Categorie: kleuterpret

  • WK slipschieten

    Mijn Raketman is een creatieve ziel. Speelgoed dient om te slopen en spelen doen we met al de rest. Met die ingesteldheid huppelt hij olijk door het leven. Vandaag vond hij een nieuwe olympische discipline uit: slipschieten.

    Terwijl ik me in de kelder ontfermde over de bergen was die me sarcastisch toelachen, hoorde ik boven 2 kleuters lachen, gieren en brullen. Denk wat je wil maar dat is nooit een goed teken. Nooit. Ik kom terug de keuken in en daar staan ze. De ene kijkt zo mogelijk nog gespeeld onschuldiger dan de andere. Op het eerste zicht zie ik niks verdachts: geen bloempotten op de grond, de katten leven nog en de muren hebben ook nog een normale kleur.

    Ik bekijk mijn heilige kinders onderzoekend. Ze zijn duidelijk niet van plan me te vertellen wat ze uitspookten. Ik zet mijn zoektocht verder. Plots zie ik het maar mijn euro valt nog niet. Er ligt een slip op het aanrecht. Tiens, ik heb die daar toch niet gelegd? Er hangt een slip in mijn peperplantje, Buzz Lightyear knipoogt naar me. Een slip siert de verlichting van de eetkamer. Ik draai me om en zie Raketman nog net met een dodelijke precisie mikken op mijn wasmand! De slip houdt hij vast als een katapult en is helemaal opgespannen: klaar om te vuren.

    Ik vind het zo origineel dat ik moeilijk boos kan zijn. Vermanend zeg ik dat hij niet meer met zijn onderbroeken mag schieten waarop hij me schattig aankijkt en gaat spelen. Met echt speelgoed deze keer.

  • Paddenstoelen

    De oudste leert in het eerste leerjaar over paddenstoelen. Aan tafel levert dat volgende conversatie op:

    De Koter: ‘Wie heeft hier al eens een paddenstoel aangeraakt?’

    De papa fier: ‘Ikke!’ (paddenstoelen aanraken is heldenwerk)

    De Koter steekt zijn hand omhoog en zijn wijsvingertje wiegt van links naar rechts en weer terug.

    ‘Nééééé papa, dat mag jij niet doen! Paddenstoelen zijn gif en je mag daar nooit aan komen heeft meester Bart gezegd.’ Meester Bart is de held van onze oudste.

    De zus van 4 kan het niet laten zich te moeien in het gesprek. ‘Jamaar, als het een rode paddenstoel is met witte stippen, dan wonen daar toch kaboutertjes in?’

    En dan steekt mijn slecht brein de kop op. ‘Zal ik eens iets vertellen jongen?’

    Leergierig als hij is volgt er meteen, zonder nadenken ‘Ja mama!’ Tsss, hij zou beter moeten weten…

    Ach ja, we gaan er voor. ‘Soms hè, als je in de Colruyt champignons koopt, en je luistert héél goed, dan hoor je in de koeltoog kaboutertjes wenen omdat je hun huisje afpakt.’

    ‘Echt mama? Maar ik hoor dat nooit want in de Colruyt is veel lawaai.’

    Ik laat hem even nadenken. Yep, hij snapt’em. ‘Dus mama, in de Colruyt maken ze voor express lawaai zodat wij de kaboutertjes niet horen wenen?’

    – ‘Zo is dat jongen.’

    🙂

  • I’m having a friend for dinner

    Vandaag bestond ons gezin uit 4 koters in plaats van de gebruikelijke 3 stuks. Nummer 4 is 6 jaar oud en arriveerde hier om 8 u vanochtend. Nummer 4 is enig kind. Schrik contrast met dit kroostrijke gezin. Alles is gelukkig allemaal vlot verlopen. Er zijn in elk geval geen gewonden gevallen. Nummer 4 is nogal ne felle. Enkele zaken die we van vandaag onthouden in een notendop:

