Tag: Demerbroeken

  • Als de Nacht…

    Onlangs ontdekte ik de mannen van de Soundtrack van de Demerbroeken. In het idyllische Zichem strandden ze voor opnames voor een nieuw project. Het heette ‘Als de Nacht…’ Ik las in hun oproep voor figuranten alleen ‘gratis drank’ en schreef me met enkele vriendinnen in. Wij waren aangenaam verrast.

    Niet alleen zijn Lennaert Maes en Andries Boone – de muzikanten achter de Soundtrack van de Demerbroeken – een streling voor het oog, die mannen kunnen ook nog eens muziek maken! Kleinkunst kan me altijd wel bekoren. Niet het genre van het Schlagerfestival maar wel de pure, eerlijke muziek met pakkende teksten. Teksten die je aan het denken zetten of net het lichtere werk dat een glimlach op je gezicht tovert. Lennaert speelt met woorden zoals alleen een goede songwriter dat kan. Andries legt muzikaal de juiste accenten om de teksten goed tot hun recht te laten komen.

    Ondertussen zijn we enkele maanden verder en is hun CD klaar. Ze mogen er terecht fier op zijn. Deze CD is het sluitstuk van een trilogie rond erfgoed en oude volksverhalen. De urban legends van onze contreien als het ware. En weet je wat? Ze zijn zo kweetnigoemegabekend aan het worden dat zelfs De Standaard aandacht aan hen besteedt! Klik even op de link en beluister enkele fragmenten uit ‘Als de Nacht…’ Tip: schenk eerst een glas wijn in, kruip voor de haard en sluit je ogen nadat je op ‘Play’ drukte. Geniet 🙂

  • Fietsen is goed voor de gezondheid.

    Vandaag gebeurde het woon-werkverkeer van ondergetekende nog eens met het stalen ros. Wegenwerken zorgen er deze maand voor dat ik moet omrijden. 4 km extra maar liefst. Mijn voorkeur gaat uit naar een ontspannen ritje door de prachtige natuur die we hier hebben: de Demerbroeken tussen Diest en Zichem. Vorige week reed ik via het jaagpad, nu besloot ik eens langs de spoorweg te rijden. Heerlijk ontspannend, je komt er enkel andere fietsers en wandelaars tegen. En platgereden vogels en katten. Hm, misschien eten we vandaag wel een broodje roadkill. Om 16 u hield ik het voor bekeken in het OCMW en sprong ik gezwind op mijn fiets voor de rit naar huis.

    Het weer was perfect: niet te heet, niet te nat, een zacht briesje. Ik was niet de enige die er zo over dacht. Het was begot druk op dat fietspad. Ik stoorde me er niet aan, genoot van de natuur met haar aangename geuren en rustgevende geluiden. Toch op de momenten dat er geen trein passeerde. En toen plots, uit het niets, doemden ze op: een horde gepensioneerde wielertoeristen. 25 nagels aan de doodskist van de actieve beroepsbevolking. Gemiddelde leeftijd 125 jaar. En gevoel voor humor hadden ze wel hoor.

    Ze waren een goeie 50 meter van me verwijderd. Afgaande op hun tempo zou ik hen over een kwartiertje kruisen. Afgaande op hun flashy wielerkledij zou ik hen over een nanoseconde passeren. Attent als ze zijn, roept de eerste naar de rest van zijn peloton dat ze moeten oppassen met de gevleugelde woorden ‘Pas oep manne, der is ne vélo mee twieje koplampe!’ Gevolgd door een smakelijke lach die zeker 5 tanden blootlegde. Hij vergat wel dat zijn kompanen potdoof waren of hun hoorapparaten niet aangezet hadden voor ze vertrokken. Niemand die reageerde en ik maar doen alsof ik het niet hoorde. Wat een dijenkletser. Ontdek die man en geef hem zijn eigen show voor hij onder de grond steekt.

    Bij het kruisen knikte ik beleefd. Bij mezelf dacht ik ‘sterf gij addergebroed’. De opperrijder glimlachte met een blik die zei ‘ik heb iets onnozels over u gezegd en gij weet toch niet wat het is’. De rest van de groep zat in gedachten terug bij de Guldensporenslag die ze in hun jeugd nog mee beleefden.