Categorie: Uncategorized

  • Manicure

    In de aanloop naar mijn 32e verjaardag besloot ik eens een keertje zot te doen. Via een kennis ontdekte ik een jongedame die manicures aanbiedt tegen een héél aantrekkelijk tarief. Ik heb nog nooit aan mijn handen laten prutsen dus met een onbevangen hoofd reden Schone Zus en ik er vandaag naartoe. Daar kregen we elk een manic-uur. Zo lang duurt dat blijkbaar. Ik heb daar veel bijgeleerd over vingers, nagels en wat je daar allemaal mee kan aanvangen.

    Eerst kregen we een vinger/hand/onderarmmassage. Dat deed deugd, geen enkele van mijn hyperlakse vingerkootjes sprong uit de kom! Daarna een handverzorging, een nagelverzorging, grootse verfwerken en een laagje handcrème. Gratis toemaatje: een goede babbel met een jongedame naar mijn hart. Echt.

    19 lentes telt ze nu vertelde ze me. Awel, in haar kleine teen heeft ze meer maturiteit dan veel van haar leeftijdsgenoten. Deze dame weet wat ze wil in het leven en hoe ze dat moet bereiken. En ze gaat er voor! Doelgericht kiest ze niet voor de makkelijkste weg. Wat me raakte is haar ondernemingszin. 19 jaar en vol passie praten over je toekomstige beroep en het zelfstandigenstatuut, dat siert haar. Toen ik 19 jaar was, wist ik nog niet zo goed als zij hoe ik wilde dat mijn professionele leven er uit zou gaan zien. Het is geen evidentie in deze economische tijden om zelf iets uit de grond te stampen. Om te kiezen voor het ondernemerschap met alle baten en lasten die er aan vast hangen.

    Ze heeft een knap concept uitgedacht dat ze op de markt wil smijten. Om het met wat jargon uit te drukken: ze heeft een USP om u tegen te zeggen. Hoedje af! Commercieel denken doet ze ook zonder dat het haar aangeleerd werd. Ze studeert nog en om de stiel te kunnen leren, biedt ze manicures aan tegen een aangenaam tarief. Voordeel voor de klant en leerkans voor haarzelf. Double win dus. Ze sprak op voorhand met mij een prijs af. Nadien voerde ze een lichte prijsverhoging door maar toch hield ze zich nobel aan onze afspraak. Ik wist niet eens dat haar tarieven gewijzigd waren! Ze gelooft niet zomaar wat de school haar wijsmaakt als het op de aankoop van lesmateriaal aankomt. Neen, ze is kritisch en gaat zelf op onderzoek uit… En ontdekt uiteraard dat de school de studenten een beetje in het zak zet. Voor zichzelf heeft ze op deze manier een veel betere deal met een lokale handelaar kunnen sluiten.

    Terwijl ik dit tekstje typ, kijk ik naar mijn nageltjes en denk… Jij ziet me nog terug!

    IMG_0378

  • De lakens uitdelen

    Wat hebben katten toch met propere lakens? Hetzelfde als wij waarschijnlijk. Maar toch. Nog voor wij kunnen genieten van de heerlijke geur en de frisheid van propere lakens op ons bed, zijn Gonzo en Wilma ons al lang voor geweest.

    Dader nummer 1:

    IMG_0157

    Gonzo

    Eigenwijze, razend knappe kater.

    Stond niet op de eerste rij toen het verstand werd uitgedeeld.

    Stond ook niet op de eerste rij toen de reukzin werd uitgedeeld.

    Heeft een talent. Vermoeden we.

     

    Dader 2:

    IMG_0128

    Beeldige kattin, gemaakt van overschotjes kat.

    Is veel te clever.

    Denkt soms dat ze een hond is.

    Likt en kwijlt dat het een lieve lust is. (dit klinkt fout)

     

    Vandaag was het weer zover. Voormiddag verversten we de lakens. Na de middag ging ik boven iets halen en daar lag Gonzo op het bed van de dochter. Hij observeerde me scherp vanuit zijn ooghoek, hoopte dat ik hem niet zou zien liggen op die felroze dekbedovertrek. Hij krijgt me in de mot en draait zich in een nog kleiner bolletje. Ik zie hem denken ‘als ik jou niet zie, zie jij mij ook niet’. Verkeerd gedacht makker. Ik stap de kamer in en leg hem elders. Nog voor ik me omgedraaid heb, ligt hij al terug waar hij lag.

