Blog

  • Live your dream

    Onze 3 junior-stuks mogen onder zachte dwang vanaf hun derde levensjaar gaan sporten. Ze gaan dan wekelijks 2 uurtjes de hort op: een uurtje turnen en een uurtje zwemmen onder de begeleiding van een gemotiveerd team van Spodi. In de vakanties mogen ze deelnemen aan kampen waar ze kunnen proeven van andere sporten (bv taekwondo). Wij vinden het belangrijk dat ze al jong kennismaken met sport en het hele gebeuren dat er rond hangt.

    Onze oudste, hij is nu 6 en zit in het eerste leerjaar, is op dat vlak een hatelijk gemakkelijk kind. Hij doet alles graag, vindt alles leuk en zou dus bij God niet weten welke sport hij gaat kiezen om zich verder in te bekwamen. Hij heeft nu 3 jaar omnisport en zwemmen achter de rug en ik wilde hem graag laten kiezen in welke richting hij verder wilde gaan. Het arme kind wist het niet. Ik heb hem het hemd van zijn lijf gevraagd om er achter te komen. En toen begon ik na te denken. Ik kan hem beter niet gaan laten sporten. Hij is heel competitief ingesteld, wil altijd de eerste en de beste zijn. Als hij dan tijdens zijn hobby ook nog eens het competitiebeest moet gaan uithangen dan vrees ik een beetje overkill. En toen kwam mijn redding in nood… De KSJ kwam haar werking voorstellen in de klassen van de lagere school. Zoonlief vond het allemaal geweldig. Alleen… Ik kan die toch niet naar de KSJ sturen hé zeg. De KSJ! Dus even mijn licht opgestoken bij enkele mama’s en vastgesteld dat er een paar kindjes van zijn klas naar de scouts gaan. Probleem opgelost: hij gaat vanaf deze maand naar de scouts! Zijn peter content, ikke ook content. Daar leren ze meer functioneren in groep, deelnemen aan de groepsdynamiek en andermans rol in de groep respecteren. Geen competitie maar respect, teamgedrag en duurzame vriendschappen. Probleem opgelost.

    De dochter van 4 is een specialleke. Ze heeft hyperlakse gewrichten en valt dus onder de categorie ‘slangenmens’. Dat combineert ze met een uitgesproken voorkeur voor muziek en dans. Ze heeft waarlijk mieren in haar derrière zitten. Het is vertederend om te zien hoe vaak ze onbewust zit mee te wiebelen op het ritme van de muziek. Vorig jaar startte ze ook met omnisport maar dat was geen succes. Met de belofte dat ze dit jaar mag gaan dansen, heeft ze haar jaar omnisport uitgezeten. Ik vertelde haar onlangs dat we zondag eens gaan kijken naar de school waar ze mag gaan dansen binnenkort. Ze keek me aan en zei ‘Maar mama, je kan toch overal dansen?’ Zo is dat meid, je hebt overschot van gelijk. Dans jij maar waar je wil en wanneer je wil, ga er voor. Je hebt een talent en dat moet je ontwikkelen als je er zelf achter staat. Als we haar wat goed begeleiden, staat die over 15 jaar te huppelen als backing vocal van één of andere hottie van het moment.

    En dan de jongste, Raketman die nu 3,5 jaar is… Hij mag deze maand beginnen met de omnisport. Hij kijkt er al naar uit. Ik wens de begeleiders alvast veel sterkte en geen lege batterij van hun telefoon. Kwestie dat ze wekelijks tijdig de ambulance kunnen verwittigen. Het motto van Raketman is ‘Gaan en blijven gaan! Who dares wins!’ Dat blijkt een beetje eigen te zijn aan het derde kind in een gezin. Hij bruist van energie en varkensstreken en is er steeds op uit zijn grenzen te verleggen. Klapt ie door zijn gevaarlijke kuren met tuinstoel en al de grond op dan staat hij recht en klimt er terug op om verder te spelen. Hij heeft wel een erg goed balgevoel. Vanwege mijn allergie aan voetbalouders vermoed ik dat hij vanaf volgend jaar zal gaan basketten. Ik kijk er alvast naar uit!

