Blog

  • Alles is relatief

    Terwijl iedereen barst van de goede voornemens, weet ik dat ik er beter niet aan begin. Als ik wil vermageren, dan kies ik daar het juiste moment voor. Wil ik meer gaan sporten, dan wacht ik tot mijn lichaam daar akkoord mee gaat. Moet ik wat minder hooi op mijn vork nemen? Misschien wel, ik zal er eens over denken. De feestdagen zijn gepasseerd. Ik ben er eigenlijk niet rouwig om. verschillende factoren zorgden er voor dat de feeststemming er dit jaar niet echt in zat bij ondergetekende.

    Tussen Kerstmis en Nieuwjaar slepen we ons van feestje naar feestje. Het ene al obligater dan het andere. We kussen mensen die we eigenlijk liever niet kussen. Met de glimlach maken we onze beste wensen over. En een goede gezondheid hè! In onszelf denken we soms ‘maar je mag even goed verrekken hoor’. Ik heb daar wat moeite mee. Maar soms kan je niet anders.

    Die feestjes brengen wel meer teweeg. Dagen na elkaar loop je rond met het knopje van je broek los omdat je weer maar eens teveel gegeten hebt. Tussen de sloten cava door drink je een glaasje water om je Dafalgan door te spoelen en vervolgens rustig verder te doen. Neem nog een hapje, er is genoeg voor iedereen. Wil je een amuse of een tapa? Of doen we eens vintagetoestanden en serveren we toastjes met zalm en krabsalade? Moeten er nog kroketten zijn? Oh, en laat ons het dessert niet vergeten! We hebben wel geen honger meer, maar we stoempen het er toch nog bij. De maagkrampen trekken na enkele uurtjes toch weer weg.

    Gaviscon en Buscopan vliegen als zoete broodjes over de toonbank. Het slaaptekort compenseren we met een siësta. Dat laat al het eten wat zakken. Double win. Komen we elkaar tegen in de stad, dan vertellen we wat we allemaal gegeten hebben. Vooral de hoeveelheden mogen niet ontbreken in dit relaas. Dit jaar is het niet anders.

    Het is niet mijn bedoeling hier een gans deprimerend artikel neer te pennen. Maar bedenk eens hoe relatief onze problemen zijn? Een indigestie oplopen door de feestdagen, niet weten wat je eerst moet eten omdat je zoveel keuze hebt, niet weten welk menu je je gasten gaat voorschotelen, … Dit alles verdwijnt in het niets bij het zien van deze foto. Ik botste er eerder toevallig op en kan het beeld niet van me afzetten. Hier klopt de stelling ‘een beeld zegt meer dan duizend woorden’. Durf jij nog zeggen dat je last hebt van je maag doordat je te veel gegeten hebt tijdens de feestdagen? Oh ja, ik las de update onderaan. Maar dit beeld is de realiteit voor zij die niet het geluk hebben om in de buurt van de beschaafde wereld in elkaar te stuiken.

     

     

  • Oudejaarsmenu 2013

    In theorie was dit ons menu:

    Voorgerecht: Risotto met kreeft en cava (als in ‘cavasaus’)

    Hoofdgerecht: Hindegebraad met bospaddestoelen en mosterdsaus

    Dessert: Koffie-toffeeswirl

    In de praktijk daarentegen…

    De kreeft bleek een leprakreeft zaliger te zijn. Zo eentje die eens voor 5 euro in promotie stond bij O’Cool.  Ze bleek na het koken niet bruikbaar te zijn voor culinaire doeleinden. De katten kregen kreeft als tussendoortje. Wij vervingen ons voorgerecht door ovenhapjes van Colruyt. De katten lachten ons vierkant uit, lieten een boertje en gingen maffen.

    IMG_0512

    De koffie-toffeeswirl werd gemaakt op basis van een recept dat geschreven werd door de dorpsidioot van Zimbabwe. Hier en daar stonden geen hoeveelheden in de ingrediëntenlijst. Bijvoorbeeld: een blikje gecondenseerde melk. Dat kan verschillende formaten hebben hé zeg. Wat een grapjas. Hij gebruikte ook erg duidelijke instructies als ‘klop de slagroom lobbig’. Het recept voor de caramel leverde ons siliconenkit van hoge kwaliteit. Het dessert werd omgetoverd tot vanille-ijs met frambozencoulis. Of frambozenijs. De onderhandelingen lopen nog.