    ‘Gonzo, potverdikke toch! Je weet goed genoeg dat je niet tegen het hoofdkussen van Heleen mag gaan liggen.’

    – ‘Pf, zij gaat ook in mijn zetel zitten om tv te kijken.’

    Ik krijg het hem maar niet afgeleerd. Eigenwijs mormel. Ik geef hem een donderpreek. Hij bekijkt me niet. Ik zeg zijn naam. Hij draait zijn hoofd naar me toe maar bekijkt me nog steeds niet. Hij weet het immers goed genoeg.

    Normaalgezien leg ik Hello Kitty altijd tactisch op het hoofdkussen van Heleen zodat Gonzo er niet kan gaan liggen. Geregeld zie ik ’s avonds diezelfde Hello Kitty in het midden van de kamer liggen. Hij duwt die dus niet gewoon uit bed. Nee hoor, hij geeft dat pluche onding een mep waar het vier dagen niet goed van is. Kwestie van een statement te maken.

    Ik wandel door naar de master bedroom. Daar ligt Wilma te blinken. Een hoopje kat op een kingsize bed. Ze weet niet goed wat ze moet doen: fight or flight. Dus blijft ze gewoon liggen met haar poten in de startblokken. Mijn bewegingen worden nauwgezet geobserveerd. 1 misstap en ze hangt in de gordijnen. Wilma is een traumakatje, dat gaat er niet meer uit gaan denk ik. Ik ga bij haar op bed zitten. En dan doet ze haar Wilma-ding: mijn hand aflikken en kwijlen dat het een lieve lust is. Terwijl ze zich recht zet, zie ik de druppels kwijl naar beneden vallen. Achterlijke zwaartekracht! Recht op de lakens! Ze komt een beetje flodderen en gaat dan terug liggen. Vervolgens begint ze te miepen. Wilma miauwt immers niet, zij miept. In alle mogelijke toonaarden.

    Ach ja, zolang ze alleen maar in bed liggen als er geen mensen in liggen, vind ik het eigenlijk niet zo erg. Alleen het hoofdkussen is verboden terrein. Hoe ik Gonzo kan laten inzien dat hij daar maar beter rekening mee houdt, is me een raadsel.

    IMG_9940

  • Fietsen is goed voor de gezondheid.

    Vandaag gebeurde het woon-werkverkeer van ondergetekende nog eens met het stalen ros. Wegenwerken zorgen er deze maand voor dat ik moet omrijden. 4 km extra maar liefst. Mijn voorkeur gaat uit naar een ontspannen ritje door de prachtige natuur die we hier hebben: de Demerbroeken tussen Diest en Zichem. Vorige week reed ik via het jaagpad, nu besloot ik eens langs de spoorweg te rijden. Heerlijk ontspannend, je komt er enkel andere fietsers en wandelaars tegen. En platgereden vogels en katten. Hm, misschien eten we vandaag wel een broodje roadkill. Om 16 u hield ik het voor bekeken in het OCMW en sprong ik gezwind op mijn fiets voor de rit naar huis.

    Het weer was perfect: niet te heet, niet te nat, een zacht briesje. Ik was niet de enige die er zo over dacht. Het was begot druk op dat fietspad. Ik stoorde me er niet aan, genoot van de natuur met haar aangename geuren en rustgevende geluiden. Toch op de momenten dat er geen trein passeerde. En toen plots, uit het niets, doemden ze op: een horde gepensioneerde wielertoeristen. 25 nagels aan de doodskist van de actieve beroepsbevolking. Gemiddelde leeftijd 125 jaar. En gevoel voor humor hadden ze wel hoor.

    Ze waren een goeie 50 meter van me verwijderd. Afgaande op hun tempo zou ik hen over een kwartiertje kruisen. Afgaande op hun flashy wielerkledij zou ik hen over een nanoseconde passeren. Attent als ze zijn, roept de eerste naar de rest van zijn peloton dat ze moeten oppassen met de gevleugelde woorden ‘Pas oep manne, der is ne vélo mee twieje koplampe!’ Gevolgd door een smakelijke lach die zeker 5 tanden blootlegde. Hij vergat wel dat zijn kompanen potdoof waren of hun hoorapparaten niet aangezet hadden voor ze vertrokken. Niemand die reageerde en ik maar doen alsof ik het niet hoorde. Wat een dijenkletser. Ontdek die man en geef hem zijn eigen show voor hij onder de grond steekt.