  • Nummer 50

    Jawel, ik schrijf nu voor de vijftigste keer een tekstje voor Hukselende Vingers. En ik doe het nog altijd even graag! Ik zal eens van kuddegedrag doen en iets schrijven over de eerste schooldag. Bij uitbreiding over het schooljaar. Eigenlijk over de schoolgaande jeugd. Ooit behoorde ik zelf ook tot die categorie. Nu ben ik nog enkel jeugdig maar tijdelijk niet meer schoolgaand.

    In mijn jonge jaren reden we nog met de fiets naar school. Vaak zonder verlichting en één keer per jaar leverde dat dan een proces-verbaal van verwittiging op. We reden snel en dachten dat de straat van ons was. Na een vluchtige blik achterom, koersten we op kruissnelheid naar de overkant van de straat. Wat kon het ons schelen dat ons inschattingsvermogen nog niet volledig ontwikkeld was. Dat is het nu trouwens nog steeds niet.

    We zigzagden rakelings langs poedels en bejaarden (bonuspunten!) en gingen vol in de remmen als we ons muurtje tegenover de schoolpoort naderden. Het muurtje waar we elke ochtend verzamelden. Het muurtje waar onze viriele leeftijdsgenoten stonden te muilen met hun verovering van de dag. Het muurtje waar stoere chicks aan hun sigaret lurkten. Het muurtje waar we uitdagend bleven zitten tot de schoolbel ging om dan binnen te sprinten terwijl de poort aan het dichtgaan was. Zo ging dat vroeger.

    Vandaag nam ik een halve dag verlof om mijn kroost te droppen op school. En néé, ik ga daar geen melig verslag over schrijven. Na een snelle lunch bolde ik met mijn automobiel naar het werk. Muziek van The Scabs schalde door de luidsprekers. Niet te luid, net luid genoeg om mee te kunnen balken. Op een gegeven moment rijd ik in een straat met eenrichtingsverkeer. Zingend en jodelend rijd ik naar beneden tegen de toegelaten snelheid. 100 m verder zie ik een meisje met rugzak lopen. Ze liep op stelten van sandalen en had net te weinig jeans voor de portie bips die er in gepropt zat. Haar haar stak netjes in een staart gewrongen. Zo kan je ook camoufleren dat het sinds juni niet meer gewassen werd. U merkt het al, ik vond haar niet sympathiek.

    Waarom? Omdat ze niet besefte welk gevaarlijk gedrag ze vertoonde! Ik reed achter haar, ze ging niet aan de kant. Da’s haar goed recht maar ik kon er niet langs. Ze kon met gemak een meter opschuiven als ze dat wilde zodat ik rustig kon verder rijden. Dus ik dacht: ik toeter eens kort en beleefd. Nougatbollen. Dat kind merkte er niks van. ‘Hard Times’ van The Scabs kwam spontaan 15 decibels luider door mijn luidsprekers. Mijn wenkbrauwen kregen een V-vorm. Rustig blijven An, da’s nog jong. Plankgas geven is geen optie. Toen ik haar na enkele minuten kon passeren, zag ik wat er aan de hand was.

    Het kind had 2 kabels aan haar oren hangen! De kip! Mij niet gelaten dat je niet zonder muziek kan, maar zorg toch alsjeblieft dat je het verkeer nog kan horen! Voor hetzelfde geld hing er een MUG achter haar en wist ze van toeten of blazen. Ik weet het, ik klink nu als een oude, gefrustreerde, verzuurde burger. Ik kan echter met de hand op het hart zeggen dat ik nooit stoppen in mijn oren stak als ik me in het verkeer begaf. Het is gewoon te gevaarlijk. Dat onze jongeren graag zot willen doen in het verkeer, alla. Ik ben ook jong geweest. Dat ze kamikazegewijs over straat dolen, hun zintuigen afschermend van hun omgeving? Geen begrip voor.

    De volgende keer dat ze mijn pad kruist, zet ik mijn Berlingo in de wei en ga ik eens een klapke met haar doen. Dan heeft ze iets te vertellen op school. En is het van mij af.

  • Je hebt altijd een keuze!

