Auteur: An Baraitre

  • Niets is vanzelfsprekend!

    Die bedenking heb ik me de afgelopen weken al vaak gemaakt. Ik bedoel dat niet negatief hoor, integendeel. Er zijn zooooovéél dingen die we allemaal maar normaal vinden in ons leven. Er zijn ook zooooovéél unieke dingen die we niet eens opmerken. Waar we achteloos voorbij lopen of waar we onze schouders eens voor ophalen. Hetzelfde geldt voor onze medemens. Iedereen is op zijn of haar eigen manier uniek. Da’s een dooddoener waar je in het onderwijs en later in het beroepsleven te pas en te onpas mee om de oren geslagen wordt. Maar we nemen zelden de tijd om daar eens bij stil te staan.

    Ik wil hier niet de moraalridder gaan spelen want ik zondig zelf ook tegen wat ik hier neerschrijf. Dat is me de laatste tijd pijnlijk duidelijk geworden in mijn naaste omgeving. Pijnlijk voor mezelf bedoel ik dan. Mijn echtgenoot en ik zijn gezegend met een goede gezondheid, we hebben beiden een goede job en we maakten 3 gezonde kinderen. Dat is op zich al een hele prestatie waar we dankbaar voor zijn.

    Onze kinderen zijn onze hoogste prioriteit. Altijd. In alles wat we doen of laten houden we rekening met hen. Net als wij en net als ieder ander mens hebben ze hun kleine kantjes en hun talenten. Niks speciaals dus. Nu blijkt langzaam maar zeker dat ze wel speciaal zijn. Wij hebben het alleen nooit gezien. Omdat we geen echte vergelijkingspunten hadden. Als ouder heb je altijd de neiging om je kinderen met elkaar te vergelijken. Dat doen wij ook geregeld. We kennen hen van binnen en van buiten. We kennen hun onderlinge gelijkenissen en hun verschilpunten.

    Maar wat we niet kenden waren de verschilpunten die er waren ten opzichte van hun leeftijdsgenootjes. Dankzij de school komen die nu bovendrijven. Dit verhaal wordt binnenkort nog vervolgd hoor, ik blijf er nu nog wat vaag over tot we duidelijkheid hebben. Maar tijdens zulke gesprekken met leerkrachten en met het CLB over je kroost, besef je pas wat je nooit zag. Wat je niet genoeg erkende omdat je niet wist dat het er was. Hoe frustrerend moet het voor die hummeltjes soms niet geweest zijn als wij in onze onwetendheid verkeerd reageerden op bepaald gedrag of op sommige vragen? Hoe onbegrepen zouden ze zich soms gevoeld hebben? Beseffen ze zelf wel over welke talenten ze beschikken?

    Je overloopt de afgelopen jaren en realiseert je plots ‘ah ja, toen was er dit’ of ’tiens, dat zal toen waarschijnlijk een signaal geweest zijn’ enz. Maar we wisten het niet dus we zagen het niet. En we deden er bijgevolg niets mee. Ik heb het gevoel dat ik daardoor wat tekort geschoten ben in mijn rol als moeder. Al bij al valt de schade goed mee en blijkt dat we het tot nu toe zeker niet slecht gedaan hebben maar het knaagt toch. Had ik het eerder geweten dan had ik dit of dat anders kunnen doen. Ach ja… Ze weten dat we hen graag zien en dat ze bij ons met hun verzuchtingen terecht kunnen en da’s al veel waard. De rest komt wel goed. Ik heb daar alle vertrouwen in. En we hebben ons best gedaan. Dat zullen we ook blijven doen.

    IMG_9567

  • Liefde is…

    … Elkaars auto in de prak rijden. Of elkaar in de prak rijden, dat hebben we ook al gedaan. Scherven brengen geluk, nietwaar?

    Vandaag was het weer zover. Ik mocht gaan werken met het vinnig bakje van de wederhelft. Hij had mijn Megamama-bus nodig om materiaal mee naar het werk te nemen. Geen probleem, ik vind dat een leuke afwisseling. Zijn firmawagen heeft tuutjes vooraan en achteraan. Voor een blondje als ik is dat een belangrijk voordeel. En mijn echtgenoot voelt zich wat meer ‘man’ als hij met een echte grote auto kan rijden in plaats van met een brooddoos.

    Ik bolde vrolijk naar het werk, parkeerde zonder moeite tussen 2 grote auto’s en wandelde al fluitend naar mijn bureau. Een uurtje later ging de telefoon. Mijn halve trouwboek. Of de Berlingo eerdaags toevallig niet op onderhoud moet? Of ze dan ineens een keertje naar de achterkant kunnen kijken of daar niks beschadigd is? Ergens in mijn achterhoofd ging een loeiharde sirene af. die waarschuwt mij voor dingen die niet kloppen. Bij mijn weten was mijn Berlingo vanochtend nog in orde. Ik heb er nog naar gezwaaid toen ik vertrok met het vinnige monster.

