Tag: armoede

  • Werelddag van verzet tegen extreme armoede

    Werelddag van verzet tegen extreme armoede

    Elk jaar op 17 oktober is het de werelddag van verzet tegen extreme armoede. Dit initiatief ontstond in 1987 in Parijs. Ook in ons Belgenland worden op 17 oktober verschillende initiatieven in de kijker gezet. Veel OCMW’s hangen dan bijvoorbeeld geknoopte lakens uit de ramen.

    Deze week woonde ik een voorstelling bij van Erik Vlaminck. Hij is een begenadigd schrijver met werkervaring in de psychiatrie en de thuislozenzorg. De man is niet te beroerd om politieke standpunten in te nemen. Erik is de auteur van de bekende en beruchte ‘Brieven van Dikke Freddy’. In deze voorstelling las hij enkele van deze brieven voor en vertelde hij deels het verhaal dat hij schetst in ‘De schande en de keerzijde’, een werk dat hij samen met Jos Geysels schreef.

    IMG_20151017_205040

    Erik startte zijn voorstelling met een schets van een generatiegenoot en diens leven enkele decennia geleden. Aandachtig luisterde ik en herkende ik. Toen hoorde ik hem zeggen: ‘Elke dag zat is ook een geregeld leven’ en ik wist meteen wiens beeld de rest van de avond door mijn hoofd zou spoken. Ik volgde de rest van de voorstelling aandachtig maar betrapte mezelf geregeld op afdwalingen. Er waren veel parallellen met een voorstelling die ik in het verleden zag van Marleen Merckx: ‘Leven in een krabbenmand’.

    Het begon me op de zenuwen te werken hoe er alweer een stereotiep beeld geschetst wordt van ‘de arme’. Zal ik eens iets zeggen? De arme bestaat niet. Als je armoede een gezicht wil geven, kies dan niet voor het gezicht dat de bevolking liever met de nek aankijkt. Kies een keer voor het minder bekende gezicht. Bijvoorbeeld het gezicht van een gefailleerde zelfstandige, een ernstig zieke alleenstaande vrouw die niet rond komt, een meerderjarige die het ouderlijk huis ontvlucht om met de hulp van het OCMW zijn toekomstkansen wat te verbeteren, een werkloos gezinshoofd dat zijn kinderen niet elke dag een warme maaltijd kan geven, een dakloze jongere, een inwijkeling die hoopt hier een leven te kunnen leiden zonder traumatiserende ervaringen, tweeverdieners die door 1 tegenslag hun huis te koop moeten zetten, …

    Let wel: ik vind het een goede zaak dat mensen zoals Erik en Marleen armoede onder de aandacht van de medemens brengen, dat ze armoede een gezicht geven. Maar waarom zie ik in deze voorstellingen telkens weer de arme die arm werd door een ongelukkige jeugd, geweld, alcohol en zijn eigen schuld?

    Minder begoede medemensen worden in het dagelijkse leven al genoeg gestigmatiseerd. Ze leven permanent met schaamte, stress en andere onfrisse gevoelens. Men, de maatschappij dus, geeft hen zo al vaak genoeg het gevoel een outsider te zijn. Terwijl ze dat als de pest kunnen missen. Niemand kiest voor een leven in armoede. Net zoals niemand kiest om zijn of haar gezin achter te laten en in een ander land, duizenden kilometers verder, om voorbereidingen te treffen voor een nieuw leven. Als het enigszins kan met datzelfde gezin dat ze moesten achterlaten in hun vlucht.

    Niemand wil moeten kiezen tussen eten kopen voor de kinderen of de huur betalen. Niemand wil kiezen tussen een doktersbezoek voor zijn aanhoudende koorts of medicatie voor de chronisch zieke partner. Niemand wil zijn kinderen de jaarlijkse schoolreis ontzeggen. Niemand stuurt zijn kinderen voor de lol met een lege brooddoos naar school. Niemand gaat naar Poverello of de voedselbanken omdat ie niet graag in de supermarkt winkelt.

