Auteur: An Baraitre

  • Rare jongens daar in Zichem

    Ik mag voor het OCMW van Scherpenheuvel-Zichem werken als personeelsverantwoordelijke. Het beleid daar geeft me de kans om voorstellen uit te werken die onze mensen ten goede komen. Ik ben daar heel dankbaar voor. Onlangs lanceerde ik het idee van een gezondheidsbeleid. Als je wil werken aan presenteïsme, dan levert dit in mijn ogen betere resultaten op dan een absenteïsmebeleid, ook wel gekend als ziekteverzuimbeleid. Mijn idee werd niet al te enthousiast onthaald. Bij sommigen riep het al meteen beelden op van Aziatische strafkampen waar je 3 dagen moet overleven op een droge boterham en een glas water terwijl je zware fysieke arbeid levert in mensonwaardige omstandigheden. Tof, het is ook een optie 🙂

    Ik zag het eerder wat positiever. Wat zat er bijvoorbeeld in mijn plan: fruitmanden in de keuken zetten voor onze personeelsleden. Meer kans dat ze gezonde tussendoortjes eten op die manier. Fruit zien eten doet fruit eten. Thuis doe je zo gauw de moeite niet maar als het op het werk toch voor het rapen ligt, dan kan je al even goed mee doen met de kudde. Een andere was het stimuleren van woon-werkverkeer met de fiets. Vooral voor onze administratieve krachten dan want de meesten wonen in een straal van 8 km rond het OCMW. Het personeel van de thuiszorg daarentegen is al actief bezig tijdens de uitoefening van hun job.

    Nog een mooie vond ik ‘samen bewegen’. Iets wat er vroeger was maar het stierf een stille dood. Dankzij onze glijdende werktijden kunnen we tot anderhalf uur lang pauzeren ’s middags. Dat geeft een mens toch wel wat tijd om wat aan de conditie te werken. Wat je overdag al doet, hoef je ’s avonds niet meer te doen wanneer je kaars eigenlijk al uit is. Vroeger gingen we tijdens onze middagpauze al eens met een klein groepje wandelen. ‘Samen bewegen’ werd echter al neergebliksemd nog voor het geboren werd. Ach ja, er zijn ergere dingen in het leven. Ik kon het maar proberen.

    Zelf probeer ik in elk geval mijn plan wel uit te voeren. Ik neem sowieso geregeld fruit mee naar het werk. Als de omstandigheden (lees: het weer, de kinderen en alle agenda’s binnen het gezin) het toelaten, spring ik op mijn stalen ros voor een rit langs de Demerbroeken tot in Zichem. Vanaf nu ga ik 2 à 3 keer per week wandelen tijdens mijn middagpauze. Vandaag was de eerste keer, de regen hield me niet tegen.

    Halverwege mijn route passeerde ik een local. Oud en er waren kosten aan. Hij liep met een kruk, had al even geen scheermachine gezien en leek me allergisch aan zeep en shampoo. ‘Alcohol ontsmet dus daar wassen we ons maar mee’ leek zijn motto toen ik hem passeerde. Wat een walm zeg!  Ik knikte beleefd en hield mijn tempo aan. Zijn reactie: ‘Oep maai moette ni lette zunne, ik zèn toch bekant doewet.’ Jah… Hoe reageer je daar in hemelsnaam gepast op?

    – Ah, hier is mijn kaartje mijnheer. Ik ben free lance copywriter en kan voor u het meest originele overlijdensbericht ever schrijven?

    – Goed plan, die overbevolking is immers voor niks goed?

    – Hulp nodig?

    Allez ik bedoel maar… Je kan toch niet verwachten dat een wildvreemde voorbijganger dit gestamel serieus neemt? Plots zag ik dat er in zijn onmiddellijke omgeving een koppeltje stond, ze leken hem te kennen. Ik besloot mijn route stilletjes verder te zetten. De man was in goede handen, anders zou ik wel gereageerd hebben. Noem het beroepsmisvorming. Ik heb er wel de ganse dag op zitten denken. Hoe diep moet het niet zitten als je dergelijke uitspraken doet tegen een vreemde? Wil hij geholpen worden om zijn leven, wat er hem nog rest althans, terug op de rails te krijgen en mee te tellen in de maatschappij? Is hij sociaal geïsoleerd en zoekt hij contact om uit een vicieuze cirkel te geraken? Of had hij gewoon een stuk in zijn kraag en zei hij tegen de volgende voorbijgangers dat UFO’s hem ontvoerden en terug op de aarde gooiden na een mislukt experiment. Wie zal het zeggen…

