Blog

  • Een dikke streep is ook een lijn.

    In dit huishouden wordt veel gekookt. Zowel De Wederhelft als ik kokerellen met plezier. Als de gelegenheid zich voordoet, zijn we druk in de weer met kookboeken, boodschappenlijstjes en het verzamelen van de nodige attributen. Niet moeilijk dat een mens na verloop van tijd op dieet moet dus. We zijn hier trouwens gezegend met een Bourgondisch nageslacht. Eén en ander zal waarschijnlijk wel met elkaar te maken hebben. Maar toch… Af en toe zet ik ook eens luiewijvenkost op het menu. Dan duik in de diepvriezer, leg de stukken Eoraptor en dodo aan de kant en haal er wat overschotjes uit.

    Vandaag was zo een dag. De Wederhelft bevond zich rond etenstijd ergens tussen Amsterdam en de heimat. De kinderen waren balorig, dat gebeurt wel meer op het einde van een drukke schoolweek. Het gaf me weinig speelruimte om met messen en pannen aan de slag te gaan. Met 3 vermoeide kleuters is samen gezellig tafelen een uitdaging. De keuze was dus rap gemaakt toen ik in de diepvriezer aan het snuisteren was: lasagne, succes gegarandeerd! Eigenlijk had ik er ook wel zin in. Garfield indachtig, zag ik me al volgevreten in de zetel hangen met de zapper in mijn handen. Zo een avond zou het worden.

    Tot het etenstijd was. De 3 vermoeide kleuters veranderden in uitgehongerde aasgieren. Als loslopend wild vlogen ze op hun bord, er nog net op tijd aan denkend dat wij een soort zijn die eet met bestek. Lijdzaam keek ik toe hoe wat ik dacht dat mijn portie lasagne was, als sneeuw voor de zon verdween in heu… nee. Geen schattige kleuterbuikjes maar bodemloze sterfputten! Mja, alles voor de kindjes, ze moeten immers nog groeien.

    Na het eten mogen ze even tv kijken. Strak plan An, dan kan je toch nog stiekem iets anders uit de diepvriezer halen voor jezelf. Als lammetjes vleien ze zich neer in de zetel, zetten hun verstand op nul en kijken naar Nick Jr. Perfect! Ik zet me aan tafel met een heerlijke portie macaroni met ham en kaassaus. Ik ga even niet vermelden dat ik probeer te diëten. De kleinste steekt zijn neus in de lucht en kijkt rond. Ik probeer nog mijn arm voor mijn bord te zetten maar het is te laat. Hij heeft het gezien. In een wip zit hij in zijn eetstoel naast me te blinken.

    ‘Nu een hapje voor Japper mama.’

    ‘Zou je dat wel doen jongen, je hebt net véél lasagne gegeten.’

    ‘Ikke lust da mama, ik eet da ook appeliet?’

    Lap! Hij weet het goed genoeg, die oogjes doen het hem elke keer opnieuw. Ik deel gedwee mijn macaroni met de kleinste. Achteraf bekeken moet ik hem dankbaar zijn. Anders had ik weer grandioos te veel naar binnen gestouwd. Dan zou ik morgenochtend weer boos op mezelf geweest zijn na mijn ontmoeting met de weegschaal. Maar toch. Volgend weekend staat hier opnieuw lasagne op het menu.

  • Waar Diest trots op is…

    Vanmiddag bracht ik mijn oudste zoon (het kereltje is net 6 geworden) naar de kleuterschool. Hij is een schrander ventje dus hij gaat vanaf 1 september naar het eerste leerjaar. Terwijl we over de speelplaats wandelden kreeg hij een bepaalde kleuter in het vizier en zei plots:

    ‘Mama, de papa van Charlie hè, die speelt muziek bij de Shits en da’s keimooie muziek!’

    The Shits? Nog nooooooit van gehoord! Mijn brein ging meteen in overdrive, ik moest en zou deze uitspraak begrijpen en er pedagogisch verantwoord op reageren. De Shits… een kleuter die in Diest op school zit… keigoede muziek… Jah, het lampje gaat branden! Dit kan maar 1 ding betekenen!!!!!

    ‘Bedoel je The Scabs jongen?’

    Zijn ogen lichtten op. Wat is hij toch blij met een mama die hem begrijpt. ‘Ja mama, die zijn het! Ken jij die ook?’ Argeloos zei ik ‘Neuh, misschien een beetje.’

