Auteur: An Baraitre

  • De helden van nu…

    Ik wil niet de oude zaag zijn maar dit moet me toch even van het hart. In mijnen tijd, toen de dieren nog konden spreken, waren helden mensen waar je naar opkeek. Je schreef hen bovenmenselijke krachten toe die hen toelieten ware heldendaden te verrichten. Met één vinger in hun neus redden ze 45 mensen uit een brandend gebouw. Tussen de soep en de patatten beschermden ze even de ganse wereldbevolking tegen een ramp van formaat. Zonder hen zou ‘seconds from disaster’ niet bestaan.

    Naarmate we opgroeiden kreeg onze definitie van het woord ‘held’ een andere betekenis. We zagen het niet meer zo groots. Iemands leven redden, zelfs per toeval, was al voldoende. Of een kat uit een brandend gebouw halen en het beestje terug tot leven brengen met mond-op-mondbeademing. Da’s pas een heldendaad! Wetende dat die beesten aan hun achterste likken voor de lol… Sommige mensen die hun taak als plichtsbewuste burger doen of die laten zien dat ze het begrip ‘naastenliefde’ kennen, worden soms ook beschouwd als held. Ik begrijp dat want zij vormen tegenwoordig vaak de uitzondering op de regel.

    Eigenlijk zijn helden dus gewone mensen zoals u en ik die iets speciaals doen. Niet zomaar iets speciaals, het moet ook ‘goed’ zijn. Je moet er iemand mee helpen. Wel, ik ken veel helden. Ze willen het zelf niet gezegd hebben in al hun bescheidenheid, maar voor mij zijn ze ware helden. Vrijwilligers in de palliatieve zorg bijvoorbeeld: deel uit die medaille. Next in line: kleuteronderwijzers. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

    Vandaag moet ik echter tot mijn grote consternatie vaststellen dat er geen helden meer zijn. Toch niet als we de cyberwereld mogen geloven. In de enige kwaliteitskrant die België rijk is (sic) las ik immers wat een held tegenwoordig moet kunnen. Hij moet niet onbaatzuchtig de wereld redden, hij moet geen oud vrouwtje helpen de straat over te steken, hij hoeft niet over bovennatuurlijke krachten te beschikken. Neen. De held van nu is iemand die zelfmoord pleegt! Daar gaat de mythe dat helden onsterfelijk zijn. Maar serieus, is dat nu echt een heldendaad?

  • De Dag van het Personeel

    ACV Openbare Diensten riep vandaag blijkbaar uit tot de Dag van het Personeel. Tof tof tof, mooi initiatief. We hebben al secretaressendag, dag van de verzorgende, dag van de onthaalouder en nog een rits andere doelgroepdagen dus deze kan er nog wel bij. Wie zo een speciaal beroep heeft dat nog geen zot op het idee kwam om die te vieren, awel die wordt vandaag gevierd: de ambtenaar. Ikke dus ook 🙂

    Als personeelsverantwoordelijke zit je vaak in een moeilijke positie. Enerzijds is er het personeel wat aan je mouw trekt voor vanalles en nog wat, anderzijds is er het bestuur (in de privé: de bazen en het management) die verwachten dat je loyaal bent. Constant moet je het evenwicht bewaken om niet afgeschilderd te worden als een syndicalist of een bazenpoeper. Tijdens de 11 jaren dat ik op een personeelsdienst werk, heb ik al verschillende varianten van deze termen leren kennen. Een groep vakbondsmensen ziet ons, personeelsdeskundigen, als ellendelingen die de beslissingen van het bestuur willens nillens door de strot van het personeel willen rammen en denkt dat we niets liever doen dan ons verschuilen onder de paraplu der politici. Een andere groep begrijpt dat we soms met onze rug tegen de muur staan maar dat we echt wel ons best doen voor alle personeelsleden, ongeacht hun kleur of overtuiging en dat we iedereen hetzelfde behandelen. Dit terzijde.

    Deze voormiddag stond er een afgevaardigde met gadgets voor onze personeelsleden aan het onthaal. Ik ga deze persoon niet omschrijven om verschillende redenen. Hij had naast een zakje met gadgets ook nog wat flyers en een poster bij. Wegens tijdsgebrek van betrokkene liep bibi plots rond met een zakje rommel en wat flyers van het ACV. Gelukkig keken weinig ogen mijn richting uit. Als personeelsdeskundige blijf je immers best van vakbondsspul af. Da’s mijn gedacht hè. Ik wil met elke vakbond even constructief kunnen samenwerken.