  • Triple Trouble in actie

    Meteorologisch hete dagen hebben een speciaal effect op de mensheid. Volwassenen klagen over de warmte, kinderen zijn balorig. Da’s hier niet anders. De 3 kleuters des huizes stapten na school uit de auto en stormden richting voordeur. Zweetslierten vlogen in het rond in hun onmiddellijke omgeving. Ze waren helemaal rood aangelopen na een ganse dag buitenpret op school. In volle zon bij 35°! Ach ja, binnen is het lekker koel, dan verdampt al dat zilte vocht snel en krijgen ze terug een normale kleur.
    Je merkt aan onze kroost dat het parabloed van 3 generaties voor hen nog wat is blijven plakken want opgeven staat niet in hun woordenboek. Van de voordeur stormen ze rechtstreeks naar de achterdeur om verder te gaan spelen. In volle zon bij 35° want de schaduw vinden we niet leuk hoor mama! Nadat ze rustig de terrastegels sloopten terwijl ik aardappelen slachtte voor het avondmaal, werden ze verplicht tot huisarrest in een aangenaam koele keuken en living. Wat een straf zeg. Tssss, wat ben ik toch een ontaarde moeder. Soit, ze lieten het niet aan hun hartje komen en speelden samen. Soms verloopt dat proces harmonieus maar vaak lijkt het of de Arabische Lente zich hier in huis afspeelt met onze pagaddertjes.
    Terwijl ik de achterdeur ‘op kip’ (niet het beest) zette om ontsnappingspogingen te voorkomen, hoorde ik een doffe slag in de keuken gevolgd door ‘auuuuuwwwwoeoeoeoeoe’ en andere oerkreten. Dat gebeurt wel meer, het zal wel meevallen. Dacht ik. Plots hoor ik de zus van 4 op bedenkelijke toon tegen de broer van 3 zeggen ‘Kijk Jasper, da’s nu precies toch veel bloed bij Robin hè?’ PANIEK! En net dan belt je baas om iets te vragen over het werk :s
    Ik vlieg in Megamamatempo naar de keuken en aanschouw daar pure horror: een huilende 6-jarige die van zijn neus tot zijn voeten onder het bloed zit. Gelukkig droeg hij vandaag een rode t-shirt, anders zag het er nog rampzaliger uit. Bloed stroomde uit zijn neusgat en uit zijn mond. Gelukkig volg ik jaarlijks een bijscholing EHBO zodat mijn brevet van hulpverlener geldig blijft. Ik bleef er dus cool bij, kalmeerde de 2 anderen en zette hen voor tv zodat ik me op de oudste kon concentreren. De neusbloeding was al vlug gestelpt maar zijn lip bleef bloeden. Al na enkele minuten had hij dezelfde mond als Angelina Jolie.  Beuh. Zijn neus begon ook wat op te zwellen. Hmmm… Wat was hij in hemelsnaam toch van plan? Testen hoe een bull-dog aan zijn smoelwerk komt? Op mijn pas gepoetste vloer? Zucht. Na de eerste hulp beslist om toch maar op zeker te spelen: naar spoed. Zo staat het immers in mijn handboek van het Rode Kruis: als de neusbloeding het gevolg is van een slag dan moet je doorverwijzen naar een arts.
    Jaja, geweldig plan. Naar de dienst spoedgevallen rijden met een hongerige kleine net als het etenstijd is. Gelukkig bleef hij dapper zijn doekje voor het bloeden op zijn lip houden. Samen wachtten we in de onderzoekskamer op de dokter. Ik kon mijn ogen niet afhouden van de koteletten die zijn lippen nu geworden waren. Rood, paars, blauw, … het zat er allemaal in. Nog steeds was zijn onderlip licht aan het bloeden. En dan komt de dokter binnen… Zoonlief vertelt uitgebreid dat het allemaal de schuld van zijn zus is en de man leek het te begrijpen. Ik denk dat die zelf ook een zus heeft. Zussen zijn geweldig en ik kan het weten. Ik ben er zelf namelijk eentje.
    Robin mocht al vrij snel mee naar huis. Niks ergs aan de hand maar dan zijn we tenminste gerustgesteld. We moeten hem vannacht wel enkele keren wakker maken en zijn neus de volgende dagen in de gaten houden. ‘Want een neusbreuk daar doen we eigenlijk niks aan hoor mevrouw. Als het er na 3 à 4 dagen vreemd uitziet, dan ga je er best eens mee naar de dokter.’ Tot zover de waarde van de EHBO-lessen van het Rode Kruis 😉

  • Ik krijg het er van op mijn heupen!

    Mjah je weet het of je weet het niet maar ik ben gezegend met hyperlakse gewrichten. Mijn ledematen draaien alle kanten op. Mijn gewrichten zijn te soepel en dat brengt hoe langer hoe meer kwaaltjes met zich mee. Zo sukkel ik al sinds augustus vorig jaar met mijn heup. Nadat ik mijn toen vijfjarige zoon een fietsles gegeven had, was het er: de pijn! Een maand of 2 later was mijn geduld op en besloot ik maar eens langs de huisarts te passeren. Een uitbrander later (ze vond dat ik te lang wachtte om haar te raadplegen) wandelde ik buiten met een doorverwijzing naar een fysisch geneesheer. Toffe boel. Zijn laatste werkdag van het jaar, het was ergens in de kerstperiode, bracht hij door met mij op zijn tafel. 4 injecties kreeg ik in het pijnlijke gebied en als beloning kreeg ik een voorschrift voor de kinesist.

