Categorie: gezondheid

  • Overgewicht bij klein en groot

    Vanavond las ik dit.  Ik fronste mijn wenkbrauwen zo hoog dat ze tussen mijn schouderbladen vast kwamen te zitten. Neen, ik ga niet met verwijten richting de ouders of het kind zitten slingeren. Over het hoe en wat spreek ik me niet uit. Het is al erg genoeg dat ze zo door het leven moet. Ze zal er de rest van haar leven de gevolgen van moeten dragen. Zowel fysiek als emotioneel.

    Tijdens mijn opleiding maakte ik voor de hogeschool een werkstuk over obesitas. Ik sprak daarvoor met een psycholoog over de materie. Toen ik zijn uiteenzetting hoorde, dacht ik dat hij rijp was voor een consultatie bij zijn collega’s. Maar eigenlijk, als je er eens over nadenkt, zit er wel iets in zijn theorie. Niet voor iedereen natuurlijk.

    De bevalling

    De man stelde dat in een percentage van de ‘gevallen’ de kern van het probleem kon teruggebracht worden tot… de navelstreng. Frons. Maar als je het zo eens bekijkt, dan kan je je voorstellen dat bij mensen met weinig ‘karakter’ hier het probleem samen met hen het levenslicht ziet. Geboren worden is voor baby’s een traumatische ervaring. Na +/- 40 weken in donker, verwarmd water, worden ze verjaagd uit hun veilige nestje. Alsof dat nog niet erg genoeg is, worden ze vrijwel meteen fysiek gescheiden van hun moeder: de navelstreng wordt doorgeknipt en het ukkie wordt even weggebracht voor de eerste onderzoeken.

    Geen navelstreng is op dat moment ook: geen eten. Baby laat zich dan normaalgezien van zijn lawaaierigste kant zien en wat doen we dan? We leggen baby met zijn neus tegen mama’s tepel. Na zijn eerste maaltijd valt ie meestal rustig in slaap. Hij is gesust. Hij is tevreden. Hij heeft geleerd dat eten er mee voor zorgt dat hij zich beter voelt. Het is wat simplistisch voorgesteld maar je ziet dit vaak terugkeren bij zwaarlijvige volwassenen. Eten brengt troost.

    Opvoeding

    Hoe gemakkelijk grijpen wanhopige ouders niet naar de koekjeskast om hun balorige peuter of kleuter het zwijgen op te leggen? Dit percentage stijgt nog wanneer de kleine het uithangt in het bijzijn van derden. Want je wil dat iedereen denkt dat jij het liefste en het braafste en het flinkste kind hebt. Kinderen hebben dat snel door. Als zoon of dochter tijdens het winkelen aldoor loopt te eisen dat hij of zij dat snoepje van dat merk krijgt, geven sommige ouders al te gemakkelijk toe om een scène te vermijden.

    Macht

    Hier zien we vaak dat eten gebruikt wordt in een soort van machtsstrijd. Als ik weiger te eten, dan halen mama en papa hun toffe trukendoos boven om me toch maar een hapje te laten nemen. Zie ze eens met mijn lepeltje patatjes als zotten door de living vliegen zodat het lepeltje in mijn mond kan landen 🙂 Of kijk eens hoe snel ik die koekjes krijg als ik me stampvoetend tussen de winkelrekken op de grond smijt? Jaja, velen herkennen het.

    Ouders

    Obesitas kan erfelijk bepaald zijn. Je zal de pech maar hebben om net dat gen in je lijf te hebben. Men kan ook enorm verdikken door het gebruik van medicatie, ook daar valt weinig tegen te doen. Maar je kan ook obees zijn omdat het deels je eigen schuld is. Kijk eens naar Amerika? Je maakt me niet wijs dat ze daar niet minstens ten dele verantwoordelijk zijn voor het obesitasmonster dat het land in de ban houdt. En die mensen kunnen geholpen worden. Als ze het willen tenminste.

    In mijn nabije omgeving zag ik iemand een veertigtal kilo’s kwijt spelen, puur op karakter. Je moet iets vinden dat er voor zorgt dat je een knop kan omdraaien. Chapeau voor zulke mensen. Zij kunnen een voorbeeld zijn voor kinderen en volwassenen met hetzelfde probleem.

     

     

     

  • De helden van nu…

    Ik wil niet de oude zaag zijn maar dit moet me toch even van het hart. In mijnen tijd, toen de dieren nog konden spreken, waren helden mensen waar je naar opkeek. Je schreef hen bovenmenselijke krachten toe die hen toelieten ware heldendaden te verrichten. Met één vinger in hun neus redden ze 45 mensen uit een brandend gebouw. Tussen de soep en de patatten beschermden ze even de ganse wereldbevolking tegen een ramp van formaat. Zonder hen zou ‘seconds from disaster’ niet bestaan.

    Naarmate we opgroeiden kreeg onze definitie van het woord ‘held’ een andere betekenis. We zagen het niet meer zo groots. Iemands leven redden, zelfs per toeval, was al voldoende. Of een kat uit een brandend gebouw halen en het beestje terug tot leven brengen met mond-op-mondbeademing. Da’s pas een heldendaad! Wetende dat die beesten aan hun achterste likken voor de lol… Sommige mensen die hun taak als plichtsbewuste burger doen of die laten zien dat ze het begrip ‘naastenliefde’ kennen, worden soms ook beschouwd als held. Ik begrijp dat want zij vormen tegenwoordig vaak de uitzondering op de regel.

