Auteur: An Baraitre

  • Pietenliefde

    Onze zesjarige dochter zat vanavond aan de computer. Eerst oefende ze plichtsgetrouw voor school, daarna speelde ze wat spelletjes. Work hard, play hard, weet je wel.

    Zoonlief van acht was hetzelfde aan het doen op zijn tablet. Ik fluisterde hem in dat je op een tablet veel meer kan doen dan alleen maar oefenen en spelletjes spelen. Dat je op een tablet ongeveer hetzelfde kan als op een computer. Dat impliceert dat je dus ook filmpjes kan bekijken op een tablet. Op YouTube bijvoorbeeld.

    Ik had echter niet gemerkt dat de dochter stiekem zat te luistervinken. Terwijl ik me door de avondspits worstelde (tafel afruimen, kinderen klaar stomen voor bed, …) voelde ik plots 2 starende kijkers in mijn rug priemen. ‘Mamàààààà!!!!’

    O jee, wat heeft ze nu weer aan de hand… ‘Ja meid?’

    ‘Mag ik PIETENLIEFDE opzetten?’ Haar onschuldige blauwe kijkers kwamen net boven het scherm van de laptop piepen. Mijn hart stond stil. Ik trok bleek weg en was sprakeloos. Toen daagde het me dat het weer die tijd van het jaar is waarop kindjes veel bezig zijn met pieten. ‘Doe maar pop. Maar zeg eerst eens waar je dat gevonden hebt?’

    ‘Ah bij de liedjes van de Sint natuurlijk hè mama!’ Natuurlijk, waar anders zou een zesjarige zoiets vinden 🙂

  • Bloed

    Gesprekken op de achterbank met de zesjarige dochter…

    ‘Mama, doet dat eigenlijk pijn als jij bloed gaat zuigen?’

    • ‘Wat bedoel je met bloed zuigen meid?’ (ik begon al te zweten)

    ”Awel als jij bloed gaat zuigen voor de zieke mensen hè mama.’

    • ‘Ah, als ik bloed ga GEVEN. Nee, dat doet geen pijn.’

    ‘Hoe doen ze dat dan mama?’

    • ‘Dan steken ze een naald in je arm en zo kan het bloed er uit.’

    ‘En zit die zieke mens daar dan naast om dat op te drinken?

    • ‘Euh… Nee.’

    ‘Hoe steken ze dat bloed dan in een ziekemensenlijf mama?’

    • ‘Mijn bloed loopt door die naald in een zakje. Dat zakje hangen ze daarna met een andere naald aan de zieke zijn arm en zo druppelt dat in zijn lichaam.’

    ‘Ah ok dan.’ En toen wandelde ze vrolijk bij de tandarts binnen. geen idee hoe ze er plots bij kwam want ik ben al maanden geen bloed meer gaan geven 🙂

  • Tenebrion Molitor

    Tenebrion Molitor

    Onlangs bezochten we met de kinderen het Voedingssalon. Je proeft daar de ene lekkernij na de andere. Hoewel… Wat voor de ene een lekkernij is, is dat niet per se voor de ander. Dat is in ons gezin niet anders.

    Waar de dochter in de zevende hemel was met haar portie gedroogde aardbeien, kregen we onze zoon (8 jaar) niet voorbij de stand met insecten. All you can eat… Hij heeft dat ooit al eens geproefd en vindt een wormpje op zijn tijd best wel lekker. Dus kreeg hij van ons een zakje meelwormen mee naar huis. Dat heeft ie zo NIET van zijn mama hè! Maar ik geef toe, ik bewonder hem dat hij die dingen durft te proeven. Ik krijg het om psychologische redenen niet binnen maar ik probeer dat niet aan de kroost te laten merken. En dat lukt blijkbaar 🙂

    En dan komt de vraag, natuurlijk net als De Wederhelft in het buitenland vertoeft: ‘Mama, mag ik morgen meelwormen in mijn koekendoosje om mee te nemen naar school?’ Oh gruwel, ik kon nog net mijn ontbijt binnen houden. Ik kon me er niet over zetten dat zakje open te doen en die beestjes over te hevelen in zijn doos. Maar morgen, als papa thuis is, mag onze kleine een wormpje eten 😉

    IMG_20151113_184716

  • Recept: mediterrane risotto

    Recept: mediterrane risotto

    Zelf verzonnen met gepikte inspiratie…

     

    Ingrediënten:

    350 g risottorijst

    2 dl witte wijn

    1 sjalot

    1 klein blikje tomatenpuree

    3 verse tomaten, ontpit en in blokjes gesneden

    1,2 l groentebouillon

    parmezaanse kaas

    tijm, peper

    bakboter, olijfolie

    verse zwarte olijven

    koningskappers

    een lekker stukje vlees bv steak of kalkoenlapje

     

    Bereiding:

    Fruit de sjalot in wat olijfolie en een klein klontje bakboter. Voeg de risottorijst toe en roer kort tot ie glazig wordt. Dan giet je er de witte wijn bij (niet vergeten zelf eens van de wijn te proeven ^^), samen met de tomatenblokjes en de tijm. Geregeld roeren en scheutjes groentebouillon toevoegen. Ondertussen grill je het vlees.

    IMG_20151104_182646

    Als de rijst gaar is, werk je de risotto af met tomatenpuree, goed doorroeren en dan parmezaanse kaas en een klontje boter toevoegen. Niemand heeft gezegd dat dit een light recept is. Kruiden met peper en zout.

    IMG_20151104_182633

    Serveer de olijven en kappers apart, dien de risotto op met het gegrilde vlees.

  • Robo Space Lab

    Robo Space Lab

    Onze vijfjarige Raketman had nog enkele ongebruikte cadeaubons van zijn verjaardag. In de speelgoedwinkel koos hij een toffe doos: Robo Space Lab. In de doos zitten allemaal spullen om leuke proefjes te doen. We betaalden deze week onze brandverzekering dus hij kon aan de slag met zijn doos.

    IMG_20151103_191208

    Eerste proefje was het experiment met olie en water. Gefascineerd keek hij naar zijn proefbuis. Je zag zijn verstand in overdrive gaan om te proberen begrijpen wat er in dat buisje allemaal gebeurde. Zijn gezicht klaarde helemaal op toen we het hem uitlegden.

    IMG_20151103_191219 IMG_20151103_191820

    Om maar te zeggen: leren kan ook fun zijn. Wetenschap kan fun zijn. Hopelijk blijft onze kleine professor dat allemaal zo leuk en interessant vinden!

     

  • Straffe strapatsen tijdens het Voedingssalon

    Straffe strapatsen tijdens het Voedingssalon

    Vandaag troonden we onze kroost mee naar Brussels Expo voor een bezoekje aan het Voedingssalon. Als Bourgondisch gezin konden we daar niet weg blijven. De schoonouders gingen mee om één en ander in goede banen te lei/ijden. 4 volwassenen moet toch volstaan om Triple Trouble in toom te kunnen houden, nietwaar? Niet waar. Toch slaagde één iemand er in Raketman stil te krijgen.

    IMG_20151025_193910

    Het kind droeg vandaag een broek met bretellen. Al gauw waren die mismeesterd en vakkundig gedemonteerd. We legden deskundig enkele knopen om die dingen toch maar aan zijn broek te kunnen laten zitten. Zo een kapotte bretel dat begint na een tijdje blijkbaar te rafelen. Inmiddels waren we in een hal van de Expo gearriveerd waar geen eten te vinden was maar brol spullen.

    Er was daar ook een kraampje dat uitgebaat werd door enkele Afrikanen. Op hun tempo waren de standhouders hun spullen aan het etaleren (enkele uren te laat maar kom) toen wij daar passeerden. Het Afrikaanse moederschip in traditionele klederdracht zag meteen de rafelige bretellen van onze Raketman. Ze probeerde met hem te onderhandelen omdat hij erg geïnteresseerd was in die Afrikaanse trommeltjes die daar tegen de grond zijn naam riepen. ‘Small drums for small children’, zei ze. ‘I have something for you little guy’. Ik probeerde hem te helpen door fijntjes te vermelden dat hij geen geld op zak had. ‘No worries, small prices’, antwoordde ze ferm. Mijn kleine zakenman had het gehoord en toverde een muntstuk van 5 cent uit zijn broekzak, hij vond het in de vorige hal ergens tussen een stoel en een vuilbak. Helaas, het volstond niet dus Raketman droop teleurgesteld af.

    En daar schoot de Afrikaanse dame hem achterna voor zijn bretellen. Eerst trok ze aan het gerafelde draadje. Wij leren onze kinderen om nooit, maar dan ook nooit, zelf aan rafeltjes te trekken. Ze zag meteen dat dit een slecht plan was want nu werd het een wollige rafelnest aan onze kleine zijn broeksrand. Ik zei dat ik het wel zou oplossen maar kreeg de kans niet om iets te doen.

