Auteur: An Baraitre

  • De opwarming van de aarde

    Af en toe kijk ik met de kinderen naar het journaal. Het is belangrijk dat ze langzaamaan een wereldbeeld vormen en wat op de hoogte zijn van de actualiteit. De 2 oudsten zitten nu respectievelijk in het tweede en het eerste leerjaar. Vorige week zag de oudste op het nieuws een stukje over de opwarming van de aarde en hoe het op dat vlak 5 over twaalf is voor onze wereld. We hebben daar toen wat over gepraat maar daarna hoorde ik er niets meer van.

    Tot gisterenochtend. 7u30 op mijn nuchtere maag in de auto op weg naar school… Denk er aan, het kind is 7 jaar.

    ‘Zeg mama, da’s wel erg hè, die opwarming van onze aarde? Want daardoor smelt het ijs op de Noordpool en dan komt al dat water in de zee dus dan gaat ons land overstromen!’

    ‘Maar mama, als ze weten dat dat gaat gebeuren, waarom maken ze dan zo geen muren zoals we in Nederland zagen?’ We bezochten afgelopen zomer Neeltje Jans…

    ‘Zeg mama, maar ze kunnen toch ook superveel handdoeken op het strand leggen, dan slorpen die al dat water toch op?’ Hmpf, dat betwijfel ik eerlijk gezegd.

    ‘Of weet je mama, als we nu gewoon de zon een beetje stiller zetten, dan wordt het hier op de aarde toch niet zo warm?’ Ik licht even toe dat de zon geen knopje heeft waar we op kunnen duwen en dat ze dat in het nieuws ook niet bedoelden met de opwarming van de aarde.

    ‘Ah nee, da’s waar! Dat komt van die broeikasgassen hè mama! Van die dinges, hoe heet dat weer? Met benzine en steenkool en zo.’ Fossiele brandstoffen jongen. ‘Ah ja, ik wist het woord niet meer. Maar omdat wij allemaal heel veel met de auto rijden op de wereld, zijn er te veel van die gassen hè mama!’ Mjah, het kind heeft een punt. Toch maar even aanvullen dat ook de industrie hier een belangrijke rol speelt.

    ‘Maar mama… Als wij nu zorgen dat het een beetje kouder wordt op de aarde, dan is het toch niet zo erg dat die opwarmt?’ Zo had ik het nog niet bekeken.

    Om maar te zeggen… Ze zien een reportage van enkele minuten tijdens het journaal en enkele dagen later heeft hun grijze massa daar heel wat mee gedaan. Naar mijn mening zaten in zijn betoog enkele verrassende perspectieven om naar het probleem te kijken. Als de groten der aarde eens wat meer out of the box en los van hun bankrekening zouden willen brainstormen, dan is er misschien nog iets mogelijk om de desastreuze gevolgen van global warming te beperken. Mijn zoon van 7 jaar is kandidaat om het hele proces mee te begeleiden 🙂

  • Hyperlakse gewrichten bij kinderen

    In dit huishouden zijn moeder en dochter gezegend met te soepele gewrichten. Op zich is dat niet zo erg maar je moet wel met een paar dingen rekening houden. Zo is het voor ons heel belangrijk dat wij voldoende sporten. Onze spieren moeten in goede conditie zijn om de flexibiliteit van onze gewrichten op te vangen. Anders zouden we geregeld op spoed zitten met ontwrichte lichaamsdelen. Om maar een voorbeeldje te geven.

    Onze dochter wordt in januari 6. Veel kinderen kunnen op die leeftijd al fietsen zonder zijwieltjes. Voor haar zit dat er nog niet in. Dat gaat ook nog lang duren vermoed ik. Ze heeft een fiets met zijwieltjes en zelfs daar valt ze nog mee om. Faut le faire. En het ergste is dat ze er helemaal niks aan kan doen. Ik vind het zo rot voor haar 🙁

    Om te fietsen moet je een zekere stabiliteit in je lichaam hebben hebben, vooral in je bekken. Zo blijft je rug mooi recht en zitten je armen juist aan het stuur. Heleen op een fiets zetten is hetzelfde als een bloemzak op een fiets zetten. Sorry dochter… Ze blubbert heen en weer, vindt het evenwicht niet en kan dus ook niet recht blijven. Haar lichaam heeft nog tijd nodig om wat steviger te worden en dan komt dat als vanzelf goed. Maar hoe lang zou dat nog duren?

