Categorie: gezondheid

  • Dr Oetker weet wat goed is.

    Fuck Flecki, ik wil echte pudding! Uit een pakje welteverstaan. Flecki und Paula kunnen me niet bekoren. Als ik zin heb in pudding, dan moet dat vers gemaakte pudding zijn. Bloedhete pap die recht van het vuur komt. Liefst vanillepudding, ‘de gele’. Daar dan een halve camion pure hagelslag in gooien zodat die smelt. Het resultaat ziet er uit alsof het de binnenkant van Flecki van voor tot achter gezien heeft. Maar het smaakt hemels.

    Eens ik me ‘zoewe dempig as ne meutte’ gefret heb, gaan de resterende portie in de koelkast. Er zijn immers huisgenoten die vinden dat pudding koud moet zijn. Gruwel. ’s Anderendaags feest ik verder. Dan gaat er een potje mee naar het werk, samen met een ienie mienie potje hagelslag. Als er dan zo een ergerlijk voormiddaghongertje de kop op steekt, knal ik mijn potje gele pudding in de microgolf en hop: heaven in het kwadraat besprenkeld met hagelslag! ’s Anderendaags is de pudding immers geen vloeibaar spul meer waar je je bek aan verbrandt. Nee, het is dan aangenaam warme gele brokkenpap.

    Als ik eens helemaal gek wil doen, leg ik een koekje op de bodem van mijn puddingpotje. Daar giet ik de pudding dan over om na afkoeling te genieten van een lekker tussendoortje. Zonder hagelslag nog wel. Of om het leuk te maken voor de kinderen: de potjes vullen met pudding en nadien met bijvoorbeeld frambozencoulis hartjes maken op het velletje dat zich vormt tijdens het afkoelen.

    Sinds mijn eetplan, dat ik nog steeds geen dieet wil noemen, heb ik het recept wel aangepast. Ik gebruik magere melk en minder suiker bij de bereiding maar compenseer dat dan met een extra laagje hagelslag 🙂 Sinds mijn niet – geslaagde polsoperatie zijn er periodes dat ik niet zo goed overweg kan met de garde. Gelukkig heb ik op die momenten een wederhelft die weet wat belangrijk is voor een chocoholic…

  • Dansen is gevaarlijk!

    Vandaag hield de dansschool waar dochterlief binnenkort naartoe gestuurd wordt een opendeurdag. Tof tof, mooi weer, voldoende randanimatie, veel volk en demonstraties van wat ze allemaal aanbieden. Daar zou ze haar hartje nogal eens kunnen ophalen! Wij samen er naartoe. Het was zo een moeder-dochtermoment, weet je wel. Papa’s kunnen daar weinig gaan zoeken. Die interesseren zich niet in al die ranke dennen die daar met hun poep staan te wiebelen.

    Alles ging goed. Knappe locatie, tof volk daar. Dochterlief is nu 4. Ze heeft een (groot) hart voor mannen die minstens tien jaar ouder zijn als zijzelf. In het kleurpaleis ziet ze 2 gasten van zo rond de 20 kleuren alsof hun leven er van afhangt. Bleek dat ze in dat hoekje gedumpt waren door hun respectievelijke lieven met het bevel te kleuren. Dus dan doen ze dat. Wow! Ikke vol bewondering en de dochter al helemaal. Ze zet zich spontaan naast één van hen en begint ook te kleuren. En ze geraken aan de babbel. Uiteraard. De vamp. Waarom lukte mij dat vroeger nooit?

    Het klikt daar goed tussen ons Heleen en haar 2 mannen du ik ga haar alvast inschrijven voor de lessen kleuterexpressie. Bij terugkomst zijn ze daar in het kleurhoekje al dikke vrienden. Heleen (mijn mini-me) beveelt haar omgekeerde toyboy dat hij haar tekening tegen de muur moet hangen. Hij gehoorzaamt. Wat is dat toch met die mannen tegenwoordig? Watjes! Een half uurtje later hingen de kunstwerkjes van die gasten naast haar tekening te blinken. Zij vrolijk natuurlijk. Tijd voor het springkasteel. Bij Heleen weet je nooit wat je dan kan verwachten dankzij haar hyperlakse gewrichten. Wonderwel ging het vrij goed. Ze heeft wel enkele keren met haar bevallige snuit in het decor en tussen de schoenen gestoken maar voorts niks ergs. Ze kon haar evenwicht vrij goed behouden.