    Bij het kruisen knikte ik beleefd. Bij mezelf dacht ik ‘sterf gij addergebroed’. De opperrijder glimlachte met een blik die zei ‘ik heb iets onnozels over u gezegd en gij weet toch niet wat het is’. De rest van de groep zat in gedachten terug bij de Guldensporenslag die ze in hun jeugd nog mee beleefden.

  • Wat eten we vandaag?

    Mijn loslopend DNA staat nogal bekend om zijn gezonde eetlust. Elk van mijn kindjes is gezegend met 7 magen en een sterfput. Mijn man en ik krijgen op die manier veel voldoening van onze hobby: kokerellen. Echt, de kinderen hier eten graag en meestal ook veel. Toch zijn ze alledrie gezegend met een sprinkhaanfiguur. Hopelijk blijft dat zo.

    De kinderen zijn veel met eten en gezonde voeding bezig. Ik vind het goed dat daar al in de kleuterschool wat aandacht aan besteed wordt. Wij koken hier gevarieerd dus op dat vlak zitten we wel goed. Triple Trouble eet graag groente, fruit, dode beesten, legoblokjes, stickers, …

    En toch zit ik hier een blogje te schrijven dus u voelt het al aankomen… ergens zal er toch iets zijn. Juist ja.

    De vraag waar elke ouder wel eens stuiptrekkingen van krijgt: ‘Mamàààààààààà, wat gaan we vandaag eten?’ U kent het? Ik hoor het per kind zo ongeveer 10 keer per dag. Ze hebben ook al variaties gevonden zoals daar zijn:

    ‘Mamààààà, wat gaan we vanavond eten?’

    ‘Mamààààààà, wat gaan we vanavond als middag eten?’ (die hebben ze geproduceerd voor de wederhelft)

    ‘Mamàààààà, wat gaan we morgen eten?’

    Of zoals enkele dagen geleden weerklonk uit de mond van de kleinste: ‘Mamàààà, wat gaan we eten als het Kerstmis is?’

    Geduldig als ik ben, probeer ik altijd waarheidsgetrouw te antwoorden. Maar soms wordt het ook mij te veel. Zo was ik vorige week Fien de krokodil aan het koken, bleek die toch niet veranderd te zijn in een broccoli toen ik het deksel van de kookpot haalde zeker…

    Vandaag kruiste dit mijn pad:

    IMG_0285

    U raadt het ongetwijfeld al: morgen eten we gegrilde gnoe in versgemaakte smurfensaus!

  • Ik Kubb, jij Kubbt, wij Kubben…

    Doe eens trendy, speel Kubb. Wat een hype is me dat toch de laatste jaren. Ik snap er eerlijk gezegd niks van. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik me er nooit echt in verdiept heb. Mààrrrrrr… Toen wist ik nog niet wat ik nu weet: in eigen land worden heuse Kubb-kampioenschappen georganiseerd! Tijd om eens naar Wikipedia te surfen dus.

    Vrij snel wordt het me duidelijk waarom ik geen jota snap van de Kubb-hype. Kubb is namelijk een buitenspel waarvan men niet weet waar het ontstaan is, je kiest zelf hoeveel leden je ploeg telt, hoe groot het veld is waar je op gaat Kubben, op welke ondergrond je dat doet en de spelregels variëren per land én per regio. Doe maar op met andere woorden, het zal wel goed zijn. Let wel: ik juich dergelijke initiatieven toe hoor. Ze bevorderen de sociale cohesie en halen de mensen wat uit hun kot. Het lijkt me ook leuk om met een stokje tegen een houten blok proberen te gooien en dan te hopen dat het rotding omver valt.

    Wat mij eerder parten speelt in het belang van de Kubbende medemens is de waarde van dergelijk kampioenschap. Hoe kan men objectief oordelen welke ploeg de beste is als er niet echt vaste spelregels zijn? Bij kleinschalige initiatieven zal dat nog te doen zijn maar hoe doen ze dat dan bij de grotere kampioenschappen, laat staan bij het wereldkampioenschap? Als elk land en daarbinnen elke regio zijn eigen regels heeft en het maakt niet uit hoe groot je ploeg is of op wat voor veld je speelt, hoe kan je dan appelen met appelen vergelijken?