    Dat is mijn levensmotto zo een beetje. Klaag niet over dingen die gebeuren. Gebeurt er iets in je leven wat je niet aanstaat? Beschouw het als een leerkans zodat je er toch met een positief gevoel op kan terug kijken. verlies je niet in verbittering en spijt. Ik hoor u al denken ‘die trien heeft gemakkelijk praten’. Ja en nee. Ik ga mezelf hier niet helemaal bloot geven maar laat ons zeggen dat ik niet de gemakkelijkste weg in het leven gekozen heb. Ik durf dus zeggen dat ik weet waarover ik spreek. Het heeft van mij gemaakt wie ik ben. Te nemen of te laten.

    En het doet me deugd te vernemen dat er nog jongeren zijn met gelijkaardige principes. Ik kende ooit een gezin waar vanalles scheef liep. Ik was toen zelf nog een kind dus ik heb het allemaal wat van op een afstand meegemaakt. Nadat ik hen uit het oog verloor, heb ik mezelf nog geregeld afgevraagd wat er van de kindjes in dat gezin geworden zou zijn. Zouden ze hun school afgemaakt hebben? Zouden ze aan het werk zijn? Zouden ze gelukkig zijn? Zouden ze in staat zijn duurzame relaties aan te gaan in het leven? Hoe zouden ze omgaan met de personen die negatieve dingen in hun leven brachten? Zouden ze zich goed voelen in hun vel? Of zouden ze hetzelfde pad kiezen? Zich wentelen in ‘ik kan er niks aan doen want ik weet niet beter’?

    Toevallig ontmoette ik recent iemand die dat gezin ook kent. Die persoon vertelde me dat de kindjes uitgroeiden tot aangename volwassenen met een stabiel leven. Aangename persoonlijkheden met een duurzame en liefdevolle relatie, een leuke job en vol toekomstplannen. Wel, daar word ik oprecht blij van! Moeilijk gaat ook en zij hebben het bewezen. Voor zulke mensen heb ik respect. Velen kunnen er een voorbeeld aan nemen.

    Het is al te gemakkelijk om bij problemen in een hoekje te gaan zitten mokken tot iemand je uit de shit haalt. Je kan er voor kiezen je te wentelen in zelfmedelijden. Maar wat verandert dat aan je situatie? Nougatbollen. Je leeft maar één keer dus verlies geen tijd met zinloos gekweel. Sta op verdomme en neem je leven zelf in handen! Bepaal je prioriteiten, stel je levensdoelen duidelijk voor jezelf. Werk er naar toe. Soms zal je met je hoofd tegen de muur lopen, ongetwijfeld. Wel: take the hit and move on.

    Wordt vervolgd…

  • Ontwaakt!

    18u50: de kinderen hebben net hun pyama aan en mogen nog 5 minuutjes tv kijken voor ze naar bed gaan. Plots gaat de bel. Een vriendelijke man vraagt of ik tijd heb voor een gesprek over het leven. Eigenlijk niet. Wat is dat toch met die Getuigen? Alle respect voor die mensen, hoe ze zich dagelijks inzetten om hun geloof aan de man te brengen. Ik zie het weinig christenen doen. Mààr… Het lijkt wel of die een controlekamer hebben waar voor elk huishouden geregistreerd wordt welk nu net het meest ellendige moment is om aan te bellen. Hierdoor heb ik nog nooit de kans gehad om op mijn gemak de dialoog eens aan te gaan.

    De man had begrip voor mijn situatie. Hij overhandigde me een brochure om te lezen met het vriendelijk verzoek er ook eens heel goed over na te denken. Ik ben dan zo een brave kwezel die die taak ook ter harte neemt.

    Untitled1

    Leuke titel, trekt de aandacht. Marketeers weten dat baby’s, sex en dieren altijd scoren dus de coverfoto zit ook goed. En dan een retorische vraag. Hier moet ik dus de rest van de avond over nadenken.De Getuigen weten van aanpakken.

    Je weet toch niet hoe lang je kan leven? Je kan dat zelf beslissen maar dat vergt veel moed. Ook al is het voor velen een laffe ‘oplossing’, het vergt moed om jezelf het hoekje om te helpen en er nog in te slagen ook. Ik zou mezelf niet van kant kunnen maken denk ik. Ik vind niet dat ik zomaar mag beslissen over leven en dood.