    We zijn vooral bezorgd dat ze hier op school mee geplaagd zal worden. Veel kinderen van het eerste leerjaar kunnen al fietsen maar zij niet. Gelukkig kan ze al wel zwemmen, vorige week behaalde ze haar zwembrevet. Moesten er ouders zijn die tips hebben om onze dochter toch veilig aan het fietsen te krijgen, dan zijn hun reacties zéér welkom…

    In de eerste kleuterklas werd ze ook al getreiterd omwille van haar gewrichten. Kindjes gaven haar graag een duwtje omdat ze wisten dat Heleentje toch altijd omvalt. Dat willen we niet nog eens meemaken.

  • Gezondheid: ontstoken vingernagel

    Gezondheid: ontstoken vingernagel

    Onze dochter erfde de vervelende gewoonte om aan velletjes rond haar vingernagels te prutsen. Ik beken schuld, ik doe dat ook. Bij haar liep het deze keer wel erg slecht af.

    Haar vinger geraakte geïnfecteerd. Kan gebeuren als je ziet waar de vingers van een 5-jarige op een dag zoal in en tussen zitten. Je wilt het soms niet weten.

    Het vingertopje begon roder te worden en op te zwellen. Toen werd het pijnlijk. De etter vloeide rijkelijk, elke dag was er een verse lading klaar. De huisarts schreef Fucicort voor. Da’s een zalf met antibiotica die je plaatselijk kan aanbrengen. 2 maal daags werd de vingertop proper gemaakt, gezalfd en bepleisterd.

    9 dagen later leek er nog niet veel schot in de zaak te komen. Nog steeds rood, gezwollen en etterig.

    vinger

    Meer nog, de bacterie heeft haar vingernagel om zeep geholpen. Dat verklaart waarom het zo pijnlijk blijft. Op de foto ziet het er al behoorlijk goed uit. We komen van ver…

    Bezoek nummer 2 aan de huisarts dus. Hij schrijft Staphycid siroop voor. Nog meer antibiotica. Dat spul blijkt dan ook nog eens moeilijk te verkrijgen te zijn. ‘Tijdelijk niet beschikbaar’ wist de apotheek te zeggen. ‘Ze zijn misschien de verpakking aan het veranderen of zo.’ Wat later vonden we een apotheek die wel de pilletjes heeft. Daar wilde ze de siroop wel mee maken. Deal!

    Zo ziet het er uit, ik noem het Mega Mindy – siroop:

    Staphycid

    Je zou dan denken dat die prut stijf staat van de suiker en zoet zal binnen vloeien bij dochterlief. Niks is minder waar. Het is een bittere brij die zelfs een volwassene bijna aan het kokhalzen krijgt. En dat moet ze dan nog 4 keer per dag innemen… Al een geluk dat ik wat psychologisch onderlegd ben.

    We hopen dat de dochter nu haar lesje geleerd heeft. Geen vingernagel betekent immers ook vele maanden geen nagellak. Nog meer hopen we dat de antibiotica aanslaat want anders moeten we maandag meteen terug naar de huisarts. Wat het vervolg dan zou zijn, weten we (gelukkig?) niet.

     

  • De Vlaamse arbeidsmarkt…

    Joepie, de werkloosheid is gedaald! De crisis is voorbij! Wat hebben we ons toch met zijn allen aangesteld de afgelopen jaren! Dat is althans wat minister Peeters (CD&V) ons wil doen geloven. De naakte cijfers kloppen ongetwijfeld. Maar wie een beetje verder graaft en kritisch leest, ontdekt de keerzijde van de medaille.