    Mijn nieuwsgierig kantje kreeg de bovenhand. In het zakje bleken sleutelhangerledlampjes te zitten. Knalgroene met het logo van ACV Openbare Diensten er op. Gemaakt door kleine, fijne kinderhandjes ergens in China. Handjes die 1 keer per dag een beetje eten krijgen, handjes die 16 uren per dag sleutelhangerledlampjes maken. Handjes die geen schoolboek kunnen vasthouden. Echt ACV, kon je niets beters bedenken? Wat wel meer gebeurt met brol uit lageloonlanden, geschiedde ook hier: tig sleutelhangerledlampjes waren ofwel kapot ofwel gingen ze kapot nadat je 1 keer op het knopje drukte. Mooi cadeau voor onze personeelsleden. Mede hierdoor was er niet voor iedereen een sleutelhangerledlampjes. Da’s een leuke garantie op ambras in ’t kot. Bedankt, ACV.

    Er zijn tig openbare besturen die aan sociale tewerkstelling doen of die mensen detacheren naar sociale tewerkstellingsinitiatieven. Waarom kregen zij niet de eer om iets kleins en fijns in elkaar te boksen voor de personeelsleden van de openbare sector? Bij ons in Scherpenheuvel heb je bijvoorbeeld de Vlaspit. Daar maken ze prachtige kaarsen. Waarom daar niet een paar duizend theelichtjes bestellen voor de ambtenaren in die regio? Waarom niet een kleinigheidje bestellen bij een sociale werkplaats? Vermoedelijk speelt de factor ‘kostprijs’ een rol in het beslissingsproces. Ik heb daar alle respect voor.

    Maar als je dan toch beslist om cadeautjes uit te delen: doe het dan goed. Kom niet af met prullen die niet werken. De operationele sleutelhangerledlampjes liggen vermoedelijk vanaf vanmiddag stof te vergaren in donkere bureaulades of archiefkasten. Wil je werken aan naambekendheid, kom dan met iets origineler voor de dag. Ik geef het maar even mee. Los daarvan: tof dat er iemand aandacht heeft voor de ambtenaar an sich. Het mag eens gezegd worden dat ze niet allemaal zijn zoals Jomme Dockx of Bonaventuur Verastenhoven.

    Heel treffend was het nieuwsbericht dat de VVSG vandaag publiceerde, op de dag van het personeel van de openbare diensten. Hieruit blijkt weer maar eens hoe gemakkelijk ambtenaren van lokale besturen door burgers en hogere overheden (dus eigenlijk zo bijna door iedereen) gebruikt worden als pispaal en hoe vaak ze frustraties, verbale en non-verbale agressie moeten verwerken omwille van gebeurtenissen waar ze zelf geen fluit aan kunnen veranderen. Hopelijk staat de goegemeente daar eens bij stil op deze dag van het personeel van de openbare diensten. Een dag die doodgezwegen wordt in de media.

     

  • Ken uw moedertaal!

    Niet dat ik een uitgesproken flamingant ben, maar het moet me toch even van het hart. Sinds enkele jaren oefen ik een bijberoep uit. Als copywriter nog wel. Dat is iemand die hoofdzakelijk commerciële teksten schrijft. Persberichten, advertenties, webteksten, baselines, noem maar op. Elke communicatie van een zelfstandige of bedrijf waar een letter aan te pas komt, is voer voor een copywriter. Copywriters moeten goed kunnen schrijven. Ik vind niet dat ze foutloos moeten kunnen schrijven want dat is niet doenbaar. De foutenmarge moet naar mijn mening wel minimaal zijn. Maar omdat we ook maar mensen zijn, ga ik niet elke schrijffout met veel bombarie bekritiseren. Tenzij het de spuigaten uitloopt natuurlijk 😉 Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen…

    Deze week kreeg ik er tijdens een gesprek met een leerkracht uit het secundair onderwijs spontaan 2419,83 grijze haren bij. Net zoals elke oude doos erger ik me aan het feit dat de jeugd niet meer kan schrijven. Wel ja, laat ons eens lekker veralgemenen. Telkens ik de kans krijg, probeer ik sommige figuren het kofschip (ja, ook wij noemden dat stiekem het fokschaap :)) en andere spellingsregels bij te brengen. Gelukkig bestaan er nog van die nobele zielen die zich het lot van de jeugd aantrekken. Helaas moeten we hen niet meer in het onderwijs gaan zoeken.