    Ik wandelde terug naar de auto, zette de CD van The Scabs op die altijd klaar is om me op te beuren en ik moest eens glimlachen. Een Diestenaar die The Scabs niet kent is geen goede Diestenaar. Ook voor De Wederhelft was het een wezenlijk onderdeel van zijn inburgeringscursus toen hij van Noord-Antwerpen naar Diest verhuisde.  Gelukkig hebben The Scabs me daar goed bij geholpen. In 2011 traden ze op in de Lotto Arena. Lang leve social media, door mijn grote bek heb ik daar veel werk mee gehad. Maar plezant dat dat was! Om een lang verhaal kort te maken: met 2 andere fans van de trots van Diest hadden we het geweldig idee om een busreis naar dat optreden te organiseren. Niet zomaar een busreis, als we iets doen dan doen we het goed. De pers kreeg er lucht van en plots bleek ik een die hard fan van het eerste uur van The Scabs te zijn. Detail: The Scabs bestaan al langer als ik 🙂

    Uiteindelijk werd het een prachtig gebeuren. We hadden +/- 165 busreizigers en dankzij enkele gulle sponsors was er voor iedereen een uniek t-shirt, speciaal voor de gelegenheid door zanger Guy ontworpen. Niks werd over het hoofd gezien: we hadden van 2 bakkers ook een lading koffiekoeken gekregen voor onderweg. Dat was vroeger toch ook het hoogtepunt als je op jaarlijkse schoolreis ging? Dan kreeg je iets speciaals mee in je brooddoos.

    In Antwerpen aangekomen kreeg ik de slappe lach. Terwijl The Scabs in de Lotto Arena de pannen van het dak speelden, probeerde Clouseau in het Sportpaleis hetzelfde te doen. Resultaat: een grappige mix van mensen en veel bussen. Héél véél bussen. Maar ongelofeloos véél bussen! In en rond het Sportpaleis en de Lotto Arena zag je hitsige vrouwmenschen die stonden te popelen om Koen en Kris in actie te zien. Daartussen liep dan het zootje ongeregeld dat eens stevig ging rocken met The Scabs: gescheurde jeans, lang haar, leren frak, legerbottines, horrorshirts, tattoos zo groot als een radiator op hun lijf, … In normale omstandigheden zou de eerste groep schrik hebben van de tweede groep en het op een lopen zetten maar nu verliep alles vreedzaam.

    Ondanks de stress en al het werk, was dat toch wel een erg leuke ervaring. 98% van de medereizigers vond het ook geslaagd. Ik zwijg bewust over de 2 niemendallen die vermist waren toen het tijd was om weer naar huis te gaan. Eentje er van, mijn broer, heeft me een levenslang bustrauma bezorgd. Ach ja, eind goed al goed. Die verloren zonen zijn ook heelhuids thuis geraakt. Met een taxi tijdens een weekendnacht van Antwerpen naar Diest. Maar ook zij hebben zich die avond rot geamuseerd 😉

    Of hoe je kinderen je geheugen kunnen triggeren en je even dat leuke gevoel van toen bezorgen…

    Wacht tot je kinderen in bed liggen, zet dan deze open op vol volume en balk maar eens goed mee: Matchbox Car van The Scabs, live in The Lotto Arena!

  • A new way of life

    Vroeger zei men vaak tegen mij met mijn panlatfiguur: ‘Wacht maar tot ge wat ouder zijt meiske, dan zal het zo gemakkelijk niet meer zijn om slank te blijven.’ Ik moest daar altijd mee lachen. Als ik aan een pak koekjes begon (herinner je nog die heerlijke koeken van The Flintstones met chocolade er tussen?) dan stopte ik pas als het leeg was. Zelfde met chocolade, ijs en zoveel meer. Niks kwam er bij, mijn BMI bleef netjes hangen op 17,9. Zelfs na 3 zwangerschappen bleef ik ongeveer op gewicht en behield ik mijn maatje 36. Probleemloos. Vorig jaar, ergens einde maart, blesseerde ik me tijdens een avondje fitness in Karteria. Enkele onderzoeken later bleek het een TFCC-scheurtje in de pols te zijn. In november ging mijn pols onder het mes, de revalidatie is nog steeds niet afgerond. Als ik mijn kinesist goed begrijp, moet ik niet verwachten dat die pols ooit nog terug de oude gaat worden.

    Pervers gevolg van anderhalf jaar zonder sport is dat ik 2-3 kg bijgekomen ben. Da’s niet veel, ik vind mezelf nog niet te dik of zo. Maatje 38 ipv 36 is gezond, nietwaar? Maar ik wil erger voorkomen. Elk pondje gaat langs het mondje dus daar moet ik het probleem aanpakken. Sporten zit er immers nog niet meteen terug in. Ik hoop daar tegen de zomer terug mee te kunnen starten. Beetje fietsen, beetje wandelen, de typische activiteiten van gepensioneerden. Misschien kan ik best al leren petanque spelen. Zucht.

    Vanaf morgen begin ik met mijn nieuwe eetplan. Ik noem het geen dieet want dan houd ik het niet vol. Ik weiger light te koken en honger te lijden. Dat gaat niet met 3 kleuters in huis. De Wederhelft en ik zijn immers hun rolmodellen dus we moeten het goede voorbeeld geven. En light voor kleuters, dat lijkt me voor niks goed. We eten hier allemaal graag en goed én we kokerellen graag. Ik voer gewoon enkele aanpassingen door in mijn eetgewoonten waar zij geen last van hebben. Welke zijn dat dan?

