Categorie: actua

  • De helden van nu…

    Ik wil niet de oude zaag zijn maar dit moet me toch even van het hart. In mijnen tijd, toen de dieren nog konden spreken, waren helden mensen waar je naar opkeek. Je schreef hen bovenmenselijke krachten toe die hen toelieten ware heldendaden te verrichten. Met één vinger in hun neus redden ze 45 mensen uit een brandend gebouw. Tussen de soep en de patatten beschermden ze even de ganse wereldbevolking tegen een ramp van formaat. Zonder hen zou ‘seconds from disaster’ niet bestaan.

    Naarmate we opgroeiden kreeg onze definitie van het woord ‘held’ een andere betekenis. We zagen het niet meer zo groots. Iemands leven redden, zelfs per toeval, was al voldoende. Of een kat uit een brandend gebouw halen en het beestje terug tot leven brengen met mond-op-mondbeademing. Da’s pas een heldendaad! Wetende dat die beesten aan hun achterste likken voor de lol… Sommige mensen die hun taak als plichtsbewuste burger doen of die laten zien dat ze het begrip ‘naastenliefde’ kennen, worden soms ook beschouwd als held. Ik begrijp dat want zij vormen tegenwoordig vaak de uitzondering op de regel.

    Eigenlijk zijn helden dus gewone mensen zoals u en ik die iets speciaals doen. Niet zomaar iets speciaals, het moet ook ‘goed’ zijn. Je moet er iemand mee helpen. Wel, ik ken veel helden. Ze willen het zelf niet gezegd hebben in al hun bescheidenheid, maar voor mij zijn ze ware helden. Vrijwilligers in de palliatieve zorg bijvoorbeeld: deel uit die medaille. Next in line: kleuteronderwijzers. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

    Vandaag moet ik echter tot mijn grote consternatie vaststellen dat er geen helden meer zijn. Toch niet als we de cyberwereld mogen geloven. In de enige kwaliteitskrant die België rijk is (sic) las ik immers wat een held tegenwoordig moet kunnen. Hij moet niet onbaatzuchtig de wereld redden, hij moet geen oud vrouwtje helpen de straat over te steken, hij hoeft niet over bovennatuurlijke krachten te beschikken. Neen. De held van nu is iemand die zelfmoord pleegt! Daar gaat de mythe dat helden onsterfelijk zijn. Maar serieus, is dat nu echt een heldendaad?

  • De Dag van het Personeel

    ACV Openbare Diensten riep vandaag blijkbaar uit tot de Dag van het Personeel. Tof tof tof, mooi initiatief. We hebben al secretaressendag, dag van de verzorgende, dag van de onthaalouder en nog een rits andere doelgroepdagen dus deze kan er nog wel bij. Wie zo een speciaal beroep heeft dat nog geen zot op het idee kwam om die te vieren, awel die wordt vandaag gevierd: de ambtenaar. Ikke dus ook 🙂

    Als personeelsverantwoordelijke zit je vaak in een moeilijke positie. Enerzijds is er het personeel wat aan je mouw trekt voor vanalles en nog wat, anderzijds is er het bestuur (in de privé: de bazen en het management) die verwachten dat je loyaal bent. Constant moet je het evenwicht bewaken om niet afgeschilderd te worden als een syndicalist of een bazenpoeper. Tijdens de 11 jaren dat ik op een personeelsdienst werk, heb ik al verschillende varianten van deze termen leren kennen. Een groep vakbondsmensen ziet ons, personeelsdeskundigen, als ellendelingen die de beslissingen van het bestuur willens nillens door de strot van het personeel willen rammen en denkt dat we niets liever doen dan ons verschuilen onder de paraplu der politici. Een andere groep begrijpt dat we soms met onze rug tegen de muur staan maar dat we echt wel ons best doen voor alle personeelsleden, ongeacht hun kleur of overtuiging en dat we iedereen hetzelfde behandelen. Dit terzijde.