    Zesde staatshervorming

    Wat is er de afgelopen jaren gebeurd? De werkloosheidswetgeving werd grondig hervormd. Daar begint Vlaanderen stilaan de vruchten van te plukken. Statistisch gezien dan. Vlaanderen staat hier niet gelijk aan ‘de Vlaming’. Vlaanderen is hier vooral de Vlaamse overheid. Want sinds de zesde staatshervorming mag elk gewest een beetje meer zelf regelen. Op www.belgium.be lezen we dit:

    De hoofdbrok van de zesde staatshervorming is de overdracht van bevoegdheden van de federale staat naar de gemeenschappen en gewesten. Die overdracht vertaalt zich in een lange lijst, waar onder andere materies als gezinsbijslag, gezondheidszorg, arbeidsmarkt, verkeersveiligheid, de huurwet, de rijopleiding, de technische keuring, de justitiehuizen en fiscale uitgaven (hypothecaire lening) deel van uitmaken.

    Vlaanderen maakte gretig gebruik van de mogelijkheid om deze bevoegdheden wat aan te passen. De gezinsbijslag werd hervormd, de hypothecaire lening werd aangepakt en de materie ‘arbeidsmarkt’ werd eens stevig door elkaar geschud.

    Gevolgen arbeidsmarkt

    Wat heeft het ene nu met het andere te maken? De werkloosheidsuitkering werd degressief en beperkt in de tijd. Allemaal goed en wel, dit kan een zinvolle maatregel zijn. Maar dan moet die passen in een ruimer beleid omtrent de aanpak van werkloosheid. Laat het werken aan hen die dat kunnen. Laat de anderen gerust. Wit/zwart-maatregelen werken niet. Ik pleit al langer voor activering op maat. Wat zien we nu bijvoorbeeld gebeuren?

    Duizenden jongeren zullen vanaf januari geen werkloosheidsuitkering meer ontvangen. Dat werd ruim op voorhand aangekondigd wat een goede zaak is. Maar wat gaan die jongeren doen? Leefloon aanvragen bij het OCMW. Ah toevallig, da’s een federale bevoegdheid. Da’s een problematiek die mooi afgewimpeld werd, Vlaanderen. Pronk gerust verder met uw lage werkloosheidscijfers en laat ‘de federalen’ in Brussel het maar oplossen.

    Wat gaan veel OCMW’s willen doen met die jongeren? Hen tewerkstellen, hen kansen geven op de arbeidsmarkt. OCMW’s doen dit in het kader van artikel 60 § 7 van de organieke wet op de OCMW’s. Hiervoor krijgen ze jaarlijks een toelage. Je raadt het nooit: ook die subsidie werd sinds de zesde staatshervorming verminderd. Maar da’s nog niet genoeg. Nee, vanaf 1 januari 2015 valt deze subsidie waarschijnlijk volledig weg. De federale overheid is niet bevoegd om een regeling uit te werken vanaf 1 januari 2015 en het kabinet van minister Homans laat niet uitschijnen dat ze naarstig aan het werk zijn om een eigen subsidieregeling voor de OCMW’s te ontwerpen.

    Wat met de cliënten die momenteel tewerkgesteld zijn in het kader van dit artikel van de wet en nog tot ergens in 2015 of nog langer zullen moeten werken? Wat met de cliënten die staan te popelen om een kans te krijgen op de arbeidsmarkt en daar wat hulp van het OCMW bij nodig hebben? Het weerkerende antwoord van de NVA: ‘OCMW’s, trek uw plan.’

    Nood aan omvattend beleid

    In het nieuwe federale regeerakkoord wordt voorzien dat langdurig werklozen gemeenschapsdienst gaan verrichten. Toen Rik Daems dit voorstelde, werd dat op hoongelach onthaald. Nu ziet men de waarde in van dergelijke maatregel. Maar het is een losse flodder, Vlaanderen. Je hebt de publieke opinie gesust door te stellen dat al die doppers zich maar eens nuttig moeten maken maar au fond fiets je vlotjes rond de kern van het probleem.

