Maand: oktober 2013

  • Zinloos geweld

    Soms denk ik dat ik maar beter geen kranten meer lees. Dit artikel trok vandaag mijn aandacht. Schrijnend en bijna iedereen zal het ongetwijfeld erg vinden. Zelf heb ik lang gewerkt in de horeca. Ik ben er eigenlijk zo een beetje in opgegroeid. Waarmee ik absoluut niet gezegd wil hebben dat dit een goede zaak is. Maar het maakt wel dat je dit soort artikels anders bekijkt. Als ik het artikel lees, kan ik me al een beetje voorstellen hoe één en ander gegaan is.

    Het laat nog maar eens zien dat overdaad schaadt. Altijd en overal. Da’s voor alcoholgebruik niet anders. Een man van 49 wordt vermoedelijk buiten gebonjourd omdat hij te dronken (misschien ook ambetant, agressief, …) is en keert terug om van zijn oren te maken. Nog steeds dronken. Een groepje jongeren heeft het met hem gehad en maakt dat duidelijk en bàm: ’t is gebeurd. Het zit in een klein hoekje beste mensen. Dit schrijf ik op basis van wat ik las in het artikel, het kan zijn dat de ware toedracht anders is. Maar de feiten blijven de feiten: een knaap van 18 jaar is er niet meer en zal er nooit meer zijn.

    Ik heb indertijd ook klanten vriendelijk verzocht de zaak te verlaten, ik weigerde hen nog drank te geven. Het enige dat ik voor hen nog wilde doen, was een taxi bellen zodat ze veilig zouden thuis geraken. Ik was toen een snotneus van pakweg 16 (!) jaar. Nu is dat bijna ondenkbaar. Als ik dan dergelijke artikels lees, lopen de koude rillingen zo over mijn rug. Vaak stond ik op een vrijdagavond of zaterdagavond alleen in het café waar ik werkte. Als snotter van 16. Ik zag daar toen geen graten in, integendeel. Ik vond het tof dat de eigenaar me vertrouwde. Ik wandelde zelfs te voet naar huis nadat de keet gesloten was. Nu durf ik dat niet meer en mijn kinderen zouden het niet mogen. Ze mogen in de horeca werken maar in het holst van de nacht hoeven ze niet over straat te dwalen. Dan zet ik nog liever mijn wekker om ze te gaan oppikken. Ik zou het mezelf nooit vergeven als hen iets zou overkomen wat ik had kunnen vermijden.

    In de horeca heb ik trouwens meer geleerd over mensen, relaties, interacties, persoonlijkheidstypes dan in mijn opleiding tot personeelswerker. Wie wil werken in de sociale sector, zou eigenlijk verplicht enkele maanden moeten meedraaien in een bruine kroeg. Iets later lees ik dit artikel. Dat stemt me al iets positiever. Het is goed mogelijk dat de dader van deze steekpartij zijn straf effectief zal moeten uitzitten. Hopelijk voor meer dan 1/3e. Het geeft die man wat tijd om na te denken. Enerzijds over wat hij aangericht heeft en anderzijds of het dat nu waard was.

  • Verkeersagressie in Diest

    Vrijdagavond… Weekend! Iedereen haast zich naar huis. Ik dus ook. Eerst even de kinderen oppikken in de opvang en dan rijden we goedgemutst… 150 m… om dan in de file te belanden ter hoogte van de Halve Maan. Grmpf, lang leve het mobiliteitsplan. Ik schuif flink mee aan en blijf er rustig bij. Want het is weekend. Het kan geen kwaad dat we wat later thuis zijn vandaag.

    Ter hoogte van het kruispunt met op de ene hoek Crélan en op de andere hoek één of ander bruin café, besluit ik een andere weg richting thuishaven te nemen. We slaan af naar links en passeren café De Zwaan en rouwcentrum Julis. So far so good: niks file hier, goedgeluimde mensen op het voetpad en langs beide straatkanten staan auto’s geparkeerd. Zo hebben ze daar voor een natuurlijke snelheidsremmer gezorgd.

    Dat maakt wel dat je maar moeilijk tweerichtingsverkeer in de straat kan organiseren maar hey, ’t is weekend en ik vind het niet erg.  We rijden richting kerkhof om dan naar rechts af te slaan en zo terug aan de Hasseltsepoort uit te komen. Dat is het plan althans. Als ik het einde van de straat nader, zo ongeveer waar de kasseien van de Vervoortplaats beginnen, doet er zich een akkefietje voor. Met mij. Maar ik ben vrolijk.

