drinken. Dit jaar zijn we al erg veel bezig geweest met gezonde voeding omwille van het pseudo-allergeenvrij dieet dat onze oudste moest volgen. We weten nu welke voedselallergieën hem plagen. We ontdekten ook dat onze kinderen gevoelig zijn aan suiker. Geef hen veel suiker en ze stuiteren een ganse dag rond en weten zich met zichzelf geen blijf. Dat zorgt geregeld voor spanningen en ambras.

    Na een info-avond over gezonde voeding, ben ik beginnen nadenken en eetpatronen analyseren. Ook verpakkingen van dingen die we vaak eten, bestudeerde ik aandachtig. Je zou er versteld van staan hoeveel suiker en vet er in kinderkoeken zit. En waarom moeten die individuele verpakkingen per se 3-4-5 koekjes bevatten voor 1 kind?

    De kroost krijgt nog steeds koekjes en sap maar we kijken wat meer toe op de dosering. Grenadine werd vervangen door suikervrije grenadine. We vonden al varianten met citroensmaak, perzikensmaak en nog enkele andere smaken. Dat krijgen ze in hun drinkbus, aangelengd met water, mee naar school. Op woensdag krijgen ze steevast een brikje melk mee en 2 dagen per week nemen ze water mee. Wanneer ze gaan sporten na school, krijgen ze water mee.

    Voor de speeltijden op school veranderde er ook wat. Voor de eerste speeltijd krijgen ze fruit of knabbelhapjes mee. Dat kunnen noten zijn, kerstomaatjes, olijven, komkommers, stukjes kaas, … Voor de tweede speeltijd krijgen ze al naargelang de soort 1 of 2 koekjes mee. Ofwel zijn het  typische kinderkoeken van Samson, Piet Piraat, enz ofwel zijn het koekjes van bijvoorbeeld Céréal.

    Andere dingen die ze graag eten, zijn al langer aangepast. Als ik bijvoorbeeld pudding maak met mijn vriend, dr. Oetker, dan doe ik dat met magere melk en 30% minder suiker. Meestal eten de kinderen daar hagelslag of chocoladevlokken bij dus ze merken er niks van. Appelmoes maak ik zelf met toevoeging van een beetje suiker. Soms ook gewoon zonder suiker. Zelfde verhaal als ik cake of koekjes bak. Bij pannenkoekenbeslag kan je zonder problemen minder suiker toevoegen omdat er meestal toch zoet beleg op gesmeerd wordt. Of we maken fruitpannenkoeken, ook altijd een succes!

    Grijs brood wordt geregeld vervangen door volkoren of meergranenbrood. Wit brood komt hier sowieso niet op tafel. Op vrijdag is het chocodag, de andere dagen eten ze beleg tussen hun boterhammen. In de brooddoos zitten soms ook knabbelhapjes verstopt.

    Conserven komen hier zelden op tafel. Gefrituurd spul af en toe maar niet wekelijks.

    Ongetwijfeld vergeet ik hier enkele dingen op te sommen. Maar na 1 maand valt het op dat ons huishouden rustiger is. De energie van onze kroost lijkt meer gedoseerd. Dat zorgt voor minder ruzie en spanningen. Wat dan weer goed is voor mijn bloeddruk 😉 De kinderen kunnen nu ook beter genieten van rustige activiteiten zoals puzzelen, lezen of een gezelschapsspelletje spelen. Ze zijn ook minder opvliegend. Ze voelen zich goed in hun vel en missen niks op culinair gebied.

    Ook de avondspits is nu een verademing. Waar ik vroeger vaak tig keer naar boven moest omdat ze bleven feesten en rel schoppen na bedtijd, gebeurt dat nu nog amper. Da’s voor iedereen leuker.

    Het is toch straf wat voeding met een mens doet eigenlijk. Enkele simpele ingrepen zorgen er thuis voor dat het er veel vreedzamer aan toe gaat. Vragen en tips over dit onderwerp zijn steeds welkom bij ondergetekende 😉

  • Eerste communie

    Het is zover! Dit schooljaar doet onze oudste nazaat zijn eerste communie. Daar kijkt hij al een jaar naar uit, nu is het eindelijk bijna zover. Voor alle duidelijkheid: wij dringen onze kinderen geen geloof of andere overtuigingen op. Wel hebben we hen laten dopen en doen ze eerste en plechtige communie. Nadien beslissen ze zelf wat ze willen doen. Die keuze maakten we omdat het niet evident is om als volwassene nog toe te treden tot de katholieke kerk. Wie zich als volwassene wil laten dopen, moet daar bijvoorbeeld behoorlijk wat voor over hebben.