    Deze voormiddag stond er een afgevaardigde met gadgets voor onze personeelsleden aan het onthaal. Ik ga deze persoon niet omschrijven om verschillende redenen. Hij had naast een zakje met gadgets ook nog wat flyers en een poster bij. Wegens tijdsgebrek van betrokkene liep bibi plots rond met een zakje rommel en wat flyers van het ACV. Gelukkig keken weinig ogen mijn richting uit. Als personeelsdeskundige blijf je immers best van vakbondsspul af. Da’s mijn gedacht hè. Ik wil met elke vakbond even constructief kunnen samenwerken.

    Mijn nieuwsgierig kantje kreeg de bovenhand. In het zakje bleken sleutelhangerledlampjes te zitten. Knalgroene met het logo van ACV Openbare Diensten er op. Gemaakt door kleine, fijne kinderhandjes ergens in China. Handjes die 1 keer per dag een beetje eten krijgen, handjes die 16 uren per dag sleutelhangerledlampjes maken. Handjes die geen schoolboek kunnen vasthouden. Echt ACV, kon je niets beters bedenken? Wat wel meer gebeurt met brol uit lageloonlanden, geschiedde ook hier: tig sleutelhangerledlampjes waren ofwel kapot ofwel gingen ze kapot nadat je 1 keer op het knopje drukte. Mooi cadeau voor onze personeelsleden. Mede hierdoor was er niet voor iedereen een sleutelhangerledlampjes. Da’s een leuke garantie op ambras in ’t kot. Bedankt, ACV.

    Er zijn tig openbare besturen die aan sociale tewerkstelling doen of die mensen detacheren naar sociale tewerkstellingsinitiatieven. Waarom kregen zij niet de eer om iets kleins en fijns in elkaar te boksen voor de personeelsleden van de openbare sector? Bij ons in Scherpenheuvel heb je bijvoorbeeld de Vlaspit. Daar maken ze prachtige kaarsen. Waarom daar niet een paar duizend theelichtjes bestellen voor de ambtenaren in die regio? Waarom niet een kleinigheidje bestellen bij een sociale werkplaats? Vermoedelijk speelt de factor ‘kostprijs’ een rol in het beslissingsproces. Ik heb daar alle respect voor.

    Maar als je dan toch beslist om cadeautjes uit te delen: doe het dan goed. Kom niet af met prullen die niet werken. De operationele sleutelhangerledlampjes liggen vermoedelijk vanaf vanmiddag stof te vergaren in donkere bureaulades of archiefkasten. Wil je werken aan naambekendheid, kom dan met iets origineler voor de dag. Ik geef het maar even mee. Los daarvan: tof dat er iemand aandacht heeft voor de ambtenaar an sich. Het mag eens gezegd worden dat ze niet allemaal zijn zoals Jomme Dockx of Bonaventuur Verastenhoven.

    Heel treffend was het nieuwsbericht dat de VVSG vandaag publiceerde, op de dag van het personeel van de openbare diensten. Hieruit blijkt weer maar eens hoe gemakkelijk ambtenaren van lokale besturen door burgers en hogere overheden (dus eigenlijk zo bijna door iedereen) gebruikt worden als pispaal en hoe vaak ze frustraties, verbale en non-verbale agressie moeten verwerken omwille van gebeurtenissen waar ze zelf geen fluit aan kunnen veranderen. Hopelijk staat de goegemeente daar eens bij stil op deze dag van het personeel van de openbare diensten. Een dag die doodgezwegen wordt in de media.

     

  • Niet alleen de armen zijn arm

    Steeds vaker lezen we in de krant artikels over de nieuwe armen. Men noemt hen smalend de ‘working poor’ in de pers. Het gaat hier vaak om mensen uit de actieve beroepsbevolking die om diverse redenen balanceren op de armoedegrens. De ene maand eindigen ze safe, de andere maand zitten ze in de shit. Deze mensen zijn niet de armen zoals ze leven in ons referentiekader. Niks profiteurs, niks allochtonen, niks fraudeurs om de typische vooroordelen van de goegemeente even aan te halen. Neen, het zijn mensen zoals u en ik die hard werken voor de kost en die dan moeten vaststellen dat dit niet volstaat. En net dat vinden we zo akelig: je ziet niet aan hen dat ze arm zijn. Misschien praatte je vandaag wel met een arme zonder dat je het wist. Die kerel met zijn t-shirt van Esprit had van gans de dag misschien nog niks gegeten. Of dat kindje met de mooie boekentas en de speelse staartjes had een lege brooddoos mee naar school. Armoede is niet langer de ver-van-mijn-bed-show. Ook niet voor de middenklasse.