    Laat ons daar eens wat vaker bij stil staan. En laat ons alert zijn op signalen in onze omgeving. (Kans)armen proberen hun problemen zo lang mogelijk voor hun omgeving te verstoppen. Terwijl soms maar een klein beetje hulp kan voorkomen dat ze in een vicieuze cirkel terecht komen. Laat ons terug luisteren naar onze medemens en laat er ons zijn voor elkaar. Beter een goede buur dan…

  • Boterhammen in het park

    Nope, niet de zomerlunches in het park in Brussel. Steeds meer scholen vragen aan ouders een vergoeding voor de middagbewaking. Ze vinden dat een logische evolutie. Op vraag van de vakbonden werd het middagtoezicht in het verleden uit het takenpakket van leerkrachten geschrapt. Er zijn ook steeds meer kindjes die ’s middags in de school blijven om te eten. De leerkrachten moeten dus op vrijwillige basis op meer kinderen letten dan vroeger.

    Respect

    Met die laatste zin kan ik akkoord gaan. Het voorgaande ligt wat moeilijker. Als ik kijk naar de school waar Triple Trouble hun broek verslijt, kan ik alleen maar zeggen: respect. Respect voor wat het team van de kleuterschool en lagere school dag in dag uit doet. Vanaf 7u45 is er gratis voorschoolse bewaking door een leerkracht. ’s Middags eten de kindjes onder het toeziend oog van een leerkracht hun boterhammen op. Gratis (hopelijk blijft dat zo). Om 15u15 zit de schooldag er op maar de kinderen kunnen onder het toeziend oog van enkele keerkrachten tot 16 u spelen op school voor ze naar huis of naar de opvang gaan. Gratis.

    Inzet

    Tijdens de schooluren halen ze het onderste uit de kan om de kinderen op een leuke manier één en ander bij te leren. Gisteren tijdens het eindeschooljaarsfeest van de kleuterschool leek het alsof de leerkrachten de tijd van hun leven hadden toen ze voor de kinderen een toneelstukje opvoerden tot groot jolijt van veel ouders. De juffen zijn heel aanspreekbaar voor vragen en bemerkingen van ouders. Ze kijken je niet buiten als je voor of na school nog gauw iets wil vragen. Nee, ze nemen met de glimlach de tijd om naar je te luisteren. Elke dag opnieuw. Een afspraak maken na schooltijd is geen enkel probleem.

    Juiste oplossing?

    Ik begrijp dat er ergens te lande leerkrachten zijn die vinden dat de verhouding niet klopt. Dat er veel van hen verwacht wordt in verhouding tot het loon dat ze krijgen. Maar is de boterhammentaks dan de juiste oplossing? Hiermee straft het beleid weer maar eens de werkende medemens. ’t Is niet dat wij de keuze hebben om onze kinderen ’s middags voor een half uur van school te halen en ze dan weer terug te brengen. Da’s niet te combineren met onze job.

    Tweeverdieners

    Je kan zeggen dat we dan maar schoolpoortmama of -papa moeten worden. En er meteen de gekende vooroordelen tegenaan gooien over 2 auto’s, reizen, villa’s en weet ik veel wat nog allemaal. Wel, om eerlijk te zijn: voor veel tweeverdieners is dat bullshit. Wij hebben een mooi inkomen als tweeverdiener, dat zal ik niet ontkennen. Maar wij kunnen daar geen zotte dingen mee doen. Wij investeren in ons huis zodat onze kinderen daar later de vruchten van plukken. Daarnaast investeren wij in de gezondheid van ons gezin. Als de kinderen ziek zijn, moeten we de dokter en medicatie kunnen betalen. 2 keer per jaar gaan wij met zijn vijven naar de tandarts voor een periodiek nazicht.

    Elk van onze kinderen heeft een hobby omdat we dat belangrijk vinden voor hun sociale ontwikkeling. De ene gaat naar de scouts, de ander dansen, enz. Dat kost geen stukken van mensen maar de sollen moeten er wel liggen. Wat we maandelijks kunnen sparen, investeren we weer in ons huis en in onze kinderen. En zo is de cirkel rond.