    Voor wie het wil weten, Wikipedia legt mooi uit wat de eerste communie eigenlijk is:

    De eerste communie is in het christendom de feestelijke gelegenheid dat iemand voor het eerst nadert tot de eucharistie. De eerste communie maakt deel uit van de initiatiesacramenten (doopsel, eucharistie en vormsel) en dient voorafgegaan te worden van de eerste biecht.

    In de Katholieke Kerk nemen de kinderen doorgaans deel aan de eerste communie wanneer ze tot de jaren van verstand zijn gekomen (ongeveer 7 tot 8 jaar). Dit gebeurt na een voorbereidingstijd, waarbij de kinderen op school of op de parochie catechese krijgen, bijvoorbeeld over Kerk, sacramenten, over Jezus en de eucharistie. Men kan natuurlijk ook op latere leeftijd voor het eerst tot de eucharistie naderen. Tot 1910 was het gebruikelijk geweest dat jongens en meisjes op hun twaalfde hun Eerste Heilige Communie deden. Paus Pius X vervroegde de leeftijd in het decreet Quam singulari. In Vlaanderen doen kinderen tegenwoordig hun eerste communie (afhankelijk van de regio) in het eerste of tweede leerjaar van de lagere school.

    Kern en hoogtepunt van de eerste communie is de feestelijke H. Mis. Doorgaans worden de eerste communicanten nauw betrokken bij de liturgie, bijvoorbeeld in de intredeprocessie, in een preek in vraag en antwoord, in zang, of in het aandragen van de gaven.

    Vooral in het zuiden van Nederland en in België wordt naar aanleiding van de eerste communie een familiefeest gevierd.

    De tweede alinea deed me sarcastisch glimlachen. Ik ken veel mensen die indertijd hun eerste communie deden maar ik steek er mijn hand niet voor in het vuur dat ze ooit tot de jaren van verstand kwamen 🙂

    De school gaf vandaag een briefje mee waar we op mogen aanduiden of onze zoon zijn communie doet en zo ja, in welke parochie. Vroeger kon je dat precies niet zelf kiezen of ben ik mis? In Molenstede wordt er blijkbaar geen eerste communie gedaan dus we moeten sowieso uitwijken.

    Het werk kan nu beginnen: nadenken over een outfit voor zoonlief en voor de rest van het gezin (ik zie de oogjes van onze vijfjarige fashionista al blinken), nadenken over een feest, catering, logistiek, enz. In een zaal of thuis? Zelf kokerellen of een traiteur aan het werk zetten? Iets speciaals qua animatie voorzien of niet? Het is een grote dag voor onze man dus het mag wel een beetje een feest zijn dat anders is dan anders. In die periode is hij ook jarig maar dat vieren we apart.

    We weten dus weer wat doen. Misschien maak ik van dit project best en draaiboek. De volgende jaren zijn immers goed gevuld met eerste communies en vormsels. Dat heb je met 3 kindjes die qua leeftijd dicht bij elkaar zitten 😉

  • Renovatie: buitenschrijnwerk

    In september doet precies bijna elke ramen- en deurenboer allerlei acties en opendeurdagen. Wij maken daar graag gebruik van 🙂

    Tijdens de zomermaanden bezochten we enkele kanshebbers om de opdracht voor het buitenschrijnwerk aan te gunnen. We maakten een selectie op basis van aanbevelingen van de architect, informatie van kennissen en collega’s en tinternet. Elke kanshebber bezochten we persoonlijk. Telkens namen we plannen van de architect en meetstaten en van dat spul mee. Dat zorgt er voor dat we nu eenvoudig een vergelijking kunnen maken van de offertes.