    Doris Imalenowa in traditional African dress.
    Doris Imalenowa in traditional African dress.

    Voor we er erg in hadden, bevond haar hoofd met gigantisch hoofddeksel zich voor het kruis van Raketman en beet ze naarstig op de gerafelde draadjes. De stakkerd trok wit weg en keek me hulpeloos aan. Seconden later speekte ze de uitgerafelde draad op de grond. Opgelost. Een verbouwereerde Raketman wist niet wat hem overkwam. Hij raakte bijna een oog kwijt met die blinkende hoed die ze droeg, een oase van blauw en goud was het. Ik kon mijn gezicht niet in de plooi houden.

    Nadien heeft hij een half uur op mijn arm gezeten om te bekomen. Ook al is hij nog maar 5 jaar, dit vergeet hij volgens mij nooit meer 🙂

  • Werelddag van verzet tegen extreme armoede

    Werelddag van verzet tegen extreme armoede

    Elk jaar op 17 oktober is het de werelddag van verzet tegen extreme armoede. Dit initiatief ontstond in 1987 in Parijs. Ook in ons Belgenland worden op 17 oktober verschillende initiatieven in de kijker gezet. Veel OCMW’s hangen dan bijvoorbeeld geknoopte lakens uit de ramen.

    Deze week woonde ik een voorstelling bij van Erik Vlaminck. Hij is een begenadigd schrijver met werkervaring in de psychiatrie en de thuislozenzorg. De man is niet te beroerd om politieke standpunten in te nemen. Erik is de auteur van de bekende en beruchte ‘Brieven van Dikke Freddy’. In deze voorstelling las hij enkele van deze brieven voor en vertelde hij deels het verhaal dat hij schetst in ‘De schande en de keerzijde’, een werk dat hij samen met Jos Geysels schreef.

    IMG_20151017_205040

    Erik startte zijn voorstelling met een schets van een generatiegenoot en diens leven enkele decennia geleden. Aandachtig luisterde ik en herkende ik. Toen hoorde ik hem zeggen: ‘Elke dag zat is ook een geregeld leven’ en ik wist meteen wiens beeld de rest van de avond door mijn hoofd zou spoken. Ik volgde de rest van de voorstelling aandachtig maar betrapte mezelf geregeld op afdwalingen. Er waren veel parallellen met een voorstelling die ik in het verleden zag van Marleen Merckx: ‘Leven in een krabbenmand’.

    Het begon me op de zenuwen te werken hoe er alweer een stereotiep beeld geschetst wordt van ‘de arme’. Zal ik eens iets zeggen? De arme bestaat niet. Als je armoede een gezicht wil geven, kies dan niet voor het gezicht dat de bevolking liever met de nek aankijkt. Kies een keer voor het minder bekende gezicht. Bijvoorbeeld het gezicht van een gefailleerde zelfstandige, een ernstig zieke alleenstaande vrouw die niet rond komt, een meerderjarige die het ouderlijk huis ontvlucht om met de hulp van het OCMW zijn toekomstkansen wat te verbeteren, een werkloos gezinshoofd dat zijn kinderen niet elke dag een warme maaltijd kan geven, een dakloze jongere, een inwijkeling die hoopt hier een leven te kunnen leiden zonder traumatiserende ervaringen, tweeverdieners die door 1 tegenslag hun huis te koop moeten zetten, …

    Let wel: ik vind het een goede zaak dat mensen zoals Erik en Marleen armoede onder de aandacht van de medemens brengen, dat ze armoede een gezicht geven. Maar waarom zie ik in deze voorstellingen telkens weer de arme die arm werd door een ongelukkige jeugd, geweld, alcohol en zijn eigen schuld?

    Minder begoede medemensen worden in het dagelijkse leven al genoeg gestigmatiseerd. Ze leven permanent met schaamte, stress en andere onfrisse gevoelens. Men, de maatschappij dus, geeft hen zo al vaak genoeg het gevoel een outsider te zijn. Terwijl ze dat als de pest kunnen missen. Niemand kiest voor een leven in armoede. Net zoals niemand kiest om zijn of haar gezin achter te laten en in een ander land, duizenden kilometers verder, om voorbereidingen te treffen voor een nieuw leven. Als het enigszins kan met datzelfde gezin dat ze moesten achterlaten in hun vlucht.