    Toen kwam de aap uit de mouw. Hij sprak de gevleugelde woorden ‘er heeft er ene in mijn gat gezeten’. Los van de beelden die toen door mijn hoofd spookten kan ik u vertellen dat zoiets nooit goed nieuws is. Met de bevallige bips van de wederhelft bleek alles echter ok. Het ging om mijn Berlingo! Op het eerste zicht is er geen schade maar met die parkeersensoren achteraan riskeer ik liever niks. Deze week gaan we dus al eens langs de garage om het beestje te laten nakijken. Het onderhoud zal voor volgende week zijn. De arme duts.

    Voor wie ongerust zou zijn: met de wederhelft is alles ok en de kindjes zaten ook niet in de auto toen het gebeurde 😉

  • Vogels in de winter

    Nu we wat landelijker wonen en onze tuin ter grootte van onze postzegel inruilden voor een heu… groter exemplaar, willen we graag ons hart voor dieren laten spreken. We hebben niet meteen plannen om hier een asiel te beginnen maar we willen diertjes in nood wel helpen. Vooral nu de winter voor de deur staat. Het wordt de strengste winter in 100 jaar volgens kwatongen. Ik weet niet eens hoe ik dat zelf moet gaan overleven…

    Hier ligt nog een nagelnieuw nestkastje waar verliefde vogeltjes romantische tijden in kunnen beleven. We hangen dat binnenkort ergens buiten koterbereik zodat ze ongestoord kunnen rampetampen dat de stukken er van af vliegen. Lichaamswarmte is immers nog steeds de beste remedie tegen de koude 🙂 We zijn ook van plan om een voederplankje voor vogels te maken. Dat komt buiten kattenbereik te hangen.

    En dan komt de hamvraag… Hoe zorg ik voor een gastronomisch vogelbuffet? Ik heb maanzaadjes, pindakaas, wekelijks oud brood en zo van die dingen. Ooit heb ik K3 eens iets leuks zien doen met een dennenappel en pindakaas, dat ga ik sowieso eens samen met de kinderen proberen te imiteren. Maar ik ben nog op zoek naar andere tips om die beestjes te helpen levend de winter door te komen. Met andere woorden: laat me iets weten als jij me kan helpen 🙂

  • Halloween voor ornithologen

    Elk jaar op 31 oktober voltrekt zich in onze contreien een prachtig fenomeen. De Oost-Indische Kloefkapper (Latijnse naam: Lompius Kattius des Vadsius), al 22 jaar met uitsterven bedreigd, trekt zich dan terug om te beginnen aan de jaarlijkse broedperiode. Ornitologen overal te lande liggen met hun verrekijker in de aanslag klaar bij de deur van de slaapkamer. Eens de klok 15u48 slaagt, gaat er bij de Oost-Indische Kloefkapper een innerlijk belletje rinkelen. Gestaag sleept hij zich naar boven voor zijn jaarlijkse plicht: het uitbroeden der sokken.

    Heel het gedoe met spoken en pompoenen laat hij noodgedwongen aan zich voorbij gaan om zijn plicht te volbrengen. En het is begot een zware opgave. Alles begint met de selectie van het nest. Niet te groot, niet te klein, sokken van de juiste homo sapiens selecteren en op kleur leggen: het hoort er allemaal bij. 44 dagen lang broedt hij elke dag van zonsopgang tot zonsondergang op zijn buit. Als het regent, mag hij volgens zijn geloof even zijn gevoeg gaan doen en iets eten. Waarna de plicht weer onverbiddelijk roept.

    Af en toe wordt het hem allemaal te machtig en maakt hij een vreselijk angstaanjagend geluid (voor vogels toch). Dat is het sein voor de homo sapiens des huizes om de Oost-Indische Kloefkapper wat morele steun te bieden. Een aai over zijn bolletje volstaat vaak al om hem weer tot rust te brengen. Bij deze zeldzame vogelsoort is het bovendien een mannentaak om het nest permanent te bewaken. De vrouwtjes hebben ondertussen de tijd van hun leven. Ze spelen en ravotten dat het een lieve lust is. Af en toe gaan ze eens kijken bij het nest of alles nog in orde is.