    Doe mij dan maar wat petanque of bowling. Het houdt mijn innerlijke autist wat rustig 😉

  • Het plezantste land

    Gisteren organiseerde Belgacom een klantenhappening in Bobbejaanland. Ze huurden het ganse pretpark voor één dag en lieten daar hun kapitaalkrachtige klanten los. Want gratis is nooit gratis, zeker niet bij Belgacom. Ok, je betaalde minder entreegeld en de parking was gratis maar dan nog. Eten en drinken kost daar vies veel geld voor wat het is. De zon waren ze blijkbaar ook vergeten uit te nodigen. Dit laatste had zo zijn voordelen. Geen ellendig lange wachtrijen bij de attracties bijvoorbeeld.

    Eigenlijk mag ik zo kritisch niet zijn. We hebben er immers een leuke dag gehad. Apotheose was de MUG met bijhorende ziekenwagen die iemand kwam oppikken. Tijd voor de ramptoeristen om in groten getale rond het hele gebeuren te verzamelen! Aanvankelijk vond ik het een hele eer dat ze zo bezorgd waren om mijn gescheurde nagel. Al gauw bleek echter dat de hulpverleners niet voor mij kwamen maar voor iemand die  enkele meters verder in een kamertje weggestopt lag. Geen idee wat die persoon mankeerde. Ik vond het rot voor betrokkene en zijn familie dat voor hen de dag zo in mineur moest eindigen. ’t Plezantste land is voor hen waarschijnlijk niet langer Bobbejaanland.

    Hier lees je over de eeuwige discussie des huizes over middageten en avondeten. Gisteren was het weer zover. ’s Middags speelden onze kleuters (ook de jongste van 3) elk een ganse pizza met smaak naar binnen. In de namiddag mochten ze nog een ijsje. Tussendoor waren er koekjes en chocoladecakejes. Ze kwamen dus niks tekort. ’s Avonds, toen we terug naar onze heimat reden, hoorde ik vanop de achterbank enkele slaperige stemmetjes prevelen: ‘Mama, we zij het avondeten vergeten!’ Dan blijkt weer maar eens dat ze een aardje naar hun vaartje hebben. Bodemloze vaten, néé sterfputten, hebben die in plaats van een maag met bijhorend spijsverteringsstelsel!

    Ik zou nog een uitgebreid verslag over onze avonturen kunnen schrijven, maar dan gaat deze tekst weer ellendig lang worden. Ik zal het jullie besparen 🙂

     

  • Rare jongens daar in Zichem

    Ik mag voor het OCMW van Scherpenheuvel-Zichem werken als personeelsverantwoordelijke. Het beleid daar geeft me de kans om voorstellen uit te werken die onze mensen ten goede komen. Ik ben daar heel dankbaar voor. Onlangs lanceerde ik het idee van een gezondheidsbeleid. Als je wil werken aan presenteïsme, dan levert dit in mijn ogen betere resultaten op dan een absenteïsmebeleid, ook wel gekend als ziekteverzuimbeleid. Mijn idee werd niet al te enthousiast onthaald. Bij sommigen riep het al meteen beelden op van Aziatische strafkampen waar je 3 dagen moet overleven op een droge boterham en een glas water terwijl je zware fysieke arbeid levert in mensonwaardige omstandigheden. Tof, het is ook een optie 🙂

    Ik zag het eerder wat positiever. Wat zat er bijvoorbeeld in mijn plan: fruitmanden in de keuken zetten voor onze personeelsleden. Meer kans dat ze gezonde tussendoortjes eten op die manier. Fruit zien eten doet fruit eten. Thuis doe je zo gauw de moeite niet maar als het op het werk toch voor het rapen ligt, dan kan je al even goed mee doen met de kudde. Een andere was het stimuleren van woon-werkverkeer met de fiets. Vooral voor onze administratieve krachten dan want de meesten wonen in een straal van 8 km rond het OCMW. Het personeel van de thuiszorg daarentegen is al actief bezig tijdens de uitoefening van hun job.

    Nog een mooie vond ik ‘samen bewegen’. Iets wat er vroeger was maar het stierf een stille dood. Dankzij onze glijdende werktijden kunnen we tot anderhalf uur lang pauzeren ’s middags. Dat geeft een mens toch wel wat tijd om wat aan de conditie te werken. Wat je overdag al doet, hoef je ’s avonds niet meer te doen wanneer je kaars eigenlijk al uit is. Vroeger gingen we tijdens onze middagpauze al eens met een klein groepje wandelen. ‘Samen bewegen’ werd echter al neergebliksemd nog voor het geboren werd. Ach ja, er zijn ergere dingen in het leven. Ik kon het maar proberen.