    Euthanasie

    Euthanasie is dan nog net iets anders in mijn ogen. Terecht komen in een vegetatieve toestand met nihil kans op verbetering wens ik niemand toe, ook mezelf niet. Ik wil mijn naasten niet tot last zijn. Dan mogen ze me een spuitje geven. Net zoals dat bij dieren gebeurt. Of zoals het achter hoek en kant bij bejaarden gebeurt in ziekenhuizen en RVT’s. Jaja, taboe maar noem een kat nu eens een kat hé zeg.

    Zelfzorg

    Als ik genoeg aandacht besteed aan zelfzorg, is de kans reëel dat ik een respectabele leeftijd bereik. Ik kan dan mijn kinderen zien opgroeien, met wat geluk komen er op een bepaald moment ook kleinkinderen. Als ik dat mag meemaken, ben ik een tevreden mens. Ik heb niet de behoefte om 150 jaar te worden. Ik hoop waardig te kunnen verouderen. Geen dementie, geen Parkinson, liefst ook geen kanker of andere aandoeningen. Zelfstandig kunnen eten en drinken tot de laatste maaltijd, helemaal alleen pipi en kaka op het toilet kunnen doen tot het laatste moment. Dat hoop ik.

    Overmacht?

    Zelfzorg is echter niet voldoende. Ook de omgeving moet me laten leven. Er zal maar eens een vliegtuig op mijn hoofd terecht komen bijvoorbeeld. Dat kan ik niet vermijden door dagelijks 6 porties fruit en groenten te eten. Dan kan ik me de vraag stellen waarom dat vliegtuig net nu en net op mijn hoofd terecht moet komen. Ofwel werd dat door hogerhand bepaald, ofwel is er een duidelijk aanwijsbare oorzaak. Moet ik daar nu echt over nadenken? Het resultaat zal hetzelfde zijn: je kan me dan bij elkaar vegen.

    Het grote moment

    Als ik zou mogen kiezen hoe ik sterf, dan zou het pure rock ’n roll zijn. Na een geweldig feestje met mijn naasten en echte vrienden met een voldaan gevoel vermoeid in bed kruipen en niet meer wakker worden. Gewoon, de stekker er uit trekken. Basta. 2 seconden en gedaan. Geen doodsstrijd en van die toestanden. En weten dat mijn naasten en vrienden hun laatste herinnering aan mij een leuke herinnering is.

    Recyclage

    Zo denk ik er momenteel over. Ik heb me trouwens enkele jaren geleden laten registreren als orgaandonor. Ze mogen alles wat ze kunnen gebruiken van me hebben. Als het maar iemand kan helpen. Of als het de wetenschap kan helpen, dan ben ik ook al tevreden. Ik zou wel even terug opstijgen uit de hel om van mijn oren te maken als mijn longen naar een roker zouden gaan of als mijn lever naar een alcoholist verhuist. Dat zou ik zonde vinden. Maar daar beslis ik op dat moment helaas niet meer zelf over.

  • Het huis van de koe

    Er was eens… 50 jaar geleden was er een jong getrouwd, godsvruchtig koppeltje. Ze waren jong en ambitieus. En ze hadden een baksteen in hun maag. In de golden sixties was dat geen probleem. Ze beschikten over een ferme lap grond in een klein dorpje. Ze hadden al een dak boven hun hoofd maar wat moesten ze in hemelsnaam met die baksteen in hun maag aanvangen? Ze besloten zich eens volledig te laten gaan en een bouwsel neer te poten op hun braakliggend perceel grond. Ze zetten er een grote stal met alles er op en er aan.

    In die stal mocht hun koe wonen. Het beest fleurde er helemaal op.  Je zou voor minder: ze had naar koeiennormen een kast van een villa met twee verdiepingen en een panoramisch uitzicht voor haar alleen. All-inclusive, gras en water was er immers in overvloed in de grote tuin. Om het helemaal extravagant te maken, kreeg de koe zelfs haar eigen voordeur… in haar stal dus. Het beestje was er dolgelukkig. Ze woonde in een rustige, groene omgeving, had geen last van andere boerenbeesten of stress tegen dat het melktijd was. Om de tijd te doden, deed ze aan zumba in haar tuin terwijl ze genoot van de tsjilpende vogeltjes die haar zandloperfiguur bewonderden.Of ze deed een praatje met de buren. Of ze stond wat dwaas voor zich uit te staren als ze weer eens per ongeluk een verkeerde champignon opvrat.

