Ik ga op reis en ik neem mee…

… mijn vrouw en kinderen, mijn ganse familie tot en met de zesde graad, mijn schoonfamilie tot en met de derde graad en al mijn facebookvriendjes. Dat dacht althans de rat die sinds enkele maanden ons compostvat ontdekte. Het begon met een mysterieus gat in ons gazon, ongeveer een halve meter diep. De katten uit de buurt zaten er geregeld gefascineerd naar te staren, staken er hun voorpoten tot aan hun schouders in om te keuteren. In een volgend stadium doken die gaten ook op in de inhoud van ons compostvat. Het leek wel zoiets als graancirkels: plots zijn ze er en je hebt er geen flauw idee van wie ze maakte en hoe die dat deed.

Tot we ons compostvat eens grondig onderzochten. Die gaten waren de tentakels van een complex buizensysteem. Hm, goed voor de verluchting en de kwaliteit van de compost (die we trouwens niet gebruiken). Harghl!!!! Dat betekent dat er leven in dat vat zit! Naast de buren bevindt zich een braakliggend stuk grond dat lange tijd slecht onderhouden werd. Vermoedelijk komt dat zootje ongeregeld daarvandaan. Maar ze besloten dus de wereld te verkennen… en ontdekten ons compostvat. We twijfelden lang over het type beest dat in ons compostvat logeerde: ofwel was het een muis ofwel was het een rat.

De buren stelden ons gerust: vorig jaar had hun kat in de tuin een rat gevangen dus ook dit stukje krapuul zou er wel aan geloven als ze zijn pad kruiste. Vorige maand redde ik begot nog een babymuisje van die kat omdat het zo zielig piepte en huppelde voor zijn leven. Had ik toen maar… Hoe komt die randdebiel er trouwens bij om nog wat soortgenootjes mee te lokken naar ons Judith (het compostvat)? Hoe doet die dat?

‘Zeg mannekes, ik heb een goeie B&B gevonden op een tiental meter van ons nest.’

– ‘Ah serieus want ik kan wel een vakantie gebruiken eigenlijk?’

‘Yep. All-in, gastronomische diners à volonté en een rustige, groene omgeving. Ideaal voor gezinnen met kleintjes. Enkel overdag blijf je best binnen want dan verhuren ze de tuin aan enkele lompe katten. Stel je voor dat die iets van plan zouden zijn.’

Soit. Vanavond was het tijd om ons Judith haar dagelijkse maaltijd te gaan brengen. Die bestond uit wat eierschalen, véél kersenpitten en nog wat andere prul. Daar zou ze wel van likkebaarden, dacht ik bij mezelf. Vrolijk trok ik haar deksel open en toen stond mijn hart stil. Niet één maar minstens twee bloeddorstige monsters zaten zich rustig een indigestie te vreten in ons Judith! Ik schrok al even hard als hen. Om mijn aorta te beschermen, knalde ik het deksel toe en wandelde beheerst terug naar binnen. Daar schold ik die van ons de huid vol ter gelegenheid van zijn gebrek aan empathie. Hij begreep er weer niks van. Ondergetekende was net aan de dood ontsnapt, de adrenaline gierde door mijn lijf en het enige dat hij deed na mijn relaas was… eens met zijn wenkbrauw fronsen. Tsssss.

Terwijl ik al mopperend de vuile vaat weg werkte, zat ik nog aan die ellendige mormels te denken. Misschien moet ik onze katten eens in dat compostvat zetten voor een uurtje. Nah, slecht plan. Vergif strooien is ook geen optie met al die andere katten in de buurt. Dan maar hopen dat de katten van de buren eerdaags nog eens in een moordlustige bui zijn en de klus klaren. Tot dan wens ik die vuile ratten elk een kersenboom in hun poep toe. Dat ze maar flink al die pitten opeten. Miljaarde toch….

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.