    Met een beetje chance wordt over een week of 2 de knoop doorgehakt en het contract getekend. Maar eerst moet er nog over enkele dingen onderhandeld worden. Er kruipt veel tijd in de bezoeken aan aannemers en het vergelijken van offertes maar we merken hoe langer hoe meer dat het wel rendeert. We gaan die tactiek dus blijven gebruiken. Het is niet onze bedoeling om bij elke aannemer het onderste uit de kan te halen. Wel vinden we een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit belangrijk.

    Wat het buitenschrijnwerk betreft, moeten we zelf nog een aantal dingen bekijken. Sowieso zal het buitenschrijnwerk een gefaseerd project zijn. In het bestaande woongedeelte zijn een aantal ruimtes voorzien van vernieuwde ramen (2007). Ze zijn van wit PVC, niet bepaald een streling voor het oog, maar het is zonde om die ramen nu al bij het afval te zwieren. Voordeel is dat de ramen in de voorgevel volledig vernieuwd zijn. In die gevel zal in eerste instantie dus enkel de voordeur vervangen worden. En die zal niet wit zijn 🙂

    De andere ramen in het bestaande woongedeelte, grotendeels een houten raamkozijn met enkele beglazing, worden wel vervangen in de eerste fase. Het zal een stevig verschil maken in de verwarmingskosten van ons stulpje.

    Voor de geïnteresseerden: we kozen voor donker aluminium en glas met U-waarde 1,0.

  • Eerst een job en dan de rest

    Vandaag trok dit artikel mijn aandacht. De auteur stelt dat Britse twintigers allereerst een deftige job willen vinden voor ze beginnen denken aan een huwelijk of een eigen nest. Dat lijkt me ergens maar logisch ook. Trouwen kost geld en een huis krijg je ook niet gratis bij aankoop van een fles afwasmiddel. De Wederhelft en ik zijn beiden van het principe ‘als je er het geld niet voor hebt, dan doe je het niet’. Voor de aankoop van ons huis en de nakende verbouwingen hebben we wel een som geld geleend. Maar voor allerlei verwennerijtjes zoals nieuwe meubelen of een exotische vakantie gaan wij geen lening aan. Mits wat creatief denken vind je altijd wel leuke alternatieven.

    Op het werk zie ik dagelijks genoeg mensen die deze les pas leerden nadat ze in een diepe financiële put terecht kwamen. En da’s spijtig. Soms kunnen ze er namelijk helemaal niks aan doen. Je zal maar eens je werk verliezen of langdurig ziek worden terwijl je een hoge leninglast hebt. Je zit snel in de miserie maar het duurt vaak jaren eer je er weer bovenop bent. En dan zwijg ik nog over de psychologische impact en andere vervelende bijkomstigheden.

    Misschien ben ik van de oude stempel maar ik vind het belangrijk om deze waarden mee te geven aan mijn kinderen. Ze leren nu (al) sparen voor iets wat ze graag hebben, dat water en elektriciteit centjes kost en dat voor niks de zon op gaat.

    Soms levert dat wel vertederende taferelen op. Bijvoorbeeld toen de waterleiding hier beschadigd raakte tijdens graafwerken. Ze zagen al dat water dat maar blééf komen en maakten zich meteen zorgen om de centjes die letterlijk de lucht in vlogen. ‘Mama, maar als wij dat allemaal moeten betalen, dan mag je centjes uit onze spaarpot halen hoor!’

    Toch vond ik het een beetje vreemd om te lezen dat een job prioriteit nummer één is bij Britse twintigers. In onze maatschappij lijkt dat soms anders. Zonder iedereen over dezelfde kam te scheren hoor. Vaak zie je toch jongeren die geen haast hebben om werk te zoeken. Zeker niet als het aangenaam vertoeven is in Hotel Mama. Toch zie je dat deze jongeren dikwijls een eigen wagen hebben, geregeld eens stevig de bloemetjes buiten zetten en op de koop toe nog minstens één leuke reis per jaar maken. Hoe financieren die dat? Ooit moet dat geld toch eens op geraken? Wat gaan ze dan doen?