    Zelf probeer ik in elk geval mijn plan wel uit te voeren. Ik neem sowieso geregeld fruit mee naar het werk. Als de omstandigheden (lees: het weer, de kinderen en alle agenda’s binnen het gezin) het toelaten, spring ik op mijn stalen ros voor een rit langs de Demerbroeken tot in Zichem. Vanaf nu ga ik 2 à 3 keer per week wandelen tijdens mijn middagpauze. Vandaag was de eerste keer, de regen hield me niet tegen.

    Halverwege mijn route passeerde ik een local. Oud en er waren kosten aan. Hij liep met een kruk, had al even geen scheermachine gezien en leek me allergisch aan zeep en shampoo. ‘Alcohol ontsmet dus daar wassen we ons maar mee’ leek zijn motto toen ik hem passeerde. Wat een walm zeg!  Ik knikte beleefd en hield mijn tempo aan. Zijn reactie: ‘Oep maai moette ni lette zunne, ik zèn toch bekant doewet.’ Jah… Hoe reageer je daar in hemelsnaam gepast op?

    – Ah, hier is mijn kaartje mijnheer. Ik ben free lance copywriter en kan voor u het meest originele overlijdensbericht ever schrijven?

    – Goed plan, die overbevolking is immers voor niks goed?

    – Hulp nodig?

    Allez ik bedoel maar… Je kan toch niet verwachten dat een wildvreemde voorbijganger dit gestamel serieus neemt? Plots zag ik dat er in zijn onmiddellijke omgeving een koppeltje stond, ze leken hem te kennen. Ik besloot mijn route stilletjes verder te zetten. De man was in goede handen, anders zou ik wel gereageerd hebben. Noem het beroepsmisvorming. Ik heb er wel de ganse dag op zitten denken. Hoe diep moet het niet zitten als je dergelijke uitspraken doet tegen een vreemde? Wil hij geholpen worden om zijn leven, wat er hem nog rest althans, terug op de rails te krijgen en mee te tellen in de maatschappij? Is hij sociaal geïsoleerd en zoekt hij contact om uit een vicieuze cirkel te geraken? Of had hij gewoon een stuk in zijn kraag en zei hij tegen de volgende voorbijgangers dat UFO’s hem ontvoerden en terug op de aarde gooiden na een mislukt experiment. Wie zal het zeggen…

  • Als perfect niet goed genoeg is

    In een ver verleden, toch al zeker 2 jaar geleden, volgde ik een opleiding over perfectionisme. Ik zal het maar bekennen, ik worstelde daar al jaren mee. Een beetje onzeker stapte ik het leslokaal binnen, angstig voor wat die bende nutcases die er al zat wel niet van me zou denken. Dat bleek gelukkig goed mee te vallen. Ha ja, ze hadden een gelijkaardig probleem als ondergetekende. Best van al: de docente was er ook mee gezegend!

    Ik ga hier niet de ganse opleiding van naaldje tot draadje uit de doeken doen. Het arme mens zou anders niks meer verdienen in haar praktijk. En ik gun haar dat wel want ze heeft die training mega-goed aangepakt. Het heeft bij mij een mentale mallemolen in gang gezet. Ik besefte toen dat het vijf voor twaalf was, misschien zelfs al wat later. Ik werkte op dat moment voltijds en combineerde dat met een zelfstandig bijberoep, de zorg voor 3 kleine kindjes en een echtgenoot die veel in het buitenland zat omwille van zijn beroep. En ik kon het allemaal aan, ik verkondigde dat overal. Maar vanbinnen voelde ik iets vreten, elke dag een beetje meer. Ik kon er echter de vinger niet opleggen. Tot ik de training volgde. Die heeft een heel bewustwordingsproces in gang gezet. Ik besefte dat ik knopen moest gaan doorhakken als ik niet wilde uitvallen met een depressie of een burn-out. Het probleem was echter dat ik elk van die rollen doodgraag uitoefende, da’s nu trouwens nog steeds het geval.