    Ernstig zieken die niet kunnen werken en moeite hebben om rond te komen, krijgen het nog moeilijker en zullen afzakken naar het OCMW. Langdurig werklozen die elke dag opnieuw een paar keer het deksel op de neus krijgen als ze gaan solliciteren, moeten gaan aankloppen bij het OCMW. Het OCMW wordt echter vleugellam gemaakt. Er wordt gesnoeid in subsidies en budgetten maar tegelijkertijd moeten de OCMW’s wel meer verwerken. Met hetzelfde personeelsbestand, als het even kan nog liever met minder personeel in dienst.

    Het Vlaams regeerakkoord voorziet dat OCMW’s zullen geïntegreerd worden in de gemeentelijke werking. Dat kan een goede zaak zijn. Ik spreek me daar niet over uit. Maar door de OCMW’s nu al in hun zakken te zitten, gaat het probleem van de inactieven niet opgelost geraken, integendeel. Nogmaals, mensen die niet in de mogelijkheid zijn om een job te zoeken en uit te oefenen, moet je gerust laten.

    Een alleenstaande vrouw met 3 kinderen die lijdt aan fibromyalgie (hà, dat erkennen we niet want wij vinden dat geen echte ziekte!), zal heus niet van de ene dag op de andere fluitend uit bed springen om een job te gaan zoeken als ze hoort dat haar werkloosheidsuitkering geschrapt zal worden. Nee, die vrouw duw je nog dieper in de put waar ze al in zit, fysiek en mentaal. Het is maar een voorbeeld, uit het leven gegrepen.

    Vlaanderen, minister Homans, luister naar al die partners uit het werkveld die staan te springen om met u in dialoog te gaan. De VVSG, de OCMW’s, en zoveel anderen die dagelijks werken met de doelgroep waar u bevoegd voor bent. Blijf niet Oost-Indisch doof maar laat ons een constructieve dialoog aangaan. U kan stoefen met lage werkloosheidscijfers, maar wat zijn die waard als het aantal leefloners en langdurig zieken de pan uit swingt? Juist, het is dan niet uw probleem maar dat van uw federale collega’s in Brussel. Maar au fond blijft het probleem van de armoede wel bestaan.

  • Hoe herken je een groeispurt bij opgroeiende kinderen?

    Bij deze vraag kan je een foto van mijn dochter kleven. 5,5 jaar jong is ze. Een ranke den met benen als tandenstokers. Ze heeft ook fijne spierwitte haren en blauwe kijkers. Als je haar ziet lopen denk je spontaan ‘ach, wat een fragiel kind is dat ocharme’. Zal ik u eens vertellen wat ze vandaag naar binnen speelde? ’t Is maar dat je niet zou gaan denken dat ze aan anorexia lijdt als je haar ziet lopen.

    Ontbijt (9 u): 2 kommen ontbijtgranen met melk. Het ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag, zeker omdat ze een uurtje later gaat dansen.

    Lunch op verplaatsing (12u30): een kinderspaghetti, 3/4 van een kindermacaroni met ham en kaas, enkele stukjes stokbrood. Dat spoelt ze door met fruitsap en een ander drankje. Of ze nog een dessertje mag? Nee Miss H, toch niet. Dus lurkt ze mijn glas fruitsap ook nog leeg.

    Na de scouts (18 u): druiven. Misnoegd omdat er bij de scouts niks te bikken viel. Vorige week at ze daar 2 hamburgers en 2 hot-dogs (en een halve kilo snoepjes en knabbels).

    ’s Avonds (19 u): 3 porties nasi met als extraatje zure ajuintjes en augurken. Als haar vork na de laatste hap haar bord raakt, vraagt ze of ze een dessertje mag.

    Bij tv terwijl ik bolognaisesaus maak voor de lasagne van morgen: enkele champignons en stukjes wortel

    Ik weet het zeker: bij de scouts wordt haar totem Zwelgje.

     

    grote-zwelgje-800x533

    IMG_20140529_140043

     

  • Knutselen: Halloween

    Oh wat heeft de school toch toffe ideetjes! De kinderen van de lagere school mogen morgen verkleed naar school gaan om Halloween te vieren. Hier zagen ze het volledig zitten! Gelukkig koop ik tussendoor verkleedspullen met korting zodat we voor elke gelegenheid iets in huis hebben. Bijna elke gelegenheid.