    Ondergetekende had vandaag de unieke kans om op de gevoelige plaat vast te leggen hoe de Oost-Indische Kloefkapper begint aan zijn jaarlijkse broedperiode. Misschien moet ik eens mailen naar Animal Planet of National Geographic? Happy Halloween 🙂

     

    Untitled

     

  • Niet alleen de armen zijn arm

    Steeds vaker lezen we in de krant artikels over de nieuwe armen. Men noemt hen smalend de ‘working poor’ in de pers. Het gaat hier vaak om mensen uit de actieve beroepsbevolking die om diverse redenen balanceren op de armoedegrens. De ene maand eindigen ze safe, de andere maand zitten ze in de shit. Deze mensen zijn niet de armen zoals ze leven in ons referentiekader. Niks profiteurs, niks allochtonen, niks fraudeurs om de typische vooroordelen van de goegemeente even aan te halen. Neen, het zijn mensen zoals u en ik die hard werken voor de kost en die dan moeten vaststellen dat dit niet volstaat. En net dat vinden we zo akelig: je ziet niet aan hen dat ze arm zijn. Misschien praatte je vandaag wel met een arme zonder dat je het wist. Die kerel met zijn t-shirt van Esprit had van gans de dag misschien nog niks gegeten. Of dat kindje met de mooie boekentas en de speelse staartjes had een lege brooddoos mee naar school. Armoede is niet langer de ver-van-mijn-bed-show. Ook niet voor de middenklasse.

    Keuzes

    We moeten beseffen dat het nu meer dan vroeger ieder van ons kan overkomen. Van de ene dag op de andere verandert je leven volledig. Dat kan verschillende oorzaken hebben: een scheiding, tegenslag met je gezondheid, tijdelijke werkloosheid die structureel wordt, … En ondertussen blijven de rekeningen binnenstromen. Plots moet je keuzes maken: betaal ik de huur of de elektriciteit deze maand? Mag de jongste mee op schoolreis of gebruiken we die centen voor een doktersbezoek want hij klaagt al zo lang over buikpijn? Koop ik brandstof voor de auto zodat ik kan gaan solliciteren of koop ik voedingswaren voor mijn gezin? Ondertussen stromen er aanmaningen binnen, wordt er gedreigd met deurwaarders die ‘de boel komen opladen’. Je weet van geen hout pijlen te maken. Hoe doen die echte armen dat? Hoe moet ik rondkomen met een percentage van wat er vroeger binnenkwam aan inkomsten? Eén en ander begint al gauw op je gemoed te werken. En voor je het weet, kom je terecht in een vicieuze cirkel. Want als het tussen de oren niet goed zit, dan laat het lichaam dat merken. Bam! Wat nu? er is geen geld om al die medische kosten te betalen. Komt dat er ook nog eens bij, alsof het allemaal nog niet erg genoeg is. En we zakken dieper en dieper weg in de schulden.

    Nieuwe armen versus generatie-armen

    Zoals we bij OCMW’s wel vaker horen, klopt hier zeker de uitdrukking ‘armoede heeft vele gezichten’. Deze nieuwe armen hebben volgens mij een handicap ten opzichte van de generatie-armen. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat deze laatsten beter af zijn. Niemand zou arm of kansarm mogen zijn. Helaas is die gedachte een utopie. En toch blijven we op het OCMW hopen dat we toch minstens voor een paar mensen het verschil kunnen maken. Als dat lukt, is de voldoening des te groter.

    Generatie-armen groeien op in armoede. Ze zagen het bij hun ouders, bij hun grootouders. Zij zagen hoe deze mensen worstelden om rond te komen. Hoe hun ouders vochten voor de toekomst van hun kinderen. Zij voelden de druk om het beter te doen dan de generatie voor hen. Zij leerden de kneepjes van het vak om het cru te zeggen. Ze kopen geen scampi’s of pijnboompitten en ze gaan niet op restaurant. Ze weten dat ze keuzes moeten maken willen ze proberen uit de (kans)armoede te geraken. Ze weten dat werk belangrijk is en daarom vinden ze het niet erg om hun handen vuil te maken als hun droomjob onbereikbaar is.

    Maar de nieuwe armen vallen in een zwart gat. Zij weten vaak niet hoe ze moeten besparen en welke mogelijkheden er zijn. Zij voelen nog steeds onterecht schroom om te rade te gaan bij het OCMW. Ze vinden het moeilijk om hulp te aanvaarden omdat ze dat nooit hebben moeten doen. Dat vlees dat in de supermarkt in de snelverkoop wordt afgeprijsd, daar moeten wij toch niet van eten? De Aldi, da’s toch geen winkel voor ons, daar verkopen ze alleen maar rommel! Ze hebben er vaak meer moeite mee om luxe op te geven. Ze lenen voor een reis naar de zon om hun gedachten eens te verzetten. Ze lenen voor een nieuw salon terwijl het andere best nog enkele jaartjes dienst kon doen. Ze kopen merkkledij en willen hun status behouden. Maar trek er eens een kast open? Je zou schrikken van wat je ziet (of net niet ziet).