    Tof, nog méér kine! Ik ging in die periode namelijk al drie keer per week naar de kinesist voor de revalidatie van mijn pols na een arthroscopie. 5 keer per week werd ik toen dus bij de kinesist verwacht. Ik heb die brave man voorgesteld om voor ondergetekende te werken met onderhoudscontracten in plaats van me telkens om een voorschrift naar de dokter te sturen. Tof om aan je kinderen uit te leggen waar je zo vaak naartoe gaat, vooral als je weet dat de dochter van de kinesist een klasgenootje is van mijn oudste kleuter.

    ‘Mama, waar ga jij naartoe?’

    – ‘Ik ga naar de papa van Axelle jongen.’

    ‘Wat ga jij daar doen mama?’

    -‘Wel… Eerst houdt die mijn handje vast en daarna wrijft die over mijn poep.’

    Als ik het waarheidsgetrouw op deze manier zou uitleggen, denk ik dat er 2 huwelijken op springen zouden staan en dat ik een briefje voor een afspraak met de school mocht verwachten. Ach ja, ondertussen zijn we medio mei. Ik ga nog steeds voor mijn pols en mijn heup naar (dezelfde) kinesist. Hij raadde me van miserie een bezoek aan de osteopaat aan. Dat was een aparte ervaring! Ik ga ze hier niet neerschrijven… Na een gans uur in lingerie op zijn tafel gelegen te hebben, wist ik wat er met mij aan de hand is. Mijn bekken staat scheef en mijn rug is daarin gevolgd. Een kraakje hier, een osteopatische knuffel daar en ju! Terug naar de kinesist voor stabilisatie-oefeningen.

    Sinds deze week doe ik dagelijks flink mijn oefeningen. In een ver verleden heb ik me eens een turnmatje aangeschaft dat me nu goed van pas komt. Voor die oefeningen moet ik enkele charmante houdingen aannemen waar mijn kinderen zich een kriek mee zouden lachen. Ik verstop me dus wijselijk op mijn kamer met mijn matje voor mijn dagelijkse marteling. En daar blijk ik een steengoede coach voor te hebben: Gonzo! Als ik stiekem naar boven sluip, sloft hij op zijn dooie gemakje mee. Hij blijft in het deurgat van de slaapkamer zitten tot ik op mijn matje lig. Daarna springt hij op de vensterbank om het overzicht te bewaren. Hij kijkt graag op me neer, weet je wel. Dan zie ik hem denken ‘Stupid human, do that crazy thing again!’ ‘NOW!’ Echt, morgen geef ik hem een fluitje en een zweep. Naar het einde van de oefenreeks gaat het allemaal zo vlot niet meer en dan kijk ik soms moedeloos vanop mijn matje naar boven, door het raam zie ik dan een azuurblauwe lucht met enkele schattige wolkjes… en een meedogenloze slavendrijversblik van de kat.

    ‘Komaan mens, ik begin honger te krijgen!’

    ‘Zeg maat, je mag het ook eens proberen, het is begot niet simpel hoor!’

    ‘Don’t care, als je niet voort doet dan doe je er nog een strafreeks bij!’

    Grmpf. Vol zelfmedelijden leg ik me terug neer om verder te doen… en kijk recht in de snoet van Wilma. Die volgt het allemaal vanonder ons bed. Ze snapt er de ballen van. Wat doet die mens nu toch weer… Al bij al denk ik dat het zijn nut wel heeft. De eerste dagen had ik behoorlijk last van mijn buikspieren en van mijn nek. Nu heb ik al minder last van de buik. Wie weet ga ik er nog een wasbordje aan overhouden dat terug in een maatje 34 past 🙂

  • Als perfect niet goed genoeg is

    In een ver verleden, toch al zeker 2 jaar geleden, volgde ik een opleiding over perfectionisme. Ik zal het maar bekennen, ik worstelde daar al jaren mee. Een beetje onzeker stapte ik het leslokaal binnen, angstig voor wat die bende nutcases die er al zat wel niet van me zou denken. Dat bleek gelukkig goed mee te vallen. Ha ja, ze hadden een gelijkaardig probleem als ondergetekende. Best van al: de docente was er ook mee gezegend!