    Keuzes

    We moeten beseffen dat het nu meer dan vroeger ieder van ons kan overkomen. Van de ene dag op de andere verandert je leven volledig. Dat kan verschillende oorzaken hebben: een scheiding, tegenslag met je gezondheid, tijdelijke werkloosheid die structureel wordt, … En ondertussen blijven de rekeningen binnenstromen. Plots moet je keuzes maken: betaal ik de huur of de elektriciteit deze maand? Mag de jongste mee op schoolreis of gebruiken we die centen voor een doktersbezoek want hij klaagt al zo lang over buikpijn? Koop ik brandstof voor de auto zodat ik kan gaan solliciteren of koop ik voedingswaren voor mijn gezin? Ondertussen stromen er aanmaningen binnen, wordt er gedreigd met deurwaarders die ‘de boel komen opladen’. Je weet van geen hout pijlen te maken. Hoe doen die echte armen dat? Hoe moet ik rondkomen met een percentage van wat er vroeger binnenkwam aan inkomsten? Eén en ander begint al gauw op je gemoed te werken. En voor je het weet, kom je terecht in een vicieuze cirkel. Want als het tussen de oren niet goed zit, dan laat het lichaam dat merken. Bam! Wat nu? er is geen geld om al die medische kosten te betalen. Komt dat er ook nog eens bij, alsof het allemaal nog niet erg genoeg is. En we zakken dieper en dieper weg in de schulden.

    Nieuwe armen versus generatie-armen

    Zoals we bij OCMW’s wel vaker horen, klopt hier zeker de uitdrukking ‘armoede heeft vele gezichten’. Deze nieuwe armen hebben volgens mij een handicap ten opzichte van de generatie-armen. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat deze laatsten beter af zijn. Niemand zou arm of kansarm mogen zijn. Helaas is die gedachte een utopie. En toch blijven we op het OCMW hopen dat we toch minstens voor een paar mensen het verschil kunnen maken. Als dat lukt, is de voldoening des te groter.

    Generatie-armen groeien op in armoede. Ze zagen het bij hun ouders, bij hun grootouders. Zij zagen hoe deze mensen worstelden om rond te komen. Hoe hun ouders vochten voor de toekomst van hun kinderen. Zij voelden de druk om het beter te doen dan de generatie voor hen. Zij leerden de kneepjes van het vak om het cru te zeggen. Ze kopen geen scampi’s of pijnboompitten en ze gaan niet op restaurant. Ze weten dat ze keuzes moeten maken willen ze proberen uit de (kans)armoede te geraken. Ze weten dat werk belangrijk is en daarom vinden ze het niet erg om hun handen vuil te maken als hun droomjob onbereikbaar is.

    Maar de nieuwe armen vallen in een zwart gat. Zij weten vaak niet hoe ze moeten besparen en welke mogelijkheden er zijn. Zij voelen nog steeds onterecht schroom om te rade te gaan bij het OCMW. Ze vinden het moeilijk om hulp te aanvaarden omdat ze dat nooit hebben moeten doen. Dat vlees dat in de supermarkt in de snelverkoop wordt afgeprijsd, daar moeten wij toch niet van eten? De Aldi, da’s toch geen winkel voor ons, daar verkopen ze alleen maar rommel! Ze hebben er vaak meer moeite mee om luxe op te geven. Ze lenen voor een reis naar de zon om hun gedachten eens te verzetten. Ze lenen voor een nieuw salon terwijl het andere best nog enkele jaartjes dienst kon doen. Ze kopen merkkledij en willen hun status behouden. Maar trek er eens een kast open? Je zou schrikken van wat je ziet (of net niet ziet).