    Ik sprak met een leerkracht uit het secundair onderwijs. Ze geeft les in de richting ‘Kantoor’. Ja, da’s beroeps hoor ik velen al meteen denken. Wel, dat wil niks zeggen. Naar wat ik uit het gesprek met die dame kan opmaken, is het immers niet beter gesteld met het technisch en het algemeen secundair onderwijs wat de taalopvoeding van onze jongeren betreft. Kantoor dus. Die richting wordt gevolgd door leerlingen die later een administratieve job willen gaan uitoefenen. Een wezenlijk onderdeel van de job van een administratief medewerker is… niet koffie zetten. Nee: SCHRIJVEN! Brieven typen, e-mails beantwoorden, afspraken bevestigen en meer van dat leuks.

    En iedereen weet wat de ontvanger van een bericht het langst onthoudt: de eerste indruk die een bedrijf hem of haar bezorgt. Vaak wordt die eerste indruk gevormd door het eerste contact met dat bedrijf. Steeds meer is dat eerste contact een bezoekje aan de website of het antwoord op een e-mail. Als daar dan joekels van fouten in staan, scoor je niet goed. Het komt niet professioneel over. Bedrijven verwachten dat hun personeelsleden zich fatsoenlijk kunnen uitdrukken in communicatie met klanten of derden. Probleem is dat de nieuwe generatie personeelsleden dat niet meer op school leert.

    Het vak ‘Nederlands’ bestaat zelfs niet meer! En leerkrachten die de Nederlandse taal niet onderwijzen, mogen in sommige scholen geen rekening houden met schrijffouten als ze werkstukken van leerlingen verbeteren. Waar gaat het dan naartoe vraag ik me af? Een generatie jongeren leert op school dat het allemaal niet zo nauw steekt als het op schrijven aankomt. Ze kennen de grote namen uit onze Vlaamsche literatuur misschien niet eens. Ze weten niet hoe een tekst logisch wordt opgebouwd. Leren ze nog beeldspraak? Hen moeten we echter niet met de vinger wijzen. Er is iets fundamenteels mis in ons onderwijs als we van onze jongeren niet meer verwachten dat ze hun eigen moedertaal kennen en begrijpen.

    Groot is de kloof tussen onderwijs en bedrijfsleven. Wanneer ze afstuderen, moeten deze jongeren immers plots foutloos kunnen schrijven, een originele sollicitatiebrief opmaken conform de BIN-normen en noem maar op. Hoe gaan ze het leren? Gemotiveerde sujetten beginnen via zelfstudie hun vaardigheden aan te scherpen. Sommigen mogen op kosten van de zaak wat bijleren. En de rest? Die geraakt maar moeilijk aan een job omdat hun brief en cv linea recta in de prullenmand belandt.

  • De groene boterham

    De 2 kleuters des huizes gingen vandaag feesten bij oma en opa. Oma was eerder deze maand jarig en hun nonkel verjaarde afgelopen week. Hun nichtje en de 2 neefjes waren er ook. Na het eten kregen ze alle 5 water uit een plastic beker. Die bekers zijn er in alle maten en kleuren. Al snel begon er onder het kleine grut een spelletje. Een ware denkoefening.

    De eerste zei fier: ‘Ik heb de citroentjesbeker want mijn beker is geel.’

    Dat zette de overige kinderbreintjes aan het werk. Al gauw volgden een frambozenbeker en een mandarijntjesbeker. Maar wat te denken van die groene beker die er nog stond? Diepe plooien vormden zich in hun voorhoofdjes. We opperden dat het misschien een kiwibeker kon zijn om hen uit hun lijden te verlossen. Dat was buiten onze dochter gerekend.

    ‘Neenee papa, da’s geen kiwibeker, die is gemaakt van een boterham!’ Wij keken elkaar glimlachend aan. Ze had weer eens een blond moment hoor. Boterhammen zijn immers niet groen. Maar ik kon het niet laten om even te vragen hoe ze er bij kwam dat een groene beker gemaakt is van boterhammen.

    Heel droogjes antwoordt ze ‘Een boterham wordt toch groen als je die een week in je brooddoos laat zitten hè mama’. Terwijl bekijkt ze me alsof ik het IQ van een kroonkurk heb. Het kind heeft gelijk. Wij keken elkaar verweesd aan en moesten even nadenken hoe we hier pedagogisch verantwoord op konden reageren.

     

  • Het leven zoals het is: Triple Trouble

    Vanavond genoot ik van mijn 3 bengels. Ik onderging vandaag een arthro ct scan van mijn pols. Dan spuiten ze eerst wat radioactiviteit in het gewricht waarna je onder de scanner mag gaan liggen. Die inspuiting op zich voel je wat maar soit, er zijn ergere dingen. ’t Is pas nadien dat het verrekte zeer begint te doen. Het is pijnlijk genoeg om een tijdelijke weerslag te hebben op mijn psyche. Maar da’s dus buiten de Koters gerekend. Hoe hebben ze er vanavond voor gezorgd dat ik een halfvol in plaats van een halfleeg glas zag?

