Tag: zomer

  • Summer Jam

    Met Triple Trouble in de auto staat er geregeld kindermuziek op. Ze beginnen (eindelijk) het gekweel van de Studio 100 – helden te ontgroeien. Sorry Gert. Gisteren stond één of ander album op met leuke liedjes voor kinderen. Eéntje er van was dit:

    Net voordien hoorden ze één of andere cover van The Dalton Sisters. Met mijn vingers in mijn oren onderging ik deze aanslag op mijn trommelvliezen. Zij vonden het een übergeweldig nummer. Eindelijk was het gedaan, nu was het mijn tijd om gelukkig te zijn. En toen kwam het…

    ‘Mamàà, mogen we iets anders horen?’

    – ‘Neenee mannekes, luister hier maar eens naar. Mama vindt dat een mooi liedje.’

    De dochter van 6 die net kan lezen bekeek de display aandachtig. Het kind stond ergens op de laatste rij in haar neus te peuteren toen de diplomatie werd uitgedeeld.

    ‘Sèèèèg mama, daar staat 2003, dan is dat wel een oud liedje hoor!!!!! Wij waren toen nog niet eens geboren, weet je dat wel?’

    Paf! Daar vloog mijn happy modus door het raam naar buiten. Ze maakte plaats voor een depressie. Nostalgie naar vroeger nam de overmacht. Dit is het, ik word oud. Dit liedje werd meer dan 10 jaar geleden geboren. Voor mij leek het alsof ik het enkele zomers geleden nog vrolijk mee kweelde. In de auto, raampje open, trendy zonnebril op mijn snoet en dan maar balken als de besten. Die van Idool hadden me toen nog niet ontdekt.

    10 jaar geleden… Toen was er nog geen Wederhelft, geen Triple Trouble, een andere job, geen bijberoep, enz. Gewoon ik in mijn appartementje, mijn thuis. En wat genoot ik daar van!

    Voor alle duidelijkheid: ik ben héél gelukkig met de verrijkingen in mijn leven die er nadien kwamen maar een mens mag al eens nostalgisch terugblikken hè 🙂

  • Make that the cat wise

    Make that the cat wise

    We hebben met zijn allen liggen puffen en zweten de afgelopen dagen. Tropisch warm was het hier. Voor een koukleum als ondergetekende is dit een zalige zomer. Ik kom buiten in speelse zomerjurkjes zonder dat het kippenvel over mijn lijf loopt! De katten des huizes zijn echter niet hittebestendig.

    Wilma, een overschotjeskat die bestaat uit alle kleuren van de regenboog, zoekt overdag koele en donkere plekjes op. De ene keer ligt ze languit onder bed, de andere keer ploft ze neer op de frisse tegels van de keukenvloer. ’s Avonds sloft ze naar haar teergeliefde krabpaal in de veranda om haar dag te overpeinzen.

    IMG_0965

    Gonzo, een warmte-absorberende hoofdzakelijk zwarte kat met het IQ van een dakpan, heeft zo zijn eigen manieren om met de warmte om te gaan. Of hij ligt te maffen op onze laptops waar hij telkens opnieuw met zijn klikken en zijn klakken vanaf vliegt (om vervolgens neer te ploffen waar we hem op de grond zetten). Of hij ligt te ronken op de schoenen van de kinderen in de veranda bij temperaturen van boven de 50° C.

    IMG_0954 IMG_0955

    Ik maak geregeld ijsblokjes om in het drinkwater van de katten te doen. Als ik die in hun waterbakjes leg, krijg ik de smerigste blikken toegesmeten van de vierpoters des huizes. Gonzo haalt zijn neus op en draait zich om. Wilma bekijkt die ijsschots onderzoekend, tikt er eens met haar poot tegen en stuift dan naar boven.

    Om maar te zeggen: je kan nooit voor iedereen goed doen. Iedereen heeft zo zijn eigen manieren om met deze Belgische zomer om te gaan 😉

     