    Het hoofdgerecht was wel geslaagd. Als we de mosterdsaus buiten beschouwing laten. Die smaakte alsof ze al een maand in de koelkast kampeerde. Gelukkig had ik voor de kinderen een varkenshaasje met champignonsaus zodat we hun saus konden pikken. Samen delen heet dat dan 😉 Serveren met ruimtekroketten en iedereen is tevreden.

    Morgen maken we een nieuwjaarsmenu. Dat gaat àf zijn ^^

     

  • Verfraai uw lichaam

    Juwelen zijn wel en niet aan mij besteed. Ik draag bijvoorbeeld heel graag oorbellen. Mijn lichaam is echter pas tevreden als het echte witgouden exemplaren zijn. Ga ik voor minder dan protesteren mijn oorlelletjes met bloed en etter. Ook als ik anti-allergische oorbellen probeer. Tof tof tof. Dit jaar heb ik nog eens een paar oorbelletjes gekocht om mezelf te belonen voor het harde werk dat ik voor enkele projecten voor de zaak leverde. Met de goudprijzen van tegenwoordig is dat een incentive om u tegen te zeggen.

    Deze maand bezocht ik samen met Het Gezin Kunstkaai in Diest. Dat is een alternatieve kunstmarkt waar vrouwen spontaan in zwijm vallen bij het zien van al dat moois. Ik keek er mijn ogen uit op de vele handgemaakte accessoires, juwelen, enz. Het was zelfs De Wederhelft opgevallen. Zilveren juwelen kunnen me niet bekoren. Die dingen veranderen bij mij na een tijdje van mooi juweel naar zwarte rommel.

    Toch kon ik het niet laten om enkele zilveren ringen eens wat aandachtiger te bestuderen. Ik mocht er eentje uitkiezen van mijn halve trouwboek. Ikke blij 🙂 Met de hulp van de kroost koos ik een mooi exemplaar uit. Advies over het bewaren en onderhoud kreeg ik er gratis bij. De ring moest nog wel op maat gemaakt worden. Vandaag werd mijn uniek stuk geleverd. Want dat heb je wel op van die speciale markten: je vindt er enorm veel speciallekes van de hand van mensen die hun hart in hun hobby of bijberoep leggen. Zij doen niet aan massaproductie. Koop je iets bij hen, dan ben je er zeker van dat je iets speciaals hebt dat je nergens anders nog zal vinden. Zulk ondernemerschap moet aangemoedigd worden!

    Morgen kan ik dus met den deze gaan stoefen op het werk 🙂

    IMG_0511

     

     

  • Wanneer sterft een hand af?

    Jaja, het waren weer boeiende conversaties met de kroost in de auto vandaag. Onze zesjarige had een polsbandje behoorlijk strak aangetrokken toen we na een uitstapje terug naar huis reden. We hadden hem thans gevraagd te wachten tot thuis om dat bandje uit te doen. Kinderen en geduld, je krijgt het zelden fatsoenlijk in 1 zin gegoten. Dus er was veel gefriemel en gefrunnik met als resultaat een bandje dat nog strakker zat in plaats van losser.

    De Wederhelft kreeg het er danig van op zijn heupen en zei dat de zoon zijn pols nu geen bloed meer kreeg. 6 oogjes op de achterbank keken hem vol ongeloof aan. Ik kon het niet laten om daar aan toe te voegen dat lichaamsdelen die geen bloed krijgen, sterven. En als die dingen helemaal dood zijn, dan vallen ze er af. Paniek maakte zich mester van onze oudste. Hartverscheurend begon hij te wenen terwijl hij afscheid nam van zijn hand. Natuurlijk was het volgens hem allemaal de schuld van zus. We lieten hem even sudderen. Misschien zou de boodschap ‘leer eens luisteren’ dan beter blijven hangen.