    Eigenlijk zijn helden dus gewone mensen zoals u en ik die iets speciaals doen. Niet zomaar iets speciaals, het moet ook ‘goed’ zijn. Je moet er iemand mee helpen. Wel, ik ken veel helden. Ze willen het zelf niet gezegd hebben in al hun bescheidenheid, maar voor mij zijn ze ware helden. Vrijwilligers in de palliatieve zorg bijvoorbeeld: deel uit die medaille. Next in line: kleuteronderwijzers. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

    Vandaag moet ik echter tot mijn grote consternatie vaststellen dat er geen helden meer zijn. Toch niet als we de cyberwereld mogen geloven. In de enige kwaliteitskrant die België rijk is (sic) las ik immers wat een held tegenwoordig moet kunnen. Hij moet niet onbaatzuchtig de wereld redden, hij moet geen oud vrouwtje helpen de straat over te steken, hij hoeft niet over bovennatuurlijke krachten te beschikken. Neen. De held van nu is iemand die zelfmoord pleegt! Daar gaat de mythe dat helden onsterfelijk zijn. Maar serieus, is dat nu echt een heldendaad?

  • Het leven zoals het is: Triple Trouble

    Vanavond genoot ik van mijn 3 bengels. Ik onderging vandaag een arthro ct scan van mijn pols. Dan spuiten ze eerst wat radioactiviteit in het gewricht waarna je onder de scanner mag gaan liggen. Die inspuiting op zich voel je wat maar soit, er zijn ergere dingen. ’t Is pas nadien dat het verrekte zeer begint te doen. Het is pijnlijk genoeg om een tijdelijke weerslag te hebben op mijn psyche. Maar da’s dus buiten de Koters gerekend. Hoe hebben ze er vanavond voor gezorgd dat ik een halfvol in plaats van een halfleeg glas zag?

    1. De oudste zoon

    De Wederhelft vertrekt met de dochter naar de kapper. Hij zegt tegen de oudste dat die flink moet zijn omdat mama pijn heeft aan de pols. Flink knikt hij ‘jaja’. Als papa uit beeld verdwenen is, kijkt hij me met een frons aan en zegt ‘Mama, ik wil dat wel proberen hoor, zo braaf zijn en zo maar ik vind dat wel heel moeilijk hoor.’ Ik doe alsof ik verbaasd ben en zeg ‘Ah ja, waarom dan?’ Hij denkt even na, vormt weer een driehoek met zijn wenkbrauwen en antwoordt strategisch ‘Mjah, met broer en zus die hier rondlopen hè!’. Hij had ongetwijfeld zijn schoen voor de sint in het achterhoofd. Goed geantwoord jongen!

    Over enkele maanden moet hij gedurende minstens 5 weken een pseudo-allergeenvrij dieet volgen. Ik ga hem daar nu nog niks van zeggen want ik weet zelf bij God nog niet hoe we dat moeten gaan klaar spelen. Alle tips zijn dus welkom…

    2. De kleuterpuberdochter

    Haar kuren zijn nog niet helemaal door. Vanavond mocht ze naar de kapper (lang leve de kleine zelfstandige die zich flexibel opstelt voor zijn klanten!). Die ontdekte tijdens het knippen dat dochterlief zowaar een hippe skrillex heeft. En niemand weet hoe die er gekomen is. Wij hebben het in elk geval niet gedaan. Als ik haar vraag of ze haar haartjes geknipt heeft, schudt ze ja en antwoordt ze ‘nee’. Wie zou dat dan wel gedaan kunnen hebben? Met ogen waar zelfs die van een droeve puppy niet aan kunnen tippen, kijkt ze me aan en zegt zielig ‘ik weet het niet’. Tsjah, gelukkig valt het niet te hard op. En eigenlijk… past dat kapseltje wel goed bij haar AC/DC-shirt dat ik bij H&M op de kop tikte. Deze fashionista blijkt een coole rock-chick te zijn!

    3. Raketman

    Hij kreeg van zus een Chocotoff. Als echte chocoholic heeft hij daar lang plezier van. Op mijn schoot zat hij te sjieken en te knauwen dat het een lieve lust was. Net een bulldog die in zijn mand op een bot ligt te kauwen. Na het douchen merken we dat zijn snoepje nog steeds niet op is. Het wordt wel tijd want zijn tanden moeten nog gepoetst worden. We dragen hem op om het snoepje door te slikken want anders pakken we het af om de tandjes te poetsen. Hij slikt het niet door, voelt de bui al hangen en begint alvast pro-actief zielig te kijken. De Wederhelft haalt het brokje uit zijn mond… en stelt vast dat Raketman al die tijd zat te kauwen op de wikkel die rond de Chocotoff zit. Al een geluk dat hij het niet doorslikte dus.

    Na bedtijd horen we Raketman nog druk over en weer galopperen door de gang boven. Plots komt hij naar beneden gestuiterd voor enkele dienstmededelingen. Nadien trekt hij de deur achter zich dicht en huppelt naar zijn bed om te genieten van een welverdiende nachtrust.