  • Verbouw je huis eens voor de lol

    Als je je sterfdatum zonder geweld wat dichterbij wil brengen, beslis dan om je huis te verbouwen. Wij hebben een knap huis dat mooi gerenoveerd werd door de vorige eigenaars, waarvoor dank. Begin maar eens te renoveren met 3 hevige Koters en 2 drukke jobs. Dat zagen wij niet zitten dus we kochten een huisje dat zo goed als in orde is. We wonen hier ondertussen 4 jaar en hebben nog steeds geen spijt van onze aankoop. Moest de gelegenheid zich voordoen, dan zouden we verhuizen naar een ruimer huis met vooral een ruimere tuin. Maar als het niet is, dan blijven we hier even graag wonen. Er zijn immers behoorlijk wat alternatieven in de buurt waar je je kinderen kan uitlaten. De voorgevel van ons nederige stulpje vroeg echter onze aandacht. Elk jaar zagen we meer en grotere barsten in de crepie verschijnen na het vochtige winterweer. Tijd om in te grijpen dus. We namen een aannemer onder de arm en die is deze week eindelijk gestart. Lang leve de zon want anders zat ik nog steeds barsten te tellen!
    In een ver verleden liep ik stage in een bouwbedrijf. Ik leefde dus met het beeld van de bouwvakker als vroege vogel die met zijn frigobox en ghettoblaster arriveert en de buurt op stelten zet. Na afstel komt iets anders dus eergisteren kreeg ik eindelijk de definitieve bevestiging dat de werken vandaag zouden starten. Eerst zou de trap naar de voordeur betegeld worden en daarna wordt de voorgevel aangepakt: crepie herstellen, waterdicht maken en opnieuw schilderen. Een klus die geen regen verdraagt. Om 9 u zouden ze hier arriveren. Punctueel als ik ben, zat ik al vanaf 10 voor 9 te popelen en uit het raam te staren… en staren… en staren. Stress overmeesterde me. Ik had vandaag wel verlof genomen om alles wat in de gaten te houden maar het was zo een ‘doe 50 klusjes op 1 dag’-verlofdag. Soit, popel popel popel en plots om 9u30 zie ik een verschijning. Geen voze camionette waar een sliert zwarte rook achteraan hangt, geen frigobox, zelfs geen bouwvakkersdécolleté. Moet die gast hier wel zijn? Aan zijn uitleg te horen wel.
    Iets later arriveert zijn collega, de opperbouwvakker. Hem betalen we toch in elk geval. Weer geen stereotiepen. Deze kerel had een ferme bestelwagen bij. Ik mag dat zeggen want ik heb zijn logo ontworpen. De mannen vliegen er meteen in om 10 u. Gek, zij beginnen te werken net op het moment dat de collega’s van het OCMW toe zijn aan hun eerste koffiepauze van de dag. Ik vertrek om mijn takenlijstje spoedig te kunnen inkorten. ’s Middags arriveer ik terug aan ons stulpje.
    Bij het inrijden van de straat zie ik in de verte witte wolken opstijgen. Blinde paniek achter het stuur!!!! Shit, die kukels hebben de boel in de fik gestoken!!!!! Al snel bleek dat ik een blond moment had. De mannen waren rustig hun gang aan het gaan met een slijpschijf. Ze lijken daar helemaal zen van te worden. Samen met de rest van Diest-centrum geniet ik mee van een streepje Industrial-muziek. Een snoefje slijpschijf gecombineerd met een portie betonmolengeluidjes, het vormt een harmonisch geheel. Kuch.
    Na een hindernissenparcours geraak ik terug binnen zonder mijn nek te breken. Fier sta ik te blinken in de gang… en krijg de smerigste blik ooit van de katten des huizes. Doeme toch, ik heb hen niet gewaarschuwd.
    Eerste verwijt: vreemd volk dat te kort bij komt, stel je voor dat die voordeur zou open gaan… Dan zouden ze binnen geraken en wat dan?! Huh?! Daar al eens aan gedacht?
    “’t Is niks Gonzo, die mannen lusten geen Friskies. Ze hebben gedroogde bananen bij.”
    Tweede verwijt: weet jij wel wat voor kabaal die gasten maken? Hoe moeten wij hier in hemelsnaam slapen? Na de nachtpost hebben wij onze rust nodig!
    “Ik weet het poezen maar als ze ’s nachts zouden werken, dan zouden jullie er ook niet mee kunnen lachen. Jullie slapen nu eenmaal 22 u per dag.”

    Verontwaardigd sloffen ze terug naar boven om te bekomen van alle onrust die vandaag hun leven verstoort.

    Als je bezig bent aan je tweede decennium als personeelsdeskundige, dan weet je dat je werkende mensen moet soigneren. De mannen krijgen dus iets fris te drinken van me. ’t Is warm voor iedereen. En bam! Eerste cliché bevestigd: het mag een flesje bier zijn en néé, het hoeft niet in een glas. Oef, ik heb de juiste gasten ingehuurd. Nu weet ik dat het goed komt.
    Van al dat werken krijgt een mens honger dus ze gaan even iets eten. Even. Mijn definitie van dit begrip is duidelijk niet de hunne. Net als ik Child Focus wil bellen, zie ik ze in de verte terug aangesnord komen. Oef! Ze knutselen gans de middag verder aan mijn trap. Wat zijn ze flink! Plots hoor ik dat er ambiance is. Ik steek mijn neus buiten en bam: tweede cliché bevestigd! Een jonge deerne passeerde net op een rokjesdag als deze voorbij mijn deur. Iedereen weet wat er dan gebeurt hè…

    Rond half 6 beginnen ze op te rommelen. Daar kan ik nog mee leven, ze hebben tenslotte een ganse dag het beste van zichzelf geven ondanks de tropische temperaturen. Ik was al blij voor hen dat ze kunnen werken aan de schaduwkant van het huis. Na hun vertrek ga ik stiekem eens kijken. Ondanks dat ie nog maar voor de helft betegeld is, vind ik het resultaat al prachtig! Dit komt goed. Al zal het een verkorting van mijn leven zijn, het komt goed. Morgen beginnen ze terug om 8 u. Ik zet mijn wekker alvast op 8u30.