    Toen kreeg ik een ballonnenman in de mot. Geen vertegenwoordiger van Durex maar zo een echte artiest die leuke figuurtjes knutselt met … ballonnen. Even de boodschap doorbriefen en het springkasteel stroomt leeg. Ballonnenman kijkt bedenkelijk als hij een hele horde kleuters op zich afgestormd ziet komen. Hij overweegt te vluchten maar een vermanende blik van enkele vrouwen met een overdosis moederliefde houdt hem aan de grond genageld. Enkele tellen later is dochterlief tevreden met haar ballonnenhartje inclusief kussend koppeltje. Die gast heeft dat ferm geplooid!

    Hola, het is 3 uur, tijd voor de demonstraties! Na de kleuterdansjes zie ik in de zaal bekend volk zitten. We gaan nog even goeiedag zeggen voor we naar huis gaan. Terwijl start de demonstratie Linedance. U kent dat ongetwijfeld. Het is zo ongeveer de enige manier van dansen die ik met mijn gewrichten zonder accidenten zou kunnen beoefenen. Als je op een medische vragenlijst invult dat je Linedance doet, dan laten ze je meteen gerust. Het is even veilig als wandelen. En dan maak ik een kapitale fout. Ik kijk tijdens het gesprek even naar de demo Linedance… en zie een vrouw onzacht tegen de vlakte gaan. Linedance bleek plots Breakdance te zijn. Zo zag het er toch uit. Die dame bleef aanvankelijk levenloos liggen, draaide zich vervolgens op haar zij en bleef verder levenloos liggen. Ik snap het niet. Ze waren in een kringetje aan het stappen en toch slaagt zij er in om op één of andere manier haar evenwicht te verliezen.

    De dochter had het helaas ook gezien. Haar ogen vulden zich met angst en ramptoerisme. De show werd stilgelegd zodat men zich over het slachtoffer kon ontfermen. Ik vermoed dat ze afgevoerd werd met een ziekenwagen maar ik ben er niet op blijven wachten. Ik grabbelde dochterlief bij de hand en vertrok. Ik begrijp niet goed waarom de rest van de aanwezigen rustig bleven kijken op wat er allemaal gaande was. Het is voor die mevrouw al beschamend genoeg, verwijder je dan toch even tot de demonstraties terug beginnen…

    In de auto onderging ik een spervuur aan vragen. ‘Ze gaan die mevrouw verzorgen liefje, ze heeft een pijntje aan haar rug.’ ‘Nee hoor, dansen is niet gevaarlijk, jij gaat dat daar keigoed doen.’ Het eerste wat ze aan een benieuwde papa vertelde bij thuiskomst was natuurlijk de valpartij. Zucht, dit vergt dus tijd. We kunnen haar gedachten vrij snel afleiden. Als ze een uurtje later wat tv mogen kijken, staat ze al recht in de zetel. ‘Ah ja mama, zo kan ik leren dansen hè (en mezelf bewonderen in het televisiescherm)!’

    Gaan dansen mag ze, maar met Linedance moet ze wachten tot ze 65 is. Dan wil ik er eens over nadenken of ze dat mag gaan doen.

  • Live your dream

    Onze 3 junior-stuks mogen onder zachte dwang vanaf hun derde levensjaar gaan sporten. Ze gaan dan wekelijks 2 uurtjes de hort op: een uurtje turnen en een uurtje zwemmen onder de begeleiding van een gemotiveerd team van Spodi. In de vakanties mogen ze deelnemen aan kampen waar ze kunnen proeven van andere sporten (bv taekwondo). Wij vinden het belangrijk dat ze al jong kennismaken met sport en het hele gebeuren dat er rond hangt.

