Tag: zuurstof

  • Wanneer sterft een hand af?

    Jaja, het waren weer boeiende conversaties met de kroost in de auto vandaag. Onze zesjarige had een polsbandje behoorlijk strak aangetrokken toen we na een uitstapje terug naar huis reden. We hadden hem thans gevraagd te wachten tot thuis om dat bandje uit te doen. Kinderen en geduld, je krijgt het zelden fatsoenlijk in 1 zin gegoten. Dus er was veel gefriemel en gefrunnik met als resultaat een bandje dat nog strakker zat in plaats van losser.

    De Wederhelft kreeg het er danig van op zijn heupen en zei dat de zoon zijn pols nu geen bloed meer kreeg. 6 oogjes op de achterbank keken hem vol ongeloof aan. Ik kon het niet laten om daar aan toe te voegen dat lichaamsdelen die geen bloed krijgen, sterven. En als die dingen helemaal dood zijn, dan vallen ze er af. Paniek maakte zich mester van onze oudste. Hartverscheurend begon hij te wenen terwijl hij afscheid nam van zijn hand. Natuurlijk was het volgens hem allemaal de schuld van zus. We lieten hem even sudderen. Misschien zou de boodschap ‘leer eens luisteren’ dan beter blijven hangen.

    Ik vroeg droogjes welke kleur zijn hand ondertussen al had. ‘Géén meer mama, het onderste stukje heeft al geen kleur meer!!!!!’ Met mijn meest ernstige blik zei ik ‘Oeioeioei, en kan je je vingers dan nog wel bewegen jongen?’ Intriest volgde er een trillende ‘ja’. Bwah, dan heeft hij nog wel wat tijd. Plots snifte hij ‘jamaar als mijn hand dood gaat, dan ga ik toch ook dood?’ Hola… ‘Neenee, alleen uw hand gaat dan dood jongen, de rest blijft leven.’ Hij zag terug een lichtpuntje aan het eind van de tunnel. Toen diende het volgende drama zich aan: ‘Jamaar mama, de kindjes gaan mij wel uitlachen als ik maar 1 hand heb hè!’ ‘Goh jongen, daar zou ik niet wakker van liggen hoor. Bedenk eens hoe je je gaat aankleden en met je Lego spelen want dat ga je wel anders moeten doen hè.’ Ik weet het, dit is slecht.

    Hij was al oplossingen aan het zoeken. Maar toen realiseerde hij zich weer iets. ‘Zeg mama *snif* als mijn hand er dan af valt, dan ben ik die voor altijd kwijt en dan ga ik die nooit meer terug zien?!’ Ik wilde in schoonheid eindigen dus ik zei op geruststellende toon ‘Maar nee, we zullen uw hand wel in een doosje bewaren jongen.’ Vanachter het stuur siste De Wederhelft of dit wel een pedagogisch verantwoorde reactie was. Volgens de decibels op de achterbank was het dat niet. Tijd om er mee te kappen. ‘Jongen, denk je nu zelf niet dat wij al lang gestopt waren langs de kant van de weg om jou te helpen als het echt zo erg zou zijn?’ Het snikken stopte. ‘Maar mijn hand heeft echt geen kleur meer hè mama, ik zie dat!’ ‘Da’s niet erg. Als ze zwart begint te worden, dan moet je je wel zorgen beginnen maken.’ Hij nam vrede met de situatie.

    2 minuten later miepte hij ‘Mama, ik voel me niet zo goed.’ Ik hoorde naast me iets over placebo’s vallen. Eens thuis gekomen moest ik het wel weten. Ik wilde zijn vraag kunnen beantwoorden. Volgens internet duurt het ongeveer 3 dagen eer je hand volledig afgestorven is nadat je die afbindt. Hij vindt dat nog goed meevallen. Heeft ie weer een straf verhaal om op school mee uit te pakken 😉

  • En toen werd de eik geveld…

    3 jaar geleden was dit een donkere dag. Het vroor dat het kraakte, er lag een aardig sneeuwtapijt, de wind sneed rauw. ’s Ochtends kreeg ik een telefoontje op het werk. Het zag er niet goed uit, ik kon me maar best schrap houden en standby blijven. Ik zat aan de telefoon gekluisterd. Wilde niet naar huis gaan. Ik had mijn werk nodig als afleidingsmanoeuvre. Nee, ik wil het niet beseffen. Laat me maar formulieren invullen en verslagen typen. Het is één van de zeldzame dagen dat ik met de deur dicht werkte. Ik was die dag alleen om de dienst te bemannen. Het moest precies zo zijn. 1 collega heb ik ingelicht. Of ze er rekening mee wilde houden als ze telefoons voor me kreeg.