    Het jonge koppeltje daarentegen begon stilaan logistieke problemen te krijgen. De koters stapelden zich op en hun bescheiden huisje werd te klein. Ze waren al geruime tijd stikjaloers op hun koe. Beide problemen losten ze in één klap op door een joekel van een huis te bouwen tegen de stal. De koe zou haar lap grond vanaf nu dus moeten delen met het koppeltje en hun almaar aangroeiende nageslacht. Gedaan met zumba in de tuin, gedaan met de rust.

    Het beestje heeft daar een goed leven gehad. Toen ze oud en versleten was, verhuisde ze naar het koeientehuis. De voorlaatste halte die gevolgd wordt door de koeienhemel. En daar leefde ze nog lang en gelukkig.

    Zulke verhalen krijg je dan te horen hè… De huidige eigenaars van ons nieuwe huis hadden me beter niet verteld dat er in de stal ooit één koe woonde. Mijn verbeelding slaagt dan helemaal op hol. En de kinderen vinden dat geweldig 😉

     

  • Zondagse filosofie

    Gisteren was er een leuke girls night out. Met 2 toffe madammen mocht ik mee naar Heistival in Heist-oep-den-Baareg. Mooi meegenomen was dat het een gratis festivalletje is en dat The Scabs er ook hun snoet lieten zien. De dames in kwestie bleken onderling veel gelijkenissen te vertonen, we konden gemakkelijk zussen zijn van elkaar.

    Waarom ik dat denk en waarom me dat opvalt? Omdat ons ras dun gezaaid is. Zelfs in deze eenentwintigste eeuw. Ja we zijn vrouwen en ja, we zien onze kinderen graag en ja, we zouden alles voor hen doen. Maar we zijn ook vrouwen die vrij in het leven willen staan, die zich niet opsluiten en isoleren, die niet alles opofferen voor hun kind of gezin. En dat doen we niet omdat we egoïstisch zijn, maar omdat we dat nodig hebben.

    We voelen ons daar niet schuldig om, waarom zouden we? Waar zijn onze naasten het meest mee gebaat? Met een sikkeneurig kreng dat thuis tegen de muren oploopt of met een mama/partner die zich goed voelt in haar vel en dat ook uitstraalt? Wij hebben gisteren samen een fantastisch leuke avond gehad, we hebben veel gebabbeld en gezongen, veel gelachen en plezier gemaakt en vervolgens zijn we moe maar tevreden braafjes terug naar huis gegaan. Zo mooi kan het leven zijn. Het is wat je er zelf van maakt.

    Getrouwd zijn en moeder zijn staat niet gelijk aan alles opgeven en een sloor worden. Ik druk het nogal cru uit maar dat heeft een reden. Ik krijg de vliegende tering van vrouwen die naar school gaan, een toffe job vinden, trouwen, kinderen krijgen en dan veranderen in Assepoester. De versie van Assepoester zoals ze in het begin van het sprookje is: niet buiten komen, wassen en plassen en that’s it. Vooral over niks kunnen meepraten en alleen maar oog hebben voor je kookpotten, je stofvod en je kroost. Alle respect voor hun keuze, ik zou het niet kunnen. Ik meen het, ik respecteer dat echt. Maar aanvaard alsjeblieft ook dat er andere vrouwen bestaan in plaats van hen met de grond gelijk te maken.

    Op verschillende fora heerst al jaren een discussie tussen thuisblijvende mama’s en werkende mama’s. Ik blijf er bewust tussenuit. Respecteer dat iedereen anders is en laat mekaar gewoon doen. Met dat eeuwige gehakketak is niemand gebaat. Let wel: ik wil hier niemand aanvallen hoor. Ik krijg er gewoon vaak grijze haren van als ik dergelijke discussies hoor of lees. En na een avondje met gelijkgestemde zielen besloot ik er eens iets over te tokkelen. Nèh, het moest er even uit 😉

     

  • Fietsen is goed voor de gezondheid.