    1. De oudste zoon

    De Wederhelft vertrekt met de dochter naar de kapper. Hij zegt tegen de oudste dat die flink moet zijn omdat mama pijn heeft aan de pols. Flink knikt hij ‘jaja’. Als papa uit beeld verdwenen is, kijkt hij me met een frons aan en zegt ‘Mama, ik wil dat wel proberen hoor, zo braaf zijn en zo maar ik vind dat wel heel moeilijk hoor.’ Ik doe alsof ik verbaasd ben en zeg ‘Ah ja, waarom dan?’ Hij denkt even na, vormt weer een driehoek met zijn wenkbrauwen en antwoordt strategisch ‘Mjah, met broer en zus die hier rondlopen hè!’. Hij had ongetwijfeld zijn schoen voor de sint in het achterhoofd. Goed geantwoord jongen!

    Over enkele maanden moet hij gedurende minstens 5 weken een pseudo-allergeenvrij dieet volgen. Ik ga hem daar nu nog niks van zeggen want ik weet zelf bij God nog niet hoe we dat moeten gaan klaar spelen. Alle tips zijn dus welkom…

    2. De kleuterpuberdochter

    Haar kuren zijn nog niet helemaal door. Vanavond mocht ze naar de kapper (lang leve de kleine zelfstandige die zich flexibel opstelt voor zijn klanten!). Die ontdekte tijdens het knippen dat dochterlief zowaar een hippe skrillex heeft. En niemand weet hoe die er gekomen is. Wij hebben het in elk geval niet gedaan. Als ik haar vraag of ze haar haartjes geknipt heeft, schudt ze ja en antwoordt ze ‘nee’. Wie zou dat dan wel gedaan kunnen hebben? Met ogen waar zelfs die van een droeve puppy niet aan kunnen tippen, kijkt ze me aan en zegt zielig ‘ik weet het niet’. Tsjah, gelukkig valt het niet te hard op. En eigenlijk… past dat kapseltje wel goed bij haar AC/DC-shirt dat ik bij H&M op de kop tikte. Deze fashionista blijkt een coole rock-chick te zijn!

    3. Raketman

    Hij kreeg van zus een Chocotoff. Als echte chocoholic heeft hij daar lang plezier van. Op mijn schoot zat hij te sjieken en te knauwen dat het een lieve lust was. Net een bulldog die in zijn mand op een bot ligt te kauwen. Na het douchen merken we dat zijn snoepje nog steeds niet op is. Het wordt wel tijd want zijn tanden moeten nog gepoetst worden. We dragen hem op om het snoepje door te slikken want anders pakken we het af om de tandjes te poetsen. Hij slikt het niet door, voelt de bui al hangen en begint alvast pro-actief zielig te kijken. De Wederhelft haalt het brokje uit zijn mond… en stelt vast dat Raketman al die tijd zat te kauwen op de wikkel die rond de Chocotoff zit. Al een geluk dat hij het niet doorslikte dus.

    Na bedtijd horen we Raketman nog druk over en weer galopperen door de gang boven. Plots komt hij naar beneden gestuiterd voor enkele dienstmededelingen. Nadien trekt hij de deur achter zich dicht en huppelt naar zijn bed om te genieten van een welverdiende nachtrust.

     

    Triple Trouble neemt mijn pijn niet weg maar ze zorgen wel voor afleiding. En hoe klein ze ook zijn, ze doen hun best om er rekening mee te houden. Chapeau! Ze mopperen niet als mama hen alweer niet kan naar boven dragen, ze proberen flink zelf hun keren aan en uit te doen, zelf te douchen, zelf hun bordje naar de keuken te dragen na het eten, enz. onder mijn toeziend oog. Soms heeft een mens dat nodig. Het doet je ook beseffen hoe dankbaar je mag zijn dat die kleine monsters ergens diep vanbinnen bezorgde schatten zijn.

     

     

  • Waarom sparen wij?

    Vandaag had ik een boeiend gesprek met een toffe madame. We hebben allebei 3 kindjes, een hardwerkende partner, een werkersmentaliteit (jaja, dat kan in de overheid aarden) en enkele gelijklopende opvattingen. Ik vertelde haar over onze verhuis en onze verbouwplannen. We zijn nog druk bezig met de plannen van de architect en de cijfertjes die daar aan vast hangen. Ze zei me dat we maar best ons geld konden investeren in ons huis en in vakanties want sparen brengt toch niks meer op. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik ben het daar deels mee eens. Met het begin en met het einde van de zin meerbepaald.