     

    Triple Trouble neemt mijn pijn niet weg maar ze zorgen wel voor afleiding. En hoe klein ze ook zijn, ze doen hun best om er rekening mee te houden. Chapeau! Ze mopperen niet als mama hen alweer niet kan naar boven dragen, ze proberen flink zelf hun keren aan en uit te doen, zelf te douchen, zelf hun bordje naar de keuken te dragen na het eten, enz. onder mijn toeziend oog. Soms heeft een mens dat nodig. Het doet je ook beseffen hoe dankbaar je mag zijn dat die kleine monsters ergens diep vanbinnen bezorgde schatten zijn.

     

     

  • Op algemeen verzoek: een recept

    Deze week stoefte ik over een pastasalade die ik hier gezwind op tafel zwierde. Ik gebruikte als basis een recept van Tim Torfs. Recepten en ik hebben een haat/liefde-verhouding. Ik begin altijd erg punctueel en na stap 2 begin ik meestal te freewheelen. Deze pastasalade is heel eenvoudig klaar te maken. Ook als je voor 100% het recept volgt, is het resultaat een succes! De 3 kinderkens des huizes hebben er duimen en vingers bij afgelikt. Mooi meegenomen: dit gerecht is gezond, lekker en niet verboden in de strijd met de weegschaal.

    Hoe heet het beest?

    Spaghetti met mozzarella, spekjes, tomaat, pijnboompitten en basilicum

    Wat smijten we daar allemaal bij als we met zijn tweetjes aan tafel zitten?

    150 gram spaghetti volkoren

    30 gram rucola (lees: een klein zakje rucola of veldsla met rode biet)

    1/2 bakje kerstomaatjes

    125 gram spekblokjes mager (voor de carnivoren: 250 gram spekblokjes)

    1 bol mozzarella (lees: 1 rolletje mozzarella of de light-versie) -> tegenwoordig heb je ook van die miniballetjes mozzarella in de supermarkt

    30 gram pijnboompitten (lees: een handvol van die heerlijke pitjes)

    blaadjes verse basilicum (liefst blaadjes waar de kat nog niet aan geknauwd heeft)

    1 eetlepel pesto groen (dat mag eigenlijk een ferme kwak zijn want anders proef je er niet veel van)

    2 eetlepels olijfolie

    Hoe maken we daar iets van?

    Kook de spaghetti beetgaar. Dit kan je eenvoudig testen (geleerd op kot): vis een tweetal slierten uit je kookpot en gooi die tegen een betegelde muur. Blijven ze plakken? Dan is je pasta gaar. Giet af maar laat een klein beetje (maar echt een héél klein beetje) kookvocht achter in de pan. Zet weg met gesloten deksel. Door het restje kookvocht gaat de pasta niet kleven.

    Bak vervolgens op laag vuur de pijnboompitten goudbruin (zonder olie!) en laat ze afkoelen. In dezelfde pan (we besparen hier op afwas hé zeg) bak je de spekblokjes knapperig. Olie toevoegen hoeft niet want die dingen zijn zo vettig als ze groot zijn. Lat uitlekken op een stukje keukenpapier.

    Snijd intussen de kerstomaatjes doormidden, de mozzarella in blokjes en schep samen met de pijnboompitten, knapperige spekblokjes en rucola door de pasta. Roer wat groene pesto en een ietsiepietsie olijfolie door de pasta. Verdel over 2 borden en garneer met een paar blaadjes verse basilicum.

    Tip van Anneke: smijt er nog wat zwarte olijven bij. Succes gegarandeerd.

     

  • Het plezier van hyperlakse gewrichten

    Voor wie het niet kent: hyperlakse gewrichten zijn gewrichten die (te) soepel zijn. Wie zich vol verbazing vergaapt aan de halsbrekende kunsten van de artiesten van het Cirque du Soleil: de meerderheid van hen heeft hyperlakse gewrichten. Hét voorbeeld bij uitstek is de slangenmens. Zelf heb ik ook van die soepele gewrichten. Mijn dochter ook trouwens. Dit zorgt voor ongewone letsels en accidenten. We vergeten even de vroegtijdige artrose en andere kwalen die het met zich meebrengt want dan is het niet meer lollig.

    Plezier 1 was het project ‘verhuis’. Vorig jaar liep ik tijdens het sporten een TFCC-scheurtje (what the fuck?) op in mijn rechterpols. de reguliere behandeling met medicatie, een brace en injecties hielp niet dus in november ging ik onder het mes. Na 8 maanden kine heb ik de hoop op een volledig herstel opgegeven. Soit, al bij al heb ik er de afgelopen 2 maanden weinig last van gehad. Toen besloten wij te verhuizen. Lees: dozen inpakken, veel sjouwen en vooral niet ergonomisch bewegen. Resultaat: rechterpols terug bij af en zelfde letsel aan de linkerpols. Ik heb mijn voorschrift voor een arthro CT scan op zak.

    Plezier 2 diende zich eergisteren aan. Ik had mijn dochter op de arm en wilde me op mijn stoel neerploffen. Mijn teen zat er nog onder… Dus mijn vol gewicht en dat van de dochter als extraatje drukten de stoelpoot op mijn teen. Kajieten doe je dan. Vooral niet wenen en stiekem ergens apart de schade gaan opmeten. Hm, gewoon wat bont en blauw met hier en daar een vermist lapje vel. We hebben chance gehad.