    Onze oudste van 7 heeft een prachtig skeletpak. Hij vindt het vetcool! Ik denk dat dat goed is. Maar daarmee was de dochter nog niet gesteld. Omdat je een roze glitterprinses bezwaarlijk spooky kan noemen (voor een kind van 5 althans, ik zou hysterisch krijsend weglopen), besloten we nog eens creatief te zijn. Noodgedwongen 🙂 Samen maakten we een leuk spookkostuumpje.

    Men neme een wit hoeslaken. Ecru mag ook, dan is het gewoon een heel oud spook. Knip het zo een beetje op maat van je kind. Belangrijk is dat ze niet bij elke stap over dat laken struikelen want dan komt er te veel echt bloed op te zitten. Knip knip tot het de juiste maat heeft dus. De Wederhelft maakte een matotteke bovenaan om het arme kind op Sus Antigoon te laten lijken. Vervolgens zet je een kruisje waar de ogen ergens achter het laken zitten. Niet te hard duwen, je riskeert een blind kind te creëren. Laken even van het hoofd halen en de ogen uitknippen. Ook weer laken verwijderen van het hoofd, ze hebben hun ogen nadien nog nodig.

    Je zou ook ter hoogte van de neus een gaatje voor zuurstoftoevoer kunnen knippen maar hoe cool is het niet als een spook flauw valt midden op de speelplaats? Juist ja.

    Daarna ga je aan de slag. Een spook dat uit ons gezin komt is niet zomaar een spook. Nope. Het is een uniek en exclusief one of a kind specimen. Tijd om stiften en verf boven te halen met andere woorden.

    En dan krijg je dit:

    IMG_1408 IMG_1409

    Naast de bange spin staat een boos monster. Een woest monster. Laat ons even vergeten dat ze eigenlijk een pompoen wilde tekenen, mama kon zich niet bedwingen 🙂

    Uiteraard mag ook de typische Scream-mond niet ontbreken. Al bij al vind ik dat we het nog goed gedaan hebben.

    Vanavond vlogen hier een skelet en een monster rond dat het een lieve lust was. Raketman, de enige kleuter des huizes, keek geamuseerd toe. Een half uur na bedtijd stond er een mormeltje van 5 naast me te murmelen dat ze niet kon slapen omdat ze buikpijn had. Gevoelige kinderen, het is me wat 😉

  • Karel Appel

    Karel Appel

    Bijna vakantie dus je weet wat dat betekent: oudercontacten! Vandaag mocht ik voor 2/3 kroost gaan luisteren bij de juf en de meester in de lagere school. Terwijl ik in de gang stond te wachten, viel mijn oog op enkele knutselwerkjes die tegen de muur hingen. De oudste heeft recent voor een toets moeten leren over slakken en appels. Nu blijkt dat ze ook bezig geweest zijn over Karel Appel.

    Mijn kennis over deze man zat ver weg maar ik apprecieer zijn werk wel (net als dat van Dali overigens). Alle kinderen mochten met verf aan de slag gaan om een werkje in de stijl van Appel te maken. Je ziet dan werkjes met een zon, een Belgische driekleur, een masker, …

    Toen zag ik de creatie van mijn zoon. Zijn werk heet ‘Katje omgekeerd’. Bij het lezen van de titel fronste ik mijn wenkbrauwen. Toen ik het werkje in de mot kreeg, kon ik alleen maar fier zijn. Ik vind dat hij dat geweldig goed gedaan heeft. Oordeelt u zelf maar 🙂

    IMG_20141021_180848

  • Verhuizen

    1 jaar is het vandaag geleden dat we verhuisden van Diest naar deelgemeente Molenstede. Het weer was toen hetzelfde als vandaag: een stralend zonnetje! Een mens zou nog denken dat het zomer is.  Het afgelopen jaar hebben we héél veel plannen gesmeed, vergunningen aangevraagd, beurzen bezocht, winkels afgeschuimd, aannemers gecontacteerd, offertes vergeleken, enz.