    Ik ging eens met De Wederhelft rond de tafel zitten. Samen beslisten we dat ik in mijn hoofdberoep wat gas zou terugnemen. Sinds toen werk ik met 4/5 – prestaties voor het OCMW. Ik had het veel eerder moeten doen. Op woensdag ben ik thuis. Da’s mijn dagje. De ene keer ga ik ’s middags de kinderen oppikken aan de schoolpoort, de andere keer laat ik hen naar de buitenschoolse opvang gaan… zonder schuldgevoel. Ik heb geleerd dat er niks mis mee is om af en toe eens aan jezelf te denken. Mijn gezin is gelukkig als ik goed in mijn vel zit dus dat blijft mijn streefdoel.

    Ik heb de afgelopen twee jaar veel nagedacht en orde op zaken gesteld. Enkele energievreters werden vakkundig geëlimineerd. De rampenschaal wordt geregeld ter hand genomen. Hoe erg is iets nu echt? Zie ik het binnen proportie? Wat zou er gebeuren als ik iets niet doe of als ik bij het uitvoeren van die bepaalde taak een foutje maak? Maar waar ik het meest mee geholpen ben, wat ik aan die sympathieke mevrouw te danken heb, is de uitleg over de Cirkel van Invloed en de Cirkel van Betrokkenheid. Bedacht door Stephen R. Covey. Helaas is die man vorig jaar overleden, ik had er graag eens een klapke mee gedaan.

    Die meneer heeft iets uitgevonden wat mij helpt om dingen wat makkelijker los te laten. Pas op, het lukt me soms nog niet hoor. Ik ben en blijf een nadenker. ‘Wat als’ weet je wel. Meer info over het werk van Stephen R. Covey vind je hier.

  • Twee ruilen, één huilen

    Onder het motto ‘alles komt terug’: de ruilhandel. Het werkte in de middeleeuwen en het werkt nu nog steeds. Als de euro afgeschaft wordt, blijft onze economie draaien op ruilhandel. Ik ontdekte het fenomeen nog niet zo lang geleden. Op facebook want ook middeleeuwse technieken gaan mee met hun tijd. Aanvankelijk deed het me denken aan de reportage die vroeger liep op Man Bijt Hond, of de zomerreportage die ooit Het Laatste Nieuws vulde. Men begon te ruilen met een onnozele prul om te eindigen met een leuk hebbeding. Maar kom, we staan open voor nieuwe dingen dus we gaven het een kans.

    Doorheen de jaren verzamelt een mens immers nogal wat rotzooi. Je beseft dat pas als je gaat verhuizen of verbouwen. En natuurlijk heb je net dan geen tijd om je van die spullen te ontdoen leert de ervaring me. Daarom werk ik nu pro-actief als ik het niet vergeet. Met de regelmaat van de klok doe ik een inspectieronde die begint in de kelder en eindigt op zolder. Al wat in het vizier van mijn lodderig oog komt, wordt aan een grondige controle onderworpen. En altijd zijn er wel enkele spulletjes die bedankt worden voor bewezen diensten. Nobel als ik ben, probeer ik hen nog een tweede leven te geven. Er wordt in onze maatschappij al veel te veel weg gegooid dat nog perfect bruikbaar is. Misschien is het wel mijn achtergrond als halve maatschappelijk assistent die daar verantwoordelijk voor is.

    Als mijn afdankers niet terecht kunnen bij vrienden of familie, smijt ik ze op tinternet. Eerst surfen we naar de klassiekers à la Kapaza, vervolgens sieren ze mijn pagina op facebook. En dààààààààr is een groot aanbod aan geïnteresseerden! Ik heb daar zowaar een groep ontdekt die de ruilhandel in Vlaanderen coördineert. Ferm gemakkelijk is dat. En je kan daar goede zaakjes doen!

    Ter illustratie: mijn oude squashracket die hier al jaren stof lag te vergaren, bleek een kruidentuin waard te zijn. Marokkaanse munt, Surinaamse pepers, basilicum, tijm, rozemarijn en citroenmelisse staan hier nu te pronken en tegen elkaar op te stinken. Ik vind het zalig! Overschotjes van knutselgerief dat we gebruikten voor de doopsuiker van de koters bezorgden me een speeltent voor diezelfde koters en enkele decoratieve kaarsen. Maar mijn topdeal, dàt was pas de moeite: 5 schattige knuffelmuisjes van Ikea (waarde: 2,5 euro) leverden me een nagelnieuw vogelkastje op voor de tuin. De katten in de buurt zijn me eeuwig dankbaar en kijken al uit naar de winter!

    Om maar te zeggen: gooi niet te snel iets weg, de kans is groot dat je er nog iemand blij mee kan maken.