Tag: gedrag

  • Kinderen en suiker

    1 september betekende niet alleen de start van het nieuwe schooljaar. Ik voerde voor mijn kroost subtiel een andere levenswijze in. Vooral op het gebied van eten en drinken. Dit jaar zijn we al erg veel bezig geweest met gezonde voeding omwille van het pseudo-allergeenvrij dieet dat onze oudste moest volgen. We weten nu welke voedselallergieën hem plagen. We ontdekten ook dat onze kinderen gevoelig zijn aan suiker. Geef hen veel suiker en ze stuiteren een ganse dag rond en weten zich met zichzelf geen blijf. Dat zorgt geregeld voor spanningen en ambras.

    Na een info-avond over gezonde voeding, ben ik beginnen nadenken en eetpatronen analyseren. Ook verpakkingen van dingen die we vaak eten, bestudeerde ik aandachtig. Je zou er versteld van staan hoeveel suiker en vet er in kinderkoeken zit. En waarom moeten die individuele verpakkingen per se 3-4-5 koekjes bevatten voor 1 kind?

    De kroost krijgt nog steeds koekjes en sap maar we kijken wat meer toe op de dosering. Grenadine werd vervangen door suikervrije grenadine. We vonden al varianten met citroensmaak, perzikensmaak en nog enkele andere smaken. Dat krijgen ze in hun drinkbus, aangelengd met water, mee naar school. Op woensdag krijgen ze steevast een brikje melk mee en 2 dagen per week nemen ze water mee. Wanneer ze gaan sporten na school, krijgen ze water mee.

    Voor de speeltijden op school veranderde er ook wat. Voor de eerste speeltijd krijgen ze fruit of knabbelhapjes mee. Dat kunnen noten zijn, kerstomaatjes, olijven, komkommers, stukjes kaas, … Voor de tweede speeltijd krijgen ze al naargelang de soort 1 of 2 koekjes mee. Ofwel zijn het  typische kinderkoeken van Samson, Piet Piraat, enz ofwel zijn het koekjes van bijvoorbeeld Céréal.

    Andere dingen die ze graag eten, zijn al langer aangepast. Als ik bijvoorbeeld pudding maak met mijn vriend, dr. Oetker, dan doe ik dat met magere melk en 30% minder suiker. Meestal eten de kinderen daar hagelslag of chocoladevlokken bij dus ze merken er niks van. Appelmoes maak ik zelf met toevoeging van een beetje suiker. Soms ook gewoon zonder suiker. Zelfde verhaal als ik cake of koekjes bak. Bij pannenkoekenbeslag kan je zonder problemen minder suiker toevoegen omdat er meestal toch zoet beleg op gesmeerd wordt. Of we maken fruitpannenkoeken, ook altijd een succes!

    Grijs brood wordt geregeld vervangen door volkoren of meergranenbrood. Wit brood komt hier sowieso niet op tafel. Op vrijdag is het chocodag, de andere dagen eten ze beleg tussen hun boterhammen. In de brooddoos zitten soms ook knabbelhapjes verstopt.

    Conserven komen hier zelden op tafel. Gefrituurd spul af en toe maar niet wekelijks.

    Ongetwijfeld vergeet ik hier enkele dingen op te sommen. Maar na 1 maand valt het op dat ons huishouden rustiger is. De energie van onze kroost lijkt meer gedoseerd. Dat zorgt voor minder ruzie en spanningen. Wat dan weer goed is voor mijn bloeddruk 😉 De kinderen kunnen nu ook beter genieten van rustige activiteiten zoals puzzelen, lezen of een gezelschapsspelletje spelen. Ze zijn ook minder opvliegend. Ze voelen zich goed in hun vel en missen niks op culinair gebied.

    Ook de avondspits is nu een verademing. Waar ik vroeger vaak tig keer naar boven moest omdat ze bleven feesten en rel schoppen na bedtijd, gebeurt dat nu nog amper. Da’s voor iedereen leuker.

    Het is toch straf wat voeding met een mens doet eigenlijk. Enkele simpele ingrepen zorgen er thuis voor dat het er veel vreedzamer aan toe gaat. Vragen en tips over dit onderwerp zijn steeds welkom bij ondergetekende 😉

  • Van weten naar doen

    Van weten naar doen

    Dat boek van Ken Blanchard ben ik momenteel aan het lezen. Het passeerde in één van de tig nieuwsbrieven die ik op het werk ontvang. De subtitel trok mijn aandacht: ‘Hoe je kennis en ambities ook echt realiseert’. Als vormingsambtenaar (in hoofdberoep) intrigeert me dat al jaren. Hoe verhoog je de ROI (return on investment) van vorming?

    Wanneer collega’s een vorming gaan volgen, wordt daar op het werk aandacht aan besteed. Tijdens een volgend teamoverleg wordt de korte inhoud uit de doeken gedaan. Of ze lopen informeel bij elkaar langs om één en ander te vragen. De verkregen informatie dient beschikbaar te zijn voor de collega’s die daar een belang bij hebben.

    Toch blijft vorming een heikel punt. Niet alleen bij ons hoor. Elke organisatie worstelt er wel mee in meerdere of mindere mate. Wanneer iemand intrinsiek gemotiveerd is om deze of gene vorming te gaan volgen, is de output duidelijk waarneembaar. Die persoon komt nadien spontaan vertellen wat goed en minder goed was aan de vorming. In zijn of haar gedrag merk je ook dat er een symbiose is tussen de aangereikte theorie en de omzetting naar de praktijk. Helaas betreft het hier een minderheid.

    De ROI van vorming is ook moeilijk te meten. Waar hou je rekening mee? De loonkost? Duurtijd van de afwezigheid inclusief of exclusief verplaatsing? Verplaatsingsonkosten? Wat neem je op in de berekening van de loonkost en wat niet? Wat als ze dan ook nog eens overuren presteren door op vorming te gaan? Zo kan ik met gemak nog een tiental vragen opsommen.

    Hoe meet je bovendien de meerwaarde van de vorming? Hoe meet je een duurzame gedragsverandering? Dat gaat dan niet alleen over de deelnemer maar ook over de collega’s die diezelfde informatie nodig hebben in de dagelijkse uitoefening van hun job.

    Anyway, ik dwaal af. Het boek van Blanchard is best wel interessant om lezen. Vooral ook omdat hij uitvoerig beschrijft hoe je er voor kan zorgen dat iets wat je leert ook daadwerkelijk blijft hangen in je grijze massa. Zonder dat je er als lezer erg in hebt, zitten zijn tips subtiel verwerkt in de structuur van zijn boek. De gespreide herhaling bijvoorbeeld, past hij heel knap toe. Zonder dat het irriteert of vervelend wordt.

    Ga je af en toe op vorming en zou je graag hebben dat je een week later nog weet wat je daar geleerd hebt? Met dit boek kan je daar proberen voor te zorgen.

    boek