    Onze oudste, hij is nu 6 en zit in het eerste leerjaar, is op dat vlak een hatelijk gemakkelijk kind. Hij doet alles graag, vindt alles leuk en zou dus bij God niet weten welke sport hij gaat kiezen om zich verder in te bekwamen. Hij heeft nu 3 jaar omnisport en zwemmen achter de rug en ik wilde hem graag laten kiezen in welke richting hij verder wilde gaan. Het arme kind wist het niet. Ik heb hem het hemd van zijn lijf gevraagd om er achter te komen. En toen begon ik na te denken. Ik kan hem beter niet gaan laten sporten. Hij is heel competitief ingesteld, wil altijd de eerste en de beste zijn. Als hij dan tijdens zijn hobby ook nog eens het competitiebeest moet gaan uithangen dan vrees ik een beetje overkill. En toen kwam mijn redding in nood… De KSJ kwam haar werking voorstellen in de klassen van de lagere school. Zoonlief vond het allemaal geweldig. Alleen… Ik kan die toch niet naar de KSJ sturen hé zeg. De KSJ! Dus even mijn licht opgestoken bij enkele mama’s en vastgesteld dat er een paar kindjes van zijn klas naar de scouts gaan. Probleem opgelost: hij gaat vanaf deze maand naar de scouts! Zijn peter content, ikke ook content. Daar leren ze meer functioneren in groep, deelnemen aan de groepsdynamiek en andermans rol in de groep respecteren. Geen competitie maar respect, teamgedrag en duurzame vriendschappen. Probleem opgelost.

    De dochter van 4 is een specialleke. Ze heeft hyperlakse gewrichten en valt dus onder de categorie ‘slangenmens’. Dat combineert ze met een uitgesproken voorkeur voor muziek en dans. Ze heeft waarlijk mieren in haar derrière zitten. Het is vertederend om te zien hoe vaak ze onbewust zit mee te wiebelen op het ritme van de muziek. Vorig jaar startte ze ook met omnisport maar dat was geen succes. Met de belofte dat ze dit jaar mag gaan dansen, heeft ze haar jaar omnisport uitgezeten. Ik vertelde haar onlangs dat we zondag eens gaan kijken naar de school waar ze mag gaan dansen binnenkort. Ze keek me aan en zei ‘Maar mama, je kan toch overal dansen?’ Zo is dat meid, je hebt overschot van gelijk. Dans jij maar waar je wil en wanneer je wil, ga er voor. Je hebt een talent en dat moet je ontwikkelen als je er zelf achter staat. Als we haar wat goed begeleiden, staat die over 15 jaar te huppelen als backing vocal van één of andere hottie van het moment.

    En dan de jongste, Raketman die nu 3,5 jaar is… Hij mag deze maand beginnen met de omnisport. Hij kijkt er al naar uit. Ik wens de begeleiders alvast veel sterkte en geen lege batterij van hun telefoon. Kwestie dat ze wekelijks tijdig de ambulance kunnen verwittigen. Het motto van Raketman is ‘Gaan en blijven gaan! Who dares wins!’ Dat blijkt een beetje eigen te zijn aan het derde kind in een gezin. Hij bruist van energie en varkensstreken en is er steeds op uit zijn grenzen te verleggen. Klapt ie door zijn gevaarlijke kuren met tuinstoel en al de grond op dan staat hij recht en klimt er terug op om verder te spelen. Hij heeft wel een erg goed balgevoel. Vanwege mijn allergie aan voetbalouders vermoed ik dat hij vanaf volgend jaar zal gaan basketten. Ik kijk er alvast naar uit!

  • Nummer 50

    Jawel, ik schrijf nu voor de vijftigste keer een tekstje voor Hukselende Vingers. En ik doe het nog altijd even graag! Ik zal eens van kuddegedrag doen en iets schrijven over de eerste schooldag. Bij uitbreiding over het schooljaar. Eigenlijk over de schoolgaande jeugd. Ooit behoorde ik zelf ook tot die categorie. Nu ben ik nog enkel jeugdig maar tijdelijk niet meer schoolgaand.

    In mijn jonge jaren reden we nog met de fiets naar school. Vaak zonder verlichting en één keer per jaar leverde dat dan een proces-verbaal van verwittiging op. We reden snel en dachten dat de straat van ons was. Na een vluchtige blik achterom, koersten we op kruissnelheid naar de overkant van de straat. Wat kon het ons schelen dat ons inschattingsvermogen nog niet volledig ontwikkeld was. Dat is het nu trouwens nog steeds niet.

