Blog

  • Verf

    Raketman (3 jaar jong) is deze week thuis. Hij heeft volgens zijn zus waterpukkels. Om zijn aandacht af te leiden van de pijn en de jeuk, doen we samen de zotste dingen. Winkelen, kokerellen, knuffelen, huizen bouwen alsof het niks is, de katten ambeteren, noem het maar op en we hebben het al gedaan.

    Vandaag had ik een lumineus idee. We zouden samen een kunstwerkje maken met verf, stiften en andere toestanden die normaal verboden terrein zijn voor de grijpgrage handen van Raketman. Onder begeleiding liep alles vlot. Work in progress, do not disturb:

    IMG_0568

    Hij verkeerde in opperste concentratie. Was het huis ingestort, hij zou het niet gemerkt hebben. En toen ging de bel. Wasmachineman stond aan de deur. Zijn oorbel flapperde dus ik wist dat hij niet veel tijd had. Damn, dat wordt riskant.

    Ik leidde Wasmachineman naar de berging. Ah ja, daar staat de wasmachine. Ondertussen zat in de eetkamer een driejarige helemaal alleen met potjes verf en stiften. Mijn hart bonsde in mijn keel. Ik was er niks gerust in. Toen trok er plots iemand aan mijn mouw: ‘Mamààààà, kijk eens naar mijn handjes?’ De blinkende oogjes vertelden me dat het nu tijd werd om een hartaanval te krijgen.

    Ietsje later was Wasmachineman weer weg en dierf ik niet goed naar binnen gaan. Wat zou ik daar vinden? Een geverfde kat? Een geverfde kleuter? Al bij al viel het nog mee. Hij nam enkel de achterdeur en de koelkast onder handen. Die moesten maar niet zo maagdelijk wit zijn. Even met een natte vod er over en het was opgelost. Waarom de kat achter een orchidee met wijde pupillen naar Raketman zat te staren, zal ik nooit weten…

  • Varicella zoster

    Een paar weken geleden sprong een oude bekende nog eens binnen: varicella zoster. Hij had cadeautjes bij voor de kinderen. Ja, varicella zoster is een hij want het is een pain in the ass. De dochter kreeg een pakketje zona om februari mee te beginnen. Vandaag pakte Raketman zijn pakje uit: waterpokken. Kleine blaasjes veroveren heel zijn lichaam. Vanochtend waren het er hoop en al een dertigtal. Vanavond was het een veelvoud. Op de zotste plaatsen. Nu begrijp ik waarom hij het afgelopen weekend zo ellendig was dat ik hem op sommige momenten met plezier achter het behang geplakt zou hebben.

    Hij is wat koortsig en heeft er wel last van. Gelukkig hebben we nog Perdolan in huis (Nurofen mag je niet geven aan een pokkenkind maar ik weet niet meer waarom). De Wederhelft en ik deden wat kunst- en vliegwerk met onze agenda’s om er voor te kunnen zorgen dat we deze week afwisselend bij de zieke zoon kunnen blijven. We hebben samen gespeeld, gesnoept en geflodderd om het leed te verzachten. Het is natuurlijk rot als je kind ziek is maar toch. Ik heb liever dat hij nu de waterpokken ondergaat dan dat hij het over pakweg twintig jaar over zich krijgt. Ik kreeg het als volwassene en ben daar toen toch niet goed van geweest.

    Toch is het bizar hè. Als Triple Trouble onder hetzelfde dak vertoeft dan gaat het soms goed, soms leidt het tot oorlogen. Vandaag waren broer en zus amper 10 minuten de deur uit als Raketman al aan mijn mouw trok ‘Mama, wanneer komen broer en zus terug naar huis?’. Morgen entertaint De Wederhelft onze kleinste. Dat wordt een mannendagje vermoed ik. Iets met veel tv, snoep, sap en weinig activiteit. En dat ze groot gelijk hebben 😉

    De Dochter had het weer ferm geregeld. Toen ik haar van school ging halen, zei ze apetrots: ‘Mama, ik heb tegen de juf van J gezegd dat hij een weekje niet naar school zal komen omdat hij waterpukkels heeft, oké?’