    Ik vroeg droogjes welke kleur zijn hand ondertussen al had. ‘Géén meer mama, het onderste stukje heeft al geen kleur meer!!!!!’ Met mijn meest ernstige blik zei ik ‘Oeioeioei, en kan je je vingers dan nog wel bewegen jongen?’ Intriest volgde er een trillende ‘ja’. Bwah, dan heeft hij nog wel wat tijd. Plots snifte hij ‘jamaar als mijn hand dood gaat, dan ga ik toch ook dood?’ Hola… ‘Neenee, alleen uw hand gaat dan dood jongen, de rest blijft leven.’ Hij zag terug een lichtpuntje aan het eind van de tunnel. Toen diende het volgende drama zich aan: ‘Jamaar mama, de kindjes gaan mij wel uitlachen als ik maar 1 hand heb hè!’ ‘Goh jongen, daar zou ik niet wakker van liggen hoor. Bedenk eens hoe je je gaat aankleden en met je Lego spelen want dat ga je wel anders moeten doen hè.’ Ik weet het, dit is slecht.

    Hij was al oplossingen aan het zoeken. Maar toen realiseerde hij zich weer iets. ‘Zeg mama *snif* als mijn hand er dan af valt, dan ben ik die voor altijd kwijt en dan ga ik die nooit meer terug zien?!’ Ik wilde in schoonheid eindigen dus ik zei op geruststellende toon ‘Maar nee, we zullen uw hand wel in een doosje bewaren jongen.’ Vanachter het stuur siste De Wederhelft of dit wel een pedagogisch verantwoorde reactie was. Volgens de decibels op de achterbank was het dat niet. Tijd om er mee te kappen. ‘Jongen, denk je nu zelf niet dat wij al lang gestopt waren langs de kant van de weg om jou te helpen als het echt zo erg zou zijn?’ Het snikken stopte. ‘Maar mijn hand heeft echt geen kleur meer hè mama, ik zie dat!’ ‘Da’s niet erg. Als ze zwart begint te worden, dan moet je je wel zorgen beginnen maken.’ Hij nam vrede met de situatie.

    2 minuten later miepte hij ‘Mama, ik voel me niet zo goed.’ Ik hoorde naast me iets over placebo’s vallen. Eens thuis gekomen moest ik het wel weten. Ik wilde zijn vraag kunnen beantwoorden. Volgens internet duurt het ongeveer 3 dagen eer je hand volledig afgestorven is nadat je die afbindt. Hij vindt dat nog goed meevallen. Heeft ie weer een straf verhaal om op school mee uit te pakken 😉

  • Het Vliegerlied

    De dochter volgt sinds dit schooljaar wekelijks een uurtje dansles. Kleuterexpressie heet het officieel en in haar geval dekt het beter de lading. Door haar hyperlakse gewrichten is de zin voor evenwicht en coördinatie niet altijd wat het moet zijn. Desalniettemin vind ik dat ze al veel vooruitgang boekte sinds de start. Het aantal valpartijen gaat in dalende lijn. Wat ze doet, begint ook steeds meer op dansen te lijken.

    Sinds ze baby was, weten we al dat ze een muziekliefhebber is en dat ze gevoel voor ritme heeft. Het is een aangeboren gave. Gisteren hadden we een radiozender met allemaal rocksongs opgezet tijdens het eten. Onbewust begon ze mee te wiegen op het ritme van de muziek, haar hoofdje ging zacht op en neer.

    In de dansles doen ze met de kleuters meer aan beeldende expressie. De kleuters beelden dan naar het voorbeeld van de juffen uit wat ze horen. Elke week kan ik stiekem de laatste 5 minuten van de les meepikken. Dan hoor ik ook op welke liedjes ze danst. Het Vliegerlied is een vaste waarde. Omdat er in de schoolvakanties geen dansles is, besloot ik dat liedje eens op te zoeken zodat ze thuis wat kon dansen.

    Ik moet zeggen: de versie van de juffen is zediger als wat ik hier zag. Vooral het stukje ‘en ik neem je bij de hand’. Gelukkig maar 🙂

    Ik geef jullie met plezier deze oorworm als cadeautje voor de feestdagen, geniet er van!

  • En toen werd de eik geveld…

    3 jaar geleden was dit een donkere dag. Het vroor dat het kraakte, er lag een aardig sneeuwtapijt, de wind sneed rauw. ’s Ochtends kreeg ik een telefoontje op het werk. Het zag er niet goed uit, ik kon me maar best schrap houden en standby blijven. Ik zat aan de telefoon gekluisterd. Wilde niet naar huis gaan. Ik had mijn werk nodig als afleidingsmanoeuvre. Nee, ik wil het niet beseffen. Laat me maar formulieren invullen en verslagen typen. Het is één van de zeldzame dagen dat ik met de deur dicht werkte. Ik was die dag alleen om de dienst te bemannen. Het moest precies zo zijn. 1 collega heb ik ingelicht. Of ze er rekening mee wilde houden als ze telefoons voor me kreeg.

