Tag: snot

  • EHBO: voorwerp in neus

    Ook dat hoort bij opgroeiende kinderen. Vandaag kregen ze popcorn als tussendoortje. Dat geeft wat energie om beter buiten te kunnen ravotten 🙂 De kleinste had toch wel die ene maïskorrel in de kom gevonden die niet transformeerde in een popcorndingetje zeker…

    IMG_20140529_201631En wat doen we daar eigenlijk mee? Juist. We proberen dat in onze neus te stoppen. Plots komen broer en zus met groot alarm binnen gestoven. ‘Mamààààà, Jasper heeft een popcorntje in zijn neus gestoken en nu komt dat er niet meer uihuitttt!’ Enkele tellen later kwam Raketman aarzelend binnen getrippeld. Met een maïskorrel in zijn neus.

    Nu wil het toeval dat de stakkerd verkouden is. Zijn hoofd zit vol snot. Echt vast kon die korrel dus niet zitten. Ik zei hem dat ie eens ferm moest snuiten (zonder zakdoek) terwijl hij het andere neusgat dicht hield. Et voilà, daar bengelde een maïskorrel ter hoogte van zijn mond aan een groene sliert snot. Ik zag zijn tong al in die richting bewegen en kon nog net ‘NEEEEEEE’ roepen. En toen ademde hij in en was de maïskorrel weer verdwenen. Het leek wel een benjisprong voor zotte maïskorrels. Ik onthield uit mijn observatie dat je snot kan laten schuimen als je er wat druk op zet…

    Bij de volgende poging hielden we een zakdoek in de aanslag zodat we de maïskorrel meteen konden verwijderen. Voor de geïnteresseerden: als je kind een voorwerp in de neus er niet uitgesnut/uitgesnoten (wat het ook mag wezen) krijgt, dan ga je best eens langs de huisarts of de dokter met wachtdienst.

    IMG_20140529_201557

     

  • Bij de huisarts in de wachtzaal…

    Vanavond mocht de dochter op bezoek bij de huisarts. Het arme kind zat al enkele dagen niet goed in haar vel en nu blijkt waarom: haar hoofd zit vol snot. In haar neus, in haar keel, achter haar trommelvliezen en in haar maag: snot, snot en nog eens snot. Het verklaart haar mindere eetlust van de afgelopen dagen ineens mee.

    Zoals het gehoorzame burgers betaamt, waren we een kwartiertje te vroeg present. In de wachtzaal zat een gezin met 4 kleine kindjes. De oudste schat ik 6 à 7 jaar, de jongste was tussen 1 en 2 jaar. Daartussen zat nog een exemplaar van 5 en eentje van 3 à 4 jaar. Het waren beeldjes van kinderen. Elk van hen was in stilte met iets anders aan het spelen. De ouders zaten er bij en keken er naar. Als je 4 kinderen zo kan opvoeden dat je er ergens mee kan komen zonder dat je merkt dat ze er zijn kan ik maar 1 woord zeggen: wow!

    Niet dat mijn Triple Trouble zulke amokmakers zijn hoor. Maar die komen geregeld iets vragen, iets vertellen, dan moeten ze eens naar toilet, dan zingen ze wat, enz. Het zijn nu eenmaal kinderen. De deur van het kabinet ging open. Het gezin mocht naar binnen gaan. De ouders gingen voorop. Mama had de kleinste op de arm en eentje aan de hand. Papa sommeerde de oudste om mee binnen te gaan. En de vijfjarige dochter? Die leek niet welkom. Ze keek stilletjes hoe de deur van het kabinet gesloten werd. Ik wist niet goed wat ik zag. Zij leek het gewend te zijn. Rustig kleurde ze verder.