    1. De katten appreciëren het niet als er zo vroeg op de dag vreemd volk arriveert.

    Wilma trok zich naar goede gewoonte terug op onze slaapkamer. Gonzo wilde duidelijk een statement maken. If looks could kill dan was nummer 4 na een vijftal minuten naar de eeuwige jachtvelden vertrokken. Hij zou er niet mee spelen zoals met een speelgoedmuisje. Nee, dit hatelijke wezen moest een snelle en extreem pijnlijke dood sterven. In Gonzo’s gedachten dan toch. Gelukkig bleef het bij vieze blikken. Nummer 4 had het niet door dus Gonzo raakte meer en meer gefrustreerd. Hij had zijn ’thing’ niet meer. Tijd voor plan B dus. Vies naar mij beginnen kijken, verscholen achter zijn etensbak. Ostentatief met zijn voorpoten in zijn drinkbak wroeten en dan zoveel mogelijk pootafdrukken in de keuken achter laten. En in de gang. En op de trap naar boven. Eens hij merkt dat het geen indruk maakt, begint hij met plan C. Te pas en te onpas grellig in de weg gaan zitten, weigeren aan de kant te gaan en vooral ook: vies kijken. Gelukkig geraakt hij niet verder en is er geen plan D. Hij gaf het op en is tegen de middag begonnen aan zijn siësta. Hij onderneemt een laatste poging om nummer 4 buiten te werken door… vies te kijken. Het wordt hem allemaal te veel als nummer 4 hem vrolijk streelt. Helaas had ik op dat moment geen fototoestel bij de hand 🙂 Na het vertrek van nummer 4 veranderde hij terug in zijn luie zelve en kwam hij toch maar wat knuffeltjes en aaitjes halen bij ons in de zetel. 3 kwartier heeft hij zich gewassen om toch maar vakkundig alle sporen van nummer 4 van zijn begeerlijke lijf te verwijderen.

     

    2. Ook kinderen hebben ambitie

    Nummer 4 mag samen met mijn oudste mee gaan kijken naar de dansles van de zus. Het is niet pedagogisch verantwoord om een stel zesjarigen alleen thuis te laten. Terwijl de zus de ziel uit haar lijf danst op de tonen van Piet Piraat en consoorten, gaan de jongens op verkenning. Ze volgen het geluid en komen terecht bij zaal 6. Zaal 6 is zoiets als de hemel voor mannen. Afgetrainde, bezwete vrouwenlijven in strakke pakjes die ritmisch bewegen op de muziek. Hell, dit was een les Zumba! Ik gunde hen hun pleziertje, liet ze stiekem kijken vanuit het deurgat. Jong geleerd… Als je kan kiezen tussen kijken naar een stel wiebelende kleuters of zaal 6 dan is de keuze voor ieder mens met testosteron snel gemaakt. En ze deden lustig mee. Shaken alsof het niks was, de bijhorende gebaren van de instructrice imiteren, het ging allemaal vanzelf.

    In de auto praatten ze over hun toekomst. Nummer 4 heeft daar duidelijk al goed over nagedacht.

    ‘Ik ga later ginjeur worden want dan kan ik snel een Pors kopen!’

    Die van mij: ‘En ik ga later koning worden want dan verdien ik nog meer dan jij!’

    0-1

     

    3. De overgang is smeerlapperij.

    Eender welke overgang, deze uitspraak klopt altijd. Mijn oudste gaat wekelijks naar de scouts dus nummer 4 mocht vandaag een keertje mee gaan. Hij kende dat niet en zag het niet echt zitten. Het alternatief was een namiddag bij ons zijn zonder zijn beste vriend in de buurt. Hij ging dan toch maar mee. Ze trokken hun oude kleren aan en vertrokken. Vandaag was een belangrijke scouts-dag want er was… De Overgang! Een gedeelte van de Kapoentjes is vandaag Welpje geworden en dat gaat gepaard met allerlei smerige rituelen. Je kan het best vergelijken met een studentendoop maar dan zonder bier. Hoop ik. Vervang bier door hot-dogs en je bent er. Om 17 u ging ik hen benieuwd oppikken. Daar stonden ze dan, de ene al smeriger dan de andere. Gelukkig had mijn oudste vuilbakkleren aan. In hun haar ontdekte ik sporen van choco, ei, bloem, ketchup. De rest viel niet meer te identificeren. Oh boy, hier gaat de mama van nummer 4 niet blij mee zijn… Ik sop hen gauw in de douche en moffel de kleren stilletjes weg. Misschien verzwijg ik maar best dat hij sokken aanheeft van ons Heleen waar in glittersteentjes ‘Love’ op staat geschreven :\