    Niemand wil moeten kiezen tussen eten kopen voor de kinderen of de huur betalen. Niemand wil kiezen tussen een doktersbezoek voor zijn aanhoudende koorts of medicatie voor de chronisch zieke partner. Niemand wil zijn kinderen de jaarlijkse schoolreis ontzeggen. Niemand stuurt zijn kinderen voor de lol met een lege brooddoos naar school. Niemand gaat naar Poverello of de voedselbanken omdat ie niet graag in de supermarkt winkelt.

    Laat ons daar eens wat vaker bij stil staan. En laat ons alert zijn op signalen in onze omgeving. (Kans)armen proberen hun problemen zo lang mogelijk voor hun omgeving te verstoppen. Terwijl soms maar een klein beetje hulp kan voorkomen dat ze in een vicieuze cirkel terecht komen. Laat ons terug luisteren naar onze medemens en laat er ons zijn voor elkaar. Beter een goede buur dan…

  • Gedeelde smart is halve smart

    Gedeelde smart is halve smart

    Een zonnige herfstdag leent zich perfect tot verplicht buiten spelen voor de kinderen. Vandaag was dat niet anders. Terwijl ik binnen de werf terug wat op een huis wilde laten lijken, speelden Raketman en Miss H met balletjes. Na enkele keren bonk, ploink en TOK gehoord te hebben, was het tijd voor een moederlijke preek. Of ze wilden ophouden met steeds tegen de veranda te gooien met die balletjes. Dat de ramen (enkele beglazing van 40 jaar oud) daar stuk van kunnen gaan. Dat Raketman zo al 2 keer eigenhandig een raam naar de filistijnen hielp. Dat een tuin van 15 are groot genoeg is om met balletjes in te spelen. En zo ging het nog even door. Plechtig beloofden ze zich elders te gaan uitleven met de balletjes.

    Ik was nog niet goed terug binnen of er klonk gerinkel en gekletter. Buiten een oorverdovende stilte. Die 2 wisten hoe laat het was… Ik stoof naar buiten voor een minder gemoedelijke preek. Of ik niet net gevraagd had om niet tegen de veranda te gooien? Of ze nog wisten waarom ik dat gevraagd had? Dat ze het bij De Wederhelft konden gaan uitleggen als die klaar was met winkelen. Raketman pleitte non-verbaal schuldig, Miss H hield zich op de achtergrond. Hij had het balletje tegen het raam gegooid, dat was duidelijk.

    IMG_20151011_110648

    De Wederhelft arriveerde. Ze stommelden naar hem toe en biechtten hun zware misdaad op. Een preek volgde. Miss H huilde met plaatsvervangend verdriet voor Raketman, hij haalde zijn beruchte ‘maar ik ben nog maar een kleutertje’-gezicht boven. Miss H stamelde sorry voor haar schuldig verzuim. Ik antwoordde dat het goed was dat ze sorry zei, ook al was haar balletje niet tegen het raam gekomen maar dat ik toch niet kon zeggen: “’t Is niks, zo erg is dat niet dat het raam stuk is.’

    Ik stuurde Raketman met zijn spaarvarken mee naar de winkel om een oplossing voor het raam te kopen. Bedremmeld mompelde hij: ‘Maar dan zitten er bijna geen centjes meer in mijn varkentje.’ Miss H kon het niet langer aanzien. Zonder iets te zeggen, liep ze naar haar spaarpot en haalde er centjes uit. Ze wilde 50/50 doen. Daar was ik zo van gepakt dat mijn boosheid meteen weg was. Samen gingen ze met De Wederhelft naar de winkel. Ze kochten er een folie – ‘Die kostte 5,42 euro mama!’ zodat we de veranda terug wat veiliger kunnen maken.

    Om maar te zeggen… Vaak voel ik me schuldig dat ik zo dikwijls loop te mopperen op de kinderen maar als je dan getuige bent van zo een warm tafereel, weet je weer waarom je het doet. De kinderen hebben duidelijk het hart op de juiste plaats en kennen de belangrijke waarden in het leven. Dat ze die zo mooi kunnen toepassen zonder dat wij iets zeggen of vragen, daar kan je als ouder alleen maar dankbaar voor zijn. Stiekem ook wel apetrots, dat ook. En vooral koester je de hoop dat het zo zal blijven. Miss H kreeg uitgebreide felicitaties van ons allebei voor haar gebaar naar broer toe. Ze had hem even goed alleen kunnen laten opdraaien voor de schade die hij veroorzaakte. Maar ze besefte dat ze toch ook wel in de fout  was door net zoals hij met haar balletje tegen de veranda te blijven gooien.