    Ik rijd netjes aan de juiste kant van de weg met mijn Berlingo, gevuld met 3 kinderen. Op de beschikbare oppervlakte welteverstaan, rekening houdend met de geparkeerde wagens op beide rijvakken. We rijden hoogstens 25 km/uur. Als je van de ring richting Vervoortplaats rijdt, heb je een erg slecht zicht op het verkeer dat van de Vervoortplaats komt om richting ring te rijden. De geparkeerde wagens aan beide straatkanten zijn geen hulp.

    Als er dan een dwaas in een gammel wrak komt afgeraasd tegen minstens 70 km/uur, heb je die al zeker niet gezien. Aangezien mijn Berlingo zich bevond waar ie zich moest bevinden, kon ik dus geen kant op. De lamstraal vond het maar normaal dat hij tegen onaangepaste snelheid de straat in wilde scheuren via het verkeerde rijvak. Ik had die dus echt niet zien afkomen hè. Ik schrok me rot en bleef met mijn Berlingo staan. Dit alles speelt zich af in amper 2 seconden. De bestuurder van het gammele wrak is erg boos op me. De raampjes van zijn wagen zijn dicht, die van mijn Berlingo ook.

    Toch hoor ik hem in het Broebeliaans allerlei verwensingen naar mijn hoofd slingeren. Ik was zo uit mijn lood geslagen dat ik het pas door had toen hij al uit het zicht was. Zelfs de kinderen hadden het opgemerkt. Wat heb ik in hemelsnaam verkeerd gedaan? Had ik een andere auto moeten rammen om mijnheer door te laten? Goed wetende dat ik dan ‘in fout’ ben en zelf kan opdraaien voor de kosten? Als hij wil spookrijden tegen hoge snelheid is dat zijn zaak maar dan zou ik graag hebben dat hij dat ergens in de brousse gaat doen waar hij er niemand mee kwaad kan doen.

    Een tegenligger die zich houdt aan de verkeersregels dan nog onverstaanbaar beginnen uitschelden, vind ik er wel ver over. Ik zie hem nog zo voor me: zijn pupillen wijd, zijn vuist omhoog. Het scheelde geen haar of hij knalde frontaal op mijn wagen. Gevuld met 3 kleine kinderen. Ik mag er niet aan denken.

  • Dr Oetker weet wat goed is.

    Fuck Flecki, ik wil echte pudding! Uit een pakje welteverstaan. Flecki und Paula kunnen me niet bekoren. Als ik zin heb in pudding, dan moet dat vers gemaakte pudding zijn. Bloedhete pap die recht van het vuur komt. Liefst vanillepudding, ‘de gele’. Daar dan een halve camion pure hagelslag in gooien zodat die smelt. Het resultaat ziet er uit alsof het de binnenkant van Flecki van voor tot achter gezien heeft. Maar het smaakt hemels.

    Eens ik me ‘zoewe dempig as ne meutte’ gefret heb, gaan de resterende portie in de koelkast. Er zijn immers huisgenoten die vinden dat pudding koud moet zijn. Gruwel. ’s Anderendaags feest ik verder. Dan gaat er een potje mee naar het werk, samen met een ienie mienie potje hagelslag. Als er dan zo een ergerlijk voormiddaghongertje de kop op steekt, knal ik mijn potje gele pudding in de microgolf en hop: heaven in het kwadraat besprenkeld met hagelslag! ’s Anderendaags is de pudding immers geen vloeibaar spul meer waar je je bek aan verbrandt. Nee, het is dan aangenaam warme gele brokkenpap.

    Als ik eens helemaal gek wil doen, leg ik een koekje op de bodem van mijn puddingpotje. Daar giet ik de pudding dan over om na afkoeling te genieten van een lekker tussendoortje. Zonder hagelslag nog wel. Of om het leuk te maken voor de kinderen: de potjes vullen met pudding en nadien met bijvoorbeeld frambozencoulis hartjes maken op het velletje dat zich vormt tijdens het afkoelen.

    Sinds mijn eetplan, dat ik nog steeds geen dieet wil noemen, heb ik het recept wel aangepast. Ik gebruik magere melk en minder suiker bij de bereiding maar compenseer dat dan met een extra laagje hagelslag 🙂 Sinds mijn niet – geslaagde polsoperatie zijn er periodes dat ik niet zo goed overweg kan met de garde. Gelukkig heb ik op die momenten een wederhelft die weet wat belangrijk is voor een chocoholic…