    Maatregelen

    Waarom schrijf ik dit nu? Omdat mijn haar recht omhoog gaat staan terwijl ik de actualiteit volg. De N-VA schafte 4 jaar geleden de werkbonus af. Volgens sommigen leidde dit onrechtstreeks tot een forse belastingverhoging. De werkbonus werd ingevoerd om de werkloosheidsval te dichten. Mensen met een lager loon hielden dankzij de jobkorting een hoger nettoloon over waardoor er meer werkgoesting was en minder de drang om zich te wentelen in het werkloosheidsstatuut. Activering is immers van levensbelang willen we onze sociale zekerheid en bij uitbreiding onze economie gezond houden.

    In de congresteksten van N-VA staat volgens de media dat zij de personenbelasting willen verlagen. Da’s een maatregel waar iedereen blij mee is! Of hoe ze de bevolking een wortel voor de neus houden want uit berekeningen blijkt dat deze maatregel vooral de rijken ten goede komt. Als de N-VA zegt dat structurele maatregelen noodzakelijk zijn, dan hebben ze gelijk. Ik vraag me alleen af wat ze daar juist onder verstaan. Ik nodig de grote namen van de N-VA uit om een weekje mee te draaien op de werkvloer van verschillende OCMW’s. Niet als OCMW-voorzitter. Neen. Dat ze eens mee op huisbezoek gaan met een maatschappelijk werker, dat ze eens luisteren naar het relaas van zij die ongewild in de kansarmoede terecht kwamen, dat ze eens gaan zitten in een zetel die ruikt naar de urine met een grommende hond voor hun neus en ondertussen en sociaal onderzoek doen. Dat ze eens gezichten kunnen plakken op de dossiers die ze in de raad behandelen. Als er 2 kandidaten zijn voor een sociale woning, geven we ze dan aan een gezin met jonge kinderen of aan een arme alleenstaande wiens huis onbewoonbaar werd verklaard? Zorgen we er met andere woorden voor dat die kinderen een goede huisvesting krijgen wat dan weer een invloed heeft op hun gezondheid zodat die man dakloos wordt of doen we het omgekeerde?

    Stof tot nadenken

    Niemand wil arm zijn, daar ben ik van overtuigd. Zij die het toch zijn, zijn daar heus niet blij mee. Er zijn altijd enkele rotte appels. Het is typisch Belgisch om creatief om te gaan met regelgeving. Deze onverlaten mogen niet vrijuit gaan.

    Maar de overgrote meerderheid van de (kans)armen heeft onze hulp nodig om hun leven terug op de rails te krijgen. We mogen hen niet met de nek aankijken. Armoedebestrijding is niet alleen een taak van de overheid of van het OCMW. Iedereen kan armoede mee helpen bestrijden. Dat kan met doodeenvoudige dingen. Door gewoon je ogen en oren open te houden in je eigen omgeving, kan je al veel betekenen voor iemand die het nodig heeft.

  • EHBO

    Enkele jaren geleden mocht ik via mijn werkgever een basisopleiding EHBO volgen. Ik greep deze kans met beide handen. Sinds toen volg ik ook jaarlijks een halve dag bijscholing. Zo blijft mijn brevet geldig. Elk jaar heeft die bijscholing een ander thema. Elk jaar opnieuw blijkt ook het belang van deze bijscholingen. Je zou er namelijk van versteld staan hoeveel een mens vergeet in één jaar.

    Naar mijn mening zou ieder mens iets van EHBO moeten kennen. Ik zeg dat niet alleen uit eigenbelang hoor. Maar als je ziet hoe je met enkele eenvoudige handelingen voor iemand het verschil kan maken tussen leven en dood, dan denk je wel eens na. Daarom organiseerde ik vorig jaar met toestemming van mijn werkgever een algemene infosessie EHBO voor al onze personeelsleden. De interesse was bijzonder groot en de deelnemers vonden het onverdeeld zeer leerrijk. Zeker voor herhaling vatbaar dus. Het merendeel van onze personeelsleden werkt met sociaal zwakkere mensen en bejaarden. Het is dus niet ondenkbaar dat zij ooit te maken krijgen met crisissituaties. Als ik er als vormingsambtenaar mee voor kan zorgen dat ze dan het hoofd koel kunnen houden en juist kunnen reageren, dan ben ik een blij mens.

    Verantwoordelijkheid van de werkgever?

    Je kan je de vraag stellen of het een taak is van een werkgever om er voor te zorgen dat zijn personeel iets kent van EHBO. Ik vind van niet. Uitgezonderd de wettelijke verplichtingen natuurlijk, da’s wat anders. Moest ik via het werk de kans niet gekregen hebben, dan zou ik in mijn vrije uren al lang een cursus EHBO gevolgd hebben. Inclusief de jaarlijkse bijscholingen. Waarom? Omdat ik een moeder ben en omdat ik mijn naasten graag zie. Als hen iets overkomt, wil ik er zeker van zijn dat ik alles in het werk gesteld heb om hen zo goed mogelijk te helpen. Al is het maar door te weten wat ik moet zeggen als ik de hulpdiensten moet verwittigen. EHBO gaat over meer dan hartmassage en bek-op-bek-blazen. Het gaat bijvoorbeeld ook over het geruststellen van slachtoffers, over verbandtechnieken, over ‘eerst water, de rest komt later’ en zo veel meer.