     

  • Het is me wat met die smartphones

    Zomer 2012: An koopt een HTC One V. Niet het goedkoopste model uit de collectie maar lang niet het duurste. Voor hetgeen ik het gebruik zou het ruim moeten volstaan. Ik vermoed dat mijn toestel op maandagochtend in elkaar gedraaid werd door een Chinees die een zwaar weekend achter de rug had. Niks als miserie heb ik er mee gehad. Niet met de Chinees, wel met de smartphone. Vorig jaar stuurde ik het toestel ten einde raad terug naar HTC om het onder garantie op te laten lappen. Héél goede service bieden die mannen overigens, niks op aan te merken. Mijn HTC kreeg een board swap en werd netjes aan de deur weer afgeleverd.

    Enkele maanden later: hetzelfde liedje. Zolang hij thuis op de wifi kan parasiteren, werkt hij. Hij is niet van de snelste, maar hij werkt. Eens ik mijn neus buiten steek, sterft het toestel. Hij is ook enorm traag in gebruik. Ik had geen goesting om nog eens HTC te contacteren zodat ze mijn smartphone nog eens onder garantie konden oplappen. BB dus. Bullen buiten.

    ’s Avonds om 22u bestelde ik een LG Nexus 5 bij Coolblue. ’s Anderendaags rond de middag was hij al geleverd. Hij is een beetje duurder als de HTC One V. De meeste reviews waren behoorlijk positief over dit toestel in de prijsklasse 350 euro – 450 euro. Het is een poging waard met andere woorden. Mijn eerste indruk is alvast positief.

    Het toestel reageert veel sneller, laadt toepassingen sneller en de structuur is overzichtelijk. Het is vroeg om al victorie te kraaien maar ik denk dat dit een goede aankoop was. Een hoesje en zo een plastic velletje om over het scherm te plakken, moet ik wel nog bestellen. Mijn ‘oude’ smartphone stuur ik alvast terug naar Coolblue, dat levert me nog een aardige tegoedbon op.

  • Als ze stil zijn, dan is het verdacht.

    Het was zo één van die zeldzame dagen dat de autorit naar huis verdacht rustig verliep. De achterbank was vrij van gekibbel. Stiekem keek ik eens in mijn magische ‘mama ziet alles’ autospiegel. Ik kon geen sporen van fysiek geweld bespeuren. Ik was na 5 minuten rijden nog niet doof geschreeuwd door ruziënde kinders die om ter eerst hun verslag van de dag wilden uitbrengen. Ze zaten vredig naast elkaar, elk in hun kinderzitje. Ze keken rustig naar het verkeer en waren in gedachten verzonken.

    Ik observeerde hen wat gedetailleerder. Op de achterbank zat wel degelijk Triple Trouble. Oef, ik heb niet per ongeluk andermans kroost mee gegrist in de opvang. ‘Geniet van het moment An, en koester het voor eeuwig en drie dagen.’ Tegen beter weten in, wilde ik eens goed pedagogisch handelen. Straffen en belonen, weet je wel. Toen was het om zeep…

    ‘Amai mannekes, jullie zijn zo flink en rustig in de auto, da’s wel keigoed hoor!’ Ikke fier en tevreden. Dat zullen ze wel appreciëren.

    De 6-jarige kaatste dat sneller dan het licht terug met: ‘Je weet toch dat zoiets niet lang duurt bij ons hè mama?’ Ondergetekende begon al wat te zweten. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan.

    Daarop begon de 3-jarige Raketman aan zijn biecht: ‘Mama, als ik gras in mijn mond heb, dan spuw ik dat naar juf X! *hèhèhè*’

    Thuis werd het nog beter. Terwijl ik een gezonde maaltijd in elkaar probeerde te flansen, hoorde ik plots het vertrouwde gekrijs en geschreeuw. Tijd om in te grijpen. Elke huilende partij mocht zijn of haar verhaal komen doen.