    Dit alles onder de deskundige begeleiding van onze architect. Een man die zijn vak kent en daarenboven gezegend is met een groooote portie geduld! Het mag ook eens gezegd worden 🙂 Deze week hebben we alvast een knoop doorgehakt: ventilatie, elektriciteit en sanitair hebben we in bouwpakketten besteld bij Selfmatic. Ook hier vergeleken we enkele offertes voor bouwpakketten. Zij kwamen er prijs/kwaliteit als beste uit.

    Bedoeling is dat we binnen afzienbare tijd alvast beginnen met het vernieuwen van de elektriciteit in het huidige woongedeelte. Daar zal behoorlijk wat stof bij komen kijken maar het is voor de goede zaak. Normaal wordt binnen dit en enkele weken ook een aannemer onder de arm genomen voor de ruwbouw. We hebben offertes binnen waar we mee aan de slag kunnen. Hier en daar moet nog wat onderhandeld worden maar het ziet er goed uit.

    Eens we een timing hebben voor de aanvang van de nieuwbouw, kunnen we de afbraakfirma contacteren. We willen de afbraak en de bouwwerken kort op elkaar laten aansluiten. Voor ramen en deuren hebben we ook enkele offertes dus ook daar kunnen we dit najaar normaal gezien nog een contract voor afsluiten.

    We doen er misschien wat lang over in de ogen van sommigen, maar we merken wel dat het rendeert. Bijvoorbeeld bij Selfmatic hebben we een mooie totaalprijs kunnen onderhandelen. Dat is het voordeel als je verbouwt zonder tijdsdruk. Je kan rustig de markt verkennen en zo een onderbouwde keuze maken.

  • Basket voor kleuters

    Basket voor kleuters

    Raketman gaat sinds dit jaar 2 maal per week basketten. Da’s helemaal zijn ding. Qua balgevoel en techniek en zo toch. Rebels als hij is, vormen luisteren en opletten al wel eens een aandachtspunt.

    Mijn wandelend metertje weet echter hoe hij dat diplomatisch kan verzachten. Hij doet dan gewoon dit:

    PussInBoots1

    Vandaag kon ik hem nog eens zelf in actie zien. Ik moest weer erg veel moeite doen om mijn gezicht in de plooi te houden toen ik mijn stuiterballetje observeerde. De trainingen voor de kleinsten worden door 2 trainers gegeven. Bekwame jongelingen die dat heel goed aanpakken. Maar als ze ook maar één nanoseconde niet opletten, hebben ze prijs. Dan ziet Raketman zijn kans om een stoot uit te halen.

    Zijn groepje was een Smurfenspel aan het spelen. De kinderen moeten dan tussen kegels door dribbelen en terwijl probeert Gargamel (een trainer) hun bal af te pakken. Heel leuk om te zien. Ondertussen begonnen op de andere helft van het terrein de groten (14-16 jaar) zich al wat op te warmen in afwachting van hun training. Gargamel was even afgeleid door enkele smurfen en hop! Raketman gaf een duwtje tegen zijn bal zodat die ‘per ongeluk’ op het andere stuk van het terrein terecht kwam.

    Da’s een geldige reden om even de lijn over te steken. Zonder bal immers geen training. Terwijl hij zijn bal onschuldig ging terug halen, speelden de smurfjes en Gargamel rustig verder. Niks aan de hand. Dachten zij. Op de achtergrond zag ik vanuit mijn ooghoeken hoe Raketman de bal afpakte van de lange wappers die aan het opwarmen waren. Die gasten hadden er eerst geen erg in. Toen wilden ze hun bal terug. En onze kleine begon prompt verdedigend te spelen. Hij dribbelde tussen de giganten door en liet zich niet onbetuigd. Tot Gargamel hem terug floot.

    Flink keerde hij terug naar de Smurfen en speelde vrolijk verder mee. Zijn glimlach verraadde dat hij nog aan het nagenieten was. Dat matchke had hij toch maar weer gehad, dat konden ze hem niet meer afpakken 🙂

  • Wie is dan best af?