     

     

  • Keuzestress

    Bij het begin van het schooljaar passeren hier vriendenboekjes à volonté bij de kinderen. Elke keer opnieuw vullen ze die dolgraag in. De dochter begon deze week aan haar eigen vriendenboekje zodat het mee naar school kan om door te geven. Alles ging goed tot ze arriveerde bij: ‘Wat wil je later worden?’

    Stilte, haar pen legde ze even neer om dat te overpeinzen. Na een tijdje keek ze me aan met hertenoogjes die smeekten om hulp.

    ‘Wat is er meid?’

    – ‘Mama, ik weet eigenlijk nog niet wat ik later wil worden. Is dat erg?’

    ‘Tuurlijk niet, dan schrijf je gewoon op dat je het nog niet weet.’ Interne opluchting, ze wil precies geen politie-agent of redder van de wereld meer worden…

    – ‘Maar moet ik daar dan echt niks invullen mama? Want eigenlijk moet je toch weten wat je wil worden? Er zijn al veel kindjes die wel weten wat ze later willen worden maar ik weet het echt nog niet.’

    ‘Er zijn mensen die nog niet weten wat ze willen worden als ze al groot zijn meid. Dus dat jij het nu, in het tweede leerjaar, nog niet weet, is helemaal niet erg.’

    Opnieuw een stilte. Haar grijze massa draaide op volle toeren. De mijne ondertussen ook.

    Want eigenlijk heeft ze wel een punt. Vanaf hun eerste stapjes in de kleuterschool, worden kinderen al om de oren geslagen met de vraag wat ze later willen worden. Ah ja, want grote mensen vinden het lollig om te horen wat er dan uit die snoetjes gebrabbeld komt. Maar leggen we op deze manier onbewust al niet erg vroeg druk op hun schouders?

    Er zijn nu eenmaal kinderen die meer met zulke dingen bezig zijn dan andere. Die denken, denken en blijven denken tot ze het antwoord hopen te hebben op een vraag die hun gesteld wordt. Hoe kunnen ze weten wat ze later willen worden als ze niet eens weten wat ze allemaal kunnen worden?

    Waarom willen we als antwoord op die vraag een beroep uit die kindermondjes horen komen? Vanwaar die prestatiedrang? Hoe groot is onze verbazing als ze iets antwoorden als ‘lief’, ‘een goed mens’, ‘gelukkig en gezond’?

     

    “Wat wil je later worden?”, vroeg de juf,
    ’t was in de derde klas.
    Ik keek haar aan en wist het niet,
    ‘k dacht dat ik al iets was.”

    Toon Hermans

  • De verstrooide professor

    Onze kinderen leren al jong zich te organiseren. Allez, daar streven we toch een beetje naar. Het bevordert hun zelfstandigheid, weet je wel. Deze week is het voor de lagere school ‘zwemweek’. Kinderen tellen de dagen af tot het eindelijk zo ver is: tijdens de uren mogen ze zich buiten de schoolmuren begeven voor een plons in het zwembad.

    Maandag werd de zwemweek aangekondigd. 2/3 van onze kroost zit in de lagere school (3e en 2e leerjaar). Ik vroeg hen om tijdig hun zwemtas klaar te maken zodat ze dat zeker niet zouden vergeten te doen. Maandagavond was de klus al geklaard. 2 zwemtassen stonden klaar om in de loop van de week mee naar school te gaan. Ze hadden flink aan alles gedacht: handdoeken, zwemkledij, proper ondergoed, een borstel… Het zat er allemaal in. Fier dat ik op hen was zeg 🙂

    Vandaag was het voor de oudste zover: zwemmen!!!! Gisteren zette hij zijn zwemtas alvast klaar bij zijn boekentas want ‘ah ja hè mama, dan kan ik die zeker niet vergeten!’. Vanavond kwam ik thuis met een balorige achtjarige. Zonder zwemtas. Ah ja, die stond nog waar vanochtend zijn boekentas ook stond… ‘En ik heb een gans uur op een stoeltje moeten zitten niksen!’ kwam er verontwaardigd uit. Die heeft hopelijk zijn lesje geleerd.

    Zus kon het niet laten om er fijntjes aan toe te voegen: ‘Maar mijn zwemtas staat al klaar voor morgen en ik ga die niet vergeten hoor want ik denk daar altijd aan.’ En het gestechel kon beginnen…