    Spaarboekjes brengen tegenwoordig inderdaad niet veel op. Investeren in immo daarentegen is nooit een slechte zaak. Ook al crasht de vastgoedmarkt, dan heb je tenminste nog steeds een dak boven je hoofd. Maar ik vind het toch geen slecht plan om te proberen ook wat te sparen. Als mijn man en ik allebei zonder werk vallen, kunnen we bij de bakker niet met 2 bakstenen en een stuk dakgoot ons brood betalen.

    Wij hebben 3 kindjes op de wereld gezet in 3 jaar tijd. Dat kan betekenen dat over een kleine 15 jaar onze 3 kinderen samen in het hoger onderwijs zitten. Niet dat ik hen zal verplichten om verder te studeren maar ik ga er bij de financiële planning wel van uit. Kinderen in het hoger onderwijs kosten geld. Veel geld. Meer dan het bedrag van de kinderbijslag. Ze zullen daar zelf een gedeelte van moeten betalen. Met geld waar ze op een legale wijze aan gekomen zijn door bijvoorbeeld weekendwerk of vakantiewerk te doen. Want tweeverdieners die stevig bijdragen aan de sociale zekerheid krijgen van vadertje staat geen studietoelage. Terwijl onderwijs een cruciale factor is in de strijd tegen armoede.

    Veel mensen verklaren ons zot als ze horen welke plannen we hebben met onze huidige woning. Ja, het zal een groot huis zijn als het helemaal klaar is. En ja, er zit een aardig lapje grond rond naar hedendaagse normen. En nee, ik schaam me daar niet voor. Mijn man en ik werken hard om dit te realiseren want we doen dit volledig met onze eigen middelen en die van de bank. We krijgen geen sponsoring van suikertantes. Dat willen we ook niet. Wij moeten tegen niemand eeuwig ‘dank u’ zeggen, dit project is volledig van ons (nu ja… momenteel nog van de bank) en dat zal het ook blijven. Volledigheidshalve: een welgemeende dank u is wel op zijn plaats voor onze naasten die ons nauw aan het hart liggen, waar we 24/7 op kunnen rekenen en vice versa. Zonder hen zou ons leven veel gecompliceerder zijn.

    Waarom kiezen we in hemelsnaam voor dit project? Waarom willen wij in de ogen van sommigen een half kasteel neerpoten in hartje Molenstede? Het antwoord is simpel: voor onze kinderen. Ze hebben nu een grote tuin waar ze hun energie in kwijt kunnen. Dat zorgt voor minder stress en conflicten tussen hen onderling maar ook wij merken als ouder het verschil. Ze zullen elk een ruime slaapkamer hebben waar plaats is voor een bureau en een kleine zithoek. De zolder is ruim genoeg om er een klein appartement van te maken.Er komt ook een speelkamer en een bureau. Dat is in dit huishouden geen overbodige luxe. Ook wij moeten ons soms eens kunnen terugtrekken uit de drukte om ons werk gedaan te krijgen.

    Met deze investering willen we er voor zorgen dat onze opgroeiende kinderen zich thuis voelen in ons huis. Ze hebben een plekje voor zichzelf als ze even aan de drukte willen ontsnappen. Later wordt dat een plekje waar ze met hun vrienden (een lief mag hier pas binnen als het mijn keuring doorstaat…) kunnen chillen of hoe ze dat dan ook noemen. Ze hebben een zekerheid. Stel dat ze het nest verlaten en dan een tegenslag tegen komen. Wat dan? Dan kunnen ze – als ze dat zelf willen – altijd terecht bij ons. Hun kamer blijft van hen. Ze zijn altijd terug welkom in hun nest 😉

    Als mijn man en ik later terug een pamper dragen, onze kwijl in onze navel laten lopen en niet meer kunnen uitbrengen dan ‘kkkrrrppfffttt’, dan verkopen ze de boel voor mijn part zodat ze gelanceerd geraken in het leven. Krijgen ze het niet verkocht? Hell, het is groot genoeg voor hen om er samen met hun huishoudens in te wonen!