    Gisteren was het tijd voor Plezier 3. Op een luie vrije dag nam ik de tijd om te ontwaken. Normaal spring ik gezwind uit bed en schiet ik meteen in actie. Nu nam ik de tijd om te rekken en te strekken terwijl ik nog genoot van de warme lakens en de kinderen die in de verte aangedonderd kwamen. Slecht plan. Ik hield er (alweer) een kapselscheurtje in mijn schouder aan over. Rechts natuurlijk zodat ik er veel last van heb want voor minder doet mijn lijf het niet.

    Ik ben nog ontstekingsremmers aan het nemen voor mijn polsen dus naar de dokter gaan heeft weinig zin momenteel.  Maar het is niet zo leuk eigenlijk. Typen levert gelukkig geen problemen op maar andere onbenullige dingen lukken gewoon niet. Bijvoorbeeld: schakelen tijdens het autorijden is ellendig, net als het openen van een brandveilige deur of het uitwringen van een schotelvod. Om maar iets te zeggen. Alles waarbij ik mijn rechterarm opzij of naar voren moet bewegen is puur afzien. Probeer ik het toch dan springen er spontaan traantjes in mijn ogen :s

    Ik heb me vandaag meermaals afgevraagd waarom ik in hemelsnaam zo gedreven ben om toch te gaan werken. Thuiszitten ligt niet in mijn aard. Ik zou, gedreven door mijn schuldgevoel, toch maar proberen vanalles te doen zodat ik qua herstel nog verder van huis zou geraken. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid, nietwaar? Ik heb de luxe dat ik ‘maar’ beeldschermwerk doe, afgewisseld met vergaderingen. Moest ik een poetsvrouw of een fabrieksarbeidster zijn dan zou ik nu het zoveelste ziekenbriefje moeten gaan afgeven aan mijn baas, een ontslag riskerend.  Maar soms bekruipt me een gevoel van onmacht en frustratie en dan probeer ik dat even van me af te schrijven en te accepteren dat dit lichaam me in de toekomst steeds meer zal gaan treiteren. Helaas lukt dat laatste me nog steeds niet.

    Toegegeven, er zijn veel ergere dingen op de wereld en dat besef ik maar al te goed. Maar mag ik eens een beetje aandacht vragen voor mensen die constant leven met pijn zonder dat je er uiterlijk iets van ziet? Veroordeel hen niet en schilder hen niet zonder meer af als profiteurs. Je weet immers niet welke strijd zij elke dag leveren om alleen nog maar aangekleed te geraken of een boodschap te gaan doen. Je weet niet wat er schuilt achter die sociaal wenselijke glimlach.

     

  • Niet alleen de armen zijn arm

    Steeds vaker lezen we in de krant artikels over de nieuwe armen. Men noemt hen smalend de ‘working poor’ in de pers. Het gaat hier vaak om mensen uit de actieve beroepsbevolking die om diverse redenen balanceren op de armoedegrens. De ene maand eindigen ze safe, de andere maand zitten ze in de shit. Deze mensen zijn niet de armen zoals ze leven in ons referentiekader. Niks profiteurs, niks allochtonen, niks fraudeurs om de typische vooroordelen van de goegemeente even aan te halen. Neen, het zijn mensen zoals u en ik die hard werken voor de kost en die dan moeten vaststellen dat dit niet volstaat. En net dat vinden we zo akelig: je ziet niet aan hen dat ze arm zijn. Misschien praatte je vandaag wel met een arme zonder dat je het wist. Die kerel met zijn t-shirt van Esprit had van gans de dag misschien nog niks gegeten. Of dat kindje met de mooie boekentas en de speelse staartjes had een lege brooddoos mee naar school. Armoede is niet langer de ver-van-mijn-bed-show. Ook niet voor de middenklasse.

    Keuzes

    We moeten beseffen dat het nu meer dan vroeger ieder van ons kan overkomen. Van de ene dag op de andere verandert je leven volledig. Dat kan verschillende oorzaken hebben: een scheiding, tegenslag met je gezondheid, tijdelijke werkloosheid die structureel wordt, … En ondertussen blijven de rekeningen binnenstromen. Plots moet je keuzes maken: betaal ik de huur of de elektriciteit deze maand? Mag de jongste mee op schoolreis of gebruiken we die centen voor een doktersbezoek want hij klaagt al zo lang over buikpijn? Koop ik brandstof voor de auto zodat ik kan gaan solliciteren of koop ik voedingswaren voor mijn gezin? Ondertussen stromen er aanmaningen binnen, wordt er gedreigd met deurwaarders die ‘de boel komen opladen’. Je weet van geen hout pijlen te maken. Hoe doen die echte armen dat? Hoe moet ik rondkomen met een percentage van wat er vroeger binnenkwam aan inkomsten? Eén en ander begint al gauw op je gemoed te werken. En voor je het weet, kom je terecht in een vicieuze cirkel. Want als het tussen de oren niet goed zit, dan laat het lichaam dat merken. Bam! Wat nu? er is geen geld om al die medische kosten te betalen. Komt dat er ook nog eens bij, alsof het allemaal nog niet erg genoeg is. En we zakken dieper en dieper weg in de schulden.