    Middagpauze. Ik krijg gen hap door mijn keel. Ik denk aan mijn kindjes die lol trappen op school, zich van geen kwaad bewust zijn. Toch maar alvast de echtgenoot inlichten en een regeling voor de kinderen zoeken. Je weet maar nooit wat de avond nog zal brengen. Ik bel naar mijn broer. Bompie blijft achteruit gaan. Ze gaan palliatieve sedatie opstarten. Zo hoeft hij niet te lijden zegt mijn broer. Maar is dat echt zo? Of zegt men dat voor onze gemoedsrust? Hij zal het ons niet meer kunnen vertellen. Hij is begonnen aan zijn laatste reis.

    Namiddag… Ik bel voor een update. Het zal niet lang meer duren. Ik besluit tot daar te gaan. Ik wil er zijn voor mijn broer en mijn oma. Kungfubomsie houdt zich sterk. In haar ogen zien we dat de harde bolster vanbinnen een zacht eitje is. Ik heb het van geen vreemden. Daar ligt hij dan, hij snakt naar adem. Hij lijkt te gorgelen. Dat schijnt normaal te zijn wanneer er vocht op de longen zit. Ik vind het heel aangrijpend. Frustrerend ook. Waarom moet dit zo? Waarom lijkt hij te stikken en kunnen we daar niks aan doen? Zijn vingers worden langzaam blauw. Zuurstoftekort wordt uiterlijk zichtbaar.

    Naarmate de tijd vordert en de verdoving haar werk doet, gaat hij rustiger ademen. Toch blijft hij vechten als een tijger. Zo is hij altijd geweest. Deze eik laat zich niet zomaar vellen. Keep the spirit alive was indertijd zijn motto als para. Het gorgelen ebt weg. Hij lijkt gewoon te slapen en rustig te ademen. Tussen 2 ademhalingen komt steeds meer tijd te zitten. Ik leg zijn deken goed. Veel meer kunnen we voor hem niet doen. Machteloos kijken we toe naar wat zich hier afspeelt. Deze man gaat sterven en wij staan er op te kijken. Hij slaapt. Hij is rustig. Zou hij horen wat we zeggen? Voelt hij het als we hem aanraken? We weten het niet. Maar we doen het toch. We willen dat hij weet dat we er voor hem zijn. Elk op onze eigen manier.

    Plots wordt die vredige slaap verstoord. Het vocht heeft gewonnen. Hij verkrampt en zijn gezicht straalt pijn uit. Toch geeft hij geen kik. Meteen daarna nog een keer. Daarna niets meer. Weer een neutrale gelaatsuitdrukking. Dit beeld zal me nog jaren blijven achtervolgen. Iemand zien sterven, dat vergeet je nooit. Het is nu 3 jaar geleden maar ik zie het nog geregeld voor me. Ik denk er nog vaak aan terug.

    Bompie is altijd een speciaal man geweest. Hij was een para zoals er niet veel gemaakt werden. Dat heeft hem getekend voor het leven. Toch heeft hij er het beste van gemaakt. Als enige kleindochter mocht ik vaak net dat tikkeltje meer van hem. Hoe vaak zat hij niet op zijn knieën achter de zetel, met zijn vingerknokkels ritmisch op de grond te kloppen om een paard te imiteren. Hij wist dat ik dat grappig vond. Hoe goed kon die man hinkelen, zelfs als 65-plusser! Ik vond het geweldig, kon me geen leukere babysit wensen. Samen sprongen we stiekem in de zetel en samen kregen we op onze donder als we betrapt werden.

    Hij zal altijd bij me zijn. In goede en in kwade dagen. Op zijn eigen manier heeft hij me heel wat geleerd. Daar ben ik hem erg dankbaar voor. Bompie, vanavond eet ik een reep chocolade voor jou 😉

    bompa1

  • De burger betaalt het gelag in Diest

    Afgelopen maandag was er een voor Diest historische gemeenteraadszitting. Veel gemeenten zijn dezer dagen naarstig op zoek naar inkomsten en besparingen op de uitgaven. In Diest is dat niet anders. Jarenlang werd er fors geïnvesteerd in prestigeprojecten waarvan de openlegging van de Demer en de vernieuwing van de stationsomgeving de meest bekende zijn. Nu is men wanhopig op zoek naar geld om de touwtjes aan elkaar te kunnen knopen. Is er een causaal verband?