    Waarom deel ik dit met jullie? Om iedereen eens te laten stilstaan bij zijn eigen prioriteiten. Bij ons liggen die bij de kinderen. Bij anderen kunnen die anders liggen. Alle respect daarvoor. Wij kiezen bij wat we doen bijna altijd voor een grondige voorbereiding en we toetsen onze ideeën op hun haalbaarheid, ook op lange termijn. Carpe diem is héél leuk maar als het gaat over onze toekomst en onze centen, huldig ik een ander principe 🙂 Waarmee ik niet wil zeggen dat wij niet op vakantie gaan. Dat hoort er binnen de mogelijkheden al eens bij. De boog kan niet altijd gespannen staan. Dat houdt niemand vol.

     

     

  • Kleuterpuberteit

    Dochterlief wordt in januari 5 jaar. Tot voor kort was ze een schat van een kind. Lief, zorgzaam, grappig, …: ze had het allemaal. Tot voor kort dus. Onlangs gebeurde er iets in dat mooie kleuterhoofdje van haar. Er werden ergens 2 kabeltjes met elkaar verbonden die 1 woord in haar hoofd activeerden: TERREUR. Luisteren? Dat doen we niet. Wij zijn Miss H en wij heersen over de wereld. Geef mij eten, jij slaaf! Was mijn kleren en draag mijn boekentas!

    Als we haar iets vragen, kijkt ze de andere kant op. Als ze niet de andere kant op kijkt, drukt haar pink ergens in haar oorschelp op het knopje ‘negeer alles’. Elke dag zijn er dingen die ze plots niet meer lust als het over broodbeleg gaat. Als we dan ’s anderendaags die spullen niet meer tussen haar boterham smijten, is ze verontwaardigd. Thuis eet ze normaal goed, op school een stuk minder. Dagelijks komt de helft van haar lunch mee terug naar huis in de brooddoos. Erg frustrerend. Vanavond heeft ze helemaal niks gegeten. Zonde van de geflambeerde fazant met kroketjes en bijpassende saus.

    Samen spelen met de broers is niet meer wat het geweest was. Het begint vreedzaam en luttele minuten later is minstens één betrokken partij aan het krijsen. Grote broer van 6 krijgt het er danig van op de zenuwen. Hij is normaal een goeie loebas maar het wordt zelfs hem te veel. Hij speelt nog liever alleen in de (niet verwarmde) veranda dan dat hij Diva in zijn buurt moet tolereren. Ik begrijp hem eerlijk gezegd wel hoor. Kleine broer daarentegen is op dat vlak een labrador. Enthousiast laat hij zich meezuigen in haar grillen en imiteert hij zijn zus. Sla een labrador met een krant tegen zijn hoofd en hij komt kwispelend terug om nog een lap te vragen. Zo dus.

    Voor ons is het zenuwslopend. We doen ons best om niet te buizen op sfeer en gezelligheid maar af en toe verliezen we ons geduld. Ik weet dat roepen niet pedagogisch verantwoord is, maar het is hier de afgelopen dagen wel gebeurd. Pure onmacht ligt aan de oorzaak. Ik ben daar niet fier op. Het doet me pijn. Soms is er een kleine opflakkering en zie ik terug het Heleentje dat ik ken: lief, grappig, niet om een gekke uitspraak verlegen en een knuffelaar eerste klas. Meestal is ze ’s ochtends zo, als ze nog even bij ons in bed mag kruipen.

    Aan die momenten probeer ik me overdag op te trekken om de dag door te komen. Ik heb zelfs haar babyfoto’s vanonder het stof gehaald. Uit de grond van mijn hart hoop ik dat dit een fase is die nu op haar hoogtepunt zit en snel weer zal wegebben. Tegen dat we zover zijn, zal vermoedelijk de jongste aan de beurt zijn. En daarna zal de oudste wel in een soort van pre-puberteit of iets dergelijks komen. *zucht*

    Als er brave zielen zijn die tips hebben om ons door deze periode te sleuren: deel ze alsjeblieft. Mijn gezin en ik zijn u erg dankbaar. Als afsluiter het gezicht van de terreur:

     

    hh

  • Op algemeen verzoek: een recept

    Deze week stoefte ik over een pastasalade die ik hier gezwind op tafel zwierde. Ik gebruikte als basis een recept van Tim Torfs. Recepten en ik hebben een haat/liefde-verhouding. Ik begin altijd erg punctueel en na stap 2 begin ik meestal te freewheelen. Deze pastasalade is heel eenvoudig klaar te maken. Ook als je voor 100% het recept volgt, is het resultaat een succes! De 3 kinderkens des huizes hebben er duimen en vingers bij afgelikt. Mooi meegenomen: dit gerecht is gezond, lekker en niet verboden in de strijd met de weegschaal.

    Hoe heet het beest?