    ‘Mama, zus heeft op mijn hoofd gestampt!’

    Een zielsongelukkige zus: ‘Ja maar dat was wel per ongeluk hè!!!’ *frons, hoe doe je dat per ongeluk?*

    Vervolg van de zus: ‘Raketman wilde in mijn buik boksen en ik wilde dat niet dus ik probeerde te stampen en toen was dat per ongeluk tegen zijn hoofd. Op zijn oohoohoohooor!’

    Ze zeiden op commando sorry tegen elkaar zonder elkaar te bekijken. Hun lip hing net niet tegen de grond. Dat werd gevolgd door een geforceerde knuffel. Ze stonden zo een beetje als pinguïns met hun buiken tegen elkaar. Daarna keerde de rust weer. Wat ben ik toch een goede peacemaker 🙂

     

     

  • Chocomousse zonder eieren

    Ik ontdekte iets lekkers op Smulweb: chocomousse die je kan bereiden zonder eieren! Ideaal voor zwangere medemenschen. Nog beter voor chocoholics zoals ondergetekende die het zenuwslopend vinden 4 u te moeten wachten tot die brol in de koelkast is opgesteven. Ik deel het recept graag met jullie want er blijkt vraag naar te zijn.

    Voor 4 personen (of 2 grote snoepers):

    2,5 dl slagroom (tip: gebruik geen light room voor zoiets want die krijg je niet goed stijf geklopt… en als je zondigt, doe het dan meteen fatsoenlijk)

    160 g pure chocolade

    3 eetlepels suiker (mag ook ietsje minder zijn om je geweten te sussen)

    150 g mascarpone

     

    Hoe doen we dat nu?

    Eerst de chocolade in kleine stukjes breken (een plastiek zak en een hamer klaren die klus op efficiënte wijze).

    Schenk 4 eetlepels slagroom in een kom en leg daar de chocolade in. Zet dat in een bain-marie en laat rustig smelten. (alternatief: steek het in de magnetron en duw op het knopje)

    Klop de rest van de slagroom stijf, maar echt knoertig stijf, samen met de suiker.

    Héél belangrijk: roer in een aparte kom de mascarpone wat door met een lepel. Zo wordt die massa wat zachter. Anders heb je seffes brokkenpap ipv chocomousse.

    Spatel de gesmolten chocolade door  de room en voeg de mascarpone toe. (Niet met uw vingers in zitten! Bedwing uzelve!!!)

    Verdeel over 4 glazen en serveer direct. Als je tijd en zin hebt kan je ook afwerken met bv witte chocoladeschilfers en een framboos.

     

    Alstublieft 😉

  • Parfum kopen doe je zo

    Jarenlang kocht ik parfum bij Ici Paris XL. ‘Ah ja natuurlijk’, hoor ik u denken, ‘want die zijn keigoedkoop’! Net als Planet Parfum en andere ketens. Wel, een nieuwe wereld is voor mij open gegaan de afgelopen maanden. In de aanloop naar de feestdagen was ik op zoek naar een goeie handcrème voor mannen. Ici Paris XL kon me niet verder helpen volgens de verkoopster die ik vastklampte.

    Ik besloot mijn kans te wagen bij Beauty parfumerie Gisèle, al enkele decennia een gevestigde waarde in Diest. Geen 5 minuten later was ik gesteld. Tijdens enkele andere bezoekjes werd ik ook telkens zeer goed verder geholpen. Men nam daar de tijd om me grondig te adviseren zodat ik zeker met de juiste producten naar buiten wandelde. Zo ook vandaag toen ik op jacht was naar een nieuw parfum.