    Ik heb een diep respect voor zij die de moeilijke weg kiezen. De jongeren die hard werken (of ondernemen!) voor hun geld om de doelen in hun leven te kunnen bereiken. Ze leren omgaan met geld en dat bespaart hen later veel miserie. Ze geven blijk van competenties waar een werkgever alleen maar blij mee kan zijn. Ze moeten ook niet eeuwig ‘dank u’ blijven zeggen tegen hun sponsors. Op zich is er niks mis met sponsors tenzij je er van profiteert. Mijn gedacht hè maar wie ben ik…

    Anyway… Nee, ik denk niet dat onze jeugd een verloren generatie is. Ik zie dagelijks genoeg bewijzen van het tegendeel. Maar zoals gewoonlijk zijn het enkele rotte appels die de hele mand bederven.

     

     

  • Ken uw auto… en uw garagist.

    Het is zover, mijn ‘bus’ wordt op het einde van de maand 4 jaar. Dat vieren we met een bezoekje aan de autokeuring. Het feestvarken mocht vandaag alvast naar de garage. Ik bestelde een klein onderhoud en een nazicht voor de autokeuring. ‘Of we een anti-corrosietest mogen afnemen van 30 €? Da’s eigenlijk verplicht voor de garantie op de lakverf van de auto.’ Mjah, doe maar dan hè. Veel keuze heb ik niet als ik het goed begrijp.

    Enkele uren later mocht ik mijn wagen gaan ophalen. Ik viel bijna op mijn gat. Ja, ik ben een vrouw. Ja, ik ben blond. Nee, ik ken niks van auto’s. Maar ik voel het als men me in het zak probeert te zetten. Al zeker als het niet de eerste keer is dat dit gebeurt. Vorig jaar kreeg de auto in diezelfde garage een groot nazicht. Dit jaar telde ik ongeveer hetzelfde bedrag neer voor een klein nazicht (+ keuring) en de test voor de lakverf. Dat lijkt me wat aan de dure kant. Soit, ik discussieer daar niet verder over. ’t Is crisis voor iedereen zullen we maar denken…

    Dan komt het… ‘Mevrouw, voor de keuring hebt u wel een probleem vrees ik. Uw auto heeft geen reservewiel. Normaal hangt dat bij uw type van wagen onder de auto en bij u hangt er helemaal niks.’ Goh, dat zou kunnen. Ik heb nog nooit lekke band gehad met deze auto dus ik zou het niet weten. ‘Ah, dan zal dat gestolen zijn, we hebben dat al vaak gehoord hoor dat de reservewielen die onder de auto hangen, gestolen worden.’ Tiens, da’s nu de eerste keer dat ik zoiets hoor. Zal wel aan mij liggen zeker. ‘We kunnen de nodige stukken bestellen om te zorgen dat u terug een reservewiel heeft want anders gaat uw auto afgekeurd worden hoor.’

    Hmmm, toch maar even aftoetsen bij De Wederhelft. Aan de telefoon schiet die in de lach. ‘Natuurlijk heeft uw auto geen reservewiel, wij hebben bij de aankoop van de wagen gekozen voor zo een depannagekit die in uw koffer steekt! Da’s perfect in orde voor de keuring!’

    Jah, daar zakt mijn broek van af hè. Staan ze me daar in de garage met 2 ongerust te maken en een bestelling aan te praten voor iets wat ik niet eens nodig heb. We kochten onze auto in deze garage dus je zou toch denken dat ze dan op zijn minst ‘het dossier’ even nakijken voor ze zulke dingen zeggen? Of dat ze weten dat je bij dit type kan kiezen tussen een reservewiel dat onder de wagen hangt met beugels of een depannagekit en dat die laatste optie ook in orde is voor de autokeuring?

  • Gonzo leest voor uit zijn dagboek

    Gonzo leest voor uit zijn dagboek

    Hij en Zij lieten me gisterenavond weer in de steek. Een ander vrouwenmens komt dan telkens op hun mensenkittens letten. Ze is vriendelijk. Speels ook wel. Misschien ga ik volgende keer eens aan haar pootjes snuffelen. Ze zit in de zetel net zoals Zij. Toen Hij en Zij thuis kwamen, moesten ze het oppasvrouwenmens nog terug naar haar nest brengen. Gek toch dat die dat zelf niet kan vinden. Ze zou beter een voorbeeld nemen aan mij. Zelfs als ik in Hun slaapkamer zit, vind ik nog mijn mandje in de living terug.

