Tag: The Scabs

  • Nummer 50

    Jawel, ik schrijf nu voor de vijftigste keer een tekstje voor Hukselende Vingers. En ik doe het nog altijd even graag! Ik zal eens van kuddegedrag doen en iets schrijven over de eerste schooldag. Bij uitbreiding over het schooljaar. Eigenlijk over de schoolgaande jeugd. Ooit behoorde ik zelf ook tot die categorie. Nu ben ik nog enkel jeugdig maar tijdelijk niet meer schoolgaand.

    In mijn jonge jaren reden we nog met de fiets naar school. Vaak zonder verlichting en één keer per jaar leverde dat dan een proces-verbaal van verwittiging op. We reden snel en dachten dat de straat van ons was. Na een vluchtige blik achterom, koersten we op kruissnelheid naar de overkant van de straat. Wat kon het ons schelen dat ons inschattingsvermogen nog niet volledig ontwikkeld was. Dat is het nu trouwens nog steeds niet.

    We zigzagden rakelings langs poedels en bejaarden (bonuspunten!) en gingen vol in de remmen als we ons muurtje tegenover de schoolpoort naderden. Het muurtje waar we elke ochtend verzamelden. Het muurtje waar onze viriele leeftijdsgenoten stonden te muilen met hun verovering van de dag. Het muurtje waar stoere chicks aan hun sigaret lurkten. Het muurtje waar we uitdagend bleven zitten tot de schoolbel ging om dan binnen te sprinten terwijl de poort aan het dichtgaan was. Zo ging dat vroeger.

    Vandaag nam ik een halve dag verlof om mijn kroost te droppen op school. En néé, ik ga daar geen melig verslag over schrijven. Na een snelle lunch bolde ik met mijn automobiel naar het werk. Muziek van The Scabs schalde door de luidsprekers. Niet te luid, net luid genoeg om mee te kunnen balken. Op een gegeven moment rijd ik in een straat met eenrichtingsverkeer. Zingend en jodelend rijd ik naar beneden tegen de toegelaten snelheid. 100 m verder zie ik een meisje met rugzak lopen. Ze liep op stelten van sandalen en had net te weinig jeans voor de portie bips die er in gepropt zat. Haar haar stak netjes in een staart gewrongen. Zo kan je ook camoufleren dat het sinds juni niet meer gewassen werd. U merkt het al, ik vond haar niet sympathiek.

    Waarom? Omdat ze niet besefte welk gevaarlijk gedrag ze vertoonde! Ik reed achter haar, ze ging niet aan de kant. Da’s haar goed recht maar ik kon er niet langs. Ze kon met gemak een meter opschuiven als ze dat wilde zodat ik rustig kon verder rijden. Dus ik dacht: ik toeter eens kort en beleefd. Nougatbollen. Dat kind merkte er niks van. ‘Hard Times’ van The Scabs kwam spontaan 15 decibels luider door mijn luidsprekers. Mijn wenkbrauwen kregen een V-vorm. Rustig blijven An, da’s nog jong. Plankgas geven is geen optie. Toen ik haar na enkele minuten kon passeren, zag ik wat er aan de hand was.

    Het kind had 2 kabels aan haar oren hangen! De kip! Mij niet gelaten dat je niet zonder muziek kan, maar zorg toch alsjeblieft dat je het verkeer nog kan horen! Voor hetzelfde geld hing er een MUG achter haar en wist ze van toeten of blazen. Ik weet het, ik klink nu als een oude, gefrustreerde, verzuurde burger. Ik kan echter met de hand op het hart zeggen dat ik nooit stoppen in mijn oren stak als ik me in het verkeer begaf. Het is gewoon te gevaarlijk. Dat onze jongeren graag zot willen doen in het verkeer, alla. Ik ben ook jong geweest. Dat ze kamikazegewijs over straat dolen, hun zintuigen afschermend van hun omgeving? Geen begrip voor.

    De volgende keer dat ze mijn pad kruist, zet ik mijn Berlingo in de wei en ga ik eens een klapke met haar doen. Dan heeft ze iets te vertellen op school. En is het van mij af.

  • Zondagse filosofie

    Gisteren was er een leuke girls night out. Met 2 toffe madammen mocht ik mee naar Heistival in Heist-oep-den-Baareg. Mooi meegenomen was dat het een gratis festivalletje is en dat The Scabs er ook hun snoet lieten zien. De dames in kwestie bleken onderling veel gelijkenissen te vertonen, we konden gemakkelijk zussen zijn van elkaar.

    Waarom ik dat denk en waarom me dat opvalt? Omdat ons ras dun gezaaid is. Zelfs in deze eenentwintigste eeuw. Ja we zijn vrouwen en ja, we zien onze kinderen graag en ja, we zouden alles voor hen doen. Maar we zijn ook vrouwen die vrij in het leven willen staan, die zich niet opsluiten en isoleren, die niet alles opofferen voor hun kind of gezin. En dat doen we niet omdat we egoïstisch zijn, maar omdat we dat nodig hebben.

    We voelen ons daar niet schuldig om, waarom zouden we? Waar zijn onze naasten het meest mee gebaat? Met een sikkeneurig kreng dat thuis tegen de muren oploopt of met een mama/partner die zich goed voelt in haar vel en dat ook uitstraalt? Wij hebben gisteren samen een fantastisch leuke avond gehad, we hebben veel gebabbeld en gezongen, veel gelachen en plezier gemaakt en vervolgens zijn we moe maar tevreden braafjes terug naar huis gegaan. Zo mooi kan het leven zijn. Het is wat je er zelf van maakt.

    Getrouwd zijn en moeder zijn staat niet gelijk aan alles opgeven en een sloor worden. Ik druk het nogal cru uit maar dat heeft een reden. Ik krijg de vliegende tering van vrouwen die naar school gaan, een toffe job vinden, trouwen, kinderen krijgen en dan veranderen in Assepoester. De versie van Assepoester zoals ze in het begin van het sprookje is: niet buiten komen, wassen en plassen en that’s it. Vooral over niks kunnen meepraten en alleen maar oog hebben voor je kookpotten, je stofvod en je kroost. Alle respect voor hun keuze, ik zou het niet kunnen. Ik meen het, ik respecteer dat echt. Maar aanvaard alsjeblieft ook dat er andere vrouwen bestaan in plaats van hen met de grond gelijk te maken.

    Op verschillende fora heerst al jaren een discussie tussen thuisblijvende mama’s en werkende mama’s. Ik blijf er bewust tussenuit. Respecteer dat iedereen anders is en laat mekaar gewoon doen. Met dat eeuwige gehakketak is niemand gebaat. Let wel: ik wil hier niemand aanvallen hoor. Ik krijg er gewoon vaak grijze haren van als ik dergelijke discussies hoor of lees. En na een avondje met gelijkgestemde zielen besloot ik er eens iets over te tokkelen. Nèh, het moest er even uit 😉