    De meerderheid (DDS-SP.a) was tijdens deze zitting apetrots dat de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing niet stijgen ten opzichte van de afgelopen jaren. Het feit dat ze niet stijgen is op zich een goede zaak. Diest scoort immers al eerder hoog in vergelijking met andere steden van dezelfde omvang. Dat de 17 (!) volgende agendapunten van de gemeenteraad bijna allemaal belastingverhogingen bevatten, lijkt eerder bijzaak voor diezelfde meerderheid.

    De belastingdruk wordt met andere woorden voor elke Diestenaar gevoelig verhoogd. Elke Diestenaar betaalt mee voor de openlegging van de Demer die zogenaamd grotendeels gesubsidieerd wordt, voor de heraanleg van de stationsomgeving die al geruime tijd stil lijkt te liggen, voor de talloze studiebureaus die talloze opdrachten doen in opdracht van de stad waar je dan nadien niks meer van hoort en zo kan ik nog wel even door gaan.

    Bijna 60 personeelsleden (van stad en OCMW samen) worden zonder boe of bah op straat gezet. De voltallige meerderheid stemde hoofdelijk ‘ja’ over de goedkeuring van het nieuwe organogram waar de stadswachten niet langer deel van uitmaken. Vermoedelijk zal morgen tijdens de zitting van de OCMW-raad hetzelfde gebeuren wanneer het gaat over de privatisering van de thuiszorgdiensten. Bijna 60 gezinnen gaan ellendige feestdagen en een onzekere toekomst tegemoet. Veel cliënten van de thuiszorgdiensten verliezen hun broodnodige verzorgende of poetshulp. Natuurlijk kunnen zij overschakelen naar dienstencheques maar ze kunnen dat zeker niet allemaal betalen van hun pensioentje. En als ze moeten kiezen tussen thuishulp of eten en medicatie dan is hun keuze snel gemaakt.

    De partijen die de reputatie hebben op te komen voor het gezin en op te komen voor de werkende mens, laten zich van hun mooiste kant zien. Liever dan te snoeien in hun dure projecten, zetten ze hun achterban in de kou. Wat een schril contrast met de goednieuwsshow die vorig jaar in de aanloop naar de gemeentelijke verkiezingen gelanceerd werd. 1 jaar later komt de waarheid langzaam maar zeker aan het licht. Een tekort aan visie op lange termijn is mee de oorzaak van wat er nu allemaal gebeurt in Diest. Men had anders kunnen besparen en men had andere bronnen van inkomsten kunnen aanboren.

    Wordt ongetwijfeld nog vervolgd…

     

  • En avant la muzik!

    Zo heet de nieuwe tournee van Johan Verminnen. 62 jaar jong is hij. Naast wat grijze haren, is zijn snuit amper veranderd. Gisteren deed hij Diest aan met zijn tournee. Tijd om eens te gaan kijken dus. Ik kan mezelf niet bestempelen als een fan van Johan Verminnen. Wel vind ik hem een goeie artiest die knap werk aflevert. Maar ik had hem nog nooit live gezien. Tot gisteren dus. Ik vleide me neer in een stoeltje op de eerste rij in den Amer in Diest. Ondanks het gegeven dat dit een recente nieuwbouw is, heeft een deel van de tribune blijkbaar haar beste tijd al gehad. Zonde. Ach ja, ik laat het niet aan mijn hart komen.

    Licht uit, spots aan. Johan verrast. Hij begint met een (volgens mijn lekenmening) minder bekend lied. Onbekend is duidelijk onbemind bij Verminnen. Johan is ondertussen een vlotte zestiger maar zijn stem heeft nog datzelfde typerende timbre dat hem indertijd groot maakte. Deze stem herken je meteen. Met een warme, volle stem fietst hij door zijn repertoire. Hij doet zelfs de moeite om wat choreografische pasjes te zetten.