    Nieuwe armen versus generatie-armen

    Zoals we bij OCMW’s wel vaker horen, klopt hier zeker de uitdrukking ‘armoede heeft vele gezichten’. Deze nieuwe armen hebben volgens mij een handicap ten opzichte van de generatie-armen. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat deze laatsten beter af zijn. Niemand zou arm of kansarm mogen zijn. Helaas is die gedachte een utopie. En toch blijven we op het OCMW hopen dat we toch minstens voor een paar mensen het verschil kunnen maken. Als dat lukt, is de voldoening des te groter.

    Generatie-armen groeien op in armoede. Ze zagen het bij hun ouders, bij hun grootouders. Zij zagen hoe deze mensen worstelden om rond te komen. Hoe hun ouders vochten voor de toekomst van hun kinderen. Zij voelden de druk om het beter te doen dan de generatie voor hen. Zij leerden de kneepjes van het vak om het cru te zeggen. Ze kopen geen scampi’s of pijnboompitten en ze gaan niet op restaurant. Ze weten dat ze keuzes moeten maken willen ze proberen uit de (kans)armoede te geraken. Ze weten dat werk belangrijk is en daarom vinden ze het niet erg om hun handen vuil te maken als hun droomjob onbereikbaar is.

    Maar de nieuwe armen vallen in een zwart gat. Zij weten vaak niet hoe ze moeten besparen en welke mogelijkheden er zijn. Zij voelen nog steeds onterecht schroom om te rade te gaan bij het OCMW. Ze vinden het moeilijk om hulp te aanvaarden omdat ze dat nooit hebben moeten doen. Dat vlees dat in de supermarkt in de snelverkoop wordt afgeprijsd, daar moeten wij toch niet van eten? De Aldi, da’s toch geen winkel voor ons, daar verkopen ze alleen maar rommel! Ze hebben er vaak meer moeite mee om luxe op te geven. Ze lenen voor een reis naar de zon om hun gedachten eens te verzetten. Ze lenen voor een nieuw salon terwijl het andere best nog enkele jaartjes dienst kon doen. Ze kopen merkkledij en willen hun status behouden. Maar trek er eens een kast open? Je zou schrikken van wat je ziet (of net niet ziet).

    Maatregelen

    Waarom schrijf ik dit nu? Omdat mijn haar recht omhoog gaat staan terwijl ik de actualiteit volg. De N-VA schafte 4 jaar geleden de werkbonus af. Volgens sommigen leidde dit onrechtstreeks tot een forse belastingverhoging. De werkbonus werd ingevoerd om de werkloosheidsval te dichten. Mensen met een lager loon hielden dankzij de jobkorting een hoger nettoloon over waardoor er meer werkgoesting was en minder de drang om zich te wentelen in het werkloosheidsstatuut. Activering is immers van levensbelang willen we onze sociale zekerheid en bij uitbreiding onze economie gezond houden.

    In de congresteksten van N-VA staat volgens de media dat zij de personenbelasting willen verlagen. Da’s een maatregel waar iedereen blij mee is! Of hoe ze de bevolking een wortel voor de neus houden want uit berekeningen blijkt dat deze maatregel vooral de rijken ten goede komt. Als de N-VA zegt dat structurele maatregelen noodzakelijk zijn, dan hebben ze gelijk. Ik vraag me alleen af wat ze daar juist onder verstaan. Ik nodig de grote namen van de N-VA uit om een weekje mee te draaien op de werkvloer van verschillende OCMW’s. Niet als OCMW-voorzitter. Neen. Dat ze eens mee op huisbezoek gaan met een maatschappelijk werker, dat ze eens luisteren naar het relaas van zij die ongewild in de kansarmoede terecht kwamen, dat ze eens gaan zitten in een zetel die ruikt naar de urine met een grommende hond voor hun neus en ondertussen en sociaal onderzoek doen. Dat ze eens gezichten kunnen plakken op de dossiers die ze in de raad behandelen. Als er 2 kandidaten zijn voor een sociale woning, geven we ze dan aan een gezin met jonge kinderen of aan een arme alleenstaande wiens huis onbewoonbaar werd verklaard? Zorgen we er met andere woorden voor dat die kinderen een goede huisvesting krijgen wat dan weer een invloed heeft op hun gezondheid zodat die man dakloos wordt of doen we het omgekeerde?

    Stof tot nadenken

    Niemand wil arm zijn, daar ben ik van overtuigd. Zij die het toch zijn, zijn daar heus niet blij mee. Er zijn altijd enkele rotte appels. Het is typisch Belgisch om creatief om te gaan met regelgeving. Deze onverlaten mogen niet vrijuit gaan.

    Maar de overgrote meerderheid van de (kans)armen heeft onze hulp nodig om hun leven terug op de rails te krijgen. We mogen hen niet met de nek aankijken. Armoedebestrijding is niet alleen een taak van de overheid of van het OCMW. Iedereen kan armoede mee helpen bestrijden. Dat kan met doodeenvoudige dingen. Door gewoon je ogen en oren open te houden in je eigen omgeving, kan je al veel betekenen voor iemand die het nodig heeft.