    Fris gewassen en gestreken doen ze nog een poging om wat te spelen maar de kaarsjes zijn uit. Dus mogen ze tv kijken tot etenstijd. Allebei hebben ze knalrode oren wat betekent dat hun vermoeidheidsindicator tilt slaat. Na het eten en na het vertrek van nummer 4 mogen onze 3 musketiers nog even tv kijken en dan gaan ze uitgeteld naar bed. Morgen is er weer een dag…

  • Woordjes leren…

    Vanavond zat ik met mijn 3 nakomelingen gezellig aan tafel. De pot schafte brol uit de oven met saus, dat scoort altijd. Ze waren nogal happy toen ze de schotel zagen staan. Dat uit zich dan in druk gedrag. Als er nu iets is wat ik niet kan verdragen aan tafel… Yep.

    Eerst vraag ik de oudste vriendelijk om het wat kalmer aan te doen. Dat pakte niet. De boodschap ging er langs zijn ene oor in en dampte er langs de andere kant meteen weer uit. Ondertussen hadden de 2 anderen de kriebels al overgenomen. Beuh! Poging 2 om de rust te laten weerkeren dus.

    ‘Robin, doe nu eens een beetje rustig want we zitten aan tafel!’

    – ‘Jamaar mama, ik doe toch rustig?’

    ‘Nee jongen, je doet ambetant.’

    Voilà, de boodschap is duidelijk. Het gedrag stopt.

    En dan plots doemt links van mij een zacht stemmetje op. Daar zit de jongste met zijn tomaatrode mond en neus (tomatensaus en kleuters, da’s altijd lachen) en met zijn grote, blauwe kijkers. Naarstig kauwend op zijn gehakt trekt hij aan mijn mouw en vraagt stilletjes:

    ‘Mamààààà, wat is ambelantant?’

     

  • Kleine wasjes, grote wasjes

    Raketman (3 jaar oud) heeft zich weer van zijn beste kant laten zien vandaag. Hij is het kind uit ons kroost waar je nooit gerust bij kan zijn. Constant scant hij zijn omgeving op zoek naar gelegenheden om een varkensstreek uit te halen. Ook al wonen we in Diest, hij is een rasechte Witte van Zichem. Inclusief wit kopke en helblauwe kijkers.

    Deze namiddag ging ik de 3 stuks halen in de buitenschoolse opvang. Ze waren allen buiten aan het spelen. Mooi, dat valt mee. Dan kan ik ze vlot verzamelen en zijn we op tijd thuis want er staat nog één en ander op de planning. En dan begint het…

    Eerst de dochter: ‘Mamààààààààà, ik moet nog pipi doen.’

    – ‘Ga dan hier nog gauw meisje zodat de auto proper blijft.’

    En ze gaat flink naar het toilet. Da’s een vrijgeleide voor de jongste om spontaan ook supermegadringend pipi te moeten doen. Hij snelt haar achterna. Als hij klaar is, loop ik al terug naar binnen om de boekentassen te verzamelen. Grote vergissing. Raketman blijft precies toch wel wat lang achter op het toilet. Ik besluit eens te gaan kijken. Als de onschuld zelve staat hij flink zijn kleine handjes te wassen… in het urinoir van de jongens! Hij drukt telkens opnieuw op de spoelknop om zijn handen nat te maken en plonst er dan vrolijk mee in het plasje water terwijl dat wegloopt. Het arme kind lijkt zich van geen kwaad bewust. Met grote, verbaasde ogen bekijkt hij mijn verschrikt gelaat dat wit en rood uitslaat.