    Ik ga hier niet de ganse opleiding van naaldje tot draadje uit de doeken doen. Het arme mens zou anders niks meer verdienen in haar praktijk. En ik gun haar dat wel want ze heeft die training mega-goed aangepakt. Het heeft bij mij een mentale mallemolen in gang gezet. Ik besefte toen dat het vijf voor twaalf was, misschien zelfs al wat later. Ik werkte op dat moment voltijds en combineerde dat met een zelfstandig bijberoep, de zorg voor 3 kleine kindjes en een echtgenoot die veel in het buitenland zat omwille van zijn beroep. En ik kon het allemaal aan, ik verkondigde dat overal. Maar vanbinnen voelde ik iets vreten, elke dag een beetje meer. Ik kon er echter de vinger niet opleggen. Tot ik de training volgde. Die heeft een heel bewustwordingsproces in gang gezet. Ik besefte dat ik knopen moest gaan doorhakken als ik niet wilde uitvallen met een depressie of een burn-out. Het probleem was echter dat ik elk van die rollen doodgraag uitoefende, da’s nu trouwens nog steeds het geval.

    Ik ging eens met De Wederhelft rond de tafel zitten. Samen beslisten we dat ik in mijn hoofdberoep wat gas zou terugnemen. Sinds toen werk ik met 4/5 – prestaties voor het OCMW. Ik had het veel eerder moeten doen. Op woensdag ben ik thuis. Da’s mijn dagje. De ene keer ga ik ’s middags de kinderen oppikken aan de schoolpoort, de andere keer laat ik hen naar de buitenschoolse opvang gaan… zonder schuldgevoel. Ik heb geleerd dat er niks mis mee is om af en toe eens aan jezelf te denken. Mijn gezin is gelukkig als ik goed in mijn vel zit dus dat blijft mijn streefdoel.

    Ik heb de afgelopen twee jaar veel nagedacht en orde op zaken gesteld. Enkele energievreters werden vakkundig geëlimineerd. De rampenschaal wordt geregeld ter hand genomen. Hoe erg is iets nu echt? Zie ik het binnen proportie? Wat zou er gebeuren als ik iets niet doe of als ik bij het uitvoeren van die bepaalde taak een foutje maak? Maar waar ik het meest mee geholpen ben, wat ik aan die sympathieke mevrouw te danken heb, is de uitleg over de Cirkel van Invloed en de Cirkel van Betrokkenheid. Bedacht door Stephen R. Covey. Helaas is die man vorig jaar overleden, ik had er graag eens een klapke mee gedaan.

    Die meneer heeft iets uitgevonden wat mij helpt om dingen wat makkelijker los te laten. Pas op, het lukt me soms nog niet hoor. Ik ben en blijf een nadenker. ‘Wat als’ weet je wel. Meer info over het werk van Stephen R. Covey vind je hier.

  • Update eetplan

    2 weken geleden begon ik met mijn new way of life. Ik stelde voor mezelf een eetplan op dat bestaat uit een samenraapsel van tips die ik van andere mensen kreeg. Ik wil namelijk een beetje gewicht kwijt. Niet te veel, ongeveer 4 à 5 kilogram minder is mijn streefdoel. Niet echt concreet, ik weet het maar ik ken mezelf. De eerste dagen waren loodzwaar. Ik denk dat ik toen moest afkicken van suiker en chocolade. Da’s het enige wat ik drastisch ingeperkt heb. De andere wijzigingen in mijn eetgewoonten zijn subtieler. Ik leerde mezelf er wel beter door kennen. Ik eet niet omdat ik honger heb, maar omdat ik goestingskes heb. Vooral zoetigheid moet het dan ontgelden. Tijdens de eerste dagen dat ik er bewust op lette om niet in mijn zoete schuif te duiken op het werk, had ik zelfs hoofdpijn en was ik geïrriteerd. Erg erg erg…

    Ganse dagen moest ik van ’s ochtends tot bedtijd onderhandelen met mezelf om van de chocolade en de koekjes af te blijven. Ik weet dat dit een luxeprobleem is, maar het is wel zwaar. Soms had ik al een chocolaatje vast eer mijn frank viel en kostte het me moeite om het terug te leggen. ’s Avonds was ik dan wel fier op mezelf dat het me gelukt was, ook al stond mijn hoofd op springen. Het leek wel migraine maar het was puur afkicken van zoetigheid. Mijn gewicht kabbelde langzaam maar zeker wat naar beneden. En dan: bam! Bijna een kilo er weer bij… Ikke slechtgezind tot ik me realiseerde dat ik de schuld mocht afschuiven op mijn hormonen (de vrouwelijke lezers zullen wel weten wat ik hiermee bedoel).