    Op één manier vind ik het ferm dat die ouders dochterlief zo vertrouwen dat ze alleen in de wachtzaal mag achter blijven. Zelf zou ik het niet over mijn hart kunnen krijgen. Wat als ze op verkenning gaat? Wat als ze ergens aan zit? Wat als ze buiten wandelt, de straat op? Of als er iemand binnen komt die het niet zo goed voor heeft met kleine kindjes? Ik ontfermde me over het meisje. Gaf mijn dochter van dezelfde leeftijd een duwtje in de rug om met dat meisje te gaan spelen. Het meisje keek me vragend aan.

    Ze leek het te waarderen dat er een mevrouw was die haar in de gaten hield. Ze kleurde rustig verder. Af en toe keek ze even op om te zien wat ik aan het doen was. Nadien inspecteerde ze het andere speelgoed onder impuls van mijn dochter. Het meisje heeft geen enkele keer gelachen of geprobeerd te communiceren met mijn dochter. Toen de ouders weer buiten kwamen, maakte ze geen aanstalten om naar mama en papa te gaan. Dus maande papa haar aan om te maken dat ze bij de rest was. Samen gingen ze buiten. Ik bleef met een wrang gevoel achter…

    Misschien ben ik een overbezorgde moederkloek. Da’s best mogelijk. Ik vind het straf dat je een kind van 5 alleen achterlaat in de wachtzaal waar constant volk in en uit loopt en waar de deur naar een drukke straat eenvoudig open gaat. We hebben een dik kwartier samen met het gezin in de wachtzaal gezeten. Geen enkele keer hebben ze contact gezocht met hun dochter. Al was het maar om te zeggen wat voor mooie tekening ze gemaakt had. Ik word daar triest van. Misschien zijn er goede redenen die het gedrag van dit gezin verklaren maar voor een buitenstaander als ondergetekende komt dit bizar over 🙁

     

  • De waarheid komt uit…

    Inderdaad. Hier werden vandaag weer heu… aparte… conversaties gevoerd.

    Te beginnen met Raketman (3 jaar). In de zetel zit hij naarstig te sjieken en te herkauwen. Vreemd want ik heb hem geen koekje of iets anders eetbaar gegeven. De kat lag ook niet in de buurt dus aan diens staart kon hij niet geknaagd hebben. Ik vraag heel onschuldig wat hij aan het eten is. 2 grote hemelsblauwe puppy-oogjes kijken me aan en antwoorden me, alsof het de normaalste zaak van de wereld is:

    ‘ Een nottepiet maar hij is bijna op hoor mama.’ Gelukkig las ik hier onlangs dat ik daar eigenlijk blij mee zou moeten zijn dus ik zweeg maar wijselijk. En hij kauwde voort alsof hij een halve kilo gesmolten kaas in zijn bek geduwd had.

    Iets later zijn de drie stuks buiten aan het spelen. Gras, modder, ledematen en speelgoed vliegen in het rond. Ik hoor gelach en gestommel dus alles is goed. Tot ik besluit het tafereel als een vertederde moeder eens gade te slaan. Ik draai mijn hoofd en zie triple trouble stoten uithalen die Jackie Chan niet eens onder de knie heeft. De vertederde mama – blik verandert onmiddellijk in donder en bliksem. De oudste (6 jaar) reageert daar erg verontwaardigd op. Tijd voor een preek over normen en waarden, over goed en kwaad.

    ‘Waarom doe jij broer en zus pijn?’

    – ‘Ik moet dat doen om te oefenen mama!’

    ‘Oefenen?! Waarvoor moet je in hemelsnaam zo oefenen dan?’

    – ‘Als ik later groot ben, dan wil ik een leger worden mama dus dan moet ik nu al goed leren vechten!’

    Lap, daar zit je dan. Doemscenario’s over Syrië-strijders en geschrapte Belgen flitsen door mijn hoofd. Soldaat zijn is niet goed genoeg. Nee, mijnheer wil ineens een heel leger in 1 bink zijn! Woensdag start zijn 3-daags taekwondokamp (zonder overnachting). We zullen eens zien hoe hij er dan over denkt om later een leger te worden 😉