    Ik til hem op, laat hem zo ongeveer een halve meter voor me bengelen en wandel zo met hem naar de keuken van het personeel om daar zijn handen eens goed met zeep te schrobben. Vanaf het toilet tot aan de keuken was een druppelspoor van zijn nog natte handjes. Ondertussen leg ik hem uit dat hij zijn handjes niet in het urinoir mag wassen. Hij had het echt niet door, de stakkerd. Terwijl ik een handdoek neem om zijn handjes af te drogen, heeft hij ze al lang aan zijn nieuwe Plop-hemd afgedroogd. Zucht.

    Thuis gaat alles even goed. Denk ik. Hij amuseert zich netjes met broer en zus. Er wordt al eens geduwd en getrokken maar kom. Er zijn al ergere dagen geweest. Samen bouwen ze een kasteel met Duplo. Perfect, ondertussen kan ik in de keuken het eten klaar maken. Dit gaat veel te vlot.

    Pas na kleuterbedtijd merk ik dat ik terecht sceptisch was. De afstandsbediening van de tv is on-vind-baar. Raketman wilde me die daarstraks komen geven. Ik zei toen dat er vandaag geen tv was en zag hem er terug mee richting tv wandelen. Waarom ging ik er toch van uit dat hij dat ding netjes terug op zijn plaats zou leggen… Dit was nu eens de kat bij de melk zetten. Ik heb plat op mijn buik gelegen om onder de zetels en kasten te kijken, ik heb het Duplo-kasteel vakkundig gedemonteerd en terug opgebouwd, ik heb heel het verdomde kot afgezocht om die afstandsbediening terug te vinden! En waar lag ze? Natuurlijk op een plaats waarvan je denkt ‘Nah, daar moet ik niet zoeken, daar kan hij toch nog niet aan.’

    Kinderen, je beleeft er iets mee 🙂

  • Dansen is gevaarlijk!

    Vandaag hield de dansschool waar dochterlief binnenkort naartoe gestuurd wordt een opendeurdag. Tof tof, mooi weer, voldoende randanimatie, veel volk en demonstraties van wat ze allemaal aanbieden. Daar zou ze haar hartje nogal eens kunnen ophalen! Wij samen er naartoe. Het was zo een moeder-dochtermoment, weet je wel. Papa’s kunnen daar weinig gaan zoeken. Die interesseren zich niet in al die ranke dennen die daar met hun poep staan te wiebelen.

    Alles ging goed. Knappe locatie, tof volk daar. Dochterlief is nu 4. Ze heeft een (groot) hart voor mannen die minstens tien jaar ouder zijn als zijzelf. In het kleurpaleis ziet ze 2 gasten van zo rond de 20 kleuren alsof hun leven er van afhangt. Bleek dat ze in dat hoekje gedumpt waren door hun respectievelijke lieven met het bevel te kleuren. Dus dan doen ze dat. Wow! Ikke vol bewondering en de dochter al helemaal. Ze zet zich spontaan naast één van hen en begint ook te kleuren. En ze geraken aan de babbel. Uiteraard. De vamp. Waarom lukte mij dat vroeger nooit?

    Het klikt daar goed tussen ons Heleen en haar 2 mannen du ik ga haar alvast inschrijven voor de lessen kleuterexpressie. Bij terugkomst zijn ze daar in het kleurhoekje al dikke vrienden. Heleen (mijn mini-me) beveelt haar omgekeerde toyboy dat hij haar tekening tegen de muur moet hangen. Hij gehoorzaamt. Wat is dat toch met die mannen tegenwoordig? Watjes! Een half uurtje later hingen de kunstwerkjes van die gasten naast haar tekening te blinken. Zij vrolijk natuurlijk. Tijd voor het springkasteel. Bij Heleen weet je nooit wat je dan kan verwachten dankzij haar hyperlakse gewrichten. Wonderwel ging het vrij goed. Ze heeft wel enkele keren met haar bevallige snuit in het decor en tussen de schoenen gestoken maar voorts niks ergs. Ze kon haar evenwicht vrij goed behouden.