    In één zin zei ik wat voor genre parfum ik normaal altijd draag. Ik ben een mens van weinig woorden en dat geldt al zeker als ik gehaast ben: de dochter moest gaan dansen dus ik had maar een kwartiertje de tijd. Zaakvoerder Francis wist meteen welke flesjes hij uit zijn kast moest toveren. Geduldig liet hij me staaltjes ruiken en ondertussen had hij ook wat aandacht voor de dochter die het allemaal erg fascinerend vond. De geurtjes die me het meest bevielen, werden vervolgens op mijn huid aangebracht. Eerst even de neus terug op nul zetten door een lijntje Rombouts te snuiven. Daarna wist ik meteen welk geurtje het mijne zou worden.

    Ik betaalde met plezier het bedrag dat ik bij Ici Paris XL betaald zou hebben en wandelde buiten met een zak vol staaltjes voor mij en voor De Wederhelft en natuurlijk: dit

    peats

    Wat mij betreft hebben ze er daar een vaste klant bij. Ze gaan mee met hun tijd, beschouwen hun klanten niet als een nummer, adviseren correct en to-the-point en ze proberen je niks anders aan te smeren. Da’s een service die ik bij Ici Paris XL minder terug vind. En ook: ze hebben een heel leuke pagina op Facebook waar ze je vragen snel en volledig beantwoorden.

  • VDAB heeft feedback van werkgevers nodig

    Vandaag las ik een artikel waar ik bijna appelblauwzeegroen van uitsloeg. Dit is het. Anno 2014 gaan de ogen van de VDAB open. Ze hebben de feedback nodig van werkgevers die sollicitanten over de vloer krijgen die door de VDAB begeleid worden. Sta me toe een sarcastische lach te onderdrukken. Nee, toch maar niet. Ik ga even schaterlachend over de grond rollen.

    Sollicitatiebewijzen

    Decennia lang is dit immers een grote bron van frustratie van personeelsverantwoordelijken overal te lande. Je schrijft een vacature uit, plaatst die gratis op de website van de VDAB en dan begint het. Je krijgt mails, telefoontjes en bureelbezoeken van hoooopen mensen. Er zitten oprecht geïnteresseerde kandidaten tussen, die helpen we met plezier verder. Helaas krijgen we vaak te horen ‘Ja, eigenlijk wil/kan ik hier niet komen werken hoor maar de VDAB heeft me gestuurd dus kunt u alstublieftdankuwel even een bewijsje geven dat ik hier gesolliciteerd heb?’ En weg zijn ze weer. Gerustgesteld dat ze weer een tijdje met rust gelaten worden want ze kunnen bewijzen van sollicitaties voorleggen. Zelfde verhaal voor werklozen die aan hun water voelen dat ze in de problemen dreigen te komen bij de RVA.

    Soms, maar lang niet altijd, eigenlijk meer niet dan wel, dus eigenlijk bijna nooit, stuurt de VDAB een formulier. Daar staat dan op wie ze naar ons doorverwezen om te solliciteren en dan vragen ze onze feedback. Als het me dan te hoog zit, neem ik de telefoon om een korte toelichting te geven bij mijn antwoorden. Wat je dan aan de andere kant van de lijn hoort, doet je niet bepaald zin krijgen om je energie nog langer in het invullen van dat formulier te stoppen.

    Databank werkzoekenden

    Nog een leuke is de databank van werkzoekenden die werkgevers gratis kunnen consulteren. Ik consulteer die soms als we knelpuntberoepvacatures ingevuld moeten krijgen. Het gaat hier dan vooral om verzorgenden en poetsvrouwen. Da’s zowaar nog leuker dan wat hierboven beschreven staat. Je zoekopdracht levert een aantal kandidaten op die voldoen aan de criteria die je opgaf. Dat kunnen zowel werkende als niet-werkende werkzoekenden zijn. Ze kunnen zichzelf online hebben ingeschreven of dat kan gebeurd zijn in samenspraak met een trajectbegeleider van bijvoorbeeld de VDAB.