    Ondanks de tirannie van mijn hormonen zette ik toch moedig door. Ik merk nu dat ik de laatste dagen veel minder zin heb in zoetigheid. Ik had mezelf een portie zelfgemaakte chocomousse beloofd als ik mijn eerste tussentijdse doelstelling zou behalen. Enkele dagen geleden was het zover en ik heb nog steeds geen chocomousse gegeten. Eigen keuze, geen behoefte aan dat spul. Ik sta geen 50 keer per dag meer met de deur van de koelkast of de diepvriezer in mijn handen, te staren naar al dat lekkers dat er in ligt. Soms stap ik er nog naartoe en denk ik ‘Nee An, niet doen’ waarna ik me braafjes omdraai en weg ga. De afgelopen 2 weken verloor ik 800 gram volgens mijn grafiek in Excel. Voor jullie lijkt het misschien peanuts maar ik ben blij met dit tussentijdse resultaat. Die piek van de extra kilogram moest ik immers ook wegwerken. Voor mij hoeft het niet te snel te gaan, dat gewichtsverlies. Als het maar duurzaam is. Ik heb tijd.

  • Verbouw je huis eens voor de lol

    Als je je sterfdatum zonder geweld wat dichterbij wil brengen, beslis dan om je huis te verbouwen. Wij hebben een knap huis dat mooi gerenoveerd werd door de vorige eigenaars, waarvoor dank. Begin maar eens te renoveren met 3 hevige Koters en 2 drukke jobs. Dat zagen wij niet zitten dus we kochten een huisje dat zo goed als in orde is. We wonen hier ondertussen 4 jaar en hebben nog steeds geen spijt van onze aankoop. Moest de gelegenheid zich voordoen, dan zouden we verhuizen naar een ruimer huis met vooral een ruimere tuin. Maar als het niet is, dan blijven we hier even graag wonen. Er zijn immers behoorlijk wat alternatieven in de buurt waar je je kinderen kan uitlaten. De voorgevel van ons nederige stulpje vroeg echter onze aandacht. Elk jaar zagen we meer en grotere barsten in de crepie verschijnen na het vochtige winterweer. Tijd om in te grijpen dus. We namen een aannemer onder de arm en die is deze week eindelijk gestart. Lang leve de zon want anders zat ik nog steeds barsten te tellen!
    In een ver verleden liep ik stage in een bouwbedrijf. Ik leefde dus met het beeld van de bouwvakker als vroege vogel die met zijn frigobox en ghettoblaster arriveert en de buurt op stelten zet. Na afstel komt iets anders dus eergisteren kreeg ik eindelijk de definitieve bevestiging dat de werken vandaag zouden starten. Eerst zou de trap naar de voordeur betegeld worden en daarna wordt de voorgevel aangepakt: crepie herstellen, waterdicht maken en opnieuw schilderen. Een klus die geen regen verdraagt. Om 9 u zouden ze hier arriveren. Punctueel als ik ben, zat ik al vanaf 10 voor 9 te popelen en uit het raam te staren… en staren… en staren. Stress overmeesterde me. Ik had vandaag wel verlof genomen om alles wat in de gaten te houden maar het was zo een ‘doe 50 klusjes op 1 dag’-verlofdag. Soit, popel popel popel en plots om 9u30 zie ik een verschijning. Geen voze camionette waar een sliert zwarte rook achteraan hangt, geen frigobox, zelfs geen bouwvakkersdécolleté. Moet die gast hier wel zijn? Aan zijn uitleg te horen wel.
    Iets later arriveert zijn collega, de opperbouwvakker. Hem betalen we toch in elk geval. Weer geen stereotiepen. Deze kerel had een ferme bestelwagen bij. Ik mag dat zeggen want ik heb zijn logo ontworpen. De mannen vliegen er meteen in om 10 u. Gek, zij beginnen te werken net op het moment dat de collega’s van het OCMW toe zijn aan hun eerste koffiepauze van de dag. Ik vertrek om mijn takenlijstje spoedig te kunnen inkorten. ’s Middags arriveer ik terug aan ons stulpje.
    Bij het inrijden van de straat zie ik in de verte witte wolken opstijgen. Blinde paniek achter het stuur!!!! Shit, die kukels hebben de boel in de fik gestoken!!!!! Al snel bleek dat ik een blond moment had. De mannen waren rustig hun gang aan het gaan met een slijpschijf. Ze lijken daar helemaal zen van te worden. Samen met de rest van Diest-centrum geniet ik mee van een streepje Industrial-muziek. Een snoefje slijpschijf gecombineerd met een portie betonmolengeluidjes, het vormt een harmonisch geheel. Kuch.
    Na een hindernissenparcours geraak ik terug binnen zonder mijn nek te breken. Fier sta ik te blinken in de gang… en krijg de smerigste blik ooit van de katten des huizes. Doeme toch, ik heb hen niet gewaarschuwd.
    Eerste verwijt: vreemd volk dat te kort bij komt, stel je voor dat die voordeur zou open gaan… Dan zouden ze binnen geraken en wat dan?! Huh?! Daar al eens aan gedacht?
    “’t Is niks Gonzo, die mannen lusten geen Friskies. Ze hebben gedroogde bananen bij.”
    Tweede verwijt: weet jij wel wat voor kabaal die gasten maken? Hoe moeten wij hier in hemelsnaam slapen? Na de nachtpost hebben wij onze rust nodig!
    “Ik weet het poezen maar als ze ’s nachts zouden werken, dan zouden jullie er ook niet mee kunnen lachen. Jullie slapen nu eenmaal 22 u per dag.”