    Toen kreeg ik een ballonnenman in de mot. Geen vertegenwoordiger van Durex maar zo een echte artiest die leuke figuurtjes knutselt met … ballonnen. Even de boodschap doorbriefen en het springkasteel stroomt leeg. Ballonnenman kijkt bedenkelijk als hij een hele horde kleuters op zich afgestormd ziet komen. Hij overweegt te vluchten maar een vermanende blik van enkele vrouwen met een overdosis moederliefde houdt hem aan de grond genageld. Enkele tellen later is dochterlief tevreden met haar ballonnenhartje inclusief kussend koppeltje. Die gast heeft dat ferm geplooid!

    Hola, het is 3 uur, tijd voor de demonstraties! Na de kleuterdansjes zie ik in de zaal bekend volk zitten. We gaan nog even goeiedag zeggen voor we naar huis gaan. Terwijl start de demonstratie Linedance. U kent dat ongetwijfeld. Het is zo ongeveer de enige manier van dansen die ik met mijn gewrichten zonder accidenten zou kunnen beoefenen. Als je op een medische vragenlijst invult dat je Linedance doet, dan laten ze je meteen gerust. Het is even veilig als wandelen. En dan maak ik een kapitale fout. Ik kijk tijdens het gesprek even naar de demo Linedance… en zie een vrouw onzacht tegen de vlakte gaan. Linedance bleek plots Breakdance te zijn. Zo zag het er toch uit. Die dame bleef aanvankelijk levenloos liggen, draaide zich vervolgens op haar zij en bleef verder levenloos liggen. Ik snap het niet. Ze waren in een kringetje aan het stappen en toch slaagt zij er in om op één of andere manier haar evenwicht te verliezen.

    De dochter had het helaas ook gezien. Haar ogen vulden zich met angst en ramptoerisme. De show werd stilgelegd zodat men zich over het slachtoffer kon ontfermen. Ik vermoed dat ze afgevoerd werd met een ziekenwagen maar ik ben er niet op blijven wachten. Ik grabbelde dochterlief bij de hand en vertrok. Ik begrijp niet goed waarom de rest van de aanwezigen rustig bleven kijken op wat er allemaal gaande was. Het is voor die mevrouw al beschamend genoeg, verwijder je dan toch even tot de demonstraties terug beginnen…

    In de auto onderging ik een spervuur aan vragen. ‘Ze gaan die mevrouw verzorgen liefje, ze heeft een pijntje aan haar rug.’ ‘Nee hoor, dansen is niet gevaarlijk, jij gaat dat daar keigoed doen.’ Het eerste wat ze aan een benieuwde papa vertelde bij thuiskomst was natuurlijk de valpartij. Zucht, dit vergt dus tijd. We kunnen haar gedachten vrij snel afleiden. Als ze een uurtje later wat tv mogen kijken, staat ze al recht in de zetel. ‘Ah ja mama, zo kan ik leren dansen hè (en mezelf bewonderen in het televisiescherm)!’

    Gaan dansen mag ze, maar met Linedance moet ze wachten tot ze 65 is. Dan wil ik er eens over nadenken of ze dat mag gaan doen.

  • Grazende bizon

    Het oudste kroostlid is 6 jaar. Perfecte leeftijd om hem naar de scouts te sturen. Hij mag er starten als kapoentje. Vandaag was zijn eerste try-out. Met veel vragen en gefronste wenkbrauwen gingen we samen naar de scouts. Hij zag er al meteen bekende kindjes maar dat bleek niet genoeg om zijn enthousiasme een duwtje in de rug te geven. Eens een leidster hem mee naar de groep nam en vertelde wat ze allemaal gingen doen, was hij vertrokken. Ik wandelde terug naar huis, aftellend naar 17 u om te kijken welk gezicht hij dan zou trekken.