    Spaghetti met mozzarella, spekjes, tomaat, pijnboompitten en basilicum

    Wat smijten we daar allemaal bij als we met zijn tweetjes aan tafel zitten?

    150 gram spaghetti volkoren

    30 gram rucola (lees: een klein zakje rucola of veldsla met rode biet)

    1/2 bakje kerstomaatjes

    125 gram spekblokjes mager (voor de carnivoren: 250 gram spekblokjes)

    1 bol mozzarella (lees: 1 rolletje mozzarella of de light-versie) -> tegenwoordig heb je ook van die miniballetjes mozzarella in de supermarkt

    30 gram pijnboompitten (lees: een handvol van die heerlijke pitjes)

    blaadjes verse basilicum (liefst blaadjes waar de kat nog niet aan geknauwd heeft)

    1 eetlepel pesto groen (dat mag eigenlijk een ferme kwak zijn want anders proef je er niet veel van)

    2 eetlepels olijfolie

    Hoe maken we daar iets van?

    Kook de spaghetti beetgaar. Dit kan je eenvoudig testen (geleerd op kot): vis een tweetal slierten uit je kookpot en gooi die tegen een betegelde muur. Blijven ze plakken? Dan is je pasta gaar. Giet af maar laat een klein beetje (maar echt een héél klein beetje) kookvocht achter in de pan. Zet weg met gesloten deksel. Door het restje kookvocht gaat de pasta niet kleven.

    Bak vervolgens op laag vuur de pijnboompitten goudbruin (zonder olie!) en laat ze afkoelen. In dezelfde pan (we besparen hier op afwas hé zeg) bak je de spekblokjes knapperig. Olie toevoegen hoeft niet want die dingen zijn zo vettig als ze groot zijn. Lat uitlekken op een stukje keukenpapier.

    Snijd intussen de kerstomaatjes doormidden, de mozzarella in blokjes en schep samen met de pijnboompitten, knapperige spekblokjes en rucola door de pasta. Roer wat groene pesto en een ietsiepietsie olijfolie door de pasta. Verdel over 2 borden en garneer met een paar blaadjes verse basilicum.

    Tip van Anneke: smijt er nog wat zwarte olijven bij. Succes gegarandeerd.

     

  • Het plezier van hyperlakse gewrichten

    Voor wie het niet kent: hyperlakse gewrichten zijn gewrichten die (te) soepel zijn. Wie zich vol verbazing vergaapt aan de halsbrekende kunsten van de artiesten van het Cirque du Soleil: de meerderheid van hen heeft hyperlakse gewrichten. Hét voorbeeld bij uitstek is de slangenmens. Zelf heb ik ook van die soepele gewrichten. Mijn dochter ook trouwens. Dit zorgt voor ongewone letsels en accidenten. We vergeten even de vroegtijdige artrose en andere kwalen die het met zich meebrengt want dan is het niet meer lollig.

    Plezier 1 was het project ‘verhuis’. Vorig jaar liep ik tijdens het sporten een TFCC-scheurtje (what the fuck?) op in mijn rechterpols. de reguliere behandeling met medicatie, een brace en injecties hielp niet dus in november ging ik onder het mes. Na 8 maanden kine heb ik de hoop op een volledig herstel opgegeven. Soit, al bij al heb ik er de afgelopen 2 maanden weinig last van gehad. Toen besloten wij te verhuizen. Lees: dozen inpakken, veel sjouwen en vooral niet ergonomisch bewegen. Resultaat: rechterpols terug bij af en zelfde letsel aan de linkerpols. Ik heb mijn voorschrift voor een arthro CT scan op zak.

    Plezier 2 diende zich eergisteren aan. Ik had mijn dochter op de arm en wilde me op mijn stoel neerploffen. Mijn teen zat er nog onder… Dus mijn vol gewicht en dat van de dochter als extraatje drukten de stoelpoot op mijn teen. Kajieten doe je dan. Vooral niet wenen en stiekem ergens apart de schade gaan opmeten. Hm, gewoon wat bont en blauw met hier en daar een vermist lapje vel. We hebben chance gehad.

    Gisteren was het tijd voor Plezier 3. Op een luie vrije dag nam ik de tijd om te ontwaken. Normaal spring ik gezwind uit bed en schiet ik meteen in actie. Nu nam ik de tijd om te rekken en te strekken terwijl ik nog genoot van de warme lakens en de kinderen die in de verte aangedonderd kwamen. Slecht plan. Ik hield er (alweer) een kapselscheurtje in mijn schouder aan over. Rechts natuurlijk zodat ik er veel last van heb want voor minder doet mijn lijf het niet.