    Op het werk beperkt de toepassing van EHBO zich tot de verzorging van een papercut of andere onschuldige incidentjes en daar ben ik blij om. Maar het stelt me gerust dat ik wat bagage in mijn hoofd heb opgeslagen die ik kan gebruiken wanneer er zich iets ergers voordoet. In onze kantoren werken iets meer dan 30 mensen. Wij krijgen jaarlijks duizenden bezoekers over de vloer. De kans is dus reëel dat er ooit eens iets minder onbenullig gebeurt. En dan is het belangrijk dat er enkele medewerkers zijn die weten wat hen te doen staat.

    Toen mijn jongste zoon anderhalf jaar was, kwam een koekje vast te zitten in zijn keel. Al snel begon hij een blauw tintje te krijgen en verminderde zijn bewustzijn. De cursus EHBO die ik volgde, heeft zijn leven gered. Ik wist wat ik moest doen en wat ik moest zeggen tegen partner en kinderen die ook aan tafel zaten. Het incident was snel opgelost. Zonder die cursus zou ik vermoedelijk in blinde paniek slagen en zo zouden kostbare seconden genadeloos voorbij tikken. Achteraf dringt het pas goed tot je door wat er zonet gebeurde en hoe het had kunnen aflopen.

    Bloed geven doet leven

    Het lijkt de normaalste zaak van de wereld dat je goed tracht te zijn voor je medemens. Toch is dat in onze maatschappij geen evidentie. Een voorbeeld: het aantal bloeddonoren loopt stevig terug sinds ambtenaren er geen verlofdag meer voor krijgen. Tot zover de nobele motieven van velen. Ik geef bloed. 4 keer per jaar. Ook nu ik er als ambtenaar geen verlofdag meer voor krijg. Stel je eens voor dat je in kritieke toestand op een operatietafel ligt en dat je het leven laat omdat de bloedvoorraad uitgeput was? Of men komt je vertellen dat je kind helaas overleed omdat er geen bloed beschikbaar was om toe te dienen? Zou je dan niet bij jezelf denken ‘Shit, had ik toch maar…’? Wat je niet wil dat jezelf of je naasten overkomt, doe dat ook een ander niet aan. Het kost je niks, integendeel.

    Als uitsmijter een spoedcursus EHBO. 2 minuten en 18 seconden heb je nodig om te weten wat te doen in de meest voorkomende ongevallen. Neem even de moeite om te kijken. Je weet nooit voor wat het goed is.

  • Spreken voor een groep

    Ik heb zo een soulmate die soms nog zotter is dan ik. Onze zoontjes ontmoetten elkaar in een ver verleden bij de onthaalmoeder en sindsdien zijn ze beste vrienden. Wij dus ook 🙂 Omdat verhuizen van de ene koopwoning naar de andere nog niet hectisch genoeg is, besloot ze me mee te sleuren naar een lezing. Een lezing!

    Ik liet de dozen een avondje voor wat ze waren en ging met haar op pad. We zouden eens gaan luisteren naar een dame die ons alles zou vertellen over hoogsensitiviteit bij kinderen. Hoogsensitiviteit is iets wat in de familiale genen blijkt te zitten. Ik weet dat nog niet zo lang, maar sinds een familielid het me vertelde, begrijp ik een aantal dingen wel beter. Blijkbaar heb ik dit geschenk ook doorgegeven aan enkele telgen uit mijn kroost. Hoog tijd dus om me eens te verdiepen in hoogsensitiviteit bij kinderen. Zelfde verhaal bij de soulmate overigens.

    Zoals het hoort, arriveerden we fashionably late. Omdat wij helemaal het type zijn dat aan cultuur doet en voordrachten bijwoont dat het een lieve lust is *kuch*, vonden we dat we ons dat konden permitteren. Allez ja… Als je keuken er uit ziet zoals Normandië ergens nadat er daar een paar man met de boot arriveerde, dan heb je je autosleutels niet meteen gevonden. Die verhuis ook, tsss.

    Wij de zaal in. Net zoals in onze schooltijd ploften we netjes ergens achteraan op een stoeltje. De inleiding was net afgerond dus het echte werk kon beginnen. We zaten gespannen te wachten op het tipje van onze stoel met pen en papier in de aanslag. Want we zouden ijverig alle tips en tricks gaan noteren die we meekregen van deze bekwame spreekster. En dan zouden we weten hoe we onze zonen de beste opvoeding ooit kunnen geven. En we zouden al die tips ook doorgeven aan de school en bij uitbreiding aan de ganse vriendenkring zodat iedereen weet hoe ze onze gasten moet aanpakken. Wij zagen het misschien een beetje groots, ik geef het toe.