    – Ik drink al jaren magere melk. Meestal met Can’kao, de suikervrije variant van Nesquick die overigens een veel vollere smaak heeft.

    – Voor mezelf gebruik ik volwaardige rijst en volkoren pasta, voor hen de gewone. Op zich kan iedereen er van eten maar De Wederhelft is er niet zo zot van.

    – Tussendoortjes: koekjes van Weight Watchers, mét chocolade en chocoladerepen van Special K. Ze vallen nog mee van smaak ook. Soms een wortel als ik ’s ochtends tijd en zin heb om die te schillen en in stukjes te snijden. Rijstwafels zijn een no go.

    – Sowieso probeer ik elke dag +/- anderhalve liter water te drinken. Geen makkelijke opgave en ’s nachts geen pretje maar soit.

    – Zuivel: yoghurt en chocoladepudding van Vitalinea.

    – Fruit: minder bananen, meer aardbeien, appels, enz. (Vergeet even dat ik vandaag chocoladefondue gedaan heb aub)

    – Lunch op het werk: verse soep waar mogelijk ipv leftovers van thuis. Maaltijdvervangers zou ik nog niet gebruiken als het me tijdens een foltersessie in Gunatanamo Bay werd aangeboden.

    Voorts ga ik me wat minder winters kleden. Mijn lichaam moet vanaf nu maar wat harder werken om op temperatuur te blijven. Verwend nest! Controlefreak als ik ben, heb ik alvast een werkblad in Excel klaar gemaakt. Zo kan ik dagelijks de evolutie zien. Jaja, ik weet het, je weegt je best eens per week maar ik ben niet gezegd met veel geduld.

    Doelstelling: 5 kilogram kwijt geraken. Dan zit ik terug tussen de 55 kg en de 60 kg en dat vind ik goed voor mijn lengte. Hopelijk lukt me dat op anderhalve maand. Ik ga er immers van uit dat op 1 juli de zomer begint 🙂

    Heb je nog tips voor me dan mag je ze altijd onder dit artikeltje neerschrijven. Binnenkort post ik hier een update over mijn eetplan en mijn gewicht…

  • Kleuterpret

    Vrijdagnamiddag. Op mijn beeldscherm zie ik de magische switch van 15:59 naar 16:00. Tijd om vliegensvlug al mijn spullen bij elkaar te zoeken en in de auto te springen. Aangekomen in de buitenschoolse kinderopvang, scan ik de ruimte op zoek naar mijn 3 kleuters. Eentje hangt te bengelen over een tafel, de andere plakt ergens achter een kast (we spelen alleen maar verstoppertje mama) en nummer drie, beter bekend als Raketman, zit mistroostig voor zich uit te staren. Hier is iets mis want normaal is het de kleinste die in de luster rondzwiert en sneller als zijn schaduw van plaats A naar plaats B vliegt. Vrij vlug krijg ik een verklaring van de andere kleuters en juffen van de opvang.

    De kleutertjes hadden vandaag sportdag op school. Goed nieuws voor mijn loslopend DNA, zo kunnen ze hun energie wat kwijt. Raketman heeft iets met ballen. Duw hem een bal in zijn handen en hij is vertrokken. Urenlang amuseert ie zich met voetballen, dribbelen, gooien (tegen het raam of tegen de deur uiteraard), verongelukken, enz. Zo ook tijdens de sportdag op school. Jeeeuuuujjjj bàl! Bal! BAL! Hij ging helemaal op in zijn spel en vond het niet nodig om uit zijn doppen te kijken.

    ‘En wat gebeurde er toen jongen?’

    -‘Boem mama.’

    Resultaat: zijn blauwe kijkers die zo mooi passen bij z’n wit varkenshaar zijn geschandaliseerd. 1 oog is nu ook rondom blauw, rood, gezwollen en geschaafd. Want als we vallen, dan vallen we natuurlijk net op het hoekje van een bank. Hij is nog geen meter hoog en toch slaagt ie er in de hoek van een bank mee te pikken. Op school hebben ze hem wat opgelapt en fijntjes een briefje in zijn boekentas gestopt met wat info.

    Ach ja, that’s life. Daar worden ze hard van, nietwaar? Ik had geen zin om ter plaatse nog uren te filosoferen en weltschmerzcrap uit te kramen omdat mijn rakker alweer wat blutsen en builen heeft. Hij is nu eenmaal de brokkenpiloot des huizes. Hoewel de hyperlakse zus er ook wat van kan. Ik verzamel de boekentassen en jassen, open de jacht op mijn kleuters en wil vertrekken. Plots spurt Raketman terug naar het boekentassenhoekje. Roloog bij mij want de tijd tikt genadeloos verder. Dit is de avondspits maat!