  • EHBO

    Enkele jaren geleden mocht ik via mijn werkgever een basisopleiding EHBO volgen. Ik greep deze kans met beide handen. Sinds toen volg ik ook jaarlijks een halve dag bijscholing. Zo blijft mijn brevet geldig. Elk jaar heeft die bijscholing een ander thema. Elk jaar opnieuw blijkt ook het belang van deze bijscholingen. Je zou er namelijk van versteld staan hoeveel een mens vergeet in één jaar.

    Naar mijn mening zou ieder mens iets van EHBO moeten kennen. Ik zeg dat niet alleen uit eigenbelang hoor. Maar als je ziet hoe je met enkele eenvoudige handelingen voor iemand het verschil kan maken tussen leven en dood, dan denk je wel eens na. Daarom organiseerde ik vorig jaar met toestemming van mijn werkgever een algemene infosessie EHBO voor al onze personeelsleden. De interesse was bijzonder groot en de deelnemers vonden het onverdeeld zeer leerrijk. Zeker voor herhaling vatbaar dus. Het merendeel van onze personeelsleden werkt met sociaal zwakkere mensen en bejaarden. Het is dus niet ondenkbaar dat zij ooit te maken krijgen met crisissituaties. Als ik er als vormingsambtenaar mee voor kan zorgen dat ze dan het hoofd koel kunnen houden en juist kunnen reageren, dan ben ik een blij mens.

    Verantwoordelijkheid van de werkgever?

    Je kan je de vraag stellen of het een taak is van een werkgever om er voor te zorgen dat zijn personeel iets kent van EHBO. Ik vind van niet. Uitgezonderd de wettelijke verplichtingen natuurlijk, da’s wat anders. Moest ik via het werk de kans niet gekregen hebben, dan zou ik in mijn vrije uren al lang een cursus EHBO gevolgd hebben. Inclusief de jaarlijkse bijscholingen. Waarom? Omdat ik een moeder ben en omdat ik mijn naasten graag zie. Als hen iets overkomt, wil ik er zeker van zijn dat ik alles in het werk gesteld heb om hen zo goed mogelijk te helpen. Al is het maar door te weten wat ik moet zeggen als ik de hulpdiensten moet verwittigen. EHBO gaat over meer dan hartmassage en bek-op-bek-blazen. Het gaat bijvoorbeeld ook over het geruststellen van slachtoffers, over verbandtechnieken, over ‘eerst water, de rest komt later’ en zo veel meer.

    Op het werk beperkt de toepassing van EHBO zich tot de verzorging van een papercut of andere onschuldige incidentjes en daar ben ik blij om. Maar het stelt me gerust dat ik wat bagage in mijn hoofd heb opgeslagen die ik kan gebruiken wanneer er zich iets ergers voordoet. In onze kantoren werken iets meer dan 30 mensen. Wij krijgen jaarlijks duizenden bezoekers over de vloer. De kans is dus reëel dat er ooit eens iets minder onbenullig gebeurt. En dan is het belangrijk dat er enkele medewerkers zijn die weten wat hen te doen staat.

    Toen mijn jongste zoon anderhalf jaar was, kwam een koekje vast te zitten in zijn keel. Al snel begon hij een blauw tintje te krijgen en verminderde zijn bewustzijn. De cursus EHBO die ik volgde, heeft zijn leven gered. Ik wist wat ik moest doen en wat ik moest zeggen tegen partner en kinderen die ook aan tafel zaten. Het incident was snel opgelost. Zonder die cursus zou ik vermoedelijk in blinde paniek slagen en zo zouden kostbare seconden genadeloos voorbij tikken. Achteraf dringt het pas goed tot je door wat er zonet gebeurde en hoe het had kunnen aflopen.

    Bloed geven doet leven

    Het lijkt de normaalste zaak van de wereld dat je goed tracht te zijn voor je medemens. Toch is dat in onze maatschappij geen evidentie. Een voorbeeld: het aantal bloeddonoren loopt stevig terug sinds ambtenaren er geen verlofdag meer voor krijgen. Tot zover de nobele motieven van velen. Ik geef bloed. 4 keer per jaar. Ook nu ik er als ambtenaar geen verlofdag meer voor krijg. Stel je eens voor dat je in kritieke toestand op een operatietafel ligt en dat je het leven laat omdat de bloedvoorraad uitgeput was? Of men komt je vertellen dat je kind helaas overleed omdat er geen bloed beschikbaar was om toe te dienen? Zou je dan niet bij jezelf denken ‘Shit, had ik toch maar…’? Wat je niet wil dat jezelf of je naasten overkomt, doe dat ook een ander niet aan. Het kost je niks, integendeel.

    Als uitsmijter een spoedcursus EHBO. 2 minuten en 18 seconden heb je nodig om te weten wat te doen in de meest voorkomende ongevallen. Neem even de moeite om te kijken. Je weet nooit voor wat het goed is.

  • Spreken voor een groep

    Ik heb zo een soulmate die soms nog zotter is dan ik. Onze zoontjes ontmoetten elkaar in een ver verleden bij de onthaalmoeder en sindsdien zijn ze beste vrienden. Wij dus ook 🙂 Omdat verhuizen van de ene koopwoning naar de andere nog niet hectisch genoeg is, besloot ze me mee te sleuren naar een lezing. Een lezing!