    In de middelbare school volgde ik de richting Menswetenschappen. Gevolgd door een graduaat (jaja, ik ben een oude doos) als maatschappelijk assistent. Optie personeelswerk. Is het nodig te zeggen dat de mens me interesseert? Ik verslond mijn cursussen, puur uit interesse. De theorie paste ik toe buiten de school. Examens waren een formaliteit. Werken in de horeca bijvoorbeeld, heeft me véél geleerd over mensen. Maar ook in andere levensdomeinen trok ik lessen uit mijn toen nog prille leven. Dat blijf ik doen en ik kan het mijn medemens alleen maar aanraden dat ook eens te proberen.

    Nu nog denk ik vaak na over het leven, de mens, welke types van mensen je tegen het lijf kan lopen en hoe je daar best mee omgaat. Mijn kinderen – zo jong als ze ook zijn – doen dat ook. Samen filosoferen we daar dan over.

    En dan word je geboren…

    Een kind kiest niet waar het geboren wordt. Maar het moment dat ie ergens ter wereld uit een vrouwenlichaam floept, wordt er al meteen een brandmerk op zijn of haar hoofd gezet. Minstens eentje toch. Arm. Snob. Zwart. Vlaming. Gehandicapte. Jood. Depressief. Zo zijn er nog tientallen brandmerken. Bij elk brandmerk wordt een lijstje vooroordelen geleverd. Die krijg je er gratis bij.

    Op dat moment heeft een opgroeiend kind de keuze. Yep: de keuze. Een keuze is er altijd. Niet dat het simpel is om een keuze te maken, maar als je ze wil zien dan is ze er. Velen willen een andere weg op, maar kunnen dat alleen niet. Wat niet wil zeggen dat het bij voorbaat een verloren zaak is. Mits wat hulp komen veel gebrandmerkten toch goed terecht in het leven. En dan zijn er de happy few die het wel zelf kunnen. Die al vroeg weten wat ze willen in hun leven en daar dan ook volle bak op inzetten. Anderen settelen zich in hun ‘gebrandmerkt-zijn’ en gebruiken dat vaak om al het onrecht dat hen overkomt op af te schuiven.

    Keuzes.

    Schik je je naar je brandmerken met de bijhorende voordelen of maak je zelf een eigen levenspad? Kies je voor de gemakkelijke weg of denk je ‘moeilijk gaat ook’? Kijk eens goed naar je brandmerk: wat heeft het je geleerd? Kan je dat op een positieve manier aanwenden in je leven? Negeer het niet, hoe moeilijk dat ook is. Maar geef het een plaats. Het heeft je deels mee gevormd. Of je dat nu wil of niet.

    Om terug te komen op de titel: ik stel me die vraag soms. Een sluitend antwoord heb ik nog niet gevonden. Er zijn mensen die oprecht een gelukkig leven kunnen leiden met hun brandmerken. En dat is eigenlijk knap. Er zijn er ook die gans hun leven strijden om te bewijzen dat ze alles zijn behalve hun brandmerk. Maar is dat wel zo? Blijft het niet altijd een beetje sluimerend aanwezig? Je kan jezelf toch niet verloochenen? Die enkelingen die er in slagen hun brandmerken een plaats te geven in hun leven, maar ze niet meer credits dan dat toe te kennen, zijn vermoedelijk nog het best af. Zij hebben meer tijd om zich toe te leggen op de realisatie van hun doelstellingen.

    De ander

    Klinkt simpel allemaal. Ware het niet dat de mens een sociaal wezen is. Ergo: dat de mens belang hecht aan het oordeel van ‘de ander’. Dit speelt vaak een (te) grote rol in het keuzeproces. Soms ondergaat een gebrandmerkte nog liever een gebrandmerkt leven om de ander niet voor het hoofd te stoten dan dat ie werk maakt van zijn eigen geluk. Laat dat toch niet ondergeschikt zijn aan een ander! Je hebt maar één leven, maak er het beste van. Het beste naar jouw normen. Laat de rest maar foeteren en vermanend kwebbelen. Jij en jij alleen kan er voor zorgen dat je op je oude dag niet met spijt terug kijkt naar gemiste kansen.