    Maatregelen

    Waarom schrijf ik dit nu? Omdat mijn haar recht omhoog gaat staan terwijl ik de actualiteit volg. De N-VA schafte 4 jaar geleden de werkbonus af. Volgens sommigen leidde dit onrechtstreeks tot een forse belastingverhoging. De werkbonus werd ingevoerd om de werkloosheidsval te dichten. Mensen met een lager loon hielden dankzij de jobkorting een hoger nettoloon over waardoor er meer werkgoesting was en minder de drang om zich te wentelen in het werkloosheidsstatuut. Activering is immers van levensbelang willen we onze sociale zekerheid en bij uitbreiding onze economie gezond houden.

    In de congresteksten van N-VA staat volgens de media dat zij de personenbelasting willen verlagen. Da’s een maatregel waar iedereen blij mee is! Of hoe ze de bevolking een wortel voor de neus houden want uit berekeningen blijkt dat deze maatregel vooral de rijken ten goede komt. Als de N-VA zegt dat structurele maatregelen noodzakelijk zijn, dan hebben ze gelijk. Ik vraag me alleen af wat ze daar juist onder verstaan. Ik nodig de grote namen van de N-VA uit om een weekje mee te draaien op de werkvloer van verschillende OCMW’s. Niet als OCMW-voorzitter. Neen. Dat ze eens mee op huisbezoek gaan met een maatschappelijk werker, dat ze eens luisteren naar het relaas van zij die ongewild in de kansarmoede terecht kwamen, dat ze eens gaan zitten in een zetel die ruikt naar de urine met een grommende hond voor hun neus en ondertussen en sociaal onderzoek doen. Dat ze eens gezichten kunnen plakken op de dossiers die ze in de raad behandelen. Als er 2 kandidaten zijn voor een sociale woning, geven we ze dan aan een gezin met jonge kinderen of aan een arme alleenstaande wiens huis onbewoonbaar werd verklaard? Zorgen we er met andere woorden voor dat die kinderen een goede huisvesting krijgen wat dan weer een invloed heeft op hun gezondheid zodat die man dakloos wordt of doen we het omgekeerde?

    Stof tot nadenken

    Niemand wil arm zijn, daar ben ik van overtuigd. Zij die het toch zijn, zijn daar heus niet blij mee. Er zijn altijd enkele rotte appels. Het is typisch Belgisch om creatief om te gaan met regelgeving. Deze onverlaten mogen niet vrijuit gaan.

    Maar de overgrote meerderheid van de (kans)armen heeft onze hulp nodig om hun leven terug op de rails te krijgen. We mogen hen niet met de nek aankijken. Armoedebestrijding is niet alleen een taak van de overheid of van het OCMW. Iedereen kan armoede mee helpen bestrijden. Dat kan met doodeenvoudige dingen. Door gewoon je ogen en oren open te houden in je eigen omgeving, kan je al veel betekenen voor iemand die het nodig heeft.

  • Relance of farce?

    De federale regering zou dit jaar eens iets gaan doen aan de werkloosheid, meer bepaald de jongerenwerkloosheid. Vrolijk presenteerde minister De Coninck haar ingenieus plan om jongeren aan het werk te krijgen: de jongerenstages. Een zoveelste gecompliceerd initiatief om bedrijven te stimuleren jongeren een kans te geven. Ooit was er het Rosetta-banenplan, er zijn de startbaners, er is het Activaplan voor 27-minners en God weet ik veel wat nog allemaal. Minister De Coninck vergat misschien eerst een inventaris te maken van de huidige bestaande maatregelen? En al even gemakkelijk vergat ze een bevraging bij werkgevers af te nemen over de succesfactoren en de valkuilen van elk van deze maatregelen?

    ‘Laat ons niet moeilijk doen’, zal ze bij zichzelf gedacht hebben. We knallen er gewoon nog een maatregel bij, dan kunnen ze niet zeggen dat ik niks gedaan heb. Werkgevers rolden met hun ogen toen ze ’s anderendaags de krant open sloegen. Kritiek werd vakkundig weg geveegd. Wat blijkt nu? Van de TIENDUIZEND stageplaatsen die minister De Coninck te voorschijn toverde uit haar grote hoed, zijn er bijna vijfhonderd ingevuld. Dat is 5%! Minister De Coninck en Minister Muyters (nog zo een rekenwonder) schuiven de schuld in elkaars schoenen. Want verantwoordelijkheid nemen, dat doen we niet graag hè.

    Gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen

    Maar wel ondertussen lachen met het voorstel van senator Rik Daems om langdurig werklozen te verplichten wat gemeenschapsdienst te doen. Waar haalt hij het toch vandaan? Je gaat een werkloze toch niet laten werken voor zijn geld zekers?  Wel… Als het gaat om een gezonde werkloze die arbeidsgeschikt bevonden wordt door een arbeidsgeneesheer… Dan zou ik niet weten waarom dat niet kan. Activering is naar mijn mening een sleutelwoord om onze sociale zekerheid leefbaar te houden. Ik werp geen steen naar mensen die willen werken maar het niet kunnen. Dat dat nu ligt aan hun gezondheid of aan andere factoren, het maakt me niks uit. Hen viseer ik niet.

    Maar er zijn onder de werklozen een aantal sujetten die wel kunnen werken maar het niet willen. Moeten we hen dan gelijk geven en hen met rust laten? Accepteren dat ze blindelings in de werkloosheidsval trappen en daar later de gevolgen van dragen, zo tegen dat de pensioengerechtigde leeftijd dichterbij komt? Toelaten dat deze mentaliteit wordt overgebracht op hun kinderen en kleinkinderen waardoor het fenomeen van de generatie-armoede blijft groeien? deze week is er weer de jaarlijkse werelddag tegen armoede, het biedt wat stof tot nadenken. Het is niet mijn bedoeling om met deze tekst heilige huisjes in te trappen. Integendeel.

    Mensen die zich te pletter solliciteren en toch niet aan de bak geraken en mensen die tegenslag hebben met hun gezondheid zijn niet de mensen waar ik het in dit artikel over heb. Het gaat me louter om diegenen die op de kap van anderen genieten van de voordelen die verbonden zijn aan hun statuut. Zij die pertinent jobs weigeren en er nog mee weg komen ook omdat de VDAB dit niet steeds naar behoren kan opvolgen. Zij die er voor zorgen dat bij de actieve beroepsbevolking het aantal depressies en burn-outs almaar blijft toenemen. Geef deze mensen alsjeblieft een pedagogisch verantwoorde tik! In de tijd van mijn oma kregen ze een schop onder hun hol waar ze 3 dagen van mank liepen. Maar werken deden ze nadien wel.

    Voka en Unizo

    Ik volg de kritiek van Voka en Unizo wel. Er zijn zodanig veel maatregelen en tussenkomsten waar telkens andere voorwaarden aan verbonden zijn. Werkgevers zien door de bomen het bos niet meer. Beste minister De Coninck, u kan best eens grote schoonmaak houden in deze maatregelen. Het ganse systeem vereenvoudigen zal er voor zorgen dat werkgevers meer hun weg vinden in het kluwen. Nieuwe jobs kan het bedrijfsleven niet zomaar uit haar mouw schudden, zeker niet in de huidige economische situatie. Maar men zal mensen eerder een kans kunnen geven om bij te leren tijdens een stage of via een tewerkstellingsmaatregel als het allemaal wat eenvoudiger zou zijn. Misschien kan u eens te rade gaan bij Vincent Van Quickenborne, hij kent naar het schijnt wel wat van administratieve vereenvoudiging 😉

  • Zinloos geweld

    Soms denk ik dat ik maar beter geen kranten meer lees. Dit artikel trok vandaag mijn aandacht. Schrijnend en bijna iedereen zal het ongetwijfeld erg vinden. Zelf heb ik lang gewerkt in de horeca. Ik ben er eigenlijk zo een beetje in opgegroeid. Waarmee ik absoluut niet gezegd wil hebben dat dit een goede zaak is. Maar het maakt wel dat je dit soort artikels anders bekijkt. Als ik het artikel lees, kan ik me al een beetje voorstellen hoe één en ander gegaan is.