    We zigzagden rakelings langs poedels en bejaarden (bonuspunten!) en gingen vol in de remmen als we ons muurtje tegenover de schoolpoort naderden. Het muurtje waar we elke ochtend verzamelden. Het muurtje waar onze viriele leeftijdsgenoten stonden te muilen met hun verovering van de dag. Het muurtje waar stoere chicks aan hun sigaret lurkten. Het muurtje waar we uitdagend bleven zitten tot de schoolbel ging om dan binnen te sprinten terwijl de poort aan het dichtgaan was. Zo ging dat vroeger.

    Vandaag nam ik een halve dag verlof om mijn kroost te droppen op school. En néé, ik ga daar geen melig verslag over schrijven. Na een snelle lunch bolde ik met mijn automobiel naar het werk. Muziek van The Scabs schalde door de luidsprekers. Niet te luid, net luid genoeg om mee te kunnen balken. Op een gegeven moment rijd ik in een straat met eenrichtingsverkeer. Zingend en jodelend rijd ik naar beneden tegen de toegelaten snelheid. 100 m verder zie ik een meisje met rugzak lopen. Ze liep op stelten van sandalen en had net te weinig jeans voor de portie bips die er in gepropt zat. Haar haar stak netjes in een staart gewrongen. Zo kan je ook camoufleren dat het sinds juni niet meer gewassen werd. U merkt het al, ik vond haar niet sympathiek.

    Waarom? Omdat ze niet besefte welk gevaarlijk gedrag ze vertoonde! Ik reed achter haar, ze ging niet aan de kant. Da’s haar goed recht maar ik kon er niet langs. Ze kon met gemak een meter opschuiven als ze dat wilde zodat ik rustig kon verder rijden. Dus ik dacht: ik toeter eens kort en beleefd. Nougatbollen. Dat kind merkte er niks van. ‘Hard Times’ van The Scabs kwam spontaan 15 decibels luider door mijn luidsprekers. Mijn wenkbrauwen kregen een V-vorm. Rustig blijven An, da’s nog jong. Plankgas geven is geen optie. Toen ik haar na enkele minuten kon passeren, zag ik wat er aan de hand was.

    Het kind had 2 kabels aan haar oren hangen! De kip! Mij niet gelaten dat je niet zonder muziek kan, maar zorg toch alsjeblieft dat je het verkeer nog kan horen! Voor hetzelfde geld hing er een MUG achter haar en wist ze van toeten of blazen. Ik weet het, ik klink nu als een oude, gefrustreerde, verzuurde burger. Ik kan echter met de hand op het hart zeggen dat ik nooit stoppen in mijn oren stak als ik me in het verkeer begaf. Het is gewoon te gevaarlijk. Dat onze jongeren graag zot willen doen in het verkeer, alla. Ik ben ook jong geweest. Dat ze kamikazegewijs over straat dolen, hun zintuigen afschermend van hun omgeving? Geen begrip voor.

    De volgende keer dat ze mijn pad kruist, zet ik mijn Berlingo in de wei en ga ik eens een klapke met haar doen. Dan heeft ze iets te vertellen op school. En is het van mij af.

  • Je hebt altijd een keuze!

    Dat is mijn levensmotto zo een beetje. Klaag niet over dingen die gebeuren. Gebeurt er iets in je leven wat je niet aanstaat? Beschouw het als een leerkans zodat je er toch met een positief gevoel op kan terug kijken. verlies je niet in verbittering en spijt. Ik hoor u al denken ‘die trien heeft gemakkelijk praten’. Ja en nee. Ik ga mezelf hier niet helemaal bloot geven maar laat ons zeggen dat ik niet de gemakkelijkste weg in het leven gekozen heb. Ik durf dus zeggen dat ik weet waarover ik spreek. Het heeft van mij gemaakt wie ik ben. Te nemen of te laten.

