Tag: Voedingssalon

  • Tenebrion Molitor

    Tenebrion Molitor

    Onlangs bezochten we met de kinderen het Voedingssalon. Je proeft daar de ene lekkernij na de andere. Hoewel… Wat voor de ene een lekkernij is, is dat niet per se voor de ander. Dat is in ons gezin niet anders.

    Waar de dochter in de zevende hemel was met haar portie gedroogde aardbeien, kregen we onze zoon (8 jaar) niet voorbij de stand met insecten. All you can eat… Hij heeft dat ooit al eens geproefd en vindt een wormpje op zijn tijd best wel lekker. Dus kreeg hij van ons een zakje meelwormen mee naar huis. Dat heeft ie zo NIET van zijn mama hè! Maar ik geef toe, ik bewonder hem dat hij die dingen durft te proeven. Ik krijg het om psychologische redenen niet binnen maar ik probeer dat niet aan de kroost te laten merken. En dat lukt blijkbaar 🙂

    En dan komt de vraag, natuurlijk net als De Wederhelft in het buitenland vertoeft: ‘Mama, mag ik morgen meelwormen in mijn koekendoosje om mee te nemen naar school?’ Oh gruwel, ik kon nog net mijn ontbijt binnen houden. Ik kon me er niet over zetten dat zakje open te doen en die beestjes over te hevelen in zijn doos. Maar morgen, als papa thuis is, mag onze kleine een wormpje eten 😉

    IMG_20151113_184716

  • Straffe strapatsen tijdens het Voedingssalon

    Straffe strapatsen tijdens het Voedingssalon

    Vandaag troonden we onze kroost mee naar Brussels Expo voor een bezoekje aan het Voedingssalon. Als Bourgondisch gezin konden we daar niet weg blijven. De schoonouders gingen mee om één en ander in goede banen te lei/ijden. 4 volwassenen moet toch volstaan om Triple Trouble in toom te kunnen houden, nietwaar? Niet waar. Toch slaagde één iemand er in Raketman stil te krijgen.

    IMG_20151025_193910

    Het kind droeg vandaag een broek met bretellen. Al gauw waren die mismeesterd en vakkundig gedemonteerd. We legden deskundig enkele knopen om die dingen toch maar aan zijn broek te kunnen laten zitten. Zo een kapotte bretel dat begint na een tijdje blijkbaar te rafelen. Inmiddels waren we in een hal van de Expo gearriveerd waar geen eten te vinden was maar brol spullen.

    Er was daar ook een kraampje dat uitgebaat werd door enkele Afrikanen. Op hun tempo waren de standhouders hun spullen aan het etaleren (enkele uren te laat maar kom) toen wij daar passeerden. Het Afrikaanse moederschip in traditionele klederdracht zag meteen de rafelige bretellen van onze Raketman. Ze probeerde met hem te onderhandelen omdat hij erg geïnteresseerd was in die Afrikaanse trommeltjes die daar tegen de grond zijn naam riepen. ‘Small drums for small children’, zei ze. ‘I have something for you little guy’. Ik probeerde hem te helpen door fijntjes te vermelden dat hij geen geld op zak had. ‘No worries, small prices’, antwoordde ze ferm. Mijn kleine zakenman had het gehoord en toverde een muntstuk van 5 cent uit zijn broekzak, hij vond het in de vorige hal ergens tussen een stoel en een vuilbak. Helaas, het volstond niet dus Raketman droop teleurgesteld af.

    En daar schoot de Afrikaanse dame hem achterna voor zijn bretellen. Eerst trok ze aan het gerafelde draadje. Wij leren onze kinderen om nooit, maar dan ook nooit, zelf aan rafeltjes te trekken. Ze zag meteen dat dit een slecht plan was want nu werd het een wollige rafelnest aan onze kleine zijn broeksrand. Ik zei dat ik het wel zou oplossen maar kreeg de kans niet om iets te doen.

    Doris Imalenowa in traditional African dress.
    Doris Imalenowa in traditional African dress.

    Voor we er erg in hadden, bevond haar hoofd met gigantisch hoofddeksel zich voor het kruis van Raketman en beet ze naarstig op de gerafelde draadjes. De stakkerd trok wit weg en keek me hulpeloos aan. Seconden later speekte ze de uitgerafelde draad op de grond. Opgelost. Een verbouwereerde Raketman wist niet wat hem overkwam. Hij raakte bijna een oog kwijt met die blinkende hoed die ze droeg, een oase van blauw en goud was het. Ik kon mijn gezicht niet in de plooi houden.

    Nadien heeft hij een half uur op mijn arm gezeten om te bekomen. Ook al is hij nog maar 5 jaar, dit vergeet hij volgens mij nooit meer 🙂