Tag: alcohol

  • Zinloos geweld

    Soms denk ik dat ik maar beter geen kranten meer lees. Dit artikel trok vandaag mijn aandacht. Schrijnend en bijna iedereen zal het ongetwijfeld erg vinden. Zelf heb ik lang gewerkt in de horeca. Ik ben er eigenlijk zo een beetje in opgegroeid. Waarmee ik absoluut niet gezegd wil hebben dat dit een goede zaak is. Maar het maakt wel dat je dit soort artikels anders bekijkt. Als ik het artikel lees, kan ik me al een beetje voorstellen hoe één en ander gegaan is.

    Het laat nog maar eens zien dat overdaad schaadt. Altijd en overal. Da’s voor alcoholgebruik niet anders. Een man van 49 wordt vermoedelijk buiten gebonjourd omdat hij te dronken (misschien ook ambetant, agressief, …) is en keert terug om van zijn oren te maken. Nog steeds dronken. Een groepje jongeren heeft het met hem gehad en maakt dat duidelijk en bàm: ’t is gebeurd. Het zit in een klein hoekje beste mensen. Dit schrijf ik op basis van wat ik las in het artikel, het kan zijn dat de ware toedracht anders is. Maar de feiten blijven de feiten: een knaap van 18 jaar is er niet meer en zal er nooit meer zijn.

    Ik heb indertijd ook klanten vriendelijk verzocht de zaak te verlaten, ik weigerde hen nog drank te geven. Het enige dat ik voor hen nog wilde doen, was een taxi bellen zodat ze veilig zouden thuis geraken. Ik was toen een snotneus van pakweg 16 (!) jaar. Nu is dat bijna ondenkbaar. Als ik dan dergelijke artikels lees, lopen de koude rillingen zo over mijn rug. Vaak stond ik op een vrijdagavond of zaterdagavond alleen in het café waar ik werkte. Als snotter van 16. Ik zag daar toen geen graten in, integendeel. Ik vond het tof dat de eigenaar me vertrouwde. Ik wandelde zelfs te voet naar huis nadat de keet gesloten was. Nu durf ik dat niet meer en mijn kinderen zouden het niet mogen. Ze mogen in de horeca werken maar in het holst van de nacht hoeven ze niet over straat te dwalen. Dan zet ik nog liever mijn wekker om ze te gaan oppikken. Ik zou het mezelf nooit vergeven als hen iets zou overkomen wat ik had kunnen vermijden.

    In de horeca heb ik trouwens meer geleerd over mensen, relaties, interacties, persoonlijkheidstypes dan in mijn opleiding tot personeelswerker. Wie wil werken in de sociale sector, zou eigenlijk verplicht enkele maanden moeten meedraaien in een bruine kroeg. Iets later lees ik dit artikel. Dat stemt me al iets positiever. Het is goed mogelijk dat de dader van deze steekpartij zijn straf effectief zal moeten uitzitten. Hopelijk voor meer dan 1/3e. Het geeft die man wat tijd om na te denken. Enerzijds over wat hij aangericht heeft en anderzijds of het dat nu waard was.

  • Rare jongens daar in Zichem

    Ik mag voor het OCMW van Scherpenheuvel-Zichem werken als personeelsverantwoordelijke. Het beleid daar geeft me de kans om voorstellen uit te werken die onze mensen ten goede komen. Ik ben daar heel dankbaar voor. Onlangs lanceerde ik het idee van een gezondheidsbeleid. Als je wil werken aan presenteïsme, dan levert dit in mijn ogen betere resultaten op dan een absenteïsmebeleid, ook wel gekend als ziekteverzuimbeleid. Mijn idee werd niet al te enthousiast onthaald. Bij sommigen riep het al meteen beelden op van Aziatische strafkampen waar je 3 dagen moet overleven op een droge boterham en een glas water terwijl je zware fysieke arbeid levert in mensonwaardige omstandigheden. Tof, het is ook een optie 🙂

    Ik zag het eerder wat positiever. Wat zat er bijvoorbeeld in mijn plan: fruitmanden in de keuken zetten voor onze personeelsleden. Meer kans dat ze gezonde tussendoortjes eten op die manier. Fruit zien eten doet fruit eten. Thuis doe je zo gauw de moeite niet maar als het op het werk toch voor het rapen ligt, dan kan je al even goed mee doen met de kudde. Een andere was het stimuleren van woon-werkverkeer met de fiets. Vooral voor onze administratieve krachten dan want de meesten wonen in een straal van 8 km rond het OCMW. Het personeel van de thuiszorg daarentegen is al actief bezig tijdens de uitoefening van hun job.

    Nog een mooie vond ik ‘samen bewegen’. Iets wat er vroeger was maar het stierf een stille dood. Dankzij onze glijdende werktijden kunnen we tot anderhalf uur lang pauzeren ’s middags. Dat geeft een mens toch wel wat tijd om wat aan de conditie te werken. Wat je overdag al doet, hoef je ’s avonds niet meer te doen wanneer je kaars eigenlijk al uit is. Vroeger gingen we tijdens onze middagpauze al eens met een klein groepje wandelen. ‘Samen bewegen’ werd echter al neergebliksemd nog voor het geboren werd. Ach ja, er zijn ergere dingen in het leven. Ik kon het maar proberen.

    Zelf probeer ik in elk geval mijn plan wel uit te voeren. Ik neem sowieso geregeld fruit mee naar het werk. Als de omstandigheden (lees: het weer, de kinderen en alle agenda’s binnen het gezin) het toelaten, spring ik op mijn stalen ros voor een rit langs de Demerbroeken tot in Zichem. Vanaf nu ga ik 2 à 3 keer per week wandelen tijdens mijn middagpauze. Vandaag was de eerste keer, de regen hield me niet tegen.

    Halverwege mijn route passeerde ik een local. Oud en er waren kosten aan. Hij liep met een kruk, had al even geen scheermachine gezien en leek me allergisch aan zeep en shampoo. ‘Alcohol ontsmet dus daar wassen we ons maar mee’ leek zijn motto toen ik hem passeerde. Wat een walm zeg!  Ik knikte beleefd en hield mijn tempo aan. Zijn reactie: ‘Oep maai moette ni lette zunne, ik zèn toch bekant doewet.’ Jah… Hoe reageer je daar in hemelsnaam gepast op?

    – Ah, hier is mijn kaartje mijnheer. Ik ben free lance copywriter en kan voor u het meest originele overlijdensbericht ever schrijven?

    – Goed plan, die overbevolking is immers voor niks goed?

    – Hulp nodig?

    Allez ik bedoel maar… Je kan toch niet verwachten dat een wildvreemde voorbijganger dit gestamel serieus neemt? Plots zag ik dat er in zijn onmiddellijke omgeving een koppeltje stond, ze leken hem te kennen. Ik besloot mijn route stilletjes verder te zetten. De man was in goede handen, anders zou ik wel gereageerd hebben. Noem het beroepsmisvorming. Ik heb er wel de ganse dag op zitten denken. Hoe diep moet het niet zitten als je dergelijke uitspraken doet tegen een vreemde? Wil hij geholpen worden om zijn leven, wat er hem nog rest althans, terug op de rails te krijgen en mee te tellen in de maatschappij? Is hij sociaal geïsoleerd en zoekt hij contact om uit een vicieuze cirkel te geraken? Of had hij gewoon een stuk in zijn kraag en zei hij tegen de volgende voorbijgangers dat UFO’s hem ontvoerden en terug op de aarde gooiden na een mislukt experiment. Wie zal het zeggen…