    En toen begon de mevrouw te babbelen. Een onzeker, krakend stemmetje probeerde de zaal te vullen. Deze stem paste helemaal niet bij de dame die vooraan stond. Zij is een expert in de materie, ze staat er mee op en gaat er mee slapen. Ze is nog eens ervaringsdeskundige ook dus ze weet helemaal waarover ze spreekt. En toch kon ze het publiek maar matig boeien. De zaal was gevuld met nieuwsgierige mama’s. Hier en daar zat naast een dame een man met een lang gezicht. Die had net ontdekt dat zijn smartphone waardeloos was in de betonnen zaal waar ze ons in stopten.

    En plots… Durfde een man het aan een vraag te stellen. De onverlaat had al slechte punten gescoord door laattijdig binnen te komen. Hij zat helemaal alleen achteraan. Vermoedelijk werd hij naar de lezing gestuurd door zijn partner of zijn mama. Hij was niet echt overtuigd van de materie die hier behandeld werd. Hij werd netjes op zijn plaats gezet door mevrouw de spreekster. Toch nog wat ambiance.

    Met gefronste wenkbrauwen bekeken de soulmate en ik elkaar. Dit is het niet. Hier gaan we niet horen wat we willen horen. Die mevrouw vooraan kent ongetwijfeld veel over hoogsensitiviteit, dat geloof ik oprecht. Maar ze kan het niet overbrengen. Dan schakel ik liever over naar plan B in plaats van een avond te verdoen. Plan B is eens te rade gaan bij mijnheer Google en enkele mama’s die ook vertrouwd zijn met het onderwerp.

    Tijd om efficiënt te handelen en onze tijdsbesteding nuttig te houden. We vluchten de zaal uit en rijden naar een gezellig cafeetje om na te praten over het onderwerp. We besluiten met de wijsheid dat we het eigenlijk zo slecht nog niet doen. We houden rekening waar mogelijk met het gegeven hoogsensitiviteit. We zorgen dat onze zonen leren hun gevoelens te verwoorden en assertief te denken en te handelen. We stimuleren hen om dit ook te oefenen. Ze gaan er komen, die mannen van ons.Onze toekomstige schoondochters of -zonen zullen ons later dankbaar zijn 🙂

     

  • Molenstede, waar vreemde vogels thuis zijn.

    Voilà zie, we zijn terug online geraakt! Het was hier enkele dagen windstil vanwege onze verhuis. Dit tekstje typ ik ook even tussen de soep en de patatten want we hebben nog bergen werk te verzetten. En hopen geld uit te geven :\ Toch wil ik jullie enkele dingetjes niet onthouden want het was een verhuis zoals alleen wij er eentje kunnen meemaken… Beestig beestig!

    Na 4 jaar heb ik afscheid genomen van mijn Diesterse heimat. We zijn geëmigreerd naar deelgemeente Molenstede. Met wat logistiek steun van Plof Banaan en de inzet van de beste vrienden en broer en Schone Zus en Schone Vader die een mens zich wensen kan, is het hele avontuur redelijk vlot verlopen. Er werd gelachen en gezwanst, er werd hard gewerkt en gevloekt en er was tijd om te netwerken. Toch moesten we al vrij snel 1 minuut stilte inlassen. En wel hierom:

    Zaterdagochtend reed ik samen met mijn soulmate naar het nieuwe stekje met een wagen vol dozen. Ik was zo fier als een plastieken gieter, liep te blinken met de huissleutels in mijn handen. Ik zou haar eens laten zien waar ik me zou gaan settelen. Ik woon hier in een prachtige, rustige omgeving. We stapten vrolijk uit en hoorden de vogeltjes fluiten. Een lentegevoel bekroop me en ik zag de verhuis voor het eerst helemaal zitten. 2 stappen verder was het al om zeep.

    Als een vogel ’tjiep tjiep’ zegt, dan betekent dat blijkbaar evenveel als harakiri… Het getjilp werd gevolgd door een bonk en vervolgens een plof. Voor onze voeten lag een roodborstje zieltogend te stuiptrekken. Over een leuk onthaal in Molenstede gesproken zeg… Kon dat rotbeest dat nu niet 5 minuten later doen wanneer wij al binnen waren? We waren toch wel wat van onze melk. Al gauw nam onze heerlijke simultane nuchterheid de bovenhand. Het kalf des huizes kreeg de opdracht om dat arme vogeltje het hoekje om te helpen terwijl wij even niet keken. En zo geschiedde het dat het lijk verdwenen was tegen dat onze onschuldige bloedjes van kinderen arriveerden 🙂

    Enkele uren later was ik buiten bezig. Ik ben een stadsmens eersteklas. Vraag me niet wat het verschil is tussen een wilde en een tamme kastanje want ik weet het niet (nvdr: tip = pluisje!). En dan hoor ik plots achter me één of ander oergeluid. Ik kijk verschrikt op. Blijkt dat er hier ergens in de buurt een onzichtbaar paard staat! Onzichtbaar gewoon! Da’s pas spesjààl!