    Dure grap

    Als wij voor onze 3 kinderen de boterhammentaks mogen gaan betalen, betekent dat een ferme hap uit het gezinsbudget. Als dat zo is, het zij zo. We gaan er geen ruzie over maken. Maar dat neemt niet weg dat ik het een spijtige zaak vind dat dit in sommige scholen al langer blijkt te bestaan. Hoe zit het met mensen die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen? Geldt voor hen een sociaal tarief? Welk effect heeft de invoering van deze taks op de uitval? Daarmee bedoel ik dan schoolplichtige kinderen die niet op school zitten wanneer ze er moeten zijn? Is daar al ergens een onderzoek naar gedaan?

    Ik schiet het idee niet af, maar ik heb er wel enkele bedenkingen bij. Dat wilde ik maar even kwijt.

     

  • Niet alleen de armen zijn arm

    Steeds vaker lezen we in de krant artikels over de nieuwe armen. Men noemt hen smalend de ‘working poor’ in de pers. Het gaat hier vaak om mensen uit de actieve beroepsbevolking die om diverse redenen balanceren op de armoedegrens. De ene maand eindigen ze safe, de andere maand zitten ze in de shit. Deze mensen zijn niet de armen zoals ze leven in ons referentiekader. Niks profiteurs, niks allochtonen, niks fraudeurs om de typische vooroordelen van de goegemeente even aan te halen. Neen, het zijn mensen zoals u en ik die hard werken voor de kost en die dan moeten vaststellen dat dit niet volstaat. En net dat vinden we zo akelig: je ziet niet aan hen dat ze arm zijn. Misschien praatte je vandaag wel met een arme zonder dat je het wist. Die kerel met zijn t-shirt van Esprit had van gans de dag misschien nog niks gegeten. Of dat kindje met de mooie boekentas en de speelse staartjes had een lege brooddoos mee naar school. Armoede is niet langer de ver-van-mijn-bed-show. Ook niet voor de middenklasse.

    Keuzes

    We moeten beseffen dat het nu meer dan vroeger ieder van ons kan overkomen. Van de ene dag op de andere verandert je leven volledig. Dat kan verschillende oorzaken hebben: een scheiding, tegenslag met je gezondheid, tijdelijke werkloosheid die structureel wordt, … En ondertussen blijven de rekeningen binnenstromen. Plots moet je keuzes maken: betaal ik de huur of de elektriciteit deze maand? Mag de jongste mee op schoolreis of gebruiken we die centen voor een doktersbezoek want hij klaagt al zo lang over buikpijn? Koop ik brandstof voor de auto zodat ik kan gaan solliciteren of koop ik voedingswaren voor mijn gezin? Ondertussen stromen er aanmaningen binnen, wordt er gedreigd met deurwaarders die ‘de boel komen opladen’. Je weet van geen hout pijlen te maken. Hoe doen die echte armen dat? Hoe moet ik rondkomen met een percentage van wat er vroeger binnenkwam aan inkomsten? Eén en ander begint al gauw op je gemoed te werken. En voor je het weet, kom je terecht in een vicieuze cirkel. Want als het tussen de oren niet goed zit, dan laat het lichaam dat merken. Bam! Wat nu? er is geen geld om al die medische kosten te betalen. Komt dat er ook nog eens bij, alsof het allemaal nog niet erg genoeg is. En we zakken dieper en dieper weg in de schulden.

    Nieuwe armen versus generatie-armen

    Zoals we bij OCMW’s wel vaker horen, klopt hier zeker de uitdrukking ‘armoede heeft vele gezichten’. Deze nieuwe armen hebben volgens mij een handicap ten opzichte van de generatie-armen. Waarmee ik zeker niet wil zeggen dat deze laatsten beter af zijn. Niemand zou arm of kansarm mogen zijn. Helaas is die gedachte een utopie. En toch blijven we op het OCMW hopen dat we toch minstens voor een paar mensen het verschil kunnen maken. Als dat lukt, is de voldoening des te groter.

    Generatie-armen groeien op in armoede. Ze zagen het bij hun ouders, bij hun grootouders. Zij zagen hoe deze mensen worstelden om rond te komen. Hoe hun ouders vochten voor de toekomst van hun kinderen. Zij voelden de druk om het beter te doen dan de generatie voor hen. Zij leerden de kneepjes van het vak om het cru te zeggen. Ze kopen geen scampi’s of pijnboompitten en ze gaan niet op restaurant. Ze weten dat ze keuzes moeten maken willen ze proberen uit de (kans)armoede te geraken. Ze weten dat werk belangrijk is en daarom vinden ze het niet erg om hun handen vuil te maken als hun droomjob onbereikbaar is.