    Vandaag gebeurde het woon-werkverkeer van ondergetekende nog eens met het stalen ros. Wegenwerken zorgen er deze maand voor dat ik moet omrijden. 4 km extra maar liefst. Mijn voorkeur gaat uit naar een ontspannen ritje door de prachtige natuur die we hier hebben: de Demerbroeken tussen Diest en Zichem. Vorige week reed ik via het jaagpad, nu besloot ik eens langs de spoorweg te rijden. Heerlijk ontspannend, je komt er enkel andere fietsers en wandelaars tegen. En platgereden vogels en katten. Hm, misschien eten we vandaag wel een broodje roadkill. Om 16 u hield ik het voor bekeken in het OCMW en sprong ik gezwind op mijn fiets voor de rit naar huis.

    Het weer was perfect: niet te heet, niet te nat, een zacht briesje. Ik was niet de enige die er zo over dacht. Het was begot druk op dat fietspad. Ik stoorde me er niet aan, genoot van de natuur met haar aangename geuren en rustgevende geluiden. Toch op de momenten dat er geen trein passeerde. En toen plots, uit het niets, doemden ze op: een horde gepensioneerde wielertoeristen. 25 nagels aan de doodskist van de actieve beroepsbevolking. Gemiddelde leeftijd 125 jaar. En gevoel voor humor hadden ze wel hoor.

    Ze waren een goeie 50 meter van me verwijderd. Afgaande op hun tempo zou ik hen over een kwartiertje kruisen. Afgaande op hun flashy wielerkledij zou ik hen over een nanoseconde passeren. Attent als ze zijn, roept de eerste naar de rest van zijn peloton dat ze moeten oppassen met de gevleugelde woorden ‘Pas oep manne, der is ne vélo mee twieje koplampe!’ Gevolgd door een smakelijke lach die zeker 5 tanden blootlegde. Hij vergat wel dat zijn kompanen potdoof waren of hun hoorapparaten niet aangezet hadden voor ze vertrokken. Niemand die reageerde en ik maar doen alsof ik het niet hoorde. Wat een dijenkletser. Ontdek die man en geef hem zijn eigen show voor hij onder de grond steekt.

    Bij het kruisen knikte ik beleefd. Bij mezelf dacht ik ‘sterf gij addergebroed’. De opperrijder glimlachte met een blik die zei ‘ik heb iets onnozels over u gezegd en gij weet toch niet wat het is’. De rest van de groep zat in gedachten terug bij de Guldensporenslag die ze in hun jeugd nog mee beleefden.

  • De waarheid komt uit…

    Inderdaad. Hier werden vandaag weer heu… aparte… conversaties gevoerd.

    Te beginnen met Raketman (3 jaar). In de zetel zit hij naarstig te sjieken en te herkauwen. Vreemd want ik heb hem geen koekje of iets anders eetbaar gegeven. De kat lag ook niet in de buurt dus aan diens staart kon hij niet geknaagd hebben. Ik vraag heel onschuldig wat hij aan het eten is. 2 grote hemelsblauwe puppy-oogjes kijken me aan en antwoorden me, alsof het de normaalste zaak van de wereld is:

    ‘ Een nottepiet maar hij is bijna op hoor mama.’ Gelukkig las ik hier onlangs dat ik daar eigenlijk blij mee zou moeten zijn dus ik zweeg maar wijselijk. En hij kauwde voort alsof hij een halve kilo gesmolten kaas in zijn bek geduwd had.

    Iets later zijn de drie stuks buiten aan het spelen. Gras, modder, ledematen en speelgoed vliegen in het rond. Ik hoor gelach en gestommel dus alles is goed. Tot ik besluit het tafereel als een vertederde moeder eens gade te slaan. Ik draai mijn hoofd en zie triple trouble stoten uithalen die Jackie Chan niet eens onder de knie heeft. De vertederde mama – blik verandert onmiddellijk in donder en bliksem. De oudste (6 jaar) reageert daar erg verontwaardigd op. Tijd voor een preek over normen en waarden, over goed en kwaad.

    ‘Waarom doe jij broer en zus pijn?’

    – ‘Ik moet dat doen om te oefenen mama!’

    ‘Oefenen?! Waarvoor moet je in hemelsnaam zo oefenen dan?’