    Voorts heb ik nog per ongeluk een hondje vertrappeld en een paar domme stoten uitgehaald maar we zijn niet naar het ziekenhuis gemoeten. Dit is dus een geslaagde verhuizing geweest geworden. Tot nu toe ^^

    Moest er iemand interesse hebben in hoe je een traumakatje voorbereidt op een verhuis (fases voor, tijdens en na), laat het even weten. Ik vertel het je graag. Tip 1: drogeer de juiste kat :s Wordt vervolgd als ik tijd en goesting heb 😉

  • Relance of farce?

    De federale regering zou dit jaar eens iets gaan doen aan de werkloosheid, meer bepaald de jongerenwerkloosheid. Vrolijk presenteerde minister De Coninck haar ingenieus plan om jongeren aan het werk te krijgen: de jongerenstages. Een zoveelste gecompliceerd initiatief om bedrijven te stimuleren jongeren een kans te geven. Ooit was er het Rosetta-banenplan, er zijn de startbaners, er is het Activaplan voor 27-minners en God weet ik veel wat nog allemaal. Minister De Coninck vergat misschien eerst een inventaris te maken van de huidige bestaande maatregelen? En al even gemakkelijk vergat ze een bevraging bij werkgevers af te nemen over de succesfactoren en de valkuilen van elk van deze maatregelen?

    ‘Laat ons niet moeilijk doen’, zal ze bij zichzelf gedacht hebben. We knallen er gewoon nog een maatregel bij, dan kunnen ze niet zeggen dat ik niks gedaan heb. Werkgevers rolden met hun ogen toen ze ’s anderendaags de krant open sloegen. Kritiek werd vakkundig weg geveegd. Wat blijkt nu? Van de TIENDUIZEND stageplaatsen die minister De Coninck te voorschijn toverde uit haar grote hoed, zijn er bijna vijfhonderd ingevuld. Dat is 5%! Minister De Coninck en Minister Muyters (nog zo een rekenwonder) schuiven de schuld in elkaars schoenen. Want verantwoordelijkheid nemen, dat doen we niet graag hè.

    Gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen

    Maar wel ondertussen lachen met het voorstel van senator Rik Daems om langdurig werklozen te verplichten wat gemeenschapsdienst te doen. Waar haalt hij het toch vandaan? Je gaat een werkloze toch niet laten werken voor zijn geld zekers?  Wel… Als het gaat om een gezonde werkloze die arbeidsgeschikt bevonden wordt door een arbeidsgeneesheer… Dan zou ik niet weten waarom dat niet kan. Activering is naar mijn mening een sleutelwoord om onze sociale zekerheid leefbaar te houden. Ik werp geen steen naar mensen die willen werken maar het niet kunnen. Dat dat nu ligt aan hun gezondheid of aan andere factoren, het maakt me niks uit. Hen viseer ik niet.

    Maar er zijn onder de werklozen een aantal sujetten die wel kunnen werken maar het niet willen. Moeten we hen dan gelijk geven en hen met rust laten? Accepteren dat ze blindelings in de werkloosheidsval trappen en daar later de gevolgen van dragen, zo tegen dat de pensioengerechtigde leeftijd dichterbij komt? Toelaten dat deze mentaliteit wordt overgebracht op hun kinderen en kleinkinderen waardoor het fenomeen van de generatie-armoede blijft groeien? deze week is er weer de jaarlijkse werelddag tegen armoede, het biedt wat stof tot nadenken. Het is niet mijn bedoeling om met deze tekst heilige huisjes in te trappen. Integendeel.

    Mensen die zich te pletter solliciteren en toch niet aan de bak geraken en mensen die tegenslag hebben met hun gezondheid zijn niet de mensen waar ik het in dit artikel over heb. Het gaat me louter om diegenen die op de kap van anderen genieten van de voordelen die verbonden zijn aan hun statuut. Zij die pertinent jobs weigeren en er nog mee weg komen ook omdat de VDAB dit niet steeds naar behoren kan opvolgen. Zij die er voor zorgen dat bij de actieve beroepsbevolking het aantal depressies en burn-outs almaar blijft toenemen. Geef deze mensen alsjeblieft een pedagogisch verantwoorde tik! In de tijd van mijn oma kregen ze een schop onder hun hol waar ze 3 dagen van mank liepen. Maar werken deden ze nadien wel.