    Met enig argwaan bekijk ik de extra rugzak die hij me geeft. Dit kan maar 1 griezelig ding betekenen… Jules de klaspop komt logeren! Wait a minute… Ik heb een rugzak maar geen Jules. Laat het niet waar zijn dat die idioot al vermist is nog voor hij onze voordeur bereikt heeft! Maar nee hoor, Raketman zorgt voor Jules als een goede huisvader: hij heeft het mormel in zijn kleine boekentasje gewrongen. Goed gedaan jongen.

    En dan begint het… De sociale druk. Want jouw lieve kleine schat moet niet alleen goed zorgen voor Jules (lees: mama en papa hebben er een extra kind bij voor het weekend want die kleine interesseert zich geen fluit aan een pop die niks zegt of niet mee komt voetballen), je moet ook leuke dingen gaan doen. Ah ja, want anders kan je geen spectaculaire ellenlange opstellen, doorspekt met fotografisch bewijsmateriaal, in het dagboek van Jules neerpennen. Stel je eens voor dat de juf en de andere ouders denken dat je een doodnormaal gezin hebt dat doodnormale dingen doet. Dat is toch ondenkbaar, nietwaar?!

     

  • De ROI van VTO

    Ik mocht van mijn baas vandaag een dagje bijscholing gaan volgen. Als vormingsambtenaar doe ik niet aan vormingstoerisme maar probeer ik zorgvuldig uit te kiezen wat voor mij (en mijn collega’s van de dienst HRM) relevante en zinvolle vormingen zijn. Ik dacht er onlangs eentje gevonden te hebben. Tevreden dat mijn baas er ook zo over dacht, stapte ik vanochtend vol goede moed op mijn stalen ros om naar het station te trappen. Mijn glimlach veranderde al snel in een gepeperde vloek toen de eerste regendruppels van de dag mijn hoofd bereikten bij het openen van de garagepoort. Maar kom, we laten onze dag daar niet door vergallen en we nemen het afgrijselijke regenkapsel maar voor lief want we gaan vandaag iets bijleren over loopbaanonderbreking en thematische verloven. Mijn hart maakte een sprongetje van opluchting toen de trein naar Leuven netjes op tijd arriveerde in het station van Diest én bovendien ook nog eens netjes op tijd richting Leuven spoorde. Van wat ik op Twitter lees onder #pendelpret is dat namelijk geen evidentie. De regen vond me zo tof dat ie me volgde naar Leuven. Met een sarcastische glimlach haalde ik mijn paraplu boven en wandelde de volle 150 m naar het provinciehuis.

    Daar werden we om 10.00 u stipt verwacht, de lesgever zou ons dan immers komen ophalen en begeleiden naar het leslokaal. Er zijn er namelijk nogal wat in het provinciehuis. Ik was zo fier als een plastieken gieter dat ik zonder oriëntatieproblemen tijdig (9u40!!!!) op mijn bestemming was. Met een oprechte glimlach (jaja, ik lach nogal wat af op een dag) meldde ik me aan bij het onthaal… en zag de groep net naar boven vertrekken! Dan maar even een versnelling hoger schakelen en een spurtje trekken naar de groep om de deur naar het heilige leslokaal net voor me zien dicht te vallen. Op slot. Niet open te krijgen. Grrrrr!

    Er waren gelukkig nog vroege laatkomers die me hielpen bonken op de deur. Een moment later komt een bevallige jongedame (ik moet er iets aantrekkelijks in steken of u leest niet verder) ons redden, ze begeleidt ons – met de lift – helemaal naar de eerste verdieping en levert ons netjes af in het juiste lokaal. Tof tof, de RVA heeft haar meest enthousiaste werkkracht gestuurd om ons een dag te entertainen! Haar aanwezigheid vult de helft van het lokaal. het lokaal is ongeveer 4 m op 4 m en moet plaats bieden aan mevrouw, haar ego en een twintigtal cursisten plus de tafel met de catering. Stoelen en tafels moeten we in allerijl nog gaan zoeken in de belendende lokalen en burelen om iedereen plaats te kunnen bieden. We zaten net niet op elkaars schoot.

    Een eerste keer denk ik aan het inschrijvingsgeld dat mijn werkgever betaalde opdat ik dit zou mogen meemaken. Maar dan… De lesgeefster. Het ligt niet in mijn aard personen af te maken, ik ga dus proberen het netjes te houden. Proberen. Ze is zeker een kop groter als mijn 6-jarige zoon. Ze is even breed als ze groot is. Ze heeft een geblondeerd voor de dames: met uitgroei) carréke maar dan de pispotvariant er van. Kent u dat? Vroeger zag je het ook vaak bij misdienaars en pastoors. Op haar bevallige neus stond een bril die ze volgens mij erfde van haar betovergroottante. Authentiek en hipster en zo maar dan op de verkeerde manier. Ach ja, tot daar aan toe. We zijn hier om iets bij te leren.