    Het laat nog maar eens zien dat overdaad schaadt. Altijd en overal. Da’s voor alcoholgebruik niet anders. Een man van 49 wordt vermoedelijk buiten gebonjourd omdat hij te dronken (misschien ook ambetant, agressief, …) is en keert terug om van zijn oren te maken. Nog steeds dronken. Een groepje jongeren heeft het met hem gehad en maakt dat duidelijk en bàm: ’t is gebeurd. Het zit in een klein hoekje beste mensen. Dit schrijf ik op basis van wat ik las in het artikel, het kan zijn dat de ware toedracht anders is. Maar de feiten blijven de feiten: een knaap van 18 jaar is er niet meer en zal er nooit meer zijn.

    Ik heb indertijd ook klanten vriendelijk verzocht de zaak te verlaten, ik weigerde hen nog drank te geven. Het enige dat ik voor hen nog wilde doen, was een taxi bellen zodat ze veilig zouden thuis geraken. Ik was toen een snotneus van pakweg 16 (!) jaar. Nu is dat bijna ondenkbaar. Als ik dan dergelijke artikels lees, lopen de koude rillingen zo over mijn rug. Vaak stond ik op een vrijdagavond of zaterdagavond alleen in het café waar ik werkte. Als snotter van 16. Ik zag daar toen geen graten in, integendeel. Ik vond het tof dat de eigenaar me vertrouwde. Ik wandelde zelfs te voet naar huis nadat de keet gesloten was. Nu durf ik dat niet meer en mijn kinderen zouden het niet mogen. Ze mogen in de horeca werken maar in het holst van de nacht hoeven ze niet over straat te dwalen. Dan zet ik nog liever mijn wekker om ze te gaan oppikken. Ik zou het mezelf nooit vergeven als hen iets zou overkomen wat ik had kunnen vermijden.

    In de horeca heb ik trouwens meer geleerd over mensen, relaties, interacties, persoonlijkheidstypes dan in mijn opleiding tot personeelswerker. Wie wil werken in de sociale sector, zou eigenlijk verplicht enkele maanden moeten meedraaien in een bruine kroeg. Iets later lees ik dit artikel. Dat stemt me al iets positiever. Het is goed mogelijk dat de dader van deze steekpartij zijn straf effectief zal moeten uitzitten. Hopelijk voor meer dan 1/3e. Het geeft die man wat tijd om na te denken. Enerzijds over wat hij aangericht heeft en anderzijds of het dat nu waard was.

  • An idiot abroad

    Kennen jullie Karl Pilkington? De titel van dit tekstje slaat op hem. Ik ben fan! An idiot abroad is een reeks van reisdocumentaires, geregisseerd door Ricky Gervais. Wie? Een Britse lolbroek met tijd en geld. Karl Pilkington is de hedendaagse Onslow: zijn interesses reiken niet verder dan de inhoud van zijn koelkast en de afstandsbediening van het televisietoestel. Toch slaagde hij er in een misses Pilkington aan de haak te slagen.

    Karl weet dat de aarde rond is maar veel meer als dat wil hij van de wereld niet weten. Hij wordt door Ricky naar alle uithoeken van de aardkloot gestuurd. Hij brengt dan op zijn manier verslag uit van zijn belevenissen en indrukken daar. Geregeld zorgt Ricky vanuit Engeland voor enkele verrassingen op locatie.

    Ik ben er nog steeds niet uit of Karl nu écht zo is of dat het een gespeeld typetje is. Maar in beide gevallen ben ik fan. Hij laat ons de wereld zien op een aparte manier. Ik hoor hem aan locals vragen stellen die ik me ook stel als ik de beelden zie. Ik zie hem dingen doen waarvan ik denk ‘groot gelijk maat’. Kortom, hij is een gewone man (al dan niet gespeeld) zoals u en ik die zorgt dat onze prangende vragen beantwoord worden.

    Hier zie je wat ik bedoel…

     

  • De dubbele functie van oordopjes

    De dubbele functie van oordopjes

    Gisteren bezochten we de Brusselse Heizel. Het Koning Boudewijnstadion was the place to be voor liefhebbers van muziek en entertainment. Na 7 jaar bracht Robbie Williams namelijk opnieuw een bezoek aan ons land. In 2006 was het een fantastische show, daarom wilden we er nu graag opnieuw bij zijn. We kochten zelfs tickets voor de golden circle. Goeie plaatsen gegarandeerd dus. Die tickets zijn aan de dure kant dus je zou denken dat niet zomaar de eerste de beste schlemiel je daar voor de voeten loopt. Niet dus.