    Ik liet de dozen een avondje voor wat ze waren en ging met haar op pad. We zouden eens gaan luisteren naar een dame die ons alles zou vertellen over hoogsensitiviteit bij kinderen. Hoogsensitiviteit is iets wat in de familiale genen blijkt te zitten. Ik weet dat nog niet zo lang, maar sinds een familielid het me vertelde, begrijp ik een aantal dingen wel beter. Blijkbaar heb ik dit geschenk ook doorgegeven aan enkele telgen uit mijn kroost. Hoog tijd dus om me eens te verdiepen in hoogsensitiviteit bij kinderen. Zelfde verhaal bij de soulmate overigens.

    Zoals het hoort, arriveerden we fashionably late. Omdat wij helemaal het type zijn dat aan cultuur doet en voordrachten bijwoont dat het een lieve lust is *kuch*, vonden we dat we ons dat konden permitteren. Allez ja… Als je keuken er uit ziet zoals Normandië ergens nadat er daar een paar man met de boot arriveerde, dan heb je je autosleutels niet meteen gevonden. Die verhuis ook, tsss.

    Wij de zaal in. Net zoals in onze schooltijd ploften we netjes ergens achteraan op een stoeltje. De inleiding was net afgerond dus het echte werk kon beginnen. We zaten gespannen te wachten op het tipje van onze stoel met pen en papier in de aanslag. Want we zouden ijverig alle tips en tricks gaan noteren die we meekregen van deze bekwame spreekster. En dan zouden we weten hoe we onze zonen de beste opvoeding ooit kunnen geven. En we zouden al die tips ook doorgeven aan de school en bij uitbreiding aan de ganse vriendenkring zodat iedereen weet hoe ze onze gasten moet aanpakken. Wij zagen het misschien een beetje groots, ik geef het toe.

    En toen begon de mevrouw te babbelen. Een onzeker, krakend stemmetje probeerde de zaal te vullen. Deze stem paste helemaal niet bij de dame die vooraan stond. Zij is een expert in de materie, ze staat er mee op en gaat er mee slapen. Ze is nog eens ervaringsdeskundige ook dus ze weet helemaal waarover ze spreekt. En toch kon ze het publiek maar matig boeien. De zaal was gevuld met nieuwsgierige mama’s. Hier en daar zat naast een dame een man met een lang gezicht. Die had net ontdekt dat zijn smartphone waardeloos was in de betonnen zaal waar ze ons in stopten.

    En plots… Durfde een man het aan een vraag te stellen. De onverlaat had al slechte punten gescoord door laattijdig binnen te komen. Hij zat helemaal alleen achteraan. Vermoedelijk werd hij naar de lezing gestuurd door zijn partner of zijn mama. Hij was niet echt overtuigd van de materie die hier behandeld werd. Hij werd netjes op zijn plaats gezet door mevrouw de spreekster. Toch nog wat ambiance.

    Met gefronste wenkbrauwen bekeken de soulmate en ik elkaar. Dit is het niet. Hier gaan we niet horen wat we willen horen. Die mevrouw vooraan kent ongetwijfeld veel over hoogsensitiviteit, dat geloof ik oprecht. Maar ze kan het niet overbrengen. Dan schakel ik liever over naar plan B in plaats van een avond te verdoen. Plan B is eens te rade gaan bij mijnheer Google en enkele mama’s die ook vertrouwd zijn met het onderwerp.

    Tijd om efficiënt te handelen en onze tijdsbesteding nuttig te houden. We vluchten de zaal uit en rijden naar een gezellig cafeetje om na te praten over het onderwerp. We besluiten met de wijsheid dat we het eigenlijk zo slecht nog niet doen. We houden rekening waar mogelijk met het gegeven hoogsensitiviteit. We zorgen dat onze zonen leren hun gevoelens te verwoorden en assertief te denken en te handelen. We stimuleren hen om dit ook te oefenen. Ze gaan er komen, die mannen van ons.Onze toekomstige schoondochters of -zonen zullen ons later dankbaar zijn 🙂

     

  • Zinloos geweld

    Soms denk ik dat ik maar beter geen kranten meer lees. Dit artikel trok vandaag mijn aandacht. Schrijnend en bijna iedereen zal het ongetwijfeld erg vinden. Zelf heb ik lang gewerkt in de horeca. Ik ben er eigenlijk zo een beetje in opgegroeid. Waarmee ik absoluut niet gezegd wil hebben dat dit een goede zaak is. Maar het maakt wel dat je dit soort artikels anders bekijkt. Als ik het artikel lees, kan ik me al een beetje voorstellen hoe één en ander gegaan is.

    Het laat nog maar eens zien dat overdaad schaadt. Altijd en overal. Da’s voor alcoholgebruik niet anders. Een man van 49 wordt vermoedelijk buiten gebonjourd omdat hij te dronken (misschien ook ambetant, agressief, …) is en keert terug om van zijn oren te maken. Nog steeds dronken. Een groepje jongeren heeft het met hem gehad en maakt dat duidelijk en bàm: ’t is gebeurd. Het zit in een klein hoekje beste mensen. Dit schrijf ik op basis van wat ik las in het artikel, het kan zijn dat de ware toedracht anders is. Maar de feiten blijven de feiten: een knaap van 18 jaar is er niet meer en zal er nooit meer zijn.