    En het doet me deugd te vernemen dat er nog jongeren zijn met gelijkaardige principes. Ik kende ooit een gezin waar vanalles scheef liep. Ik was toen zelf nog een kind dus ik heb het allemaal wat van op een afstand meegemaakt. Nadat ik hen uit het oog verloor, heb ik mezelf nog geregeld afgevraagd wat er van de kindjes in dat gezin geworden zou zijn. Zouden ze hun school afgemaakt hebben? Zouden ze aan het werk zijn? Zouden ze gelukkig zijn? Zouden ze in staat zijn duurzame relaties aan te gaan in het leven? Hoe zouden ze omgaan met de personen die negatieve dingen in hun leven brachten? Zouden ze zich goed voelen in hun vel? Of zouden ze hetzelfde pad kiezen? Zich wentelen in ‘ik kan er niks aan doen want ik weet niet beter’?

    Toevallig ontmoette ik recent iemand die dat gezin ook kent. Die persoon vertelde me dat de kindjes uitgroeiden tot aangename volwassenen met een stabiel leven. Aangename persoonlijkheden met een duurzame en liefdevolle relatie, een leuke job en vol toekomstplannen. Wel, daar word ik oprecht blij van! Moeilijk gaat ook en zij hebben het bewezen. Voor zulke mensen heb ik respect. Velen kunnen er een voorbeeld aan nemen.

    Het is al te gemakkelijk om bij problemen in een hoekje te gaan zitten mokken tot iemand je uit de shit haalt. Je kan er voor kiezen je te wentelen in zelfmedelijden. Maar wat verandert dat aan je situatie? Nougatbollen. Je leeft maar één keer dus verlies geen tijd met zinloos gekweel. Sta op verdomme en neem je leven zelf in handen! Bepaal je prioriteiten, stel je levensdoelen duidelijk voor jezelf. Werk er naar toe. Soms zal je met je hoofd tegen de muur lopen, ongetwijfeld. Wel: take the hit and move on.

    Wordt vervolgd…

  • Ontwaakt!

    18u50: de kinderen hebben net hun pyama aan en mogen nog 5 minuutjes tv kijken voor ze naar bed gaan. Plots gaat de bel. Een vriendelijke man vraagt of ik tijd heb voor een gesprek over het leven. Eigenlijk niet. Wat is dat toch met die Getuigen? Alle respect voor die mensen, hoe ze zich dagelijks inzetten om hun geloof aan de man te brengen. Ik zie het weinig christenen doen. Mààr… Het lijkt wel of die een controlekamer hebben waar voor elk huishouden geregistreerd wordt welk nu net het meest ellendige moment is om aan te bellen. Hierdoor heb ik nog nooit de kans gehad om op mijn gemak de dialoog eens aan te gaan.

    De man had begrip voor mijn situatie. Hij overhandigde me een brochure om te lezen met het vriendelijk verzoek er ook eens heel goed over na te denken. Ik ben dan zo een brave kwezel die die taak ook ter harte neemt.

    Untitled1

    Leuke titel, trekt de aandacht. Marketeers weten dat baby’s, sex en dieren altijd scoren dus de coverfoto zit ook goed. En dan een retorische vraag. Hier moet ik dus de rest van de avond over nadenken.De Getuigen weten van aanpakken.

    Je weet toch niet hoe lang je kan leven? Je kan dat zelf beslissen maar dat vergt veel moed. Ook al is het voor velen een laffe ‘oplossing’, het vergt moed om jezelf het hoekje om te helpen en er nog in te slagen ook. Ik zou mezelf niet van kant kunnen maken denk ik. Ik vind niet dat ik zomaar mag beslissen over leven en dood.

    Euthanasie

    Euthanasie is dan nog net iets anders in mijn ogen. Terecht komen in een vegetatieve toestand met nihil kans op verbetering wens ik niemand toe, ook mezelf niet. Ik wil mijn naasten niet tot last zijn. Dan mogen ze me een spuitje geven. Net zoals dat bij dieren gebeurt. Of zoals het achter hoek en kant bij bejaarden gebeurt in ziekenhuizen en RVT’s. Jaja, taboe maar noem een kat nu eens een kat hé zeg.