    Verontwaardigd sloffen ze terug naar boven om te bekomen van alle onrust die vandaag hun leven verstoort.

    Als je bezig bent aan je tweede decennium als personeelsdeskundige, dan weet je dat je werkende mensen moet soigneren. De mannen krijgen dus iets fris te drinken van me. ’t Is warm voor iedereen. En bam! Eerste cliché bevestigd: het mag een flesje bier zijn en néé, het hoeft niet in een glas. Oef, ik heb de juiste gasten ingehuurd. Nu weet ik dat het goed komt.
    Van al dat werken krijgt een mens honger dus ze gaan even iets eten. Even. Mijn definitie van dit begrip is duidelijk niet de hunne. Net als ik Child Focus wil bellen, zie ik ze in de verte terug aangesnord komen. Oef! Ze knutselen gans de middag verder aan mijn trap. Wat zijn ze flink! Plots hoor ik dat er ambiance is. Ik steek mijn neus buiten en bam: tweede cliché bevestigd! Een jonge deerne passeerde net op een rokjesdag als deze voorbij mijn deur. Iedereen weet wat er dan gebeurt hè…

    Rond half 6 beginnen ze op te rommelen. Daar kan ik nog mee leven, ze hebben tenslotte een ganse dag het beste van zichzelf geven ondanks de tropische temperaturen. Ik was al blij voor hen dat ze kunnen werken aan de schaduwkant van het huis. Na hun vertrek ga ik stiekem eens kijken. Ondanks dat ie nog maar voor de helft betegeld is, vind ik het resultaat al prachtig! Dit komt goed. Al zal het een verkorting van mijn leven zijn, het komt goed. Morgen beginnen ze terug om 8 u. Ik zet mijn wekker alvast op 8u30.

  • Pensioenen

    Vandaag was het weer zover: bijscholing! Het OCMW gaf me de kans me te verdiepen in de werknemerspensioenen. In die materie is de afgelopen jaren immers heel wat veranderd. Daarom organiseerde de pensioendienst van ons Sociaal Huis gratis een infonamiddag over deze pensioenen voor de inwoners en contractuele personeelsleden van OCMW en stadsbestuur. Omdat wij bij HRM er door het vergrijzend personeelsbestand ook steeds meer vragen over krijgen, is een basiskennis van de nieuwigheden geen verloren zaak. Wij naar de infosessie dus.

    Oh boy… Tegen alle verwachtingen in was er maar een magere opkomst. Het merendeel van de geïnteresseerden waren personeelsleden van het OCMW en het stadsbestuur. Ik vond dat vreemd. Je zou toch denken dat veel mensen met vragen zitten over hun pensioen want welk genie ziet door het bos van wetswijzigingen de pensioenbomen nog? Er werd ook via diverse media gecommuniceerd over de infonamiddag. Waar ging het dan mis? Ach ja, minder publiek is meer interactie zullen we maar denken. Juist ja.

    Het prototype van de federale ambtenaar zou ons de ganse namiddag entertainen. Die kerel was een kei in zijn vak, beschikte duidelijk over heel wat expertise en trachtte er het beste van te maken. Pensioenwetgeving is immers niet de meest boeiende materie om een zonnige lentemiddag mee te vullen. Een half uur zag ik al iemand in het publiek knikkebollen. Ik hield dapper vol, streed mijn strijd tegen het slaapzaad. Het was een zware strijd. Na de pauze meer van  dat. Een man achter me begon te snurken. Ik draaide me om en zag dat ik geen poging moest ondernemen hem wakker te krijgen. De stakkerd was al druk aan het dromen wat hij met al zijn pensioengeld zou gaan doen later 🙂

    Al bij al was het voor mij een zinvolle namiddag. Er werd kort aangehaald aan welke wijzigingen we ons nog mogen verwachten en we kregen toch wel nuttige informatie mee. Onder andere over de cumulatie van een pensioen met beroepsinkomsten, de regeling rond de overlevingspensioenen die eindelijk gewijzigd gaat worden, de pensioenbonus, enz. Een aanrader voor elke 50-plusser om zich hier eens in te verdiepen. Het gaat tenslotte om hun toekomstig inkomen.

  • De Nieuwe Snaar

    Gisteren pakte Diest uit met Konec van De Nieuwe Snaar in den Amer. Het is de laatste show van deze vrolijke bende die nu een goeie 30 jaar in het vak staat. Ik zag ze enkele jaren geleden tijdens Pulptuur in Kapellen en was er niet meteen wild van. Ik vergezelde De Wederhelft dus met gemengde gevoelens. Met een bijna-onbevooroordeelde blik plofte ik in mijn stoeltje op de tweede rij en stelde vast dat de voorstelling uitverkocht was. Ik meende me een dwaze dwerg te herinneren, al snel bleek het Geert Vermeulen te zijn.