    Ik ben gemotiveerd en luister aandachtig naar wat ze vert… hé een regendruppeltje! Oh, glazen muren, ik zie wat er tegenover en schuinsonder me gebeurt! Oh wow, dat was een dikke knuffel als je ‘maar’ collega’s bent! Mijnheer op de tweede verdieping probeert handmatig zijn sinussen te reinigen? Ambtenaar down op het gelijkvloers, die gaat straks een ferme buil hebben! En dan in de verte hoor ik termen als ‘onderbrekingsuitkering’, ’thematische verloven’, ‘uitzonderingen’, …  Enkele keren verbeter ik haar als ze de cursisten foute informatie geeft. Het is niet netjes maar ik kan het niet laten. dit is te belangrijk voor bijvoorbeeld het latere pensioen van personeelsleden. Want jaja, de eindeloopbaantoestanden zijn volledig gelijkgesteld voor de pensioenberekening maar NIET als je statutair bent mevrouw! Het is maar een voorbeeld.

    Ze is goed opgevoed, doordrongen van het ambtenarenbloed dat je vroeger nodig had om ambtenaar te kunnen worden. Zo eentje die je tegen het lijf liep in ‘De Collega’s’. Want als je om 10 u begint les te geven, dan ben je om 11 u écht wel toe aan een pauze om op adem te komen *zucht* Ze sleept zich vanaf 11u20 verder door de middag en haalt in bijna-comateuze toestand de middagpauze van 12 u.

    Lap, daar heb je het. We moeten in ons aquarium van 4 op 4 blijven om te eten. Dat geeft me tijd om mevrouw nog eens te observeren. Ze eet met haar mond open. Ik zie dat ze een broodje met hesp en véél mayo aan het vermalen is. Haar mondhoeken lijken versierd met brésilienne maar het zijn kruimels. Tiens, ik wist niet dat mayo zo goed dienst kon doen als secondelijm. Ik heb dat héél goed kunnen zien, want ze loopt, nog kauwend en terwijl babbelend, naast me door. Met het laatste stukje van haar broodje nog in de hand, is ze al naarstig aan het analyseren wat er nog op de schotel ligt om de juiste keuze te kunnen maken. Op 1 been kan je niet staan, zeker niet als je zware arbeid moet leveren.

    Deel 2: de thematische verloven. Hiervoor ben ik naar deze opleiding gekomen. We hebben namelijk vernomen dat er grote wijzigingen op til zijn en daar zal deze mevrouw zeker iets over te vertellen hebben. Nougatbollen. Ik begin me schuldig te voelen tegenover mijn werkgever. Was ik tijdens de lunch maar gevlucht om me nog wat nuttig te maken bij de collega’s van het OCMW. En dan plots… geloof ik mijn oren niet! Ik zit perplex op mijn stoel. Ik zou ook perplex kunnen staan maar met die glazen wanden zou ik zo op mijn stoel nogal bekijks gehad hebben. Er wordt een vraag gesteld over deeltijds ouderschapsverlof in een concreet geval. De formulieren zijn al opgestuurd naar de RVA maar er is nog geen C62 toegekomen bij het personeelslid. Volgens de uitleg van de cursist heeft de aanvrager geen recht op de gevraagde deeltijdse onderbreking. Voor de werkgever is dat belangrijke informatie want dan moet betrokkene het normale uurrooster presteren en moet er geen vervanging aangesteld worden. De lesgeefster begint te glunderen want whoohoow, we kunnen nog eens een weigering opmaken!

    En dan vraagt ze, tijdens de les, in aanwezigheid van alle 20 cursisten aan de vraagsteller het rijksregisternummer van de aanvrager. Toevallig kende die dat niet van buiten. ‘Oh maar da’s niks, geef me dan de naam en de woonplaats en dan zoek ik dat wel even op.’ Aarzelend gaf de vraagsteller deze gegevens door. Wat met privacy en deontologie beste mevrouw van de RVA? Hebben ze jullie dat nooit geleerd? Zeg dan tegen de vraagsteller dat ze je die gegevens best even bezorgt tijdens de pauze of na de les zodat u het even kan nakijken!

    Gelukkig voor mijn bloeddruk was ze vroeger als voorzien klaar met haar uiteenzetting. Jippie, we mogen vroeger naar huis! Uitgelaten als een tiener huppel ik naar buiten richting station. 2 minuten te laat voor de trein richting Diest. 1 uur wachten op de eerstvolgende trein… Tsjah, dan wandelen we maar wat rond. Nog eens jippie, zo haal ik vandaag mijn 10.000 stappen! En als afsluiter alweer goed nieuws: de trein naar huis arriveerde netjes op tijd in Leuven en stopte netjes op tijd in Diest. Ik stuur morgen alvast een mailtje naar de organisator om beleefd bruikbare feedback te geven over deze opleiding.