    Je zou dan denken dat zoiets een garantie geeft op geïnteresseerde werkzoekenden die oprecht willen werken. Niets is minder waar. Of je krijgt ze niet aan de lijn. Of ze hebben een professioneel e-mailadres à la pijpthetwituitjeogen@hotmail.com (neen, dit verzin ik helaas niet). Of ze zijn Oost-Indisch doof als je de woorden ‘poetsdienst’ en ‘vacature’ gebruikt tijdens het gesprek. Of ze zeggen zonder boe of bah dat ze zich moesten laten inschrijven bij de VDAB maar dat ze liever met rust gelaten worden. En dat blijkt allemaal maar te kunnen en zonder gevolg te blijven.

    Vergeet de keerzijde niet

    Een werkgever wordt er niet bepaald vrolijk van. Helemaal moedeloos word je als je het omgekeerde mee maakt. Bij mijn vorige werkgever kwam een dame bij me langs. Ze was rond de 55 jaar. Die kunnen nog werken, da’s waar. Mààr… Deze mevrouw werd behandeld voor borstkanker. Dat heeft ze ook meegedeeld aan haar begeleidster bij de VDAB. Toch werd zij verplicht te komen solliciteren. Hier kon mijn verstand niet bij. Ik beloofde haar dat ik contact zou opnemen met de VDAB. Zo gezegd, zo gedaan. ‘Ja mevrouw, wij weten dat X ernstig ziek is maar dat belet haar niet om nu reeds op zoek te gaan naar een betrekking die zij na haar ziekteproces kan uitoefenen.’ Ik ga mijn antwoord op die mededeling censureren.

    Bezint eer ge begint

    Mijnheer Fons Leroy, ik heb niks tegen u. Integendeel. Het siert u dat u werkzoekenden beter wil begeleiden. Chapeau ook dat u controle en sanctionering een keertje kritisch wil bekijken. Maar alsjeblieft, consulteer eerst uw achterban (lees: uw personeel) vooraleer u zulke dingen zegt in de media. Veel collega’s van me hebben er vandaag een tros grijze haren bij gekregen. Kom gerust eens op de koffie, dan babbelen we er eens over.

  • Elk einde is het begin van iets nieuws

    Wie ooit te maken kreeg met burn-out, zal wel begrijpen waar ik het over heb. Deze week las ik de blog van Sara-Jane. Zij is, net als ik een jonge (jaàààà!) en enthousiaste ambtenaar. Vastbesloten zich niet te laten vastroesten in regeltjes en procedures. Heel energiek wil ze de dino’s omvormen tot gelijkgestemden. Ik ontmoette Sara-Jane enkele jaren geleden. We vonden elkaar op Twitter. Ze zocht nog slachtoffers om te interviewen over social media voor haar eindwerk. We spraken af op een zonnig terrasje in het gezelschap van een wesp die maar niet wilde vertrekken (herinner je je dat nog Sara-Jane? 🙂 ). Nadien bleven we elkaar volgen. Ken je dat? Je bent niet bevriend met elkaar, eigenlijk ben je ook geen kennissen van elkaar maar zo een beetje iets wat er tussenin zweeft. En je volgt elkaars reilen en zeilen vanop afstand.

    Strijd

    Deze week las ik dat Sara-Jane dezelfde strijd streed als ik. Een beetje een strijd tegen zichzelf die je alleen maar kan winnen door het onderspit te delven. Door te durven toegeven dat trop echt wel teveel is. Door je af te vragen of het dit nu is? Door je te bedenken dat het kerkhof vol ligt met onmisbare mensen. Door te beseffen dat je sommige dingen nu eenmaal niet kan veranderen. Hoogstens een beetje beïnvloeden, dat gaat soms wel. Door te zien dat anderen lachen en plezier hebben in het leven en dan in jezelf iets vreemds te voelen dat je niet kan benoemen. En dan begint het nog maar pas.