    De aftrap voor het voorprogramma werd gegeven door DJ Daddy K. ‘Wie?’ hoor ik u denken. Wel, wij dachten hetzelfde. We gaven het een kans maar al snel hadden we door dat het toch niet je dat was. Onze lokale held, DJ Oscar, geeft meer waar voor minder geld. DJ Daddy K liet uitschijnen dat hij druk bezig was met mixen, scratchen, enz. In realiteit speelde hij gewoon een mixtape, inclusief opgenomen bindteksten, af. Komaan gast! Je krijgt de kans voor een goed gevuld Koning Boudewijnstadion te spelen en je kan niet beter als dàt? Hij lag dus al snel in mijn onderste schuif.

    Aan mij merk je dat trouwens meteen, ik ben een eerlijk publiek. Meezingen zat er niet in, daarvoor wisselde hij te snel tussen de tracks. De goesting om met mijn voet mee te tappen op het ritme van de muziek, laat staan om wat met mijn poep te wiebelen, was ver zoek. Ik heb het optreden beleefd uitgezeten. Mààr… DJ Daddy K heeft ook fans. Terug naar de schlemielen dus…

    De Wederhelft stond naast een wandelende tic-tac. Ter gelegenheid van haar daguitstap naar dit stadion had ze 1 zinnetje van buiten geleerd: ‘Ik kan niks zien!’. Tussen 2 optredens was er plots lichte paniek: tic-tac on the move! Ze besloot een poging te wagen om wat naar voren te kruipen voor een beter zicht. Dat werd door de andere toeschouwers niet geapprecieerd dus de rest van het optreden stond ze braafjes naast die van ons. Naast mij stond een kruising tussen Barbie en een herkauwende kameel. Zet een kameel een blonde pruik op, duw een kauwgom in zijn bek, voorzie hem van een knalroze topje en teensletsen et voilà… mijn buurmeisje tijdens de show.

    Zij was de fan van DJ Daddy K. Haar partner stond er bij en keek er niet-begrijpend naar. Toen kreeg ze ons in de mot. Wij stonden daar maar te staan. Met onze oordopjes. Dat viel ons trouwens op, hoe weinig mensen hun gehoor beschermden. Wij gebruiken ze ter bescherming van ons gehoor maar in dit geval fungeerden ze vooral als geluidsdemper voor de bagger van DJ Daddy K. Barbie is het type dat denkt dat een mens geen hol meer verstaat als ie oordopjes draagt. Mijn fantasie kreeg gelijk, ze had een – hoe kan het ook anders – Antwerps accent.

    Ze steekt daar een hele litanie af tegen haar partner over ons. Ze wil zelfs een foto van ons maken als bewijs dat er mensen zijn die ook tegen hun goesting naar een optreden gaan. Intern had ik de slappe lach, uitwendig bleef ik cool. Dan begint ze haar aanhang te jennen: ‘Komoan schàt, koept strak diene laaif-CD van de Robbie mor è want gij lot oaw geld toch geejere rolle!’ De man keek wat geambeteerd en mompelde iets. Zij ging terug helemaal op in DJ Daddy K. Haar 2 hersencellen waren nog aan het ruziën over hun taakverdeling: gaan we vandaag zindelijk zijn of kiezen we voor eten met bestek? Neuh, ’t is voor ons ook warm, we spelen van hersendoodje.

    Na DJ Daddy K was het de beurt aan Olly Murs. Leuke band, de zanger leek een beetje op Robbie Williams in zijn beginperiode. Toffe muziek zonder complexen en hoog entertainment-gehalte. Hoofdact mister Robbie fucking Williams was helemaal wat je van hem kon verwachten. Barbie bleef druk herkauwen tijdens deze 2 optredens. Wij, als liefhebbers van echte muziek in plaats van opgenomen toestanden die je afdreunt alsof je het allemaal live lapt, waren enthousiast! We klapten mee, wiebelden mee en vonden het allemaal goed. Zij stond er bij en keer er naar. Hersendode herkauwer. Ik kon het niet laten om enkele keren per ongeluk op haar tenen te springen met mijn classy festivalschoenen met spikes. Ze vond dat niet zo tof maar 1 hersencel droeg haar op te zwijgen.