    Het publiek smaakt de interactie tussen artiest en tribune. Hij verwerkt enkele verwijzingen naar Diest in zijn liedjes en nam zelfs de moeite om onze deelgemeenten van buiten te leren. In zijn bindteksten schuwt hij de politiek niet. Zo kennen we hem. Hij doorspekte zijn monologen met sappige Brusselse accenten. Je bent voor of tegen, ik kon het best wel appreciëren. Al vond ik weinig leeftijdsgenoten in de zaal.

    De Rue des Bouchers bracht wat leven in de zaal. Dat mag ook wel. Dit liedje werd niet gecomponeerd voor bekrompen salondames die lurken aan een tasje thee. Maar de overige nummers dienden vooral om te genieten. Neen Johan, vraag niet om mee te zingen. Laat ons luisteren naar jouw zang. 100% zuiver en muzikaal perfect ondersteund. Persoonlijk vind ik hem beter klinken als ik hem niet kan zien. Maar da’s goesting hè 😉

    Iedereen at uit zijn hand toen hij zijn klassiekers bracht. ‘Laat me nu toch niet alleen’ is live veel sterker dan op de CD. Ik kende dit liedje voor Clouseau het coverde en ik blijf het origineel veel sterker vinden. Terecht noemt Johan Verminnen dit ‘mijn lied’. Beklijvend moment. Ik prevel het mee van de eerste tot de laatste letter. Terwijl zie ik voor me de gezichten van enkele naasten die ik de afgelopen jaren heb moeten afgeven. Waarom wordt dit lied toch geassocieerd met dood en verdriet? Het gaat over zoveel meer! Maar toch: dit is een waardig einde voor een knappe show.

    DAT HAD JE GEDACHT! Hij gaat van het podium en komt weer terug voor een bisnummer. Een keer of 3-4. Het mocht van mij nog langer duren. Want eerlijk gezegd: 1 nummer miste ik in deze show. Paulien. Ondanks dit kleine puntje kon ik bij het buitengaan alleen maar zeggen ‘Ik voel me goed’. Bedankt voor een mooie avond Johan.

  • Ruimtewezens.

    In het rijtje ‘conversaties op de achterbank’ kan deze weer tellen. Het begaafde blondje des huizes wist me vanochtend te verrassen. 6 oogjes keken vanaf de achterbank toe hoe ik de ruiten van de auto ijsvrij maakte. Ik stap in met verkleumde poten zodat ik hen naar school kan brengen. Achter me hoor ik een fijn stemmetje…

    ‘Mama, ruimtewezens bestaan echt hè?’

    De oudste kan zich niet bedwingen: ‘Da’s ni Heleen, die zijn nooit echt!’

    Omdat ik weet dat Heleen niks zomaar zegt, besluit ik naar haar redenering te vragen. ‘Waarom denk je dat Heleen?’

    ‘Da’s toch waar hè mama, want die maken de ruiten van je auto weer schoon!’

    Ik kon nog net op het tipje van mijn tong bijten en antwoordde met een uitgestreken gezicht dat die dingen die de ruit schoon maken een andere naam hebben. Voor een keer nam ze vrede met die uitleg. Mijn grijze massa ging echter in overdrive.

    Hoe cool zou dat zijn? Ruimtewezens die op afroep ‘swmoesj’ naar je auto gedingest komen, de ruiten proper maken en ‘swmoesj’ weer wegzoeven?! Hebben die dan elk een eigen specialisatie? Doen die van Jupiter bijvoorbeeld enkel achterruiten? Worden vrachtwagens en andere grote voertuigen uitbesteed aan Mercurius? En het ellendige werk: de binnenkant? Wordt dat verzorgd door een lageloonplaneet als Venus?

    Mijn pret kon al helemaal niet meer op toen ik arriveerde op het werk. Ik ging namelijk naar een studievoormiddag en daar mocht ik een dienstvoertuig voor gebruiken. Ik was aan de late kant dus ik spurtte de parking op en zag… een collega die de ruiten van mijn dienstwagen ijsvrij aan het maken was 🙂 Ik heb hem uitvoerig en gemeend bedankt maar kon een smile van oor tot oor niet onderdrukken. Da’s helemaal niet beledigend bedoeld want ik doe mijn hoedje af voor de personen die dit dagelijks voor hun collega’s doen zonder dat hen dat gevraagd wordt. Maar in mijn hoofd zag ik… een ruimtewezen…

  • Overgewicht bij klein en groot

    Vanavond las ik dit.  Ik fronste mijn wenkbrauwen zo hoog dat ze tussen mijn schouderbladen vast kwamen te zitten. Neen, ik ga niet met verwijten richting de ouders of het kind zitten slingeren. Over het hoe en wat spreek ik me niet uit. Het is al erg genoeg dat ze zo door het leven moet. Ze zal er de rest van haar leven de gevolgen van moeten dragen. Zowel fysiek als emotioneel.

    Tijdens mijn opleiding maakte ik voor de hogeschool een werkstuk over obesitas. Ik sprak daarvoor met een psycholoog over de materie. Toen ik zijn uiteenzetting hoorde, dacht ik dat hij rijp was voor een consultatie bij zijn collega’s. Maar eigenlijk, als je er eens over nadenkt, zit er wel iets in zijn theorie. Niet voor iedereen natuurlijk.

    De bevalling

    De man stelde dat in een percentage van de ‘gevallen’ de kern van het probleem kon teruggebracht worden tot… de navelstreng. Frons. Maar als je het zo eens bekijkt, dan kan je je voorstellen dat bij mensen met weinig ‘karakter’ hier het probleem samen met hen het levenslicht ziet. Geboren worden is voor baby’s een traumatische ervaring. Na +/- 40 weken in donker, verwarmd water, worden ze verjaagd uit hun veilige nestje. Alsof dat nog niet erg genoeg is, worden ze vrijwel meteen fysiek gescheiden van hun moeder: de navelstreng wordt doorgeknipt en het ukkie wordt even weggebracht voor de eerste onderzoeken.

    Geen navelstreng is op dat moment ook: geen eten. Baby laat zich dan normaalgezien van zijn lawaaierigste kant zien en wat doen we dan? We leggen baby met zijn neus tegen mama’s tepel. Na zijn eerste maaltijd valt ie meestal rustig in slaap. Hij is gesust. Hij is tevreden. Hij heeft geleerd dat eten er mee voor zorgt dat hij zich beter voelt. Het is wat simplistisch voorgesteld maar je ziet dit vaak terugkeren bij zwaarlijvige volwassenen. Eten brengt troost.

    Opvoeding

    Hoe gemakkelijk grijpen wanhopige ouders niet naar de koekjeskast om hun balorige peuter of kleuter het zwijgen op te leggen? Dit percentage stijgt nog wanneer de kleine het uithangt in het bijzijn van derden. Want je wil dat iedereen denkt dat jij het liefste en het braafste en het flinkste kind hebt. Kinderen hebben dat snel door. Als zoon of dochter tijdens het winkelen aldoor loopt te eisen dat hij of zij dat snoepje van dat merk krijgt, geven sommige ouders al te gemakkelijk toe om een scène te vermijden.

    Macht

    Hier zien we vaak dat eten gebruikt wordt in een soort van machtsstrijd. Als ik weiger te eten, dan halen mama en papa hun toffe trukendoos boven om me toch maar een hapje te laten nemen. Zie ze eens met mijn lepeltje patatjes als zotten door de living vliegen zodat het lepeltje in mijn mond kan landen 🙂 Of kijk eens hoe snel ik die koekjes krijg als ik me stampvoetend tussen de winkelrekken op de grond smijt? Jaja, velen herkennen het.

    Ouders

    Obesitas kan erfelijk bepaald zijn. Je zal de pech maar hebben om net dat gen in je lijf te hebben. Men kan ook enorm verdikken door het gebruik van medicatie, ook daar valt weinig tegen te doen. Maar je kan ook obees zijn omdat het deels je eigen schuld is. Kijk eens naar Amerika? Je maakt me niet wijs dat ze daar niet minstens ten dele verantwoordelijk zijn voor het obesitasmonster dat het land in de ban houdt. En die mensen kunnen geholpen worden. Als ze het willen tenminste.

    In mijn nabije omgeving zag ik iemand een veertigtal kilo’s kwijt spelen, puur op karakter. Je moet iets vinden dat er voor zorgt dat je een knop kan omdraaien. Chapeau voor zulke mensen. Zij kunnen een voorbeeld zijn voor kinderen en volwassenen met hetzelfde probleem.