    Fases

    Durven toegeven dat je een probleem hebt is één. Zoeken naar de oorzaken is een niet onbelangrijke twee. Op dat moment weet je echter niet waar het fout ging. Dat besef komt pas later, als je met enig relativeringsvermogen naar het verleden kunt kijken. Soms kan je het gewoon niet voor 100% benoemen. Een burn-out sluipt stiekem je leven binnen. Als een parasiet teert hij op je reserves. Hij zet zijn klauwen langzaam in je enthousiasme en je levensvreugde.

    Daar zit je dan: je weet dat je een probleem hebt en je weet ook hoe het komt. Maar hoe in hemelsnaam ga je dat nu oplossen? Op die vraag kan alleen jijzelf een antwoord bedenken. Je probeert een stappenplan op te stellen en je er aan te houden. Je valt, zet 2 stappen achteruit en schuifelt dan terug een beetje vooruit. Je hebt steun nodig. Oei, dan moet je iemand in vertrouwen nemen. Je moet je zwak opstellen. Aiaiai. Maar het moet.

    Als je uit je put gekropen bent, ben je er nog niet. Je zal jezelf er nog lange tijd voor moeten behoeden om niet weer in de val te lopen. En dat gebeurt hoor, zonder dat je het beseft. Maar dan weet je wat er aan de hand is omdat je één en ander herkent. En elke keer je in de put valt, val je iets minder diep dan de vorige keer.

    It’s a way of life

    Loslaten is doorheen het hele proces een sleutelwoord. Die controle over alles heb je echt niet nodig om overeind te blijven. Niet iedereen wil de poten vanonder je stoel zagen om er beter uit te komen dan jij. Tussen je collega’s zitten oprecht bezorgde mensen. Je schrikt hen af door je hard op te stellen. Door te laten uitschijnen dat je het allemaal wel kunt en dat je hen niet nodig hebt. Een job, een gezin, hobby’s, een huishouden, een sociaal leven: niemand combineert dat probleemloos. Dat zijn nu eenmaal spanningsvelden die al eens met elkaar in conflict durven te gaan.

    Mijn motto werd doorheen de jaren, met dank aan een steengoede trainster bij wie ik een opleiding volgde: ‘Kan ik er iets aan veranderen? Zit het in mijn cirkel van invloed? Nee? Dan kan het de boom in en raakt het me niet.’ Dat lukt me lang niet altijd, maar toch al vaker dan vroeger. En dat voel ik. Zelf ben ik er nog niet helemaal, dat heeft mijn gezondheid me deze maand duidelijk gemaakt. Volgens de dokter ben ik oververmoeid, zit ik door mijn reserves en werkt mijn schildklier niet zoals het moet. Mijn hartslag is permanent (een beetje) te hoog, daar heb ik medicatie voor gekregen. Maar over enkele maanden zou dat opgelost moeten zijn. En dan kan ik weer verder werken aan de rest. Om te vermijden dat ik nog eens met mijn klieken en mijn klakken naar beneden donder…

    Sara-Jane, sterkte meid! Je komt er wel want je bent een straffe madame. En als je het even niet meer weet, dan gaan we nog eens een terrasje doen. Zonder wesp deze keer 😉

    kwaliteit

  • Gordelroos

    In de volksmond beter bekend als zona. Het beest logeert hier sinds gisteren. De dochter van 5 bracht het mee naar huis. Het treft normaalgezien vooral zestigplussers. Zelf had ik het ook als kind dus ik zwijg wijselijk. Zona is familie van de waterpokken.  Beiden worden veroorzaakt door het varicella-zostervirus. Woensdag en donderdag kloeg Miss H van buikpijn. Er zit hier geen buikpijn in huis en aan haar pensje was niks te zien dus ik had er geen erg in.

    Gisteren kwam ze na haar douche terug naar beneden. De Wederhelft zei dat ik eens naar haar buik moest kijken. Op haar buik, zijkant en rug had ze groepjes van vlekjes en blaasjes. Niet veel maar je zag wel dat er nog een aantal in de pijplijn zaten. Mijn arendsoog herkende het meteen. Ik zei ‘Jà, da’s zona. Bel de dokter van wacht maar.’ In plaats van ‘ok’ volgde ‘Da’s watte?’ Met de hulp van dokter Google en Wikipedia maakte ik hem duidelijk waar het over ging. Op de achtergrond was Miss H gefascineerd stiekem aan het mee kijken naar al die foto’s van pijntjes.