  • Bella blijft loeien

    Ik kon vandaag weer geen sarcastische glimlach onderdrukken toen ik flarden van de nieuwsuitzending zag passeren. Beenhouwers klagen steen en been over het weer. Ik vond het al verdacht dat de boeren zich zo stil houden, nu komen deze mannen op de proppen. Door het slechte weer heeft de Vlaming immers weinig zin om zijn bakje houtskool in brand te steken en er massa’s vlees op te leggen die van zijn leven niet opgegeten worden. Want da’s toch de essentie van barbeknoeien? Je koopt een halve veestapel op, smijt die op de barbecue, gooit vervolgens de helft weg wegens verkoold en van de andere helft blijft ook de helft liggen omdat je veel te veel vlees kocht.

    En wat vinden beenhouwers (lees: vleeshandelaars) nog erger? Juist ja: hun slaatjes en groentenschotels verkopen niet goed! Ok, ik weet wel dat ze daar voor een groot deel hun winst uit halen maar het klinkt toch niet logisch hè. Een beenhouwer verkoopt uitgebeende beesten en worsten waarvan je niet wil weten wat er in zit. Een groentenboer verkoopt groenten en geen vlees. Hoogstens een slak en wat vliegjes die in je krop salade huizen.

    Moraal van het verhaal: dankzij de opwarming van de aarde die onze seizoenen verkloot, blijft Bella tevreden loeien in de wei en heeft ze voldoende voedsel omdat wij toch geen zin hebben in koude schotels momenteel 🙂

  • Wat eten we vandaag?

    Ik ben getrouwd met een Antwerpenaar. Een exemplaar met Nederlands bloed in de aderen, da’s nog de ergste variant. Ze zijn allemaal arrogant en gierig. Behalve die van mij natuurlijk. En zijn familie. Maar zo van die gemengde huwelijken, daar heb je toch wel wat leed mee. Mijn wederhelft is vanuit het verre Antwerpen naar mijn heimat verhuisd. 7 jaar geleden werd hij officieel Diestenaar. 7 jaar later is het integratieproces nog steeds niet voltooid. Er zijn zo van die items waar hij zich met de beste wil van de wereld maar niet over kan zetten. 1 strijdpunt blijft hier bijvoorbeeld het nuttigen van maaltijden doorheen de dag.

    ’s Ochtends ontbijten we, dan gaat alles nog goed. We hebben elk onze eigen goestingskes maar kom, we eten ’s ochtends iets en dat noemen we dan een ontbijt. De belangrijkste maaltijd van de dag dus so far so good. Maar dan komt het. De volgende maaltijd bepaalt het verdere verloop van de dag. Tijdens het weekend eten wij ’s middags een boterham. Velen noemen dat lunch, wij noemen dat ‘een boterham eten’. Dat kan een boterhammetje met beleg zijn maar het kan even goed een specialleke zijn. Maar dan… Ten huize Hukselende Vingers eten we altijd ’s avonds onze middag. Onbegrijpelijk voor Antwerpenaren, de rest van de bevolking lijkt er minder moeite mee te hebben. Middageten is de warme maaltijd van de dag. Vaak zijn dat aardappelen met groensels van het veld en een stuk van een dood beest. Maar die middag, die kunnen we even goed ’s nachts pas eten als we een frietkot passeren na een optreden. Warm eten is hier middageten. Of je het nu ’s middags eet of ’s avonds.

    Vandaag bezochten we mijn broer en zijn vriendin. Vanmiddag aten we een boterham (lees: zelfgemaakte hamburgers met verse groentjes, een goeie klodder saus en dat allemaal in een broodje gepropt). ’s Avonds bij mijn broer aten we… terug een boterham (lees pistolets en sandwiches met beleg). Gevolg: de kinderen waren wat ontregeld omdat ze vandaag geen middag gegeten hebben. Dus ze kwamen thuis nadat ze een boterham gegeten hadden bij mijn broer en vroegen hoopvol ‘Wanneer gaan we nu middag eten papa?’ En toen mocht hij het eens gaan uitleggen 🙂

  • Snelle verkeersdoden

    Vandaag las ik in Het Nieuwsblad een boeiend artikel over het verband tussen flitspalen en verkeersdoden. Een knappe kop van de Universiteit Hasselt, stad van de gratis bussen en verkeersluwe straten in het centrum, heeft namelijk een onderzoek gedaan. Vergeet niet dat wij deze knappe koppen onrechtstreeks betalen met onze maandelijkse donatie aan de fiscus… Hij onderzocht de verkeersveiligheid. Dat heeft hem er toe gebracht te pleiten voor een verdubbeling van het aantal flitspalen langs Vlaamsche wegen. U leest het goed: een VERDUBBELING van het aantal flitspalen. Hij is namelijk van mening dat er een verband is tussen laagvliegers en lijken op de weg. Néé toch?