    3 uren lang zou hij vandaag bij de scouts vertoeven. Ravotten, lekker gek doen, spelen… Onbezorgd kind zijn! Een half uurtje later merkte ik thuis dat het begon te regenen. Oeioei, ze zullen met die pagaddertjes toch wel even gaan schuilen dan? Gaat hij het tegen die vreemde leiding durven zeggen als hij pipi moet doen? Zullen ze genoeg tijd en aandacht hebben om al die nieuwe kindjes wat op hun gemak te stellen? Gaat hij het leuk vinden?

    17 u… Ik arriveer netjes op tijd aan de scoutsterreinen. Mijn zoon is nergens te bekennen. Lichte paniek. Die kukels hebben mijn zoon toch niet kwijt gedaan hè?! Even aan de leiding vragen, of ze ergens een verstopplaatsje hebben voor kindjes. ‘Robin? Die is op de berg aan het spelen mevrouw.’ De berg? Argwanend kijk ik naar een metershoge muur bestaande uit modder, onkruid en stenen. U denkt juist. Daar lag een vettig varkentje zich te amuseren.

    Hij was dolenthousiast! Onze oudste blijkt een echte scout te zijn. Ikke blij, de peter fier en zoonlief ongeduldig want hij kan pas volgende zaterdag terug naar de scouts. Op weg naar huis bekijk ik hem eens. Zijn sandalen waren zwart toen ik ze in de winkel kocht. Nu hebben ze een trendy roestkleur. Zijn korte broek heeft ter hoogte van zijn achterwerk behoorlijk wat zand gevreten. Zijn benen en voeten doen vermoeden dat zijn roots in Kenia liggen. Zelfs in zijn haar bespeur ik hier en daar een klein beetje modder. Ferm, mijn zoon die normaal zijn handen niet graag vuil maakt heeft er geen problemen mee om de rest van zijn lichaam supervuil te maken 🙂

    Ik heb vandaag veel geleerd. Het voornaamste is dat ik vanaf nu elke zaterdag om 17 u 15 mijn zoon in bad kan soppen om de korsten vuil wat te laten weken. Vanaf nu werken we met 2 garderobes: eentje voor de scouts en eentje voor de rest. Hij gaat dat daar goed doen, ik heb daar het volste vertrouwen in. Dan neem ik die badjes en die garderobes er met alle plezier bij. Bedankt aan de leiding voor hun inzet en gedrevenheid om zoveel kinderen elke week een leuke namiddag te bezorgen!

  • Live your dream

    Onze 3 junior-stuks mogen onder zachte dwang vanaf hun derde levensjaar gaan sporten. Ze gaan dan wekelijks 2 uurtjes de hort op: een uurtje turnen en een uurtje zwemmen onder de begeleiding van een gemotiveerd team van Spodi. In de vakanties mogen ze deelnemen aan kampen waar ze kunnen proeven van andere sporten (bv taekwondo). Wij vinden het belangrijk dat ze al jong kennismaken met sport en het hele gebeuren dat er rond hangt.

    Onze oudste, hij is nu 6 en zit in het eerste leerjaar, is op dat vlak een hatelijk gemakkelijk kind. Hij doet alles graag, vindt alles leuk en zou dus bij God niet weten welke sport hij gaat kiezen om zich verder in te bekwamen. Hij heeft nu 3 jaar omnisport en zwemmen achter de rug en ik wilde hem graag laten kiezen in welke richting hij verder wilde gaan. Het arme kind wist het niet. Ik heb hem het hemd van zijn lijf gevraagd om er achter te komen. En toen begon ik na te denken. Ik kan hem beter niet gaan laten sporten. Hij is heel competitief ingesteld, wil altijd de eerste en de beste zijn. Als hij dan tijdens zijn hobby ook nog eens het competitiebeest moet gaan uithangen dan vrees ik een beetje overkill. En toen kwam mijn redding in nood… De KSJ kwam haar werking voorstellen in de klassen van de lagere school. Zoonlief vond het allemaal geweldig. Alleen… Ik kan die toch niet naar de KSJ sturen hé zeg. De KSJ! Dus even mijn licht opgestoken bij enkele mama’s en vastgesteld dat er een paar kindjes van zijn klas naar de scouts gaan. Probleem opgelost: hij gaat vanaf deze maand naar de scouts! Zijn peter content, ikke ook content. Daar leren ze meer functioneren in groep, deelnemen aan de groepsdynamiek en andermans rol in de groep respecteren. Geen competitie maar respect, teamgedrag en duurzame vriendschappen. Probleem opgelost.