    Zelfzorg

    Als ik genoeg aandacht besteed aan zelfzorg, is de kans reëel dat ik een respectabele leeftijd bereik. Ik kan dan mijn kinderen zien opgroeien, met wat geluk komen er op een bepaald moment ook kleinkinderen. Als ik dat mag meemaken, ben ik een tevreden mens. Ik heb niet de behoefte om 150 jaar te worden. Ik hoop waardig te kunnen verouderen. Geen dementie, geen Parkinson, liefst ook geen kanker of andere aandoeningen. Zelfstandig kunnen eten en drinken tot de laatste maaltijd, helemaal alleen pipi en kaka op het toilet kunnen doen tot het laatste moment. Dat hoop ik.

    Overmacht?

    Zelfzorg is echter niet voldoende. Ook de omgeving moet me laten leven. Er zal maar eens een vliegtuig op mijn hoofd terecht komen bijvoorbeeld. Dat kan ik niet vermijden door dagelijks 6 porties fruit en groenten te eten. Dan kan ik me de vraag stellen waarom dat vliegtuig net nu en net op mijn hoofd terecht moet komen. Ofwel werd dat door hogerhand bepaald, ofwel is er een duidelijk aanwijsbare oorzaak. Moet ik daar nu echt over nadenken? Het resultaat zal hetzelfde zijn: je kan me dan bij elkaar vegen.

    Het grote moment

    Als ik zou mogen kiezen hoe ik sterf, dan zou het pure rock ’n roll zijn. Na een geweldig feestje met mijn naasten en echte vrienden met een voldaan gevoel vermoeid in bed kruipen en niet meer wakker worden. Gewoon, de stekker er uit trekken. Basta. 2 seconden en gedaan. Geen doodsstrijd en van die toestanden. En weten dat mijn naasten en vrienden hun laatste herinnering aan mij een leuke herinnering is.

    Recyclage

    Zo denk ik er momenteel over. Ik heb me trouwens enkele jaren geleden laten registreren als orgaandonor. Ze mogen alles wat ze kunnen gebruiken van me hebben. Als het maar iemand kan helpen. Of als het de wetenschap kan helpen, dan ben ik ook al tevreden. Ik zou wel even terug opstijgen uit de hel om van mijn oren te maken als mijn longen naar een roker zouden gaan of als mijn lever naar een alcoholist verhuist. Dat zou ik zonde vinden. Maar daar beslis ik op dat moment helaas niet meer zelf over.

  • Fietsen is goed voor de gezondheid.

    Vandaag gebeurde het woon-werkverkeer van ondergetekende nog eens met het stalen ros. Wegenwerken zorgen er deze maand voor dat ik moet omrijden. 4 km extra maar liefst. Mijn voorkeur gaat uit naar een ontspannen ritje door de prachtige natuur die we hier hebben: de Demerbroeken tussen Diest en Zichem. Vorige week reed ik via het jaagpad, nu besloot ik eens langs de spoorweg te rijden. Heerlijk ontspannend, je komt er enkel andere fietsers en wandelaars tegen. En platgereden vogels en katten. Hm, misschien eten we vandaag wel een broodje roadkill. Om 16 u hield ik het voor bekeken in het OCMW en sprong ik gezwind op mijn fiets voor de rit naar huis.

    Het weer was perfect: niet te heet, niet te nat, een zacht briesje. Ik was niet de enige die er zo over dacht. Het was begot druk op dat fietspad. Ik stoorde me er niet aan, genoot van de natuur met haar aangename geuren en rustgevende geluiden. Toch op de momenten dat er geen trein passeerde. En toen plots, uit het niets, doemden ze op: een horde gepensioneerde wielertoeristen. 25 nagels aan de doodskist van de actieve beroepsbevolking. Gemiddelde leeftijd 125 jaar. En gevoel voor humor hadden ze wel hoor.

    Ze waren een goeie 50 meter van me verwijderd. Afgaande op hun tempo zou ik hen over een kwartiertje kruisen. Afgaande op hun flashy wielerkledij zou ik hen over een nanoseconde passeren. Attent als ze zijn, roept de eerste naar de rest van zijn peloton dat ze moeten oppassen met de gevleugelde woorden ‘Pas oep manne, der is ne vélo mee twieje koplampe!’ Gevolgd door een smakelijke lach die zeker 5 tanden blootlegde. Hij vergat wel dat zijn kompanen potdoof waren of hun hoorapparaten niet aangezet hadden voor ze vertrokken. Niemand die reageerde en ik maar doen alsof ik het niet hoorde. Wat een dijenkletser. Ontdek die man en geef hem zijn eigen show voor hij onder de grond steekt.