    Hij nam haar mee in de transportbox op wielen. Allebei maakten ze zich vast net zoals ze dat met mijn box doen als ik naar de dokter ga. Zij wist wat ik nodig had: Ze gaf me brokjes en water voor Ze zich ging wassen. Zoals gewoonlijk waren die als de wiedeweerga op. Mijn boertje hield ik voor mezelf. Toen Hij terug bij ons nest arriveerde, ging Hij meteen naar binnen. Tijd voor een aaitje leek er niet te zijn. Hij en Zij zullen weer vroeg moeten opstaan dus ik zal hen maar laten doen. Dan krijg ik mijn ontbijt op tijd.

    Ik mis Wilma in de veranda. Tijd om dat lief ding binnen een bezoekje te brengen. Gezwind dartel ik naar de achterdeur… die op slot is! HARGHL! NEE! Hij heeft me buitengesloten! En mijn eten staat hier niet eens! Ik begin te roepen naar Hem:

    ‘Hey, je bent het alfamannetje van de kudde vergeten! Hallooooo! Lief katertje wil in de zetel slapen! Dorst dat ik heb, ge houdt het niet voor mogelijk! Zeg kloefkapper, hoe zit het? Gaat ge die deur hier nog komen open doen voor mij????’

    O jee, ik moet pipi doen :s

    Vannacht zal ik bewijzen dat ik dapper en onversaagd ben. Ze zal fier op me zijn (en hopelijk boos op Hem, gna gna). Een ganse nacht slaap ik braafjes op mijn krabpaal. ’s Ochtends hoor ik haar zoetgevooisde stem. Ze vindt me niet. Ik hoor dat Ze zich zorgen maakt.’ Tijd voor overacting, het zal Hem leren!

    Ik rek me even uit, schraap mijn keel en produceer een zacht krakend ‘miauw’. En Ze hoort het! Natuurlijk hoort Ze het! De deur vliegt open en Ze is blij me te zien. Ze voelt dat ik frisse pootjes heb en geef me een dikke knuffel. Yes, het werkt! Mijn trauma is niet zichtbaar genoeg. Ik doe er nog een schepje bovenop, dan kan ik misschien nog wat anti-haarbalsnoepjes scoren.

    Overal waar ze gaat of staat, plak ik tegen haar aan. Jaja, deze kater heeft gefakete verlatingsangst sinds vannacht. Ze moppert op Hem als Hij zijn gezicht laat zien beneden. Hij wil me aaien. Dat zal wel zijn vriend! Mij scheiden van mijn etensbak doe je niet ongestraft! Ik vlucht de gang in. Omdat ik compleet verzwakt ben na een nacht in de veranda (*kuch*), strompel ik naar de gang voor een bezoekje aan mijn toilet. Daarna neem ik aarzelend een kijkje in de veranda. De plaats des onheils.

    Bij elke pas kijk ik even achterom. Hij moest het maar eens in zijn hoofd halen om me dat nog eens te flikken. Puh! Mijn plan werkt: ik krijg snoepjes. Van Hem. Goedmaaksnoepjes om zijn schuldgevoel weg te gommen. ja vriend, doe maar door. Ik zie dat je nog getormenteerd bent. Wacht, ik zal even zielig kijken en schor miauwen.

    Kitty is not amused.
    Kitty is not amused.
  • Gesprekken op de achterbank

    De zoon van 7 en de dochter van 5 zijn nogal filosofisch aangelegd. Over àlles denken ze grondig na. Ook over de zin van het leven. Vandaag mocht ik daar nog eens getuige van zijn. Zoonlief beet de spits af:

    ‘Mama, ik geloof niet dat ik besta.’

    – ‘Waarom?’

    ‘Wel, ik denk dat ik al dood ben gegaan en dat ik terwijl ik dood ben aan het dromen ben dat ik terug leef en hier nu in de auto zit.’

    – ‘Hoe kom je daar nu zo ineens bij? Heb je vandaag in de klas misschien gepraat over doodgaan en zo?’

    ‘Nee, ik ben gewoon veel te bang om dood te gaan en zo lijkt het minder eng. Want als je dood gaat mama, waar ga je dan eigenlijk naartoe?’

    In mijn hoofd flitsten hemel, hel en 72 maagden voorbij. De dochter redde me gelukkig net op tijd:

    ‘Robiiiiinnnn, als je dood gaat dan ga je toch gewoon naar de ruimte!’

