En toen werd de eik geveld…

3 jaar geleden was dit een donkere dag. Het vroor dat het kraakte, er lag een aardig sneeuwtapijt, de wind sneed rauw. ‘s Ochtends kreeg ik een telefoontje op het werk. Het zag er niet goed uit, ik kon me maar best schrap houden en standby blijven. Ik zat aan de telefoon gekluisterd. Wilde niet naar huis gaan. Ik had mijn werk nodig als afleidingsmanoeuvre. Nee, ik wil het niet beseffen. Laat me maar formulieren invullen en verslagen typen. Het is één van de zeldzame dagen dat ik met de deur dicht werkte. Ik was die dag alleen om de dienst te bemannen. Het moest precies zo zijn. 1 collega heb ik ingelicht. Of ze er rekening mee wilde houden als ze telefoons voor me kreeg.

Middagpauze. Ik krijg gen hap door mijn keel. Ik denk aan mijn kindjes die lol trappen op school, zich van geen kwaad bewust zijn. Toch maar alvast de echtgenoot inlichten en een regeling voor de kinderen zoeken. Je weet maar nooit wat de avond nog zal brengen. Ik bel naar mijn broer. Bompie blijft achteruit gaan. Ze gaan palliatieve sedatie opstarten. Zo hoeft hij niet te lijden zegt mijn broer. Maar is dat echt zo? Of zegt men dat voor onze gemoedsrust? Hij zal het ons niet meer kunnen vertellen. Hij is begonnen aan zijn laatste reis.

Namiddag… Ik bel voor een update. Het zal niet lang meer duren. Ik besluit tot daar te gaan. Ik wil er zijn voor mijn broer en mijn oma. Kungfubomsie houdt zich sterk. In haar ogen zien we dat de harde bolster vanbinnen een zacht eitje is. Ik heb het van geen vreemden. Daar ligt hij dan, hij snakt naar adem. Hij lijkt te gorgelen. Dat schijnt normaal te zijn wanneer er vocht op de longen zit. Ik vind het heel aangrijpend. Frustrerend ook. Waarom moet dit zo? Waarom lijkt hij te stikken en kunnen we daar niks aan doen? Zijn vingers worden langzaam blauw. Zuurstoftekort wordt uiterlijk zichtbaar.

Naarmate de tijd vordert en de verdoving haar werk doet, gaat hij rustiger ademen. Toch blijft hij vechten als een tijger. Zo is hij altijd geweest. Deze eik laat zich niet zomaar vellen. Keep the spirit alive was indertijd zijn motto als para. Het gorgelen ebt weg. Hij lijkt gewoon te slapen en rustig te ademen. Tussen 2 ademhalingen komt steeds meer tijd te zitten. Ik leg zijn deken goed. Veel meer kunnen we voor hem niet doen. Machteloos kijken we toe naar wat zich hier afspeelt. Deze man gaat sterven en wij staan er op te kijken. Hij slaapt. Hij is rustig. Zou hij horen wat we zeggen? Voelt hij het als we hem aanraken? We weten het niet. Maar we doen het toch. We willen dat hij weet dat we er voor hem zijn. Elk op onze eigen manier.

Plots wordt die vredige slaap verstoord. Het vocht heeft gewonnen. Hij verkrampt en zijn gezicht straalt pijn uit. Toch geeft hij geen kik. Meteen daarna nog een keer. Daarna niets meer. Weer een neutrale gelaatsuitdrukking. Dit beeld zal me nog jaren blijven achtervolgen. Iemand zien sterven, dat vergeet je nooit. Het is nu 3 jaar geleden maar ik zie het nog geregeld voor me. Ik denk er nog vaak aan terug.

Bompie is altijd een speciaal man geweest. Hij was een para zoals er niet veel gemaakt werden. Dat heeft hem getekend voor het leven. Toch heeft hij er het beste van gemaakt. Als enige kleindochter mocht ik vaak net dat tikkeltje meer van hem. Hoe vaak zat hij niet op zijn knieën achter de zetel, met zijn vingerknokkels ritmisch op de grond te kloppen om een paard te imiteren. Hij wist dat ik dat grappig vond. Hoe goed kon die man hinkelen, zelfs als 65-plusser! Ik vond het geweldig, kon me geen leukere babysit wensen. Samen sprongen we stiekem in de zetel en samen kregen we op onze donder als we betrapt werden.

Hij zal altijd bij me zijn. In goede en in kwade dagen. Op zijn eigen manier heeft hij me heel wat geleerd. Daar ben ik hem erg dankbaar voor. Bompie, vanavond eet ik een reep chocolade voor jou 😉

bompa1

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.