    Middagpauze. Ik krijg gen hap door mijn keel. Ik denk aan mijn kindjes die lol trappen op school, zich van geen kwaad bewust zijn. Toch maar alvast de echtgenoot inlichten en een regeling voor de kinderen zoeken. Je weet maar nooit wat de avond nog zal brengen. Ik bel naar mijn broer. Bompie blijft achteruit gaan. Ze gaan palliatieve sedatie opstarten. Zo hoeft hij niet te lijden zegt mijn broer. Maar is dat echt zo? Of zegt men dat voor onze gemoedsrust? Hij zal het ons niet meer kunnen vertellen. Hij is begonnen aan zijn laatste reis.

    Namiddag… Ik bel voor een update. Het zal niet lang meer duren. Ik besluit tot daar te gaan. Ik wil er zijn voor mijn broer en mijn oma. Kungfubomsie houdt zich sterk. In haar ogen zien we dat de harde bolster vanbinnen een zacht eitje is. Ik heb het van geen vreemden. Daar ligt hij dan, hij snakt naar adem. Hij lijkt te gorgelen. Dat schijnt normaal te zijn wanneer er vocht op de longen zit. Ik vind het heel aangrijpend. Frustrerend ook. Waarom moet dit zo? Waarom lijkt hij te stikken en kunnen we daar niks aan doen? Zijn vingers worden langzaam blauw. Zuurstoftekort wordt uiterlijk zichtbaar.

    Naarmate de tijd vordert en de verdoving haar werk doet, gaat hij rustiger ademen. Toch blijft hij vechten als een tijger. Zo is hij altijd geweest. Deze eik laat zich niet zomaar vellen. Keep the spirit alive was indertijd zijn motto als para. Het gorgelen ebt weg. Hij lijkt gewoon te slapen en rustig te ademen. Tussen 2 ademhalingen komt steeds meer tijd te zitten. Ik leg zijn deken goed. Veel meer kunnen we voor hem niet doen. Machteloos kijken we toe naar wat zich hier afspeelt. Deze man gaat sterven en wij staan er op te kijken. Hij slaapt. Hij is rustig. Zou hij horen wat we zeggen? Voelt hij het als we hem aanraken? We weten het niet. Maar we doen het toch. We willen dat hij weet dat we er voor hem zijn. Elk op onze eigen manier.

    Plots wordt die vredige slaap verstoord. Het vocht heeft gewonnen. Hij verkrampt en zijn gezicht straalt pijn uit. Toch geeft hij geen kik. Meteen daarna nog een keer. Daarna niets meer. Weer een neutrale gelaatsuitdrukking. Dit beeld zal me nog jaren blijven achtervolgen. Iemand zien sterven, dat vergeet je nooit. Het is nu 3 jaar geleden maar ik zie het nog geregeld voor me. Ik denk er nog vaak aan terug.

    Bompie is altijd een speciaal man geweest. Hij was een para zoals er niet veel gemaakt werden. Dat heeft hem getekend voor het leven. Toch heeft hij er het beste van gemaakt. Als enige kleindochter mocht ik vaak net dat tikkeltje meer van hem. Hoe vaak zat hij niet op zijn knieën achter de zetel, met zijn vingerknokkels ritmisch op de grond te kloppen om een paard te imiteren. Hij wist dat ik dat grappig vond. Hoe goed kon die man hinkelen, zelfs als 65-plusser! Ik vond het geweldig, kon me geen leukere babysit wensen. Samen sprongen we stiekem in de zetel en samen kregen we op onze donder als we betrapt werden.

    Hij zal altijd bij me zijn. In goede en in kwade dagen. Op zijn eigen manier heeft hij me heel wat geleerd. Daar ben ik hem erg dankbaar voor. Bompie, vanavond eet ik een reep chocolade voor jou 😉

    bompa1