    IMAG0067

     

  • Pensioenen

    Vandaag was het weer zover: bijscholing! Het OCMW gaf me de kans me te verdiepen in de werknemerspensioenen. In die materie is de afgelopen jaren immers heel wat veranderd. Daarom organiseerde de pensioendienst van ons Sociaal Huis gratis een infonamiddag over deze pensioenen voor de inwoners en contractuele personeelsleden van OCMW en stadsbestuur. Omdat wij bij HRM er door het vergrijzend personeelsbestand ook steeds meer vragen over krijgen, is een basiskennis van de nieuwigheden geen verloren zaak. Wij naar de infosessie dus.

    Oh boy… Tegen alle verwachtingen in was er maar een magere opkomst. Het merendeel van de geïnteresseerden waren personeelsleden van het OCMW en het stadsbestuur. Ik vond dat vreemd. Je zou toch denken dat veel mensen met vragen zitten over hun pensioen want welk genie ziet door het bos van wetswijzigingen de pensioenbomen nog? Er werd ook via diverse media gecommuniceerd over de infonamiddag. Waar ging het dan mis? Ach ja, minder publiek is meer interactie zullen we maar denken. Juist ja.

    Het prototype van de federale ambtenaar zou ons de ganse namiddag entertainen. Die kerel was een kei in zijn vak, beschikte duidelijk over heel wat expertise en trachtte er het beste van te maken. Pensioenwetgeving is immers niet de meest boeiende materie om een zonnige lentemiddag mee te vullen. Een half uur zag ik al iemand in het publiek knikkebollen. Ik hield dapper vol, streed mijn strijd tegen het slaapzaad. Het was een zware strijd. Na de pauze meer van  dat. Een man achter me begon te snurken. Ik draaide me om en zag dat ik geen poging moest ondernemen hem wakker te krijgen. De stakkerd was al druk aan het dromen wat hij met al zijn pensioengeld zou gaan doen later 🙂

    Al bij al was het voor mij een zinvolle namiddag. Er werd kort aangehaald aan welke wijzigingen we ons nog mogen verwachten en we kregen toch wel nuttige informatie mee. Onder andere over de cumulatie van een pensioen met beroepsinkomsten, de regeling rond de overlevingspensioenen die eindelijk gewijzigd gaat worden, de pensioenbonus, enz. Een aanrader voor elke 50-plusser om zich hier eens in te verdiepen. Het gaat tenslotte om hun toekomstig inkomen.

  • Bella blijft loeien

    Ik kon vandaag weer geen sarcastische glimlach onderdrukken toen ik flarden van de nieuwsuitzending zag passeren. Beenhouwers klagen steen en been over het weer. Ik vond het al verdacht dat de boeren zich zo stil houden, nu komen deze mannen op de proppen. Door het slechte weer heeft de Vlaming immers weinig zin om zijn bakje houtskool in brand te steken en er massa’s vlees op te leggen die van zijn leven niet opgegeten worden. Want da’s toch de essentie van barbeknoeien? Je koopt een halve veestapel op, smijt die op de barbecue, gooit vervolgens de helft weg wegens verkoold en van de andere helft blijft ook de helft liggen omdat je veel te veel vlees kocht.

    En wat vinden beenhouwers (lees: vleeshandelaars) nog erger? Juist ja: hun slaatjes en groentenschotels verkopen niet goed! Ok, ik weet wel dat ze daar voor een groot deel hun winst uit halen maar het klinkt toch niet logisch hè. Een beenhouwer verkoopt uitgebeende beesten en worsten waarvan je niet wil weten wat er in zit. Een groentenboer verkoopt groenten en geen vlees. Hoogstens een slak en wat vliegjes die in je krop salade huizen.

    Moraal van het verhaal: dankzij de opwarming van de aarde die onze seizoenen verkloot, blijft Bella tevreden loeien in de wei en heeft ze voldoende voedsel omdat wij toch geen zin hebben in koude schotels momenteel 🙂