    – ‘Jamaar zeg dat is niet waar, ik heb daar nog geen dode mensen zien rondvliegen! En daarbij hè, dan wil ik een ruimtehelm hebben voor als ik dood ga want anders dan gaat dat niet hè!’

    Wat gaat er soms toch in die hoofdjes van hen om hè…

  • Naar school met Triple Trouble

    Vanaf vandaag telt dit huis 2 kinders in de lagere school en 1 kleutertje in plaats van het omgekeerde. Voor mijn moederhart voelt dat maar vreemd. Ze worden toch zo snel groot om het met een cliché te zeggen… Eén en ander verliep vandaag nogal moeizaam.

    Onze kleinste, Raketman voor de vrienden, startte vandaag in de tweede kleuterklas. Aan school heeft hij een broertje dood, ook al is hij nog maar 4 jaar jong. Hij huilde niet op school maar vrolijk keek hij ook niet bepaald toen hij naar de juf mocht gaan. Troost u jongen, nog 14 jaren en dan zit je leerplicht er op. ’t Is voorbij voordat je er erg in hebt. ’s Avonds vroeg ik hem hoe zijn eerste schooldag geweest was. Terwijl hij naar de grond keek en tegen een steentje stampte mompelde hij ‘Stom, we hebben alleen maar saaie dingen gedaan. Een beetje kleuren en veel op het bankje zitten maar we hebben nog niet met het speelgoed mogen spelen!’ Een uurtje later stelt De Wederhelft hem bij thuiskomst dezelfde vraag. Raketman zet zijn meest fake happy face op en zegt ‘Superleuk!’ Ik kan mijn gezicht niet in de plooi houden 🙂 Hij kreeg van de juf een blauwe pluim omdat hij vandaag niet stout geweest was in de klas. Broer en zus keken goedkeurend toe. Enkele minuten later kwam hij stilletjes zeggen ‘Allez, maar een beetje stout hè mama’… Dat verklaart het gat in zijn broek ter hoogte van de knie 😉

    De oudste van het nest begint aan het tweede leerjaar in de lagere school. Bij aankomst op de speelplaats rende hij meteen naar… zijn vriendinnetjes van het vijfde (nu zesde leerjaar) die hij 2 maanden heeft moeten missen! Daarna ging hij cool dag zeggen tegen zijn kameraden en werd er vrolijk gespeeld. Bij zijn meester had hij een leuke dag want ‘we hebben nog niks geleerd vandaag mama, we hebben alleen maar leuke dingetjes gedaan!’

    Rest ons nog de middelste: Miss H. Al haar vriendjes en al wat haar bekend is van het schoolse leven, liet ze vandaag achter zich om versneld te starten in het eerste leerjaar. 2 maanden lang keek ze daar enorm naar uit! Tot vandaag. Ze kwam op de speelplaats van de lagere school, voordien verboden terrein en nu verplicht om daar te blijven. Wat een grote speelplaats, wat een grote kinderen. En véél! Oeoe en al die juffen en meesters waar ik er precies geen enkele van ken, holy crap! Niemand bekend verscheen in haar gezichtsveld. Ze schoof al een stapje dichter tegen me aan. Ik probeerde haar te overhalen om te gaan spelen op het klimrek samen met grote broer. U raadt het al: de juf trok een hartverscheurend huilende dochter van mijn lijf zodat ik kon vertrekken…

    ’s Avonds zag het er al beter uit. Miss H heeft al wat nieuwe kindjes leren kennen en ze zit naast een toffe gast in de klas. ‘Ah ja mama, uw voornicht is ook naar mij gekomen en die heeft met mij gespeeld en mij gepakt. 3 keer nog wel!’ Mijn voornicht? Na wat doorvragen begrijp ik over wie het gaat. ‘Heleen, dat is mijn achternichtje.’ ‘Waarom bestaat een voornicht niet mama? Waarom zijn er alleen achternichten? Kunnen die niet vooruit gaan?’ Al bij al had ze gelukkig een leuke dag gehad. Al was er wat ontgoocheling omdat ze vandaag nog niks geleerd hebben in de klas en omdat er nog geen huiswerk te maken viel.

    Vanaf morgen gaat alles terug zijn gewone gangetje. Het zal weer even wennen zijn 🙂