Het Vlaamsche goud

Als kind moest ik er niet van weten. Wie met een asperge naar me durfde te zwaaien, kreeg zeven dagen onheil over zich. Slechte breinen probeerden me wijs te maken dat het schorseneren waren, op dezelfde wijze in een pot gesmeten en met een sausje besprenkeld maar ik wist wel beter. Eigenlijk niet hoor maar de glunderende blik van mijn broer verraadde het snode plan. De rest van mijn jeugd investeerde ik massa’s energie in het verbannen en vermijden van het Vlaamse goud.

Gaandeweg leerde ik die voze stengels appreciëren. Nu serveer ik ze wekelijks tijdens ‘het seizoen’ zoals men dat noemt. Nu dus. Met andere woorden: wekelijks hebben de gezinsleden en ikzelf zweet en pipi met dat typische aspergegeurtje. Dat vind ik nog steeds pure horror. Nog liever hoor ik iemands nagels over een schoolbord krassen. Anyway, omdat we niet elke week asperges op zijn Vlaams kunnen verorberen, wou ik mijn creatieve persoonlijkheid haar gang eens laten gaan. Vol goede moed sprong ik op mijn surfplank en vond… Niks.

Gesmolten boter, gepocheerde eieren, een sneetje hesp of wat grijze garnaaltjes: het passeerde allemaal de revue tijdens mijn zoektocht naar ‘asperges anders’. En wat doet An dan? An flanst 5 recepten door elkaar en maakt daar iets van.  Of het eetbaar gaat zijn, weet ik nog niet. Een plan B voor de gezinsleden heb ik ook niet. 1 ding staat vast: woensdag gaat het gebeuren. Dan waag ik me aan een recept dat ik nog moet neerschrijven. Het wordt iets met ‘fideuá de espinacas y albahaca’ dat iedereen ongetwijfeld kent (kuch) en kip. Ik flans er nog wat kruiden bij, samen met enkele geheime ingrediënten en we zien wel wat het geeft. Als er na woensdag niks meer op deze blog verschijnt, dan weet je dat het geen succes was 😉

One thought on “Het Vlaamsche goud

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.