    Onze wegen zijn een aaneensluiting van verkeersborden. De oen die beweert niet te weten hoe snel hij ergens mag rijden, verdient het niet een rijbewijs op zak te hebben. Iemand die er voor kiest sneller te rijden als wat maximaal toegelaten is, weet dat hij het risico loopt betrapt te worden of tegen een boom te eindigen. En dat kost altijd geld. Cain Ransbottyn bijvoorbeeld weet daar alles van. Maar los je zoiets op met flitspalen? Hoelang staan die dingen al in ons land? Ik denk met andere woorden dat deze Limburger het nogal simplistisch voorstelt. Een minderheid van de geflitsten zal (tijdelijk) de daver op het lijf krijgen en het gaspedaal wat minder intens gebruiken. Maar da’s een tijdelijk effect. Er is véél meer nodig om een permanente mentaliteitswijziging bij de laagvliegers te kunnen realiseren. En ik mag dat zeggen want ik heb ook al eens in het beklaagdenbankje gezeten voor een snelheidsovertreding. Het was niet de dagvaarding die me veranderde, echt niet. Als ik 2 km/u minder reed, zou ik een minnelijke schikking gekregen hebben die duurder was als de boete die ik nu moet betalen. In mijn geval was de politierechtbank dus een positief avontuur. Pervers, niet? Andere factoren hebben er wel voor gezorgd dat ik mijn wagen niet meer gebruik als straatvliegtuig.

    Bijkomend: wie heeft het al eens meegemaakt? Je rijdt rustig over de autosnelweg, bijvoorbeeld tussen Aarschot en Leuven. Je houdt netjes voldoende afstand van je voorligger. Er is niks te zien: amper verkeer, ideale weersomstandigheden. Plots vliegt je voorligger echter vol in de remmen. Gelukkig heb je goede reflexen én goede remmen die voorkomen dat je zijn koffer van héél dichtbij kan bekijken. Om maar te zeggen: het verkeer in de buurt van onbemande camera’s en andere ‘pakkers’ die door Coyote verraden worden, is soms gevaarlijker als een krokodillenpoel voor een kikkertje.

    In Het Laatste Nieuws pakte men vandaag uit met de Verkeersbarometer 2012. Ze zijn hun artikel wel gaan pikkedieven bij Het Nieuwsblad (dat schrijven ze dan nog neer in hun artikel ook) maar kom… De verkeersbarometer zegt dat sinds 2012 mensen liever op een weekdag sterven in het verkeer dan tijdens het weekend. Logisch toch, er komt nogal veel geregel kijken bij kijken vooraleer die rigor mortis verschijnt. Ik stel het nu wat cru voor maar het is toch lachwekkend, niet? Alsof je er zelf voor kan kiezen of je in de statistieken van de weekenddoden dan wel in die van de weekdagdoden terecht zal komen. Het zou leuk zijn als journalisten wat meer duiding zouden geven bij hun artikels. Alleen maar een link naar bijvoorbeeld die Verkeersbarometer zou leuk zijn. Nu maken ze hun lezers doodsbang. Die mensen durven niet meer op een doordeweekse dag naar hun werk rijden want dan hebben ze meer kans om het loodje te leggen dan wanneer ze tijdens het weekend gaan pinten drinken en streetracen!

    Ach ja…  Ik heb helemaal niks tegen de verkeersveiligheid. Ook de strijd tegen de hardrijders vind ik gerechtvaardigd. Maar door alleen maar te zorgen voor hoge pakkansen en een repressief beleid zullen onze heren ministers nooit hun doelstellingen inzake verkeersveiligheid bereiken. Dan zwijg ik nog over de relativiteit van de pakkansen en het repressief beleid. Als je hoort hoe parketten gebukt gaan onder tonnen overtredingen die ze nog moeten verwerken of als je hoort hoe in sommige parketten verkeersovertredingen nogal gemakkelijk verticaal geklasseerd worden wegens ‘we hebben daar geen tijd voor’ dan weet ik niet of het een oplossing is om voor nog meer flitspalen te zorgen want die maken dan eigenlijk onrechtstreeks de pakkans nog kleiner. Als je geflitst wordt maar er volgt nooit een veroordeling (voor de fameuze snelheidsovertredingen) dan zorgt het gevoel van straffeloosheid er volgens mij niet voor dat je je netjes aan de snelheidsbeperkingen zal houden.