    Ik ga hier niet gans de show bespreken. Doorheen het ganse spektakel kroop 1 gedachte steeds weer in mijn hoofd: hier kunnen veel 50-plussers een voorbeeld aan nemen. Die mannen verkeren in een goede conditie ondanks het vermoedelijk overdadige drankgebruik dat in de sector welig tiert. Ze zijn niet alleen fit, ze zijn ook erg flexibel. Letterlijk en figuurlijk. Ik verdenk Geert er van dat hij net als ik gezegend is met hyperlakse gewrichten. Maar als je ziet hoe die mannen verschillende instrumenten bespelen alsof het niks is, de meest uiteenlopende muziekstijlen ten berde brengen alsof ze nooit iets anders deden en hoe vlot ze improviseren om foutjes vakkundig te verdoezelen, dan denk je zelfs als niet-fan: Wow!

    Jobrotatie, functieverbreding en meer van die zware termen: ik zou voor elk van hen een voorbeeld uit de show van De Nieuwe Snaar kunnen geven. We steken zoveel energie in het voeren van een leeftijdsbewust personeelsbeleid en het verhogen van de organisatiebetrokkenheid bij het OCMW… Een goede teambuilding zou voor deze doelgroep heel eenvoudig zijn: ga eens kijken naar Konec en denk dan eens na over jezelf. Niet negatief bedoeld hoor, ik heb alle respect voor onze 50-plussers. Die mensen doen zwaar werk in vaak moeilijke omstandigheden. Maar ik denk dat de arbeidsvreugde die van De Nieuwe Snaar afdruipt, voor hen een opsteker kan zijn. Beide sectoren zijn niet te vergelijken maar het idee erachter wel. Je werkt voor mensen en met mensen. Je zet je in voor de volle 100%, ook al heb je een mindere dag en een pijntje hier of ginder. Het levert je meerdere staande ovaties en een uitzinnig publiek op.

  • Een dikke streep is ook een lijn.

    In dit huishouden wordt veel gekookt. Zowel De Wederhelft als ik kokerellen met plezier. Als de gelegenheid zich voordoet, zijn we druk in de weer met kookboeken, boodschappenlijstjes en het verzamelen van de nodige attributen. Niet moeilijk dat een mens na verloop van tijd op dieet moet dus. We zijn hier trouwens gezegend met een Bourgondisch nageslacht. Eén en ander zal waarschijnlijk wel met elkaar te maken hebben. Maar toch… Af en toe zet ik ook eens luiewijvenkost op het menu. Dan duik in de diepvriezer, leg de stukken Eoraptor en dodo aan de kant en haal er wat overschotjes uit.

    Vandaag was zo een dag. De Wederhelft bevond zich rond etenstijd ergens tussen Amsterdam en de heimat. De kinderen waren balorig, dat gebeurt wel meer op het einde van een drukke schoolweek. Het gaf me weinig speelruimte om met messen en pannen aan de slag te gaan. Met 3 vermoeide kleuters is samen gezellig tafelen een uitdaging. De keuze was dus rap gemaakt toen ik in de diepvriezer aan het snuisteren was: lasagne, succes gegarandeerd! Eigenlijk had ik er ook wel zin in. Garfield indachtig, zag ik me al volgevreten in de zetel hangen met de zapper in mijn handen. Zo een avond zou het worden.

    Tot het etenstijd was. De 3 vermoeide kleuters veranderden in uitgehongerde aasgieren. Als loslopend wild vlogen ze op hun bord, er nog net op tijd aan denkend dat wij een soort zijn die eet met bestek. Lijdzaam keek ik toe hoe wat ik dacht dat mijn portie lasagne was, als sneeuw voor de zon verdween in heu… nee. Geen schattige kleuterbuikjes maar bodemloze sterfputten! Mja, alles voor de kindjes, ze moeten immers nog groeien.

    Na het eten mogen ze even tv kijken. Strak plan An, dan kan je toch nog stiekem iets anders uit de diepvriezer halen voor jezelf. Als lammetjes vleien ze zich neer in de zetel, zetten hun verstand op nul en kijken naar Nick Jr. Perfect! Ik zet me aan tafel met een heerlijke portie macaroni met ham en kaassaus. Ik ga even niet vermelden dat ik probeer te diëten. De kleinste steekt zijn neus in de lucht en kijkt rond. Ik probeer nog mijn arm voor mijn bord te zetten maar het is te laat. Hij heeft het gezien. In een wip zit hij in zijn eetstoel naast me te blinken.

    ‘Nu een hapje voor Japper mama.’

    ‘Zou je dat wel doen jongen, je hebt net véél lasagne gegeten.’