    De dochter van 4 is een specialleke. Ze heeft hyperlakse gewrichten en valt dus onder de categorie ‘slangenmens’. Dat combineert ze met een uitgesproken voorkeur voor muziek en dans. Ze heeft waarlijk mieren in haar derrière zitten. Het is vertederend om te zien hoe vaak ze onbewust zit mee te wiebelen op het ritme van de muziek. Vorig jaar startte ze ook met omnisport maar dat was geen succes. Met de belofte dat ze dit jaar mag gaan dansen, heeft ze haar jaar omnisport uitgezeten. Ik vertelde haar onlangs dat we zondag eens gaan kijken naar de school waar ze mag gaan dansen binnenkort. Ze keek me aan en zei ‘Maar mama, je kan toch overal dansen?’ Zo is dat meid, je hebt overschot van gelijk. Dans jij maar waar je wil en wanneer je wil, ga er voor. Je hebt een talent en dat moet je ontwikkelen als je er zelf achter staat. Als we haar wat goed begeleiden, staat die over 15 jaar te huppelen als backing vocal van één of andere hottie van het moment.

    En dan de jongste, Raketman die nu 3,5 jaar is… Hij mag deze maand beginnen met de omnisport. Hij kijkt er al naar uit. Ik wens de begeleiders alvast veel sterkte en geen lege batterij van hun telefoon. Kwestie dat ze wekelijks tijdig de ambulance kunnen verwittigen. Het motto van Raketman is ‘Gaan en blijven gaan! Who dares wins!’ Dat blijkt een beetje eigen te zijn aan het derde kind in een gezin. Hij bruist van energie en varkensstreken en is er steeds op uit zijn grenzen te verleggen. Klapt ie door zijn gevaarlijke kuren met tuinstoel en al de grond op dan staat hij recht en klimt er terug op om verder te spelen. Hij heeft wel een erg goed balgevoel. Vanwege mijn allergie aan voetbalouders vermoed ik dat hij vanaf volgend jaar zal gaan basketten. Ik kijk er alvast naar uit!

  • Het huis van de koe

    Er was eens… 50 jaar geleden was er een jong getrouwd, godsvruchtig koppeltje. Ze waren jong en ambitieus. En ze hadden een baksteen in hun maag. In de golden sixties was dat geen probleem. Ze beschikten over een ferme lap grond in een klein dorpje. Ze hadden al een dak boven hun hoofd maar wat moesten ze in hemelsnaam met die baksteen in hun maag aanvangen? Ze besloten zich eens volledig te laten gaan en een bouwsel neer te poten op hun braakliggend perceel grond. Ze zetten er een grote stal met alles er op en er aan.

    In die stal mocht hun koe wonen. Het beest fleurde er helemaal op.  Je zou voor minder: ze had naar koeiennormen een kast van een villa met twee verdiepingen en een panoramisch uitzicht voor haar alleen. All-inclusive, gras en water was er immers in overvloed in de grote tuin. Om het helemaal extravagant te maken, kreeg de koe zelfs haar eigen voordeur… in haar stal dus. Het beestje was er dolgelukkig. Ze woonde in een rustige, groene omgeving, had geen last van andere boerenbeesten of stress tegen dat het melktijd was. Om de tijd te doden, deed ze aan zumba in haar tuin terwijl ze genoot van de tsjilpende vogeltjes die haar zandloperfiguur bewonderden.Of ze deed een praatje met de buren. Of ze stond wat dwaas voor zich uit te staren als ze weer eens per ongeluk een verkeerde champignon opvrat.