    Maar de nieuwe armen vallen in een zwart gat. Zij weten vaak niet hoe ze moeten besparen en welke mogelijkheden er zijn. Zij voelen nog steeds onterecht schroom om te rade te gaan bij het OCMW. Ze vinden het moeilijk om hulp te aanvaarden omdat ze dat nooit hebben moeten doen. Dat vlees dat in de supermarkt in de snelverkoop wordt afgeprijsd, daar moeten wij toch niet van eten? De Aldi, da’s toch geen winkel voor ons, daar verkopen ze alleen maar rommel! Ze hebben er vaak meer moeite mee om luxe op te geven. Ze lenen voor een reis naar de zon om hun gedachten eens te verzetten. Ze lenen voor een nieuw salon terwijl het andere best nog enkele jaartjes dienst kon doen. Ze kopen merkkledij en willen hun status behouden. Maar trek er eens een kast open? Je zou schrikken van wat je ziet (of net niet ziet).

    Maatregelen

    Waarom schrijf ik dit nu? Omdat mijn haar recht omhoog gaat staan terwijl ik de actualiteit volg. De N-VA schafte 4 jaar geleden de werkbonus af. Volgens sommigen leidde dit onrechtstreeks tot een forse belastingverhoging. De werkbonus werd ingevoerd om de werkloosheidsval te dichten. Mensen met een lager loon hielden dankzij de jobkorting een hoger nettoloon over waardoor er meer werkgoesting was en minder de drang om zich te wentelen in het werkloosheidsstatuut. Activering is immers van levensbelang willen we onze sociale zekerheid en bij uitbreiding onze economie gezond houden.

    In de congresteksten van N-VA staat volgens de media dat zij de personenbelasting willen verlagen. Da’s een maatregel waar iedereen blij mee is! Of hoe ze de bevolking een wortel voor de neus houden want uit berekeningen blijkt dat deze maatregel vooral de rijken ten goede komt. Als de N-VA zegt dat structurele maatregelen noodzakelijk zijn, dan hebben ze gelijk. Ik vraag me alleen af wat ze daar juist onder verstaan. Ik nodig de grote namen van de N-VA uit om een weekje mee te draaien op de werkvloer van verschillende OCMW’s. Niet als OCMW-voorzitter. Neen. Dat ze eens mee op huisbezoek gaan met een maatschappelijk werker, dat ze eens luisteren naar het relaas van zij die ongewild in de kansarmoede terecht kwamen, dat ze eens gaan zitten in een zetel die ruikt naar de urine met een grommende hond voor hun neus en ondertussen en sociaal onderzoek doen. Dat ze eens gezichten kunnen plakken op de dossiers die ze in de raad behandelen. Als er 2 kandidaten zijn voor een sociale woning, geven we ze dan aan een gezin met jonge kinderen of aan een arme alleenstaande wiens huis onbewoonbaar werd verklaard? Zorgen we er met andere woorden voor dat die kinderen een goede huisvesting krijgen wat dan weer een invloed heeft op hun gezondheid zodat die man dakloos wordt of doen we het omgekeerde?

    Stof tot nadenken

    Niemand wil arm zijn, daar ben ik van overtuigd. Zij die het toch zijn, zijn daar heus niet blij mee. Er zijn altijd enkele rotte appels. Het is typisch Belgisch om creatief om te gaan met regelgeving. Deze onverlaten mogen niet vrijuit gaan.

    Maar de overgrote meerderheid van de (kans)armen heeft onze hulp nodig om hun leven terug op de rails te krijgen. We mogen hen niet met de nek aankijken. Armoedebestrijding is niet alleen een taak van de overheid of van het OCMW. Iedereen kan armoede mee helpen bestrijden. Dat kan met doodeenvoudige dingen. Door gewoon je ogen en oren open te houden in je eigen omgeving, kan je al veel betekenen voor iemand die het nodig heeft.