    ‘Ikke lust da mama, ik eet da ook appeliet?’

    Lap! Hij weet het goed genoeg, die oogjes doen het hem elke keer opnieuw. Ik deel gedwee mijn macaroni met de kleinste. Achteraf bekeken moet ik hem dankbaar zijn. Anders had ik weer grandioos te veel naar binnen gestouwd. Dan zou ik morgenochtend weer boos op mezelf geweest zijn na mijn ontmoeting met de weegschaal. Maar toch. Volgend weekend staat hier opnieuw lasagne op het menu.

  • Waar Diest trots op is…

    Vanmiddag bracht ik mijn oudste zoon (het kereltje is net 6 geworden) naar de kleuterschool. Hij is een schrander ventje dus hij gaat vanaf 1 september naar het eerste leerjaar. Terwijl we over de speelplaats wandelden kreeg hij een bepaalde kleuter in het vizier en zei plots:

    ‘Mama, de papa van Charlie hè, die speelt muziek bij de Shits en da’s keimooie muziek!’

    The Shits? Nog nooooooit van gehoord! Mijn brein ging meteen in overdrive, ik moest en zou deze uitspraak begrijpen en er pedagogisch verantwoord op reageren. De Shits… een kleuter die in Diest op school zit… keigoede muziek… Jah, het lampje gaat branden! Dit kan maar 1 ding betekenen!!!!!

    ‘Bedoel je The Scabs jongen?’

    Zijn ogen lichtten op. Wat is hij toch blij met een mama die hem begrijpt. ‘Ja mama, die zijn het! Ken jij die ook?’ Argeloos zei ik ‘Neuh, misschien een beetje.’

    Ik wandelde terug naar de auto, zette de CD van The Scabs op die altijd klaar is om me op te beuren en ik moest eens glimlachen. Een Diestenaar die The Scabs niet kent is geen goede Diestenaar. Ook voor De Wederhelft was het een wezenlijk onderdeel van zijn inburgeringscursus toen hij van Noord-Antwerpen naar Diest verhuisde.  Gelukkig hebben The Scabs me daar goed bij geholpen. In 2011 traden ze op in de Lotto Arena. Lang leve social media, door mijn grote bek heb ik daar veel werk mee gehad. Maar plezant dat dat was! Om een lang verhaal kort te maken: met 2 andere fans van de trots van Diest hadden we het geweldig idee om een busreis naar dat optreden te organiseren. Niet zomaar een busreis, als we iets doen dan doen we het goed. De pers kreeg er lucht van en plots bleek ik een die hard fan van het eerste uur van The Scabs te zijn. Detail: The Scabs bestaan al langer als ik 🙂

    Uiteindelijk werd het een prachtig gebeuren. We hadden +/- 165 busreizigers en dankzij enkele gulle sponsors was er voor iedereen een uniek t-shirt, speciaal voor de gelegenheid door zanger Guy ontworpen. Niks werd over het hoofd gezien: we hadden van 2 bakkers ook een lading koffiekoeken gekregen voor onderweg. Dat was vroeger toch ook het hoogtepunt als je op jaarlijkse schoolreis ging? Dan kreeg je iets speciaals mee in je brooddoos.

    In Antwerpen aangekomen kreeg ik de slappe lach. Terwijl The Scabs in de Lotto Arena de pannen van het dak speelden, probeerde Clouseau in het Sportpaleis hetzelfde te doen. Resultaat: een grappige mix van mensen en veel bussen. Héél véél bussen. Maar ongelofeloos véél bussen! In en rond het Sportpaleis en de Lotto Arena zag je hitsige vrouwmenschen die stonden te popelen om Koen en Kris in actie te zien. Daartussen liep dan het zootje ongeregeld dat eens stevig ging rocken met The Scabs: gescheurde jeans, lang haar, leren frak, legerbottines, horrorshirts, tattoos zo groot als een radiator op hun lijf, … In normale omstandigheden zou de eerste groep schrik hebben van de tweede groep en het op een lopen zetten maar nu verliep alles vreedzaam.

    Ondanks de stress en al het werk, was dat toch wel een erg leuke ervaring. 98% van de medereizigers vond het ook geslaagd. Ik zwijg bewust over de 2 niemendallen die vermist waren toen het tijd was om weer naar huis te gaan. Eentje er van, mijn broer, heeft me een levenslang bustrauma bezorgd. Ach ja, eind goed al goed. Die verloren zonen zijn ook heelhuids thuis geraakt. Met een taxi tijdens een weekendnacht van Antwerpen naar Diest. Maar ook zij hebben zich die avond rot geamuseerd 😉

    Of hoe je kinderen je geheugen kunnen triggeren en je even dat leuke gevoel van toen bezorgen…

    Wacht tot je kinderen in bed liggen, zet dan deze open op vol volume en balk maar eens goed mee: Matchbox Car van The Scabs, live in The Lotto Arena!