    Het jonge koppeltje daarentegen begon stilaan logistieke problemen te krijgen. De koters stapelden zich op en hun bescheiden huisje werd te klein. Ze waren al geruime tijd stikjaloers op hun koe. Beide problemen losten ze in één klap op door een joekel van een huis te bouwen tegen de stal. De koe zou haar lap grond vanaf nu dus moeten delen met het koppeltje en hun almaar aangroeiende nageslacht. Gedaan met zumba in de tuin, gedaan met de rust.

    Het beestje heeft daar een goed leven gehad. Toen ze oud en versleten was, verhuisde ze naar het koeientehuis. De voorlaatste halte die gevolgd wordt door de koeienhemel. En daar leefde ze nog lang en gelukkig.

    Zulke verhalen krijg je dan te horen hè… De huidige eigenaars van ons nieuwe huis hadden me beter niet verteld dat er in de stal ooit één koe woonde. Mijn verbeelding slaagt dan helemaal op hol. En de kinderen vinden dat geweldig 😉

     

  • Zondagse filosofie

    Gisteren was er een leuke girls night out. Met 2 toffe madammen mocht ik mee naar Heistival in Heist-oep-den-Baareg. Mooi meegenomen was dat het een gratis festivalletje is en dat The Scabs er ook hun snoet lieten zien. De dames in kwestie bleken onderling veel gelijkenissen te vertonen, we konden gemakkelijk zussen zijn van elkaar.

    Waarom ik dat denk en waarom me dat opvalt? Omdat ons ras dun gezaaid is. Zelfs in deze eenentwintigste eeuw. Ja we zijn vrouwen en ja, we zien onze kinderen graag en ja, we zouden alles voor hen doen. Maar we zijn ook vrouwen die vrij in het leven willen staan, die zich niet opsluiten en isoleren, die niet alles opofferen voor hun kind of gezin. En dat doen we niet omdat we egoïstisch zijn, maar omdat we dat nodig hebben.

    We voelen ons daar niet schuldig om, waarom zouden we? Waar zijn onze naasten het meest mee gebaat? Met een sikkeneurig kreng dat thuis tegen de muren oploopt of met een mama/partner die zich goed voelt in haar vel en dat ook uitstraalt? Wij hebben gisteren samen een fantastisch leuke avond gehad, we hebben veel gebabbeld en gezongen, veel gelachen en plezier gemaakt en vervolgens zijn we moe maar tevreden braafjes terug naar huis gegaan. Zo mooi kan het leven zijn. Het is wat je er zelf van maakt.

    Getrouwd zijn en moeder zijn staat niet gelijk aan alles opgeven en een sloor worden. Ik druk het nogal cru uit maar dat heeft een reden. Ik krijg de vliegende tering van vrouwen die naar school gaan, een toffe job vinden, trouwen, kinderen krijgen en dan veranderen in Assepoester. De versie van Assepoester zoals ze in het begin van het sprookje is: niet buiten komen, wassen en plassen en that’s it. Vooral over niks kunnen meepraten en alleen maar oog hebben voor je kookpotten, je stofvod en je kroost. Alle respect voor hun keuze, ik zou het niet kunnen. Ik meen het, ik respecteer dat echt. Maar aanvaard alsjeblieft ook dat er andere vrouwen bestaan in plaats van hen met de grond gelijk te maken.

    Op verschillende fora heerst al jaren een discussie tussen thuisblijvende mama’s en werkende mama’s. Ik blijf er bewust tussenuit. Respecteer dat iedereen anders is en laat mekaar gewoon doen. Met dat eeuwige gehakketak is niemand gebaat. Let wel: ik wil hier niemand aanvallen hoor. Ik krijg er gewoon vaak grijze haren van als ik dergelijke discussies hoor of lees. En na een avondje met gelijkgestemde zielen besloot ik er eens iets over te tokkelen. Nèh, het moest er even uit 😉