    Bij het kruisen knikte ik beleefd. Bij mezelf dacht ik ‘sterf gij addergebroed’. De opperrijder glimlachte met een blik die zei ‘ik heb iets onnozels over u gezegd en gij weet toch niet wat het is’. De rest van de groep zat in gedachten terug bij de Guldensporenslag die ze in hun jeugd nog mee beleefden.

  • Bloed geven neemt leven

    4 keer per jaar denk ik aan de zieke(lijke) medemens. Ik doneer dan een zakje van mijn fantastisch bloed aan het Rode Kruis. Ze zijn daar telkens heel blij mee. Ook al krijg ik als ambtenaar geen rustdag meer na een bloedgift, ik blijf mijn ding doen uit overtuiging. Het kan maar helpen als ik ooit voor de poorten van de hemel sta en er moet gedelibereerd worden.

    Vandaag was het weer zover. Een broeierig hete dag is niet bepaald iets wat je kan catalogeren onder ‘ideale omstandigheden voor bloedgift’. De bloeddruk van veel mensen is lager bij warm weer omdat de bloedvaten dan verwijden. Ook bij mij. Bijkomend aandachtspunt: elke keer opnieuw heb ik het snelheidsrecord ‘zakje vullen’, bloed spuit uit mijn aders alsof het niks is! Als je dan na je gift te hevig recht staat, kan je wel eens last krijgen met de zwaartekracht.

    Vandaag echter ging het niet vooruit. Ik had mezelf al onnozel geknepen in het balletje dat ze je geven en toch kwam er geen schot in de zaak. Plots begint dan nog die machine ellendig te doen omdat het niet vlot genoeg gaat. Dit is verdacht. Er komt een verpleegkundige kijken. Wat blijkt? Ze waren vergeten de beveiliging te breken. Eens dat gebeurd was, liep alles vlot door.

    Nadat ik verlost ben van de naald, wandel ik naar het babbeltafeltje om te bekomen bij een drankje en een koekje. En dan passeer je ze: de mensen die bleekjes hun eerste bloedgift aan het doen zijn en de mensen die voor pampes op een draagberrie liggen. Ik lach daar niet mee want ik heb het enkele jaren geleden ook meegemaakt.

    Daarom beste medemens: ik doe een warme oproep om uw goed hart te laten zien (liefst figuurlijk, laat het maar zitten in uw borstkas) en ook eens een keertje te gaan bloed geven. Je helpt er een ander mee, je komt eens onder de mensen, je krijgt gratis een korte check-up van je algemene gezondheid en je bloed wordt nagekeken. Wat heb je er bij te verliezen?

  • Niet zeuren over het weer!

    Het is me toch wat met ons Belgenvolkje hoor. In de winter is het te koud. Regent het nog in mei dan klaagt men dat er dit jaar geen zomer zal zijn en dat het veel te koud en te nat is voor de tijd van het jaar. Hel en duivel komen over ons als er tijdens de Ijsheiligen een druppel durft te vallen. Schijnt de zon in de zomer dan geraken we pas goed op dreef: jammeren van ’s ochtends tot ’s avonds dat we niet weten waar te kruipen voor de warmte, dat het toch geen doen is met die opwarming van de aarde, enz. Beste medemens: we leven in België, het land van de wisselvalligheden dus get used to it.

    Zelf ben ik hittebestendig maar verdraag ik de koudere weertypes niet zo goed. Daar is een perfect logische verklaring voor. Ik ben een gewezen prematuurtje en het enige blijvende letsel dat ik daar aan overhield, is een ontregelde interne thermostaat. Eigenlijk heb ik het bijna altijd fris. Deze dagen valt het natuurlijk wel goed mee dankzij de hittegolf die ons land ontdekte. Toch spring ik ’s avonds nog onder een lekker warme douche en draai ik me knus in mijn donsdeken wanneer het tijd is om te gaan slapen. U mag me gek verklaren.