    Voka en Unizo

    Ik volg de kritiek van Voka en Unizo wel. Er zijn zodanig veel maatregelen en tussenkomsten waar telkens andere voorwaarden aan verbonden zijn. Werkgevers zien door de bomen het bos niet meer. Beste minister De Coninck, u kan best eens grote schoonmaak houden in deze maatregelen. Het ganse systeem vereenvoudigen zal er voor zorgen dat werkgevers meer hun weg vinden in het kluwen. Nieuwe jobs kan het bedrijfsleven niet zomaar uit haar mouw schudden, zeker niet in de huidige economische situatie. Maar men zal mensen eerder een kans kunnen geven om bij te leren tijdens een stage of via een tewerkstellingsmaatregel als het allemaal wat eenvoudiger zou zijn. Misschien kan u eens te rade gaan bij Vincent Van Quickenborne, hij kent naar het schijnt wel wat van administratieve vereenvoudiging 😉

  • Efficiënt onderhandelen doe je zo!

    We proberen onze kindjes op te voeden tot beleefde maar mondige burgers. Ze mogen hun mening uiten op een fatsoenlijke manier. Vandaag waren ongeveer vijftig personen getuigen van de doorgedreven onderhandelingsskills van onze jongste (3,5 jaar oud). We zaten gezellig samen voor een etentje op zondagnamiddag in een gezelschap dat vooral bestond uit volwassenen, aangevuld met enkele kinderen. Het menu lag vast, we aten wat de pot schafte. En het was verdikke lekker!

    Voorgerecht en hoofdgerecht passeerden zonder al te veel kleerscheuren en gemopper. Ok, ze waren jaloers op mijn stukje zalm want dat verkozen ze boven hun kaaskroket maar ze konden er mee leven. Het eten was overigens piekfijn in orde en het personeel heeft duidelijk ervaring met kinderen.

    De kindjes kregen allemaal een ijsje als dessert. Ze waren helemaal in extase want ze mochten zelf in de keuken een ijsje gaan kiezen van de bedieningsmijnheer! Fier als een gieter trippelden ze achter hem aan. Mijn 2 oudsten kwamen blij terug met hetzelfde raketijsje. Suiker met bevroren water dus. De jongste bleef achter. Lang. Verdacht lang. Zijn bijnaam is Raketman dus per seconde dat hij langer achterbleef dan broer en zus, kneep Koning Angst meer en meer in mijn aorta.

    Het werd De Wederhelft te veel. Hij wandelde naar de keuken om te kijken in welke oven de kleinste gekropen was. Daar stond hij rustig te wachten op zijn ijsje. Want onze Raketman doet niet mee aan kuddegedrag noch aan sociaal wenselijk antwoorden en eten. Hij had geen zin in een waterijsje. 1 meter kleuter keek eens naar boven en vroeg aan de mijnheer een ijsje met kokolàà. Zijn grote, blauwe kijkers zullen ook wel hun werk gedaan hebben. Parmantig kwam hij terug binnen met een hoorntje met daarop een gigant van een bol chocolade-ijs. Ik was jaloers. Hij beweert trouwens dat hij appeliet (alstublieft) gezegd heeft dus voor mij was het ok. De 2 anderen kregen het in de mot en dachten bij zichzelf ‘verdikke toch, we hebben ons weer laten vangen en hij heeft het wéér geflikt!’ Maar ze smulden zonder mopperen verder van hun raketijsje.

    Onze pagadders zijn 3 kleine Bourgondiërs dus je zag vooral de kleinste met smaak zijn ijsje, zijn trofee, verorberen. Hij likte met zichtbaar genoegen aan zijn chocolade-ijs, draaide het hoorntje helemaal rond terwijl hij zijn tong uitstak en proefde zo ongetwijfeld elk bestanddeel dat in het ijs verwerkt zat. Toen het grootste gedeelte van zijn bol op was, paste hij zijn tactiek aan als volgt:

    IMAG0158

    Graafwerken Raketman prutste vervolgens de laatste druppel ijs uit het hoorntje. Ondertussen zag ik verschillende mensen wijzen en glimlachen. Het eindresultaat zag er ongeveer zo uit:

    IMAG0160

    En toch. Lach maar, het is geen zicht, ik weet het. Maar hij heeft dankzij zijn efficiënte onderhandelingstechnieken toch maar ferm zijn zin gekregen. Niks kuddegedrag en beleefdheidshalve kiezen wat de rest kiest. Nee, hij komt netjes uit voor zijn mening. En geloof me vrij: er waren aanwezigen die gerust hun dessert met dat van hem wilden ruilen (ook al was dat ook erg lekker). Maar wij volwassenen durven dat te weinig: opkomen voor onze eigen mening en onze eigenheid verdedigen. Wij, groote menschen, zullen eerder tegen onze zin iets aanvaarden waar we ons niet goed bij voelen omdat we bang zijn voor de reactie van de ander.

    Wel, zelfs een driejarige bewijst nu dat je geen schrik hoeft te hebben. Nee heb je en ja kan je krijgen. Zolang je maar beleefd blijft en de ander respecteert. En als dat niet werkt: zielig kijken!