    Ik ben nog ontstekingsremmers aan het nemen voor mijn polsen dus naar de dokter gaan heeft weinig zin momenteel.  Maar het is niet zo leuk eigenlijk. Typen levert gelukkig geen problemen op maar andere onbenullige dingen lukken gewoon niet. Bijvoorbeeld: schakelen tijdens het autorijden is ellendig, net als het openen van een brandveilige deur of het uitwringen van een schotelvod. Om maar iets te zeggen. Alles waarbij ik mijn rechterarm opzij of naar voren moet bewegen is puur afzien. Probeer ik het toch dan springen er spontaan traantjes in mijn ogen :s

    Ik heb me vandaag meermaals afgevraagd waarom ik in hemelsnaam zo gedreven ben om toch te gaan werken. Thuiszitten ligt niet in mijn aard. Ik zou, gedreven door mijn schuldgevoel, toch maar proberen vanalles te doen zodat ik qua herstel nog verder van huis zou geraken. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid, nietwaar? Ik heb de luxe dat ik ‘maar’ beeldschermwerk doe, afgewisseld met vergaderingen. Moest ik een poetsvrouw of een fabrieksarbeidster zijn dan zou ik nu het zoveelste ziekenbriefje moeten gaan afgeven aan mijn baas, een ontslag riskerend.  Maar soms bekruipt me een gevoel van onmacht en frustratie en dan probeer ik dat even van me af te schrijven en te accepteren dat dit lichaam me in de toekomst steeds meer zal gaan treiteren. Helaas lukt dat laatste me nog steeds niet.

    Toegegeven, er zijn veel ergere dingen op de wereld en dat besef ik maar al te goed. Maar mag ik eens een beetje aandacht vragen voor mensen die constant leven met pijn zonder dat je er uiterlijk iets van ziet? Veroordeel hen niet en schilder hen niet zonder meer af als profiteurs. Je weet immers niet welke strijd zij elke dag leveren om alleen nog maar aangekleed te geraken of een boodschap te gaan doen. Je weet niet wat er schuilt achter die sociaal wenselijke glimlach.

     

  • Renovatie bestaande woning

    Enkele weken geleden verhuisden wij naar ons nieuwe stulpje. De dag dat we bij de notaris de sleutels kregen, kwam de architect al meteen alles opmeten. Naarstig mat hij en tekende hij plannen. Deze week kregen we de vruchten van zijn arbeid te zien. We zijn erg onder de indruk. Niet alleen heeft hij goed werk geleverd… We beseffen nu ook hoe f*cking groot ons huis gaat zijn na de verbouwingen!

    Vandaag bespraken we de plannen van de architect met mijn schoonouders. 8 ogen zien immers meer dan 4 stuks. Zij bekijken het ook een beetje vanuit hun ervaring en da’s voor ons mooi meegenomen. Een paar uur hebben we er toch over vergaderd. Een muurtje hier, een deurtje daar: het kwam allemaal aan bod.

    Mijn alerte schoonmoeder had een héél correcte opmerking: we waren helemaal de katten vergeten! Die hebben nu geen privacy als ze hun gevoeg aan het doen zijn. De kattenbakken staan voorlopig in de gang. Eentje naast de voordeur met zicht op de trap naar boven en eentje naast de kelderdeur met zicht op de keuken. Geregeld gebeurt het dat Gonzo of Wilma in hun huisje zitten te persen alsof hun leven er van afhangt en dat er net dan een Koter passeert die dan nog eens luidkeels ‘BOE!!!!’ roept of eens op de kattenbak klopt. Je kak zou voor minder terug naar binnen kruipen.

    Dus wat doen we om dat op te lossen? We voorzien een kleine kattenruimte. 1,5 m op 1 m zal ze worden. Plaats genoeg dus voor 2 kattenbakken. Zo staan die rotdingen ook niet in het zicht en hoeven we niet meer mee te genieten van de giftige uitstoot na de beestjes hun middagboodschap. Onze kattenbeesten hebben zo voldoende privacy om hun gevoeg te doen. Voor u ons helemaal zot verklaart: we gaan daar eigenlijk een soort van vestiaire/schoenenwinkel voorzien 😉

    Alle gekheid op een stokje: het is voor ons nu duidelijk hoe belangrijk het is dat je op voorhand goed nadenkt over je project. De plannen die we toegestuurd kregen, beantwoorden quasi volledig aan onze verwachtingen. We gaan ze nog bespreken met de architect om één en ander uit te klaren zodat die stakkerd niet 45 keer opnieuw moet beginnen tekenen. Efficiëntie is in ons huishouden een belangrijk begrip.