    – ‘Als ik later groot ben, dan wil ik een leger worden mama dus dan moet ik nu al goed leren vechten!’

    Lap, daar zit je dan. Doemscenario’s over Syrië-strijders en geschrapte Belgen flitsen door mijn hoofd. Soldaat zijn is niet goed genoeg. Nee, mijnheer wil ineens een heel leger in 1 bink zijn! Woensdag start zijn 3-daags taekwondokamp (zonder overnachting). We zullen eens zien hoe hij er dan over denkt om later een leger te worden 😉

  • Een goede voorbereiding is het halve werk.

    Daarom zijn wij nu al volop onze spullen in veel te kleine dozen aan het proppen voor de verhuis in oktober. Dankzij collega’s en vrienden hebben we momenteel een vijftigtal dozen ter beschikking. Hopelijk volstaat dat. Vandaag heb ik me ontfermd over een half ton glaswerk: karaffen, wijnglazen, bierglazen, aperitiefglazen, jeneverglaasjes, portoglazen, champagnefluitjes, … De collectie is nog niet helemaal ingepakt omdat ik niet voldoende oud papier in huis had. Ha ja, elk glas wordt eerst netjes verpakt in krantenpapier want veiligheid bij transport primeert! Ik gooi mijn glazen liever zelf kapot tijdens een Griekse avond dan dat ik per ongeluk mijn polsen over snijd tijdens het uitpakken na de verhuis.

    De kinderen werden mee ingeschakeld in het hele gebeuren. De 2 oudsten hebben zich een halve dag geamuseerd met een kapotte kartonnen doos en de kleinste, Raketman dus, hielp boven de Wederhelft met het versjouwen van dozen. De bijhorende ‘eurh’ en ‘hnggg’ – geluidjes waren best wel amusant.  Misschien moet ik volgende keer toch de dozen maar iets minder zwaar maken. Nadien hielp de oudste me door krantenpapier op maat te knippen om de verschillende soorten glazen te verpakken. Hoezo, u vindt me een perfectionist? 😉

    ’s Avonds was iedereen uitgeteld. De vele trappen tussen zolder en kelder die we vandaag tig keren deden, zullen er wel voor iets tussen gezeten hebben. Als beloning kregen ze vers gemaakte cannelloni. En een stukje fruit als dessert. En Studio 100 TV. En voor ondergetekende een chocolademoelleuxke. Morgen start ik terug met mijn eetplan 🙂

  • De nieuwe Ronaldo

    Samen met onze 3 kindjes verslijten wij jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid speelballen. Lederen voetballen, basketballen en de gewone kleurrijke ballen die je bijna overal vindt. Onze jongste is verzot op sjotten, dribbelen, gooien, … alle dingen waar je een bal bij nodig hebt zijn goed voor hem. De dochter en de oudste zoon spelen ook al wel eens met de bal maar amuseren zich even goed met ander speelgoed buiten. Met andere woorden: geregeld sta ik buiten mee te voetballen, te dribbelen, te gooien en te rollen zodat de kleinste zich wat kan uitleven. Op zich vind ik dat wel eens leuk maar helaas heb ik er niet altijd voldoende tijd voor.

    Sinds enkele maanden heb ik een andere sparring partner gevonden voor mijn kleine raketman met zijn ballenfetisj. Een voetbaltalent eerste klas, zo worden ze niet meer gemaakt! Hij is altijd in the mood om een balletje te trappen en vindt het niet erg om vol in zijn flank geraakt te worden door een basketbal. Angst is hem vreemd, doorzettingsvermogen is zijn dada. Hij heeft een balgevoel om u tegen te zeggen en hij is nog goed met kinderen ook.

    Ik prijs mezelf gelukkig met zulk een aanwinst. Hij neemt die taak trouwens volledig vrijwillig en onbaatzuchtig op zich. Hij blij, raketman blij, iedereen blij. Als hij hoort dat de achterdeur hier open gaat, springt hij op 1 m hoogte door de haag om er bij te zijn. Enkel een superheldencape ontbreekt nog. Speedy maatje, we gaan je missen als we hier verhuizen. We wensen de nieuwe eigenaars van ons huis veel poezelplezier met een sociale buurtkat als jij.

     

    IMG_0294