     

  • Lees eens een boek

    Lees eens een boek

    Vorige week besloot ik in een dol moment eens deel te nemen aan een wedstrijd van Witsand Uitgevers. Tot mijn verbazing won ik nog ook! De prijs was een gesigneerd exemplaar van ‘Macht en gezag’. Dat is het meest recente schrijfsel van em. prof. en voormalig Belgisch premier Mark Eyskens. Zijn 51e boek om precies te zijn (bewijsstuk A: http://www.eyskens.com/styled-2/page43/page43.html). Los van zijn politieke carrière vind ik mijnheer Eyskens een verstandig man. Een kranig oudje ook wel. Vorig jaar ontmoette ik hem tijdens de voorstelling van het boek van mijn achternicht, Ingrid Baraitre (http://www.ingridbaraitre.com/). Hij stond daar netjes tussen het publiek aandachtig te luisteren naar het interview dat ze gaf. Na enig aandringen nam hij kort zelf het woord. Daar stond hij dan: een klein opdondertje met wenkbrauwen die groot genoeg waren om er spinnenrag mee te verwijderen in de living. Jezus, het leken wel 2 suikerspinnen die op zijn voorhoofd plakten! Zijn eerste woorden zijn me helemaal ontgaan omdat ik hem zo aan het observeren was. Ik had me hem in gedachten heel anders voorgesteld: groter vooral. Waarom associëren we macht en aanzien toch altijd met (letterlijk) grote mensen? Is het de schuld van Obama? Aan Sarkozy zal het in elk geval niet liggen 🙂

    In zijn nieuwste boek zoekt hij antwoorden op vragen over politiek en democratie. Volgens de achterflap van het boek heeft hij daar een leven lang over nagedacht. Ik geloof dat. Dit jaar viert hij zijn 80e verjaardag. Dat betekent dat hij al 80 jaar aan het nadenken is over politiek en democratie. Waarmee vult een baby of puber anders zijn dagen? Dat schept voor mij hoge verwachtingen over de inhoud van het boek. De citaten die bij elk titeltje staan, zitten alvast goed. Volgende maand ga ik me aandachtig door dit boek worstelen. Dan kan ik onderbouwd van gedachten wisselen met die man als ik hem nog eens tegen het lijf loop.

    Macht en gezag is het 51e boek van Mark Eyskens.
    Macht en gezag is het 51e boek van Mark Eyskens.
  • Twee ruilen, één huilen

    Onder het motto ‘alles komt terug’: de ruilhandel. Het werkte in de middeleeuwen en het werkt nu nog steeds. Als de euro afgeschaft wordt, blijft onze economie draaien op ruilhandel. Ik ontdekte het fenomeen nog niet zo lang geleden. Op facebook want ook middeleeuwse technieken gaan mee met hun tijd. Aanvankelijk deed het me denken aan de reportage die vroeger liep op Man Bijt Hond, of de zomerreportage die ooit Het Laatste Nieuws vulde. Men begon te ruilen met een onnozele prul om te eindigen met een leuk hebbeding. Maar kom, we staan open voor nieuwe dingen dus we gaven het een kans.

    Doorheen de jaren verzamelt een mens immers nogal wat rotzooi. Je beseft dat pas als je gaat verhuizen of verbouwen. En natuurlijk heb je net dan geen tijd om je van die spullen te ontdoen leert de ervaring me. Daarom werk ik nu pro-actief als ik het niet vergeet. Met de regelmaat van de klok doe ik een inspectieronde die begint in de kelder en eindigt op zolder. Al wat in het vizier van mijn lodderig oog komt, wordt aan een grondige controle onderworpen. En altijd zijn er wel enkele spulletjes die bedankt worden voor bewezen diensten. Nobel als ik ben, probeer ik hen nog een tweede leven te geven. Er wordt in onze maatschappij al veel te veel weg gegooid dat nog perfect bruikbaar is. Misschien is het wel mijn achtergrond als halve maatschappelijk assistent die daar verantwoordelijk voor is.

    Als mijn afdankers niet terecht kunnen bij vrienden of familie, smijt ik ze op tinternet. Eerst surfen we naar de klassiekers à la Kapaza, vervolgens sieren ze mijn pagina op facebook. En dààààààààr is een groot aanbod aan geïnteresseerden! Ik heb daar zowaar een groep ontdekt die de ruilhandel in Vlaanderen coördineert. Ferm gemakkelijk is dat. En je kan daar goede zaakjes doen!

    Ter illustratie: mijn oude squashracket die hier al jaren stof lag te vergaren, bleek een kruidentuin waard te zijn. Marokkaanse munt, Surinaamse pepers, basilicum, tijm, rozemarijn en citroenmelisse staan hier nu te pronken en tegen elkaar op te stinken. Ik vind het zalig! Overschotjes van knutselgerief dat we gebruikten voor de doopsuiker van de koters bezorgden me een speeltent voor diezelfde koters en enkele decoratieve kaarsen. Maar mijn topdeal, dàt was pas de moeite: 5 schattige knuffelmuisjes van Ikea (waarde: 2,5 euro) leverden me een nagelnieuw vogelkastje op voor de tuin. De katten in de buurt zijn me eeuwig dankbaar en kijken al uit naar de winter!

    Om maar te zeggen: gooi niet te snel iets weg, de kans is groot dat je er nog iemand blij mee kan maken.