    Maar voor mij biedt dit tropische weer een belangrijk voordeel: ik sukkel merkelijk minder met mijn gewrichten. Inderdaad, ik word later best een Benidorm Bastard. Sinds mijn tienerjaren ben ik gezegend met artrose, gevolg van mijn hyperlakse gewrichten. Warmte doet daar goed aan. Ik kon ondertussen zelfs stoppen met de kine. Ik was al 7 maanden 2 à 3 keer per week aan het gaan. Momenteel ben ik quasi pijnvrij, hopelijk blijft dat nog even zo.

    Wat mij betreft is deze hittegolf de goed-nieuws-show. Ik hoop voor u hetzelfde.

  • Kannibalisme

    Ik ben de trotse mama van een driekoppig kroost. Ze zijn nu 6/4/3 jaar oud. Allemaal zijn ze blond. Ik vermeld het even in de rand, u kan dat belangrijk vinden. Gans het gezin is nogal bourgondisch aangelegd. We zijn daar erg blij om. Gans het gezin beschikt ook over een behoorlijk levendige fantasie. Dat levert soms gezellige taferelen op. Vooral als je het bourgondische aspect gaat verbinden met de ongebreidelde fantasie des huizes. Om u een idee te geven…

     

    Dag 1:

    ‘Mama, wat gaan we vandaag eten?’

    – ‘Pasta met balletjes in tomatensaus van Samson en Gert.’

    Ze waren in hun nopjes want dat moest wel lekker zijn (ik vind het niet te vreten maar soit, De Wederhelft en ik hadden onszelf een stukje eend beloofd). Toen kregen ze de bokaal in de mot waar Samson en Gert vrolijk op prijkten. Het begon nogal echt te worden. Een half uurtje later toverde ik hun feestmaaltijd, waar ze zo naar uitgekeken hadden, op tafel. Als beloning kreeg ik 3 bedremmelde snoetjes. Ze keken naar hun bord, naar elkaar, terug naar hun bord, naar de keuken. En toen, uit het niets:

    ‘Mamàààà, zitten Samson en Gert echt in die saus?’ Ik zou het niet erg vinden als dat het geval was maar heb hen toch maar uitgelegd dat die saus niet gemaakt is VAN Samson en Gert maar DOOR Samson en Gert. Studio 100 mag me bij deze een job aanbieden.

     

    Dag 2:

    Gonzo en Wilma krijgen hun ontbijt gepresenteerd. 2 maal daags krijgen ze elk 30 gram droge brokjes. De dierenarts vindt dat voldoende voor 2 lamlendige binnenkatten. Wij hadden katten als huisdier nog voor er kindjes uit mijn buik floepten dus ze hebben het nooit anders geweten. Maar nu, de dag dat Samson en Gert ergens ter hoogte van hun dikke darm rondzwierven, viel hen iets op:

    ‘Mama, eten poezen ook mensen?’

    Oh God, wat heb ik gemist?! Onderzoekend bekeek ik Gonzo. Die bekeek me met een arrogante blik. “’t Is dat het nogal zwaar op de maag blijft liggen, anders had ik die herrieschoppers al lang opgevreten.” Komaan onnozel kattenbeest, wat heb je weer uitgespookt??? “Niks. Nog niks.” *zucht*

    – ‘Waarom vraag je dat jongen?’

    ‘Er liggen botjes tussen de brokjes van de poes.’ Argwanend kwam ik dichterbij. Gonzo aanschouwde het tafereel en zat zich te verkneukelen op zijn krabpaal.

    – ‘Dat zijn geen echte botjes jongen, dat zijn brokjes die de vorm hebben van een botje.’

     

    Dag 3 (we eten één of ander exotisch vleesgerecht):

    ‘Mama, bestaan kannibalen echt?’ Ik kijk met een vernietigende blik naar Gonzo die ’toevallig’ net dan eens kucht.

    Jah, daar zit je dan. Je mag je kindjes geen angst aanjagen maar liegen is ook niet netjes.

    – ‘Ja hoor, die bestaan echt.’

    ‘Zijn wij ook kannibalen?’

    – ‘Nee jongen, wij eten geen andere mensen op.’