    Wachtdienst

    Wij naar de dokter van wacht. Die feliciteerde me dat ik er zo snel bij was. Zo kan de behandeling in een vroeg stadium gestart worden om de pijn te beperken. Want zona doet pijn. Daarna reed ik vol vertrouwen naar de apotheek. Mijn dochter zou er nog goed vanaf komen doordat we er zo snel bij waren. Mjah… Bij de apotheek: ‘Oh mevrouw, dat medicijn heb ik nog nooit afgeleverd. *typ typ typ* ‘Oh, ik heb daar een fles van op stock staan, dat wil ik zien! Moment hè mevrouw want ik geloof er niks van!’ Daar sta je dan wortel te schieten met nog 4 wachtenden achter je. Komt ie zelfvoldaan terug ‘Hà, ziedet sè, ik heb dat inderdaad niet.’ Licht geïrriteerd antwoord ik droogjes dat het toch maar goed is dat hij een geautomatiseerd stockbeheer heeft.

    Dag 2

    Vandaag begon aanvankelijk goed. Miss H heeft vannacht geen blaasjes bij gekregen en ze had ook niet veel pijn. Ze kon dus gerust naar de dansles gaan. Toen ik haar daar een uurtje later ging oppikken, stond ze als een miezerig hoopje ellende tussen de juffen te kijken naar de dansende kindjes. Tijd voor Nurofen siroop… Ze heeft tijdens dat uurtje behoorlijk wat blaasjes er bij gekregen. Namiddag heeft ze op haar gemak naar een tekenfilm gekeken met popcorn om de pijn te verzachten.

    Het grootste leed lijkt nu geleden. We zetten de behandeling met siroop en zalf (allebei 4 maal per dag) en pijnstillers wel gewoon verder. Hopelijk geneest het allemaal mooi en krabt ze die rotdingen niet open. Vannacht doen we er preventief kompresjes over.

     

     

  • Tikkertje spelen

    Iedereen heeft het als kind wel gedaan. Tikkertje spelen. We verzonnen vroeger oneindigduzendveel varianten: tikkertje hoog, tikkertje laag, potteke stamp, tikkertje kleur, enzoverder. Vandaag ontdekte ik een nieuwe variant toen de kleuters des huizes voor een keertje fijn samen aan het spelen waren. Toen ik het hoorde en zag dacht ik bij mezelf ‘Het is officieel: ik ben een oude doos’.

    De 5-jarige tegen Raketman: ‘Gaan we tikkertje pijn spelen?’

    Enthousiaste Raketman met gelijmd hoofd na een recente valpartij: ‘Jààààààà!!!!!!!’

    Terwijl deze informatie tot me doordringt en mijn wenkbrauwen aan het fronsen zet, stuiven ze al door de living. Ik ga er nog steeds van uit dat ik het niet goed begrepen heb en laat hen achter elkaar aan hossen. De 5-jarige lapt Raketman op zijn arm. Ik vermoed dat dit het ’tikken’ van vroeger is. Hij is’em dus. Nu gaan we wat beleven… Niet dus. In plaats van achter zus aan te gaan roept hij verontwaardigd ‘Néé, dat telt niet, jij moet stampen!!!!!’

    WTF? Doet een lap op uw arm niet genoeg pijn? Tijd om in te grijpen! De rol van strenge mama wordt me niet in dank afgenomen. Het spel wordt stilgelegd en verontwaardigd ruimen ze wat op. Als beloning voor dat laatste, mogen ze even tv kijken. Het eerste wat we zien is ‘Raving Rabbits‘. Ik weet meteen waar de kinders hun inspiratie vandaan halen…