    Ik heb indertijd ook klanten vriendelijk verzocht de zaak te verlaten, ik weigerde hen nog drank te geven. Het enige dat ik voor hen nog wilde doen, was een taxi bellen zodat ze veilig zouden thuis geraken. Ik was toen een snotneus van pakweg 16 (!) jaar. Nu is dat bijna ondenkbaar. Als ik dan dergelijke artikels lees, lopen de koude rillingen zo over mijn rug. Vaak stond ik op een vrijdagavond of zaterdagavond alleen in het café waar ik werkte. Als snotter van 16. Ik zag daar toen geen graten in, integendeel. Ik vond het tof dat de eigenaar me vertrouwde. Ik wandelde zelfs te voet naar huis nadat de keet gesloten was. Nu durf ik dat niet meer en mijn kinderen zouden het niet mogen. Ze mogen in de horeca werken maar in het holst van de nacht hoeven ze niet over straat te dwalen. Dan zet ik nog liever mijn wekker om ze te gaan oppikken. Ik zou het mezelf nooit vergeven als hen iets zou overkomen wat ik had kunnen vermijden.

    In de horeca heb ik trouwens meer geleerd over mensen, relaties, interacties, persoonlijkheidstypes dan in mijn opleiding tot personeelswerker. Wie wil werken in de sociale sector, zou eigenlijk verplicht enkele maanden moeten meedraaien in een bruine kroeg. Iets later lees ik dit artikel. Dat stemt me al iets positiever. Het is goed mogelijk dat de dader van deze steekpartij zijn straf effectief zal moeten uitzitten. Hopelijk voor meer dan 1/3e. Het geeft die man wat tijd om na te denken. Enerzijds over wat hij aangericht heeft en anderzijds of het dat nu waard was.

  • Verkeersagressie in Diest

    Vrijdagavond… Weekend! Iedereen haast zich naar huis. Ik dus ook. Eerst even de kinderen oppikken in de opvang en dan rijden we goedgemutst… 150 m… om dan in de file te belanden ter hoogte van de Halve Maan. Grmpf, lang leve het mobiliteitsplan. Ik schuif flink mee aan en blijf er rustig bij. Want het is weekend. Het kan geen kwaad dat we wat later thuis zijn vandaag.

    Ter hoogte van het kruispunt met op de ene hoek Crélan en op de andere hoek één of ander bruin café, besluit ik een andere weg richting thuishaven te nemen. We slaan af naar links en passeren café De Zwaan en rouwcentrum Julis. So far so good: niks file hier, goedgeluimde mensen op het voetpad en langs beide straatkanten staan auto’s geparkeerd. Zo hebben ze daar voor een natuurlijke snelheidsremmer gezorgd.

    Dat maakt wel dat je maar moeilijk tweerichtingsverkeer in de straat kan organiseren maar hey, ’t is weekend en ik vind het niet erg.  We rijden richting kerkhof om dan naar rechts af te slaan en zo terug aan de Hasseltsepoort uit te komen. Dat is het plan althans. Als ik het einde van de straat nader, zo ongeveer waar de kasseien van de Vervoortplaats beginnen, doet er zich een akkefietje voor. Met mij. Maar ik ben vrolijk.

    Ik rijd netjes aan de juiste kant van de weg met mijn Berlingo, gevuld met 3 kinderen. Op de beschikbare oppervlakte welteverstaan, rekening houdend met de geparkeerde wagens op beide rijvakken. We rijden hoogstens 25 km/uur. Als je van de ring richting Vervoortplaats rijdt, heb je een erg slecht zicht op het verkeer dat van de Vervoortplaats komt om richting ring te rijden. De geparkeerde wagens aan beide straatkanten zijn geen hulp.

    Als er dan een dwaas in een gammel wrak komt afgeraasd tegen minstens 70 km/uur, heb je die al zeker niet gezien. Aangezien mijn Berlingo zich bevond waar ie zich moest bevinden, kon ik dus geen kant op. De lamstraal vond het maar normaal dat hij tegen onaangepaste snelheid de straat in wilde scheuren via het verkeerde rijvak. Ik had die dus echt niet zien afkomen hè. Ik schrok me rot en bleef met mijn Berlingo staan. Dit alles speelt zich af in amper 2 seconden. De bestuurder van het gammele wrak is erg boos op me. De raampjes van zijn wagen zijn dicht, die van mijn Berlingo ook.

    Toch hoor ik hem in het Broebeliaans allerlei verwensingen naar mijn hoofd slingeren. Ik was zo uit mijn lood geslagen dat ik het pas door had toen hij al uit het zicht was. Zelfs de kinderen hadden het opgemerkt. Wat heb ik in hemelsnaam verkeerd gedaan? Had ik een andere auto moeten rammen om mijnheer door te laten? Goed wetende dat ik dan ‘in fout’ ben en zelf kan opdraaien voor de kosten? Als hij wil spookrijden tegen hoge snelheid is dat zijn zaak maar dan zou ik graag hebben dat hij dat ergens in de brousse gaat doen waar hij er niemand mee kwaad kan doen.

    Een tegenligger die zich houdt aan de verkeersregels dan nog onverstaanbaar beginnen uitschelden, vind ik er wel ver over. Ik zie hem nog zo voor me: zijn pupillen wijd, zijn vuist omhoog. Het scheelde geen haar of hij knalde frontaal op mijn wagen. Gevuld met 